interview

'Nederlands is kleiner, maar ook groter geworden in de stad'

Patrick Manghelinckx (55) werd directeur van het Huis van het Nederlands midden in de eerste coronalockdown.© Ivan Put

Patrick Manghelinckx (55) werd directeur van het Huis van het Nederlands midden in de eerste coronalockdown. Met een nieuw beheerscontract blikt het Huis vooruit op de verplichte inburgering vanaf 2022. Ook wil Manghelinckx, oud-­directeur van jeugdorganisatie JES, meer jongeren naar het Nederlands lokken. “Binnen de hybride en steeds diversere stad moet het Nederlands zijn plaats zien te vinden.”

Wie is Patrick Manghelinckx?

  • Geboren in Brussel in 1965, opgegroeid in Sint-Joost en Schaarbeek
  • Actief in jeugdbeweging (Chiro), richt met vrienden pingpongclub op van De Kriekelaar
  • Volgt middelbaar onderwijs aan het Sint-Jan-Berchmanscollege
  • Studeert daarna sociaal-cultureel werk aan de Sociaal Hoge School Heverlee (nu UCLL)
  • Werkt van 1988 tot 1995 voor Chirojeugd Vlaanderen
  • Begeleider instelling bijzondere jeugdzorg Plan-Aid
  • Jeugdconsulent Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC)
  • In 2001 directeur JES
  • Sinds 2020 directeur van het Huis van het Nederlands

Op donderdag 12 maart 2020 had Patrick Manghelinckx (55) zijn laatste sollicitatiegesprek bij het Huis van het Nederlands. Die avond kreeg hij bericht dat hij was aangeworven, en samen met de rest van het land ook het nieuws dat we in lockdown gingen vanwege het oprukkende coronavirus.

“Ik ben op 1 april begonnen, thuis, achter de computer. Ik heb ondertussen wel al wat collega's gezien, vooral tijdens de zomer, maar van de tachtig medewerkers – goed voor 55 fte's – zijn er zeker die ik nog nooit in levenden lijve heb gezien.”

Welke onmiddellijke impact had de coronacrisis toen in april vorig jaar?
Patrick Manghelinckx: We zijn eerst een maand dicht geweest. De eerste vergaderingen die ik meemaakte, waren meteen crisisvergaderingen, over de taaltesten Nederlands voor ouders. Er was nogal wat druk vanuit de LOP's (lokale overlegplatformen, die de onderwijsinschrijvingen coördineren, red.) om die taaltesten ook fysiek toe te laten.

Veel anderstalige ouders hebben niet zomaar toegang tot het internet voor zo'n test, om in aanmerking komen voor de voorrangsregeling voor Nederlandskundigen. De LOP's – en dat siert hen – wilden dat die kwetsbaarste ouders ook fysiek een test konden afleggen. Maar dat moest natuurlijk veilig kunnen.In allerijl hebben we bijvoorbeeld plexiglas besteld en gemonteerd. Half april zijn we stilletjesaan weer opengegaan. De deadline voor de inschrijvingen in het onderwijs is toen ook uitgesteld, zodat alle ouders die dat wilden fysiek een test konden afleggen.

1751 Manghelinkcx  huis vh Nederlands
© Ivan Put
| Patrick Manghelinkcx voor het Huis vh Nederlands.

Hoe werken jullie dit voorjaar?
Manghelinckx: De intake van nieuwe klanten verloopt opnieuw fysiek, maar wel op afspraak nu. Sinds vorige maand kunnen mensen ook zelf online hun afspraak inboeken.

Wat de taaltesten voor ouders betreft, hanteren we dit voorjaar een mengvorm. Veel andere activiteiten hebben we in digitale vorm kunnen voortzetten. Bijna elke dag vindt er wel ergens een digitale conversatietafel van ons of van een partnerorganisatie plaats.

Ons bereik was lager: 14.800 intakegesprekken in 2020, 17 procent minder dan in 2019. Het aantal inschrijvingen voor taalcursussen lag op 70 procent van dat van 2019. Een groep mensen is langsgekomen, maar aarzelden toch om effectief de stap naar een les bij een CVO (Centrum voor Volwassenenonderwijs, red.) te zetten. Intussen lijken mensen het vertrouwen teruggevonden te hebben. De cijfers voor het eerste trimester van 2021 liggen opnieuw in dezelfde lijn als die van 2019.

Wat ik wel fantastisch vind: op alle inschrijvingen samen hebben we 119 moedertalen, en 161 nationaliteiten. Dat is de wereld die je in huis hebt. Dat spiegelt zich ook af in het Huis: onze medewerkers spreken samen een dertigtal moedertalen.

Veel anderstaligen halen een taalcertificaat Nederlands, maar gebruiken de taal vervolgens nooit. Hoe kan het Huis die mensen toch overhalen ook effectief Nederlands te oefenen?
Manghelinckx: Van de 18.000 bezoekers in normale jaren komen er maar 8.000 op zoek naar een Nederlandse les. Anderen komen voor een test, maar er zijn ook mensen die plekken zoeken waar ze Nederlands kunnen oefenen. Het hele verhaal van taalpromotie, oefenkansen.

Thuis hadden wij een krantenwinkel aan de Botanique. Als ik in de winkel meedraaide, oefende ik mijn Frans met de klanten. Daar kwamen ook enorm veel Ieren langs, waardoor ik vrij veel Engels kon spreken. En we hadden meer dan honderd kranten in alle talen, tot zelfs in het Japans. Voor mij was dat een speeltuin. Ik begon met Robbedoes en Kuifje, passeerde via Joepie en Humo en eindigde bij Libération, Le Monde, The Guardian, Die Welt, soms El País.

Een taal leer je maar door ze te gebruiken. Dat zie je in Brussel met het Nederlands een stuk minder. Vandaar dat het Huis van het Nederlands organisaties ondersteunt om in oefenkansen te voorzien, en ook zelf oefenkansen heeft gecreëerd: zoals de conversatietafels al dan niet via partners, of het initiatief Patati om een tandempartner in een andere taal te vinden.

Op 12 maart 2020, net de dag waarop de lockdown werd afgekondigd, heeft het Huis de nieuwe versie van de website nederlandsoefeneninbrussel.be gelanceerd.
Manghelinckx: Die website hebben we inderdaad juist gecreëerd om mensen naar die oefenkansen te leiden. De make-over met gebruiksvriendelijke zoekfilter en database is zeker wat verloren gegaan in de communicatie, daar ben ik van overtuigd (lacht). Desondanks hebben we, zonder reclame, al 50.000 bezoekers over de virtuele vloer gehad. Patati, dat ik net vermeldde, is tijdens corona met 30 procent gegroeid, en heeft nu in totaal 3.000 profielen.

Sinds vorig jaar praten we bij het intakegesprek niet alleen over lessen Nederlands, maar ook over andere manieren om te oefenen en aan zelfstudie te doen. Daar denken veel mensen niet meteen aan als ze een taal willen leren. In de grote plek die Brussel is, moeten we blijven acupunctuurnaalden steken, want we zijn uiteindelijk maar een kleine minderheid.

Een belangrijke nieuwigheid is het verplichte inburgeringstraject, dat Brussel vanaf 2022 invoert.
Manghelinckx: Wij verwachten een groei van het aantal inburgeraars dat voor een traject bij het Nederlandstalige onthaalbureau BON zal kiezen. BON was een pionier. De mate waarin het zijn kwaliteit kan overbrengen, zal het aantal inburgeraars dat voor Nederlands kiest, en dus bij het Huis van het Nederlands langskomt, bepalen.

Het Nederlands heeft een goede faam. Ook in het onderwijs zien we het succes. Inburgeraars zijn nu maar 15 procent van ons cliënteel. We verwachten dus dat hun aandeel zal toenemen.

Wat is het profiel van de andere klanten?
Manghelinckx: De helft van de mensen die voor een gesprek langskomen zijn Brusselse werkzoekenden. Zij willen met het Nederlands hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten.

Een tweede grote groep zijn de ouders, vooral moeders, die Nederlands willen leren om hun kinderen te kunnen opvolgen, kinderen die naar een Nederlandstalige school gaan.

U bent in oktober 2019 na achttien jaar gestopt als directeur van jeugdorganisatie JES Brussels. In het afscheidsinterview dat u destijds aan BRUZZ gaf, zei u dat u vond dat “de onverdraagzaamheid tegenover jongeren enorm was toegenomen, en het politiegeweld”. Profetische ...
Manghelinckx: ... woorden, inderdaad. Ik had er niet meer bij stilgestaan, maar dat heb ik inderdaad gezegd.

Hoe kijkt u daar nu op terug?
Manghelinckx: Ik weet wat 'ons gasten' soms uitsteken, als ik dat zo nog mag zeggen. Ik ben dertig jaar aan de slag geweest in het jongerenwerk. Maar je merkt wel dat de onverdraagzaamheid is toegenomen.

Wat ik toen zei over de politie, is later ook aangetoond. Er ís een probleem, er heerst bij sommigen een cultuur van buitensporig geweld. Wij geven als samenleving het monopolie van geweld aan de politie, maar er zijn te veel misbruiken de laatste tijd. Voor mij is dat een gevolg van 9/11 en later de aanslagen in Brussel, dat de politie het gevoel heeft dat ze hardhandig moet optreden.

1751 Manghelinkcx  huis vh Nederlands 3
© Ivan Put
| Patrick Manghelinkcx:" Een taal leer je maar door ze te gebruiken. Dat zie je in Brussel met het Nederlands een stuk minder. Vandaar dat het Huis van het Nederlands organisaties ondersteunt."

Die betoging aan het Centraal Station, waar meer mensen werden opgepakt dan er betogers waren, dat is toch hallucinant? En hoe die gearresteerden zijn behandeld? Dat haalt de media, en er wordt een klacht ingediend, waarschijnlijk omdat sommige ouders hoogopgeleid en mondig zijn. Maar je zou eens moeten weten hoeveel keer zoiets onopgemerkt gebeurt.

In de wijken geloven de gasten niet meer in het comité P. Dat wordt toch allemaal in de doofpot gestoken, volgens hen. Ik weet niet of dat waar is, maar het is wel een feit dat er bijzonder weinig veroordelingen zijn geweest.

En Adil ... Een jongen die gaat lopen van de politie, waarom? Die gasten gaan altíjd lopen van de politie, die hebben geen goede relatie met de flikken. Ze denken dat de politie sowieso hen moet hebben, of ze iets uitgestoken hebben of niet. Een achtervolging met verschillende politiewagens van een jongen op een brommertje omdat die gaan lopen is in coronatijd, dat vind ik buiten proportie.

Zal het Huis van het Nederlands met uw komst extra aandacht besteden aan jongeren?
Manghelinckx:Jongeren zijn een van de twee groepen waarop we in ons nieuwe beleidsplan expliciet mikken, buiten het leerplichtonderwijs dan. Dat begint vanaf 16 jaar, projecten bedenken in het kader van deeltijds onderwijs.

Kennismaken kunnen jongeren uit het Franstalige onderwijs via een plezant stadsspel rond Nederlands, met onder andere een bezoek aan Muntpunt. We starten dat weer op zodra het mogelijk is. En als we dat promoten, kunnen we de vraag van de Franstalige scholen niet volgen.

Hoe kijkt u, als geboren en getogen Brusselaar, naar de toekomst van het Nederlands in Brussel?
Manghelinckx: De voorbije tien, vijftien jaar is de stad geëxplodeerd. De bevolking is stevig gegroeid, verjongd, en diverser geworden. Voor Brussel betekent dat capaciteitsdruk in het secundair onderwijs, gekoppeld aan een toename van het aantal nationaliteiten en talen. De stad is zeer hybride, een van de meest diverse in de wereld. Er is geen enkele gemeenschap die in Brussel de meerderheid heeft.

Binnen die context moet het Nederlands zijn plaats zien te vinden. De taal is relatief kleiner geworden, omdat er veel meer talen zijn, maar tegelijk ook relatief groter. Het is een van de twee officiële bestuurstalen, en in de praktijk evolueren we naar een drietalig gewest, met het Engels erbij.

Hoe kan het Huis van het Nederlands daarop inspelen?
Manghelinckx: Wij moeten zien dat we voldoende capaciteit hebben om de vraag op te vangen vanuit de bevolking. We zijn heel tevreden dat wij vanuit de overheden een langetermijnovereenkomst hebben gekregen. Maar de middelen zijn wat ze zijn, ze groeien niet mee. Wij moeten dus andere financieringsbronnen vinden om op de verwachte groei van het aantal klanten in te spelen, en zo de positie van het Nederlands te verbeteren.

1751 Manghelinkcx  huis vh Nederlands 4
© Ivan Put
| Patrick Manghelinkcx: "Wij geven als samenleving het monopolie van geweld aan de politie, maar er zijn te veel misbruiken de laatste tijd. Voor mij is dat een gevolg van 9/11 en later de aanslagen in Brussel, dat de politie het gevoel heeft dat ze hardhandig moet optreden."

We hebben een opdracht van gewestelijke instelling Iriscare om het Nederlands van het personeel te oefenen binnengehaald. We moeten nog meer bekijken hoe onze werking bekender kan worden binnen de geweststructuren.

Daarnaast hebben we ook een dossier ingediend bij Europa, samen met de CVO's en Brusseleer, rond de digitalisering van de lessen. Dat zou ook extra middelen betekenen.

Een andere serieuze ambitie voor de toekomst is het Brusselse Talenpunt. Eind 2020 zijn de gesprekken daarover heropgestart. Dat wordt één plek waar vanaf 2022 elke Brusselse werkzoekende die een taal wil leren, geholpen kan worden. Via een intakegesprek, een beetje via de methode waarop wij werken, maar dan voor verschillende talen: Frans, Nederlands, Engels en Duits. Voor het Nederlands coördineren wij de werking.

Mijn droom zou zijn, en ik zit daar nogal op de lijn van minister Sven Gatz: alle Brusselaars drietalig. Naast hun eventuele moedertaal: Nederlands, Frans en Engels.

EENVOUDIG NEDERLANDS: in samenwerking met het Huis van het Nederlands heeft BRUZZ een website opgezet, met artikels in eenvoudig Nederlands: BRUZZ.be/eenvoudig-nederlands

Meertaligheid

Brussel is officieel een tweetalige stad, maar als internationale hoofdstad worden er nog honderden andere talen gesproken. BRUZZ volgt voor je op hoe inwoners en instanties daarmee omgaan.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?