Bijgedachte

Good Living: minder regels, meer stedenbouwkundige power

Steven Van Garsse
© BRUZZ
09/01/2024

| Het nieuwbouw wooncomplex Tivoli.

Met Good Living wil de Brusselse wetgever de woonkwaliteit van de stad verhogen, maar zonder al te veel regeltjes op te leggen.

Radicale veranderingen. Er wordt vaak om geroepen in de politiek, maar zelden worden ze bewaarheid. Een beleid moet rekening houden met zoveel checks- and-balances en belangen, dat de politiek meestal maar kleine stapjes vooruitzet. En in Brussel: heel kleine stapjes.

Maar Good Living, de naam voor de nieuwe Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (GSV) en het geesteskind van voormalig staatssecretaris Pascal Smet (Vooruit.Brussels), dat net voor de kerstvakantie is goedgekeurd door de Brusselse regering, betekent voor het stedenbouwkundige beleid in de hoofdstad wel degelijk een radicale omslag.

"“Zowel voor de burger als voor de vastgoedpromotor dreigt er willekeur"

Steven Van Garsse, senior writer en politiek analist voor BRUZZ

Steven Van Garsse, senior writer BRUZZ

De ontwerptekst is nu naar de Raad van State, en zal in mei, in volle verkiezingscampagne, door de Brusselse regering definitief worden goedgekeurd. Tenminste als alles verloopt volgens plan. Een nieuwe regelgeving was hard nodig. De huidige GSV dateert van 2006. In een snel veranderende maatschappij als die van vandaag is dat een eeuwigheid geleden.

Smet ging voor het nieuwe plan niet over één nacht ijs. Hij stelde een expertencommissie aan en een jaar geleden ging Good Living ook in openbaar onderzoek. Het is een ambitieuze tekst die de stad klimaatproof moet maken, biodiverser en leefbaarder.

Het meest opvallende is de verplichting om terrassen te voorzien voor elke nieuwbouwwoning, maar net zo goed gaat het over de vergroening van de openbare ruimte, de mogelijkheid om buitengevels te isoleren, de plaats voor fietsers en voetgangers in de openbare ruimte, het verbod op afbraak van robuuste gebouwen, of het beheer van het regenwater.

Weg bouwvoorschriften

Toch deed de tekst op het terrein, zowel bij verenigingen, vastgoedpromotoren als lokale besturen, heel wat wenkbrauwen fronsen. Zeker als het over het hoofdstuk Stedelijkheid gaat. De bestaande GSV legt heel precies vast hoe de stad gebouwd wordt. De hoogtes van de woningen, de dieptes, de breedte van de wegen, etcetera. In de nieuwe versie zijn die heel precieze bouwvoorschriften verdwenen. In de plaats zijn er vooral algemene doelstellingen, zoals bijvoorbeeld de architecturale kwaliteit of de harmonieuze inrichting.

Tivoli, wooncomplex in Sint-Jans-Molenbeek

| Het meest opvallende aan Good Living is de verplichting om terrassen te voorzien voor elke nieuwbouwwoning.

Dat is best radicaal. Maar Smet deed dat niet zonder redenen. Vandaag worden er zoveel afwijkingen toegestaan op de GSV, dat die in de feiten toch al helemaal is uitgehold. Dan beter minder regeltjes en meer algemene doelstellingen. Maar wie de tekst goed leest, ziet tegelijk ook hoe de overheid veel meer kan beslissen welk gebouw of project door de beugel kan, en welk niet.
Het gebeurt niet vaak dat stadsverenigingen zoals Bral én vastgoedpromotoren tot dezelfde conclusie komen. Door het verdwijnen van de regeltjes, wordt de appreciatie van een nieuw project wel heel subjectief. Zowel voor de burger, als voor de vastgoedpromotor verdwijnt een groot stuk van de rechtszekerheid, en dreigt er willekeur. Of nog: wat in de ene gemeente zal mogen, zal in de andere niet kunnen.

De Brusselse regering beseft dat, en staatssecretaris Ans Persoons (Vooruit.Brussels) stelt daarom voor om met vademecums te werken, gebaseerd op de nieuwe tekst, die voor een gelijk beleid moeten zorgen. Alleen heeft een vademecum geen kracht van wet.

Erger nog: door vagere regels in te voeren, en de overheid meer armslag te geven, in bijvoorbeeld bouwhoogte of densiteit van een wijk, riskeert de nieuwe GSV de deur open te zetten voor speculatie en canapépolitiek, iets waar Brussel in het verleden een patent op had.
Good Living lijkt dan ook een echte compromistekst van de Brusselse regering waarbij de socialisten meer stedenbouwkundige power krijgen om zo de woningnood in Brussel te kunnen lenigen en waarmee, in ruil, de groenen heel wat speerpunten kunnen realiseren om tot een duurzame stad te komen.

Of dat goed is voor de stad valt af te wachten – de eerste effecten van Good Living zullen pas over een kleine tien jaar zichtbaar zijn. Maar het zet wel meteen de stedenbouwkundige regels op zijn kop. En dat zal aanpassingen vergen, voor de overheid, de burger én de vastgoedsector.

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni