analyse

Het Brusselse coronabeleid gewogen: geroeid met de riemen die er waren

15 april 2020: Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) en zijn Vlaamse collega Jan Jambon (N-VA) op de persconferentie na de bijeenkomst van de nationale veiligheidsraad inzake coronamaatregelen om de ziekte covid-19 in te dijken.© PhotoNews

Deed het Brusselse beleid het eigenlijk goed bij de aanpak van de Covidcrisis? Een rondvraag bij de gezondheidssector, de woonzorgcentra en de lokale politiek levert naast enkele uithalen een opvallend mild oordeel op. “Binnen de eigen bevoegdheden heeft Brussel gedaan wat het kon.”

Na twee maanden Covidcrisis is de balans in Brussel nog steeds zwaarder dan in de andere gewesten. Toch wat het aantal overlijdens aangaat: het Hoofdstedelijk Gewest is vandaag goed voor 15 procent van het totale aantal coronadoden in ons land.

Dat is een veel kleiner aandeel dan in het begin van de crisis, toen Brussel een tijdje de helft van alle overlijdens telde. Maar het is ook beduidend meer dan de 11 procent die de Brusselaars uitmaken in de Belgische bevolking.

Ook communicatief lijken er soms vuiltjes aan de lucht. Zo klinkt er al eens kritiek op de Brusselse regering en dan vooral op minister-­president Rudi Vervoort (PS). Voor heel wat waarnemers is die te onzichtbaar in de ongeziene crisissituatie waarin we ons vandaag bevinden.

Het beste voorbeeld daarvan zou de recente persconferentie van de Nationale Veiligheidsraad zijn. Behalve een resem andere politici nam daar zelfs de minister-president van de Duitstalige gemeenschap het woord, terwijl Vervoort zweeg.

Ministers-president Oliver Paasch (Duitstalige gemeenschap), Rudi Vervoort (Brussel) en eerste minister Sophie Wilmès op de persconfrentie na de Nationale Veiligheidsraad van vrijdag 24 april 2020
© PhotoNews
| Ministers-president Oliver Paasch (Duitstalige gemeenschap), Rudi Vervoort (Brussel) en eerste minister Sophie Wilmès op de persconfrentie na de Nationale Veiligheidsraad van vrijdag 24 april 2020. Voor heel wat waarnemers is Vervoort te onzichtbaar in de ongeziene crisissituatie waarin we ons vandaag bevinden.

Maar het meest werd de regering misschien nog onder vuur genomen omdat het beleid niet altijd even krachtig lijkt. Zo beslisten tal van Brusselse burgemeesters op eigen houtje maskers te kopen, aangezien het Gewest talmde.

Catastrofe in woonzorgcentra

Maar hoe kijken de sectoren in de vuurlinie naar de manier waarop Brussel het federale beleid hier vertaalt? “Het hogere aantal overlijdens zou ik alvast niet te snel in de schoenen van het beleid schuiven,” veegt Philippe Leroy, directeur van het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis, het eerste punt van tafel.

Zijn ziekenhuis is een van de twee nationale referentieziekenhuizen in de strijd tegen het coronavirus. “Brussel is nu eenmaal veel dichter bevolkt dan veel andere streken. Je afzonderen is dan moeilijker, waardoor het virus sneller circuleert. Dat weegt misschien wel het zwaarst door.”

Alain Maron (Ecolo) geeft op 12 maart 2020 toelichting voor de pers bij de coronabesmettingen in rusthuis Ter Kameren in Watermaal-Bosvoorde
© PhotoNews
| Brussels Minister Alain Maron (Ecolo) geeft op 12 maart 2020 toelichting voor de pers bij de coronabesmettingen in rusthuis Ter Kameren in Watermaal-Bosvoorde.

Waar Leroy het moeilijker mee heeft, is de manier waarop het Gewest de afgelopen maanden de crisis beheerde. Of om preciezer te zijn: hoe de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) dat deed. Voor een goed begrip: de GGC is de beleidsstructuur voor bicommunautaire bevoegdheden, die de twee gemeenschappen in Brussel aangaan dus.

Het college van die GGC bestaat uit Brusselse ministers, en Alain Maron (Ecolo) is er bevoegd voor Gezondheid (in theorie samen met Elke Van den Brandt (Groen), in de praktijk werd afgesproken dat hij de bevoegdheid uitoefent). Het maakt van hem de Brusselse gezondheidsminister. De GGC is in Brussel met name bevoegd voor de meeste rusthuizen.

“Als ziekenhuizen hebben we de voorbije maanden een aantal belangrijke boodschappen doorgegeven aan de GGC, legt Leroy uit.

“Zo heb ik half maart al gewaarschuwd dat er een groot probleem zat aan te komen in de woonzorgcentra, en ook waarom: door problemen met de personeelsbezetting, het gebrek aan beschermingsmateriaal en de transfers tussen ziekenhuis en rusthuizen die nieuwe besmettingen konden veroorzaken. Maar op dat schrijven heb ik niet eens een antwoord gekregen van het kabinet-­Maron. Dat getuigt niet echt van een goed beheer van de crisis.”

Leroy heeft overigens niet alleen kritiek. “Voor een aantal kwetsbare doelgroepen, zoals daklozen en drugsverslaafden, heeft men wél de koe bij de horens gevat.”

Philippe Leroy 6 BRUZZ ACTUA 1700
© Bart Dewaele
| “Het hogere aantal overlijdens zou ik alvast niet te snel in de schoenen van het beleid schuiven,” zegt Philippe Leroy, directeur van het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis.

Stedelijke exitstrategie

Ook de Nederlandstalige huisartsen zijn niet onverdeeld gelukkig over de aanpak van de pandemie in Brussel. “Het algemene gevoel is toch dat we geweldig achter de feiten aangehold hebben,” vat voorzitter Vincent Janssens van de Brusselse Huisartsen Kring (BHAK) samen.

“Zo is het bijvoorbeeld al een hele tijd duidelijk dat we de bewoners zullen moeten aansporen om zelf maskers te maken. Maar het blijft maar wachten op een duidelijke boodschap van het Gewest.”

Sociale woningen in Brussel
© PhotoNews
| “De huidige exitstrategie gaat er sterk van uit dat mensen wel hun gezond verstand zullen gebruiken en de regels volgen. Maar in een gewest als Brussel is dat geen evidentie. Je zit hier met kleinere behuizing, nauwe straten, veel straatleven, verschillende culturele achtergronden en een gebrek aan kennis bij veel mensen.”

Janssens mist bovenal een helder aanspreekpunt, “een persoon met een stem die doorweegt en die dé Covidmanager is van het gewest. In de plaats krijgen we vage overlegorganen die verwarrend communiceren.”

De kringvoorzitter had ook graag gezien dat Brussel wat meer doorweegt op de federale besluitvorming. “De huidige exitstrategie gaat er sterk van uit dat mensen wel hun gezond verstand zullen gebruiken en de regels volgen.

Maar in een gewest als Brussel is dat geen evidentie. Je zit hier met kleinere behuizing, nauwe straten, veel straatleven, verschillende culturele achtergronden en een gebrek aan kennis bij veel mensen.”

Hoe zo’n meer stedelijke exitstrategie er dan had kunnen uitzien? “Ik weet niet of we het openbaar vervoer dan zo snel hadden opgestart,” zegt Janssens. “En we hadden wellicht nog veel meer in verschillende talen kunnen doen. Ook een referentiepersoon per gemeenschap lijkt me een idee dat we moeten overwegen, een persoon die mensen vertrouwen.”

Ultraperformant

Niet iedereen is even scherp voor het Brusselse beleid. Vooral binnen de sector van de woonzorgcentra klinkt begrip voor de manier waarop de GGC en haar piepjonge zorgadminstratie Iriscare (opgericht eind 2017 na de zesde staatshervorming) de crisis te lijf gingen. Echt onbegrip klinkt er vooral voor de federale aanpak.

20UItreiking van de prijs van Overheidsmanager 2017 door dde Vlaamse Vereniging voor Bestuur en Beleid (VVBB) aan Tania Dekens (FAMIFED, Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag), links op de fpoto naast Maggie De Block
© PhotoNews
| UItreiking van de prijs van Overheidsmanager 2017 door de Vlaamse Vereniging voor Bestuur en Beleid (VVBB) aan Tania Dekens, links op de foto naast Maggie De Block. Ze was toen administrateur-generaal van het Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag. Vandaag staat ze aan het hoofd van Iriscare.

“Iriscare is een ultraperformante organisatie gebleken.” Vincent Frédéricq, secretaris-generaal van de privérusthuizen van België, struikelt haast over de complimenten voor de organisatie die geleid wordt door Tania Dekens. Frédéricq zit ook in het algemeen beheerscomité van Iriscare.

“Het bleek een buitengewoon efficiënte aankoopmachine, of het nu voor maskers, gel of beschermende pakken was. Er werd ook heel nauw contact gehouden met de woonzorgcentra. Wie met besmettingen zat, kreeg bijvoorbeeld twee keer per dag een telefoontje om te kijken of er wat nodig was. En die mensen waren ook dag en nacht bereikbaar. Waarlijk een voorbeeld voor een overheidsdienst.”

De secretaris-generaal wijst erop dat de cijfers in Brussel dan ook gunstiger uitvallen dan in de rest van het land, toch wat het aantal besmettingen in rusthuizen aangaat. “In het begin hadden we grote clusters, ja. Maar nu we een kleine helft van de bewoners getest hebben, blijkt maar 9 procent positief.

Dat is minder dan we gevreesd hadden en ook minder dan de 12 procent in Vlaanderen.” (Stand van zaken van donderdag 30 april, red.)

Over het federale beleid is Frédéricq minder enthousiast. Te weinig beschermmateriaal en te lang gewacht met de uitbreiding van het aantal testen, luidt het oordeel, waar hij overigens niet alleen mee staat.

De lof voor Iriscare horen we herhaaldelijk. Ook Myriam Bodart van Infor-Home, het Brusselse observatorium voor de woonzorgcentra, zit op die golflengte. Ze wijst er ook op dat de rusthuizen voor iedereen relatief lang onder de radar zijn gebleven.

“Onlangs hoorde ik een arts nog zeggen dat we twee epidemieën hebben gehad: lange tijd lag de hele focus op de ziekenhuizen: was daar genoeg capaciteit, materiaal en personeel? Pas daarna heeft men beseft welk drama zich ondertussen in de rusthuizen afspeelde.”

December 2017: conferentie van Brusselse burgemeesters Hervé Doyen (Jette), Marc-Jean Ghyssels (Vorst), Charles Picqué (Sint-Gillis) en Philippe Close (Brussel-Stad)
© PhotoNews
| December 2017: Jets burgemeester Hervé Doyen, hier uiterst links op een conferentie van Brusselse burgemeesters in 2017, betreurt vooral dat hij als burgervader amper info kreeg over de rusthuizen in zijn gemeente.

‘Vliegtuig zonder piloot’

Het begrip voor de Brusselse aanpak klinkt zelfs door bij burgemeesters van partijen die gewestelijk in de oppositie zitten. “Uiteindelijk zijn we allemaal verrast door de crisis, dat geldt dus ook voor de GGC,” vindt bijvoorbeeld Jets burgemeester Hervé Doyen (CDH). Die betreurt vooral dat hij als burgervader amper info kreeg over de rusthuizen in zijn gemeente.

“Dat was ook niet voorzien, maar zou in de toekomst toch beter moeten. Er is nood aan een contactpunt tussen GGC, gemeenten en rusthuizen. Want als puntje bij paaltje komt, doet men toch een beroep op ons, bijvoorbeeld voor de verdeling van beschermingsmateriaal.”

Ook Doyens Etterbeekse collega Vincent De Wolf (MR) wil niet meteen met scherp schieten. “De gewestelijke veiligheidsraad, met de bevoegde ministers, de burgemeesters, de korpschefs en de veiligheidsambtenaren van het gewest, functioneert goed,” vindt De Wolf, die net als zijn collega niet nalaat om het belang van de gemeenten te benadrukken.

“Bij elke crisis die ik al beleefd heb – en dit is de belangrijkste – denk ik: wat een geluk toch dat we de gemeenten hebben. Deze situatie kan je niet gewoon op gewestniveau regelen. Neem nu hier: voor het paasweekend heb ik persoonlijk de ronde van alle rusthuizen gedaan en daarna maatregelen genomen waar nodig, in overleg trouwens met Iriscare.”

Vincent De Wolf (MR) bij de eedaflegging van de nieuwe Brusselse parlementsleden op 11 juni 2019
© Kevin Van den Panhuyzen-BRUZZ
| Vincent De Wolf (MR), burgemeester van Etterbeek: “De gewestelijke veiligheidsraad, met de bevoegde ministers, de burgemeesters, de korpschefs en de veiligheidsambtenaren van het gewest, functioneert goed.”

Al was het maar om zich bij de federale maatregelen aan te sluiten. Ik heb het ook voor de crisis al vaak gezegd: er is niet echt een piloot in het Brusselse vliegtuig.”

De Etterbeekse burgervader is ten slotte wat teleurgesteld over de snelheid waarmee de GGC uiteindelijk stoffen maskers bestelde. “Dat bleef maar duren. Ik heb tien dagen geleden zelf een bestelling geplaatst voor mijn gemeente. Ik kon niet blijven wachten.”

De Wolf is niet de enige burgemeester die sneller schakelde en zelf ging inkopen. Die verspreide slagorde valt onder meer in slechte aarde bij Bianca Debaets (CD&V). Het Brussels parlementslid vindt het moeilijk te vatten dat sommige inwoners een mondmasker krijgen en de buren aan de overkant van de straat niet.

“Hetzelfde geldt voor steunmaatregelen en gratis telefoonnummers die verschillen per gemeente. Dat veroorzaakt vooral frustratie en verwarring. Rudi Vervoort mist daar opnieuw een gelegenheid om zich een sterke leider te tonen.”

‘Geld nodig voor grootschalige bouwplannen’

Hadewig De Corte, Algemeen directeur van het Sint-Jansziekenhuis

De dienst spoedgevallen van kliniek Sint-Jan in Brussel-Stad
© PhotoNews
| Hadewig De Corte, de algemeen directeur van het Sint-Jansziekenhuis, hoopt vooral dat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie snel over de brug komt met financiële steun.

Hadewig De Corte, de algemeen directeur van het Sint-Jansziekenhuis, hoopt vooral dat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie snel over de brug komt met financiële steun. De GGC is immers bevoegd voor de financiering van ziekenhuisinfrastructuur in het gewest.

“We hebben ambitieuze investeringsplannen in onze gebouwen, voor 120 miljoen euro. Het belangrijkste deel van de financiering moet van de GGC komen. We hopen dat er nu snelle garanties komen voor dat bedrag, anders kunnen we die noodzakelijke plannen echt niet uitvoeren.”

De Corte begrijpt dat Gewest en GGC de rusthuisepidemie niet meteen hebben erkend. “Dat was uiteindelijk een probleem dat in het hele land onderschat is. Tegelijk vindt ze dat Brussel vaak een wat reactieve houding aannam in de crisis. “Wat meer samenwerking met de ziekenhuiskoepels lijkt me bijvoorbeeld wel een goed idee.”

De directeur mist ook een krachtige politieke stem in Brussel over corona.

“Ik denk dat de politiek de nationale richtlijnen wat nadrukkelijker mag vertalen naar Brussel en ook wat meer mag wegen op de nationale beslissingen.”

Jean-François Culot (CDH), OCMW-voorzitter van Sint-Agatha-Berchem
© Jean-François Culot
| Jean-François Culot (CDH), OCMW-voorzitter van Sint-Agatha-Berchem: “Er is vandaag te weinig medische kennis in de rusthuizen.”

‘Personeelsnormen voor rusthuizen herdenken’

Jean-François Culot, OCMW-voorzitter van Sint-Agatha-Berchem

Als OCMW-voorzitter van Sint-Agatha-Berchem beleefde Jean-François Culot (CDH) de coronacrisis de voorbije maanden van nabij.

Zijn rusthuis Bloemendal haalde immers al snel het nieuws door het hoge aantal overlijdens. De Covidstorm is ondertussen gaan liggen, volgens Culot. “We hebben nog vier patiënten en die zijn aan de beterhand.”

Bloemendal
Woonzorgcentrum Bloemendal in Sint-Agatha-Berchem haaldeal snel het nieuws door het hoge aantal overlijdens tijdens de corona-pandemie.

Culot trekt verschillende lessen uit de coronacrisis. “Het lijkt me bijvoorbeeld duidelijk dat we zullen moeten praten over de personeelsnormen in de rusthuizen, zowel qua aantallen als qua opleiding. Er is vandaag te weinig medische kennis in de rusthuizen.”

De voorzitter hoopt ook dat de sector van de woonzorgcentra kan evolueren naar structuren met kleinere leefgemeenschappen, waarin de kans op de snelle verspreiding van een epidemie heel wat kleiner is.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?