opinie

Edito: politici, doe de taalwet respecteren

© PhotoNews
| Jan Jambon (N-VA), toen nog minister van Binnenlandse Zaken, eind 2016 in Molenbeek bij de evaluatie van het kanaalplan met Minister van Justitie Koen Geens (CD&V.).

La fonction fait l’homme. Het is een waarheid als een koe. En het verklaart waarom een politicus zonder verpinken A kan zeggen en niet veel later B.

Neem nu de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). Twee jaar geleden verklaart hij dat hij begrip heeft voor het gebrek aan tweetaligheid bij de Brusselse politie. Het is immers kiezen tussen veiligheid (voldoende agenten vinden) en de toepassing van de taalwet (een taalattest vragen aan wie wordt aangeworven). Het waren de woorden van een politicus in functie. De pragmatiek ten top. De aanslagen zinderden nog na. Waarom zouden we ons druk maken over de taalkennis?

Afgelopen weekend verklaart diezelfde Jambon, intussen minister af en in volle campagne, dat het gebrek aan tweetaligheid bij de politie de fout is van het Brussels Gewest, en van de Nederlandstalige partijen die er mee de plak zwaaien. Dus niet van de N-VA.

Steven Van Garsse, chef BRUZZ-magazine

De feiten spreken voor zich. Het aantal agenten met een taalattest in Brussel daalt zienderogen. Voor 2005 was het zeventig procent, vandaag duikt het onder de zestig procent. Dat kan alleen maar betekenen dat de politiezones gretig eentalige agenten aanwerven. De taalwet is nochtans zonneklaar. Elke lokale agent moet een attest van de kennis van de andere taal hebben.

Dat de taalwet niet gerespecteerd wordt, is minstens een gedeelde verantwoordelijkheid van Gewest en federale regering. Binnenlandse Zaken is bevoegd voor de opleiding van de agenten, en voor het algemeen toezicht. De aanwerving gebeurt inderdaad door de politiezones zelf. Die lijkt vandaag te ontsnappen aan elk toezicht. Dat is een manco in de wetgeving.

Vreemder is vast te stellen dat de N-VA op geen enkel moment van haar regeerdeelname van de toepassing van de taalwet in Brussel een issue heeft gemaakt. Alsof het haar niet veel kon schelen. Nochtans is het een van de grote verwezenlijkingen van de Vlaamse beweging in dit land.

Wanneer instellingen als de Raad van Europa de bescherming van minderheden onderzoeken, komen de gezondheidssector, de hulp aan personen en de openbare orde als eerste onder de loep. Kunnen de burgers in hun eigen taal naar de dokter of het ziekenhuis, en zijn politie en brandweer de taal voldoende machtig? Het is logisch dat de eisen er hoog liggen. Gezondheid en openbare orde raken aan de essentie van de samenleving.

In Brussel, hoofdstad van dit land, is het er triestig mee gesteld. Het kan niet genoeg herhaald worden.

In plaats van de schuld op elkaar af te schuiven zouden de Nederlandstalige partijen, N-VA incluis, beter samen met een plan komen om er wat aan te doen.

Jan Jambon (links), toen nog minister van Binnenlandse Zaken, eind 2016 in Molenbeek bij de evaluatie van het kanaalplan met Minister Koen Geens en politiecommissaris Catherine De Bolle
© PhotoNews
| Jan Jambon (links), toen nog minister van Binnenlandse Zaken, eind 2016 in Molenbeek bij de evaluatie van het kanaalplan met Minister Koen Geens en politiecommissaris Catherine De Bolle.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?