Bijgedachte

Ratingverlaging of niet: het Gewest moet dringend orde op zaken stellen

Bram Van Renterghem
© BRUZZ
21/03/2023
© Photonews | De Brusselse regering, met Rudi Vervoort en Sven Gatz.

Een ratingverlaging zou slecht nieuws zijn voor Brussel, dat zwaar op de pof leeft. Maar zelfs als kredietbeoordelaar Standard & Poor’s Brussel straks nog wat respijt geeft, moet het Gewest dringend orde op zaken stellen.

We spoelen even door naar vrijdagavond 24 maart. Na dagen van regen breekt de zon eindelijk door, de Rode Duivels winnen tegen Zweden en Anderlecht-voorzitter Wouter Vandenhaute heeft de rechtszaak tegen Humo-journalist Jan Hauspie laten vallen nu z’n ploeg de hele tijd aan het winnen is.

Met een beetje geluk heeft kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) zonet ook de rating voor het Brussels Gewest op AA- gehouden. Dat is een goede rating, waarmee het Brussel best betrouwbaar acht. Een ratingverlaging van AA- naar A+ behoort ook tot de mogelijkheden. Dan is Brussel nog altijd kredietwaardig, maar ‘kwetsbaar voor veranderingen in de economie’ en dan riskeert het Gewest een hogere rente te moeten betalen op de vele leningen die het aangaat. Zeker nu de rentevoeten weer beginnen te stijgen, dreig je zo miljoenen euro’s extra intrest te moeten betalen – geld dat niet naar beleid kan gaan.

“Politici nemen best nu maatregelen, vóór de financiële markten die afdwingen”

Bram Van Renterghem, BRUZZ-redacteur

In september gaf S&P al een schot voor de boeg door de vooruitzichten te veranderen van stabiel naar negatief. De uitleg toen klonk dat het Gewest er niet in geslaagd was om het begrotingstekort te verminderen.

Sindsdien is er niks veranderd. Nog altijd stevent Brussel voor 2023 af op een begrotingstekort van maar liefst 1,2 miljard euro, ongeveer een vijfde van alle inkomsten. De nieuwe metrolijn, jazeker, maar ook voor de lopende uitgaven worden schulden aangegaan. Dat is alsof je geld moet lenen om op vakantie te gaan. Met al die schulden stelt Brussel zich bij staatshervormingen ook erg kwetsbaar op aan de onderhandelingstafel. Het riskeert gewoon te moeten doen wat Vlaanderen zegt, of er komt geen geld meer.

Een weinig appetijtelijk scenario. Maatregelen zijn dus dringend nodig, voor de rentesneeuwbal begint te rollen. En toch beweegt er zo goed als niks. De keuzebreedte is dan ook erg klein. Nieuwe inkomsten in de vorm van belastingen ziet minister van Begroting Sven Gatz (Open VLD) – een goed jaar voor de verkiezingen – niet zitten. In bezuinigingen zien de andere partijen, met PS op kop, dan weer weinig heil. Bezuinigen op de dure bestuurlijke structuur, zoals professor overheidsfinanciën Herman Matthijs (VUB/UGent) suggereert, is al helemaal taboe. Die 19 gemeenten met elk hun zware administratie betekenen nochtans hoge kosten en vertragen zowat elke beslissing. Maar oproepen om een vereenvoudiging hiervan, botsen al decennia op een ‘non’.

Dus schiet er eigenlijk nog maar één piste over: meer mensen aan het werk krijgen. De werkzaamheidsgraad – het aandeel werkenden op de totale beroepsbevolking – ligt in Brussel op een schamele 65 procent, terwijl werkgevers, zeker in de Vlaamse rand, schreeuwen om arbeidskrachten. Voor ongeveer een derde van die jobs is een gedegen kennis van het Nederlands niet eens vereist. Voor kortgeschoolden is er meer dan werk genoeg. De afstand? Overbrugbaar met de fiets. Wat is nog het excuus?

Het goede nieuws: het aantal Brusselaars dat werkt in Vlaanderen neemt toe. Ook de werkzaamheidsgraad bij alle Brusselaars ís gestegen. Van 58,2 procent in 2012 naar 65,2 procent in 2022.

Toch is dat nog ver van de vooropgestelde 80 procent. Meer zelfs: volgens economen is het laaghangende fruit nu geplukt, en zijn extra procenten werkzaamheidsgraad extra moeilijk.

Net daarom moet de regering, nu de conjunctuur gunstig is, een tandje hoger schakelen. Zo moeten best álle Brusselse werkzoekenden jobaanbiedingen uit Vlaanderen krijgen, en niet enkel zij die aanvinken dat ze ‘interesse hebben om in Vlaanderen te werken’. Daarnaast moeten werkzoekenden die werk weigeren, sneller bestraft worden. Net daar gelooft minister van Werk Bernard Clerfayt (Défi) niet in. “Werkzoekenden straffen is geen oplossing,” schreef hij vorige week op zijn LinkedIn-profiel. Ook dat is dus verboden terrein.

Maar zolang alles taboe is, zal er nooit iets ten gronde veranderen. Tot de financiële markten het uiteindelijk afdwingen. Een ratingverlaging van Standard & Poor’s heeft in 2011 al eens de politici het mes op de keel gezet. De intrest steeg plotsklaps naar 5,86 procent, waarop na 541 dagen onderhandelen de regering-Di Rupo in het zadel werd gehesen. Eind goed, al goed, kun je denken, maar de financiële markten ongerust maken, is als spelen met vuur. Hopelijk verlaagt S&P vrijdag de rating niet, maar nemen de politici toch de juiste maatregelen. Ook dat zou een Goede Vrijdag zijn.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel, Opinie, begrotingstekort, rating, Standard & Poor’s, kredietbeoordelaar

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie