reportage

Begrafenisondernemer in tijden van corona: ‘Ik heb vaak zin om met de familie te huilen'

1706 Funerarium 3 Sint-Agatha Berchem Goossens© Saskia Vanderstichele

De coronacrisis haalt niet alleen het doen en laten van de levenden overhoop. Ook na de dood laat de pandemie zijn sporen na. Crematoria draaien op volle toeren en begrafenisondernemers weten amper nog waarheen met de nieuwe lichamen. “De klop voor de nabestaanden zal later komen: Hoe hebben wij papa toch moeten begraven?”

Het moeten er een vijftigtal zijn. Helemaal aan de achterzijde van het kerkhof van SintAgatha-Berchem staat een dubbele rij eenvoudige houten kruisen, op een lange strook vers omgegraven grond. Stille getuigen van wat de coronacrisis heeft aangericht in de Brusselse gemeente waar het aantal - bekende - coronabesmettingen het hoogst ligt.

“Normaal gezien worden die graven een per een aangelegd, maar de voorbije weken waren er zoveel overlijdens dat men één grote sleuf heeft gegraven,” vertelt begrafenisondernemer Thierry Hulsmans.

“Onder zeker vijftien van die kruisen liggen klanten van ons.” We bevinden ons op het deel van het kerkhof met de vijfjarenconcessies, de goedkoopste formule. Wie hier begraven ligt, beheerde in de regel niet meer zijn eigen zaken, maar stond onder bewind, legt Hulsmans uit, waardoor de afhandeling vaak via advocaten liep.

“Dan wordt al snel voor de voordeligste formule gekozen, zeker in een periode waarin er geen kerkceremonies meer zijn. Vandaar ook de houten kruisen. Voor vijf jaar kopen mensen geen grafsteen.”

1706 Funerarium 2 Sint-Agatha Berchem Goossens
© Saskia Vanderstichele
| Funerarium Goossens-Hulsmans in Sint-Agatha Berchem.

De vijftien op het kerkhof zijn maar een fractie van het aantal uitvaarten dat Hulsmans de voorbije maanden verwerkte.

“Voor ons is dit du jamais vu. In een normale maand behandelen wij een veertigtal overlijdens, maar vandaag zitten we al aan negentig en het is nog maar 22 april. Ik leid deze zaak samen met mijn zus. Als er een nieuwe klant is, sturen we elkaar normaal een whatsappje met een kisticoontje.We zijn daarmee gestopt, het zijn er gewoon te veel.”

Voor de zaakvoerder zijn het vermoeiende dagen. “Vaak ben ik al om 6 uur op de baan met lichamen voor het crematorium. En zelfs zondag ben ik de hele dag naar kantoor gekomen: naamplaatjes laten bijmaken, schoonmaken ...”

Bloemen noch rouwmaaltijden

Het verhaal van de kruisen maakt snel duidelijk dat de uitvaartsector niet meteen rijk wordt van de coronacrisis. “‘Jullie verdienen zeker goed je boterham.’ We horen het deze dagen weleens. Zo eenvoudig is het niet. Die vele uitvaarten omvatten vandaag veel minder dan in normale omstandigheden: geen rouwbrieven, geen bloemen, geen kerkdiensten, geen rouwmaaltijden. Die mensen waren vaak al verzwakt en velen zouden wellicht de eerstkomende jaren overleden zijn, mét ceremonie. De volgende jaren zullen we daardoor duidelijk minder inkomsten hebben.”

1706 Funerarium 6 crematorium Ukkel
© Saskia Vanderstichele
| Na de dood van de 92-jarige moeder: rouwen aan het crematorium met blauwe regen uit eigen tuin.

Hulsmans neemt ons mee naar zijn funerarium nabij het Schweitzer plein. Direct naast de rouwruimte, achter een sober gordijn, bevinden zich de koelkasten met de lichamen. In normale tijden volstaan de twaalf plekken ruimschoots.

Vandaag is de koelkast niet alleen volzet. Nog eens dertig stoffelijke overschotten zijn verdeeld over koelwagens die de ondernemer in allerijl heeft gehuurd. Als de zaakvoerder een van de koelkasten opent, zien we gevulde lijkzakken en kisten. ‘Covid-19’, lezen we op een zak.

“De meeste coronadoden komen uit de woonzorgcentra in de buurt,” zegt hij. “De directies beweren vaak dat het om mensen gaat die aan iets anders overleden zijn. Maar als we dan op de papieren kijken, zien we dat het wel degelijk verdachte gevallen zijn. Zo brengen ze ons in gevaar.”

Het besmettingsrisico is reëel, beseft Hulsmans. Via de lichamen, die nog enkele dagen na het overlijden het virus kunnen verspreiden. En via de nabestaanden, die in contact kwamen met de overledene. “We beschermen ons zo goed we kunnen. Als we de lichamen moeten aanraken, doen we bijvoorbeeld vier paar handschoenen boven elkaar aan. Na elke risicovolle handeling doen we dan een paar handschoenen uit, dat is makkelijker en veiliger dan voortdurend wisselen.”

1706 Funerarium 4 Sint-Agatha Berchem Goossens
© Saskia Vanderstichele
| Thierry Hulsmans in zijn funerarium: “Covid-19slachtoffers krijgen een dubbele lijkzak.”

Alleen in de kerk

De uitvaartondernemer mag dan veiligheids- en financiële zorgen hebben, het zwaarst weegt misschien nog wel het leed van de nabestaanden. “We kunnen ze niet eens een hand geven om ze sterkte te wensen. Of neem nu de ceremonies die tot vijftien mensen beperkt zijn. In het begin van de crisis (toen kerkdiensten nog konden, red.) hadden we nog zo’n dienst in de basiliek van Koekelberg, de grootste kerk van het land. Dat is toch triest? Een keer had ik zelfs een plechtigheid waar welgeteld één vrouwtje in de kerk zat.”

1706 Funerarium 5 Begraafplaats Sint-Agatha Berchem Goossens
© Saskia Vanderstichele
| Een vijftigtal verse graven op het kerkhof van Sint-Agatha-Berchem: “Wie onder bewind staat krijgt vaak een goedkopere begrafenis, zonder grafsteen.”

De echte impact voor de nabestaanden komt nog, denkt Hulsmans. “Direct na een overlijden is het altijd heel druk en is er veel praktisch te regelen. De klop zal voor later zijn, als mensen beseffen dat hun dierbaren hun laatste dagen alleen hebben moeten doorbrengen en hoe beperkt ze de uitvaart hebben moeten houden. ‘Hoe hebben wij papa of mama toch moeten begraven?’ Echt waar, voor mij mag deze crisis vlug voorbij zijn.” Maryem Meknassi begrijpt helemaal wat haar collega bedoelt.

De directiesecretaresse van de Islamitische Begrafenisonderneming van België ontmoet dagelijks nabestaanden in het kantoor in de Marollen. “De gezinnen zijn echt verscheurd, ik heb vaak zin om met hen mee te huilen.” Meknassi zag het aantal Brusselse overlijdens de voorbije weken verviervoudigen. “Van twee tot drie tot een tiental per dag.”

1706 funerarium 14 crematorium Ukkel
© Saskia Vandesrtichele
| Het funerarium/crematorium van Ukkel.

Voor moslims hakt de coronacrisis er extra hard in, legt Meknassi uit. “De meeste ouderen willen graag begraven worden in hun land van herkomst en hebben dat ook uitdrukkelijk geformuleerd in hun laatste wilsbeschikking.

Voor Turkije kan dat nog, maar Marokko laat het niet toe. Die wens van een overleden familielid is erg belangrijk in de moslimcultuur. Die niet te kunnen vervullen, weegt echt zwaar op de nabestaanden.”

Noodgedwongen worden de overleden moslims dan maar begraven op plekken waar dat wel kan, zoals op de multiconfessionele begraafplaats van Schaarbeek. Of ze later nog naar Marokko kunnen worden overgevlogen? “Op dit moment laat het reglement opgraven niet toe, de moslims wilden dat ooit zo. Maar misschien is een aanpassing mogelijk.”

Veel meer overlijdens, dat betekent ook alle hens aan dek in het crematorium in Ukkel aan de Stiltelaan. Op en voor de lange oprijlaan is een vijftal kleine groepjes rouwenden in gesprek. “Dat is nog niets tegenover vanochtend, toen stond de laan vol,” vertelt een personeelslid. “Mensen blijven uren praten en we hebben ze uiteindelijk moeten vragen om te vertrekken.”

1706 Funerarium 13 crematorium Ukkel
© Saskia Vanderstichele
| De begraafplaats van Ukkel.

Rouwpicknick met blikje

Vooral één gezelschap trekt onze aandacht. De rouwenden staan op de parking rond een autokoffer, belegde broodjes en blikjes limonade in de hand. Rouwmaaltijden mogen dan verboden zijn, eten is dat niet. Crematoriumdirecteur Xavier Godart knikt als we hem over de rouwpicknick vertellen.

“Ik zag daar ook al mensen met grote frigoboxen. De mens is een flexibel wezen. Wie ben ik om dat te veroordelen?” Het crematorium draait in deze tijden op volle toeren. De directeur heeft de capaciteit van de ovens drastisch opgevoerd en koelwagens bijbesteld waarin kisten wachten.

Toch is het vandaag minstens een week wachten op een crematie met ceremonie en een tiental dagen als het niet rond 8 uur ’s morgens kan. En zonder de kruisen op het kerkhof van onder meer Sint-Agatha- Berchem waren het er wellicht meer. “We zijn meer gaan begraven, omdat de druk op de crematoria zo hoog is,” hoorden we eerder van begrafenisondernemer Hulsmans.

Vanuit zijn kantoor heeft directeur Godart ondertussen een uitstekend uitzicht op de rouwgezelschappen die af en aan lopen. De groepjes komen voor een ceremonie met beperkingen: maximaal vijftien minuten met evenveel bezoekers. In de praktijk is de opkomst meestal kleiner: gemiddeld zeven bezoekers voor een dienst, terwijl het er anders 28 zijn, weet de directeur.

Nood aan ritueel

“Kijk, ze lopen dicht bij elkaar, houden elkaar vast.” Godart wijst naar de oprijlaan. “Tegen de regels, maar wij zijn geen politieagenten.” Het is een aartsmoeilijke afweging voor het beleid, beseft de directeur. “Rationeel kan je zeggen dat die ceremonies een risicofactor zijn voor de verspreiding van het virus, zelfs mét de huidige beperkingen. Maar emotioneel zijn die momenten natuurlijk wel belangrijk.”

Want de tijd dat er amper nog aandacht was voor een uitvaart ligt alweer decennia achter ons, weet Godart. “Jean Cocteau zei ooit: ‘Le vrai tombeau des morts c’est le coeur des vivants.’ Dat is veranderd, mensen willen weer een echt ritueel om afscheid te nemen.”

Over trauma’s bij de nabestaanden maakt Godart zich minder zorgen dan uitvaartondernemer Hulsmans. “Niet echt afscheid in het ziekenhuis of rusthuis kunnen nemen lijkt me nog zwaarder. De beperkingen dienen een hoger doel: samen het virus bedwingen. En voor de rest citeer ik graag een boeddhistische monnik: ‘Die overledene wil echt niet dat jij nu je leven verpest.’”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?