interview

Catherine De Bruecker, ombudsvrouw van Brussel: 'Elke klacht is een geschenk'

Catherine De Bruecker, ombudsvrouw voor het Brussels Gewest.© Bart Dewaele

Al twee decennia wacht het Brussels Gewest op een ombudsvrouw of -man. Die is er nu. Catherine De Bruecker, de voormalige federale ombudsvrouw, neemt de handschoen op. Burgers die hardnekkige problemen ondervinden met de Brusselse administratie of lokale besturen kunnen voortaan bij haar terecht. “Mijn onafhankelijkheid staat voorop.”

Wie is Catherine De Bruecker?

1994 Recht en Europees recht (ULB)

1991-1995 Balie van Nijvel

1995-1999 Jurist in het Brussels parlement

1999-2005 Auditeur en coördinatie bij de federale ombudsdienst

2005-2021 Federale ombudsvrouw

Sinds 2022 Brussels ombudsvrouw

Woont in Elsene

Het is een voorwaarde voor lidstaten die willen toetreden tot de Europese Unie, in Vlaanderen bestaan ze al 25 jaar, op het federale niveau 28 jaar, maar het Brussels Gewest bleef er tot nu toe van verstoken: een ombudsman of ombudsvrouw.

Dat is best ironisch, in een gewest dat zowat de meest ingewikkelde institutionele architectuur heeft van de hele wereld en niet meteen een schitterend voorbeeld is van goed bestuur.

Maar het historische manco wordt nu rechtgezet. Vanaf 1 september opent de perfect tweetalige ombudsvrouw Catherine De Bruecker haar diensten voor het grote publiek.

De Bruecker heeft bakken ervaring als auditeur bij de federale ombudsdienst en nadien als federale ombudsvrouw. Klachten van burgers over een mank lopende administratie? Ze weet er alles van. Maar waar moet een ombudsvrouw goed in zijn?

Catherine De Bruecker, ombudsvrouw van het Brussels Gewest
© Bart Dewaele
| Catherine De Bruecker: "Ik ben afkomstig van Brussel en woon hier 35 jaar. Het is echt mijn stad. Ik weet dus hoe ingewikkeld het hier is."

“De belangrijkste kwaliteit is om goed te kunnen luisteren, naar de burger én naar de administratie. Want de eerste taak is verzoening brengen. Daar is een flinke portie empathie voor nodig, je moet je in de plaats kunnen stellen van de persoon die naar jou stapt. En je moet vertrouwen opbouwen. De persoon moet ervan overtuigd zijn dat zijn of haar probleem ernstig wordt genomen. Dat zal onze eerste taak zijn: de Brusselaars ervan te overtuigen dat het wel degelijk zin heeft om met hun klacht tot bij ons te komen.”

Het is een paradox, maar Brussel is de meest ingewikkelde deelstaat in ons land, maar het is ook de laatste waar een ombudsdienst wordt ingevoerd. Is dat niet verwonderlijk?
Catherine De Bruecker
: Inderdaad. Ik ben afkomstig van Brussel en woon hier 35 jaar. Het is echt mijn stad. Ik weet dus hoe ingewikkeld het hier is. Ik heb als federale ombudsvrouw ook vaak aangedrongen op een Brussels equivalent, onder meer toen ik voorzitter was van het netwerk van ombudsdiensten. Waarom? Omdat we als federale ombudsdienst klachten kregen die op het Brusselse niveau betrekking hadden, en waar we niets mee konden doen.

Het is verder ook een uitstekende zaak dat Brussel beslist heeft om één unieke ombudsdienst op te richten, waar de burger terechtkan voor klachten over het Brussels Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Cocof én de zeventien lokale besturen die geen eigen ombudsdienst hebben. Alleen de Vlaamse Gemeenschapscommissie valt hier niet onder.

Ombudsdiensten voegen extra checks and balances toe aan onze liberale democratie, en zijn sinds de jaren negentig een vast onderdeel van de werking van onze overheden, maar wat is volgens u het belang van de ombudsdienst?
De Bruecker
: Laten we even teruggaan naar de oorsprong. De eerste ombudsman ter wereld is in 1809 aangesteld door de Zweedse koning. Die stond hem bij in de controle van de administratie. De koning wou oprecht weten hoe de burger het beleid op het terrein ervaart. Vandaag zijn het onze parlementen die dat willen weten.

Ik zeg al lang - en het is een beetje een slogan, maar één waar waarheid in schuilt - dat elke klacht een geschenk is. Je krijgt het verhaal van hoe wetten en reglementen ingrijpen op het dagelijkse leven. Wat zijn de moeilijkheden? Wie valt tussen de mazen van het net? Als ombudsdienst pikken we die signalen op, bundelen ze, objectiveren ze en brengen ze terug bij de wetgever. Daar kunnen ze ermee aan de slag. Je houdt als het ware een spiegel voor aan het parlement.

Je zou ook kunnen zeggen dat het in tijden van populisme en extremistische politieke partijen de kloof kan dichten tussen burger en politiek. Akkoord?
De Bruecker
: In zekere zin wel. Het is een vorm van participatie van de burger in de politiek. De burger krijgt een kanaal om zijn ontevredenheid te uiten. De ombudsman brengt het dan terug naar de beleidsmakers.

De ombudsdienst heeft een helikopterzicht. En kan dus goeie praktijken van de ene administratie trachten te implementeren in de andere. Of we kunnen vaststellen - en dat is een klassieker - dat er veel problemen ontstaan door een gebrek aan coördinatie of samenwerking. Dan kunnen we daar aanbevelingen rond doen.

Het grote nadeel is dat u weinig harde instrumenten heeft om zaken te veranderen. Om het wat oneerbiedig te formuleren: uw belangrijkste wapen is een jaarrapport. Heeft u voorbeelden waar u als federale ombudsvrouw wel zaken in beweging heeft kunnen brengen?
De Bruecker
: Zeker. We hebben meerdere onderzoeken gedaan naar de werking van de FOD Financiën. Er waren bijvoorbeeld veel problemen met de inning van de belastingen. We hebben onder meer kunnen bereiken dat de afbetalingsplannen beter afgestemd worden op de betalingscapaciteiten van de burgers en dat gerechtsdeurwaarders verplicht worden om een betalingsherinnering te versturen vooraleer ze peperdure maatregelen nemen. Ook met het voorstel van vereenvoudigde fiscale aangifte waren er veel problemen. Daar hebben we twintig aanbevelingen gedaan die bijna allemaal zijn doorgevoerd. Dat was mogelijk door de constructieve medewerking van de fiscale administratie.

Is er door de jaren heen minder kafka in de Belgische administraties, dankzij de ombudsdiensten?
De Bruecker
: Dat denk ik wel. En dat heeft ook een indirecte reden. Door de ombudsdiensten zijn er klachtendiensten gekomen in veel administraties. Er ontstond immers een externe druk bij de administraties om zelf een klachtenprocedure te organiseren. De burger kreeg daardoor een open deur, waar hij met zijn problemen terechtkan. Pas als de burger daar geen gehoor krijgt, kan hij of zij naar de ombudsvrouw.

Catherine De Bruecker, ombudsvrouw van het Brussels Gewest
© Bart Dewaele
| Catherine De Bruecker: "De Brusselaar wacht al zo lang op een ombudsdienst, ik begrijp dat die ongeduldig is."

Even terug naar uw aanstelling. Die gebeurde in januari. U had aangekondigd dat u in mei zou beginnen. We zijn vandaag 1 september. Er klonk hier en daar wel gemor op dat lange uitblijven van de ombudsdienst, en het verspillen van overheidsgeld.
De Bruecker
: De Brusselaar wacht al zo lang op een ombudsdienst, ik begrijp dat die ongeduldig is. Er zijn heel wat praktische redenen voor het uitstel, die onder meer met onze kantoren te maken hebben. Daarnaast werkt een ombudsvrouw niet alleen. Ze heeft medewerkers nodig. Brussel is een kluwen, met verschillende bevoegdheden. Ik ben geen superwoman. Ik heb gekwalificeerde medewerkers nodig. Ik wou dat fatsoenlijk organiseren. Ik werf mijn medewerkers zelf aan, om de onafhankelijkheid te verzekeren. Ik heb het gedaan met een openbare oproep en met een externe jury. Dat is belangrijk voor de geloofwaardigheid, maar dat neemt tijd. Je mag geen fouten maken.

En toch maakte u, helemaal in het begin van uw Brusselse mandaat, misschien wel een inschattingsfout. U heeft Claude Archer een klokkenluidersstatuut gegeven, dat u nadien weer introk. De man verloor zijn baan op de dienst Huisvesting nadat hij een aantal zaken over de huurtoelage aan de kaak had gesteld. Vervelend?
De Bruecker
: (Rustig) Dat was helemaal niet vervelend. Ik ben hier helemaal op mijn gemak mee. Wat is de bedoeling van het klokkenluidersstatuut? Wie ernstige inbreuken vaststelt, moet die kunnen melden zonder vrees voor sancties. Hij of zij kan die intern melden, of extern, bij de ombudsvrouw. Zodra ze dat gemeld hebben, genieten ze van een beschermingsstatuut, vergelijkbaar met wat vakbondsafgevaardigden kennen. Als er dan toch een maatregel komt die als sanctie wordt ervaren (in dit geval heeft de dienst Huisvesting het stagecontract van Claude Archer beëindigd, SVG), onderzoekt de ombudsvrouw of die maatregel verband houdt met de melding van de inbreuk. De bewijslast ligt bij de administratie. Die moet kunnen aantonen dat er géén verband is tussen de maatregel en het melden van de inbreuk. Die bewijzen waren er. Dus kon ik in eer en geweten beslissen dat de bescherming als klokkenluider niet van toepassing was voor deze maatregel.

Het is ook een kwestie van evenwicht. Ambtenaren moeten zonder vrees voor represailles inbreuken kunnen melden, maar de administratie moet ook kunnen functioneren.

Een ombudsdienst staat of valt met de onafhankelijkheid ervan. U heeft zelf een verleden bij de PS. Bij uw aanstelling als federale ombudsvrouw was daar wel wat animo over. Hoe onafhankelijk bent u eigenlijk?
De Bruecker:
Ik was meer dan twintig jaar geleden inderdaad juriste bij de PS-fractie van het Brussels parlement, maar sinds 2000 heb ik geen enkele link meer met de PS, of met welke andere partij ook. Ik ben vijftien jaar de federale ombudsvrouw geweest en er is in die tijd geen begin van poging geweest om mij te beïnvloeden.

Er zijn ook waarborgen ingebouwd in de wetgeving, die de internationale standaarden volgen, om de onafhankelijkheid te garanderen. Ik mag tijdens mijn mandaat niet afgezet worden, behalve bij zware fout. Maar dan nog moet het parlement daar met een tweederdemeerderheid over beslissen.

Ten tweede mag ik geen enkele instructie ontvangen van welke instelling dan ook. Ik heb een eigen budget, kies mijn eigen personeel en heb dat zo transparant mogelijk gedaan. Tot slot mag ik geen andere bezoldigde functies uitoefenen zonder toestemming van het parlement. Ik wil er ook op wijzen dat het parlement mij vrijwel unaniem heeft aangesteld.

U wil ook mogelijke integriteitsschendingen binnen de Brusselse administratie kunnen onderzoeken en werkt daarvoor met experten in forensisch onderzoek. Hoever reikt uw arsenaal aan middelen in dit soort onderzoeken?
De Bruecker:
Het gaat om onderzoeken naar bijvoorbeeld fraude bij openbare aanbestedingen, of disfuncties en misbruiken allerhande waarmee het algemeen belang geschaad wordt. We mogen hiervoor een aantal onderzoekstechnieken gebruiken, zoals bijvoorbeeld kijken in de computerbestanden van een administratie. We hebben iemand in dienst die daar de kwalificaties voor heeft. Wij mogen ook in elke administratie binnenstappen en kopieën van de documenten opvragen. Dat heb ik in mijn vorige mandaat ook gedaan. Zodra er strafrechtelijke inbreuken zijn vastgesteld, moet ik dat natuurlijk doorsturen naar het parket.

Ondertussen heeft het Brussels Gewest de Europese richtlijn voor het klokkenluidersstatuut nog altijd niet omgezet. Dat was nochtans sinds eind vorig jaar verplicht. U ging hier werk van maken. Hoe staat het daarmee?
De Bruecker
: Geen enkele deelstaat in België heeft die al omgezet, behalve de Duitstalige Gemeenschap. Een deel van het klokkenluidersstatuut is al geregeld in de Brusselse wetgeving op de ombudsdienst. Dus, sinds ik ben aangesteld is er een extern meldkanaal voor wie een beroep wil doen op een klokkenluidersstatuut.

Wat nog ontbreekt is het interne meldkanaal, binnen de administratie, mét een beschermingsstatuut. Voor zover ik weet heeft minister Sven Gatz (Open VLD) hierover een ontwerp van ordonnantie klaar en het parlement zal die in het najaar bespreken.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?