bijgedachte

'De seksismewet moet terug naar de tekentafel'

Redouane Ahrouch, stichter van de Partij Islam, wilde journaliste Emmanuelle Praet niet aankijken in een zondags praatprogramma in 2018. Het Hof van Cassatie heeft deze week zijn straf van vier maanden voorwaardelijk bevestigd.© Islam

Terwijl Vlaanderen nog in de ban is van De zevende dag en de vraag over de ‘verovering van de Brusselse wijken’ die aan covoorzitter Nadia Naji (Groen) werd gesteld, houdt een ander zondags praatprogramma de Franstalige wereld bezig. Het bewuste fragment uit C’est pas tous les jours le dimanche dateert al van 2018, maar is opnieuw actueel door een uitspraak van het Hof van Cassatie. Maar daarover dadelijk meer.

Hoofdrolspeler is Redouane Ahrouch, stichter van de Partij Islam, die journaliste Emmanuelle Praet niet wilde aankijken tijdens het debat. Ook de andere vrouwen rond de tafel, waaronder de Wemmelse Darya Safai (N-VA), gunde hij geen blik waardig, wat een kinderachtig maar kwetsend schouwspel opleverde. “Ik luister naar jullie, ik respecteer jullie, maar mijn religie verbiedt het mij jullie aan te kijken,” zei hij, terwijl hij zich in allerlei bochten wrong om toch zeker niet per ongeluk een vrouw aan te kijken. “Ik overtreed daarmee geen enkele wet.”

Toch wel dus, want na een klacht van Emmanuelle Praet kreeg Ahrouch in eerste aanleg zes maanden voorwaardelijk, in beroep werd dat vier maanden. Een verbijsterde Ahrouch trok daarop naar Cassatie, maar ook daar beet hij in het stof: vorige week bevestigde het Hof de straf.

Aan de basis van zijn veroordeling ligt de seksismewet van 2014. Die bepaalt dat “wie een gedrag of handeling in het openbaar stelt met de bedoeling om iemand als minderwaardig te beschouwen, te minachten wegens zijn geslacht, of te reduceren tot zijn geslachtelijke dimensie, bestraft kan worden." Ook moet de daad “een ernstige aantasting van de waardigheid van deze persoon tot gevolg hebben.” Het niet aankijken van vrouwen valt hier dus onder, en leverde Ahrouch een celstraf op.

Een belangrijk precedent. Vooral dan voor mannen, die vanaf nu dus een advocaat kunnen inzetten als ze niet worden aangekeken door vrouwen.

Iets wat ontzettend vaak gebeurt. Bij mezelf en mijn vrienden bijvoorbeeld gebeurde dat tussen 2010 en 2014 zeer regelmatig. In Le Coq, de Bonnefooi, de Fuse, de Roskam, de Archiduc, Madame Moustache, Bloody Louis en nog heel wat andere zaken die in de nevelen des tijds verloren zijn gegaan, werden wij massaal genegeerd. En dat telkens omdat wij mannen zijn - vrouwen werden wél probleemloos in de ogen gekeken.

Zo werden wij ter plekke gereduceerd tot onze geslachtelijke dimensie, terwijl wij gewoon een praatje wilden maken. Dat dit alles een ernstige aantasting van de waardigheid van de persoon tot gevolg had - de tweede voorwaarde van de seksismewet - hoeft geen betoog. Zeker een van mijn vrienden is in therapie gegaan omdat hij begon te twijfelen aan zichzelf.

Juristen werpen tegen dat in bovenstaande voorbeelden het niet zozeer het geslacht zelf, maar bepaalde aspecten van dat geslacht zijn waarop gediscrimineerd wordt. Dat andere mannen kortom wel touche hebben. En dan mag het, dan is discrimineren wel wettelijk toegelaten. Daartegenover staat dat er heel wat vrouwen zijn die werktuigelijk alle mannen negeren tijdens het uitgaan, daarmee potentieel gedoe vermijdend. Tegen hen kan vanaf nu dus een strafrechterlijke procedure worden aangespannen.

“Je trekt het op flessen,” hoor ik u al denken. Maar is dat wel zo? Want hoe lang blijft bovenstaande nog fictie? Zelfs specialisten zoals Jogchum Vrielink (Université Saint-Louis) zeggen dat de seksismewet veel te ruim en problematisch is, en rechters dwingt tot een soort gedachtepolitie. Wat met homo’s of lesbiennes die het andere geslacht negeren? Riskeren zij een rechtszaak? Moeten zij dan inderhaast aantonen dat het misprijzen niet gebaseerd is op het geslacht, maar op de persoonlijkheid van de betrokkene in kwestie? Dat het dan plots wel wettelijk toegelaten is, voelt wrang aan.

Er is maar één oplossing. De seksismewet moet terug naar de tekentafel, en straffen moeten voorbehouden blijven voor handelingen die echt discrimineren of aanzetten tot geweld, en niet gewoon verachtelijk zijn. Zoals Bart De Wever (N-VA) het stelde: “Laakbaar is nog niet hetzelfde als strafbaar.” Dat dit nu wel zo is, is de kern van het probleem.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?