interview

Kersvers minister Elke Van den Brandt: 'Ik wil overleg én resultaten'

Elke Van den Brandt (Groen), kersvers minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid in de Brusselse regering Rudi Vervoort III..© Saskia Vanderstichele

Vier maanden geleden was ze nog parlementslid zonder bestuurservaring, vandaag is Elke Van den Brandt (39) het Nederlandstalige zwaargewicht in de Brusselse regering. De kersverse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid weet nochtans wat ze wil en hoe ze dat wil. “Als je tien mensen rond de tafel brengt, krijg je een betere oplossing én een draagvlak.”

Wie is Elke Van den Brandt?

  • Geboren in 1980 in Borgerhout
  • Verhuist op achttienjarige leeftijd naar Brussel
  • Studeert ommunicatiewetenschappen aan de VUB
  • Brussels parlementslid 2009-2014
  • Is een tijdlang ondervoorzitster Groen
  • 2014-2019: Vlaams Parlementslid
  • Sinds de zomer Brussels minister van Mobiliteit, Openbare werken en Verkeersveiligheid
  • Moeder van twee
  • Woont in Ganshoren

Plaats van afspraak is het café van de Belgian Chocolate Village, in het statige ontvangstgebouw van de voormalige chocolade­fabriek Victoria. Elke Van den Brandt kent de buurt als haar broekzak. Ze woont dan ook vlakbij, aan het Elisabethpark, de plek waar ook Bar Elisa ontstond. Het initiatief van buurtbewoners die zelf de handen uit de mouwen staken mag voor haar gerust symbool staan voor hoe ze in Brussel aan politiek wil doen: mét de bewoners en een royale portie overleg. “Maar laat het duidelijk zijn: we zullen ook resultaten boeken.”

Hoe verplaatst u zich in Brussel?
Elke Van den Brandt: Dat varieert in functie van het weer, of ik hakken aan heb, kinderen bij me heb. Dat is voor vele Brusselaars zo. Soms neem ik een fiets of zo’n elektrische deelfiets, soms neem ik de metro. Of soms fiets ik tot aan de metro. De auto neem ik zelden.

En is de nieuwe voogdijminister tevreden over haar openbaar vervoerstraject?
Van den Brandt: Jawel, maar ik zou het mobiliteitsaanbod graag nog verder uitbreiden. En het zou ook handig zijn als de verschillende mobiliteitsopties ergens gebundeld zijn. In het regeerakkoord hebben we het daarom over een applicatie waarin die deelfietsen, de metro en de trein samenzitten. Dan kan je heel gemakkelijk zien wat nu echt het snelste is zonder dat je vier verschillende apps moet openen.

Hoe vindt u de fietsinfrastructuur?
Van den Brandt: Daar is nog werk aan, zeker als het over kinderen gaat. Je moet die veilig in het verkeer kunnen laten gaan. Nu merken we dat er vaak stukken fietspad zijn die dan dat ene kruispunt, bijvoorbeeld Sainctelette, kruisen, waar het totaal niet te doen is. Als die knooppunten niet aangepakt zijn, blijft de route onveilig.

De aanpak van zwarte punten staat in het regeerakkoord, maar wat gaan jullie concreet meer doen dan de vorige ploeg? Die lijst gaat al een aantal jaar mee.
Van den Brandt: Van die 24 zwarte, gewestelijke punten zijn er acht aangepakt. Dat tempo moet omhoog, al is het met tijdelijke maatregelen. Ongevallen puur door de verkeersonveiligheid en verkeersinfrastructuur die niet in orde is, dat kunnen we niet laten gebeuren. Daarom vind ik het interessant dat ik nu Mobiliteit, Openbare Werken én ook Verkeersveiligheid heb. Bij iedere heraanleg van een straat moet je verkeersveiligheid als prioriteit nemen.

Elke Van den Brandt (Groen) bij de collega's van BX1

U woont in Ganshoren. Woont u daar graag?
Van den Brandt: Heel graag. Ik woon vlak bij het Elisabethpark, een park waar heel veel in broeit. Je hebt er Bar Elisa, met buurtbewoners die hier samen iets willen doen. Je merkt dat in heel Brussel. De bevolking heeft veel goesting om mee na te denken. Kijk naar de burgerbewegingen, Filter Café Filtré en 1030/0. Die wil om mee te bouwen moeten we absoluut versterken. Je krijgt zo een soort eigenaarschap over je wijk, mensen ontmoeten elkaar sneller en het levert een warmere samenleving op. Burgerbewegingen komen ook met oplossingen en zijn een cadeau voor de overheid.

Elke Van den Brandt def 2 BRUZZ ACTUA 1676
© Saskia Vanderstichele
| Elke Van den Brandt (Groen): "Als we al die vervoersmodi in één systeem met één app integreren, dan overstijgt dat liefst de grenzen van Brussel."

Naar wie kijkt u op in de politiek?
Van den Brandt: De premiers van Canada en Nieuw-Zeeland werken heel verbindend. Men heeft mij ook al een paar keer vergeleken met Ada Colau. Zij voert een kracht­dadig en heel zichtbaar beleid als burgemeester in Barcelona, maar wel met een zekere zachtheid en veel zin voor samenwerking.Dat vind ik een inspirerende manier om aan politiek te doen, zeker in Brussel, waar veel niveaus samen­komen. Kijk naar verkeersveiligheid. Als je het slachtoffer bent van een verkeersongeval, kan het je geen knijt schelen of dat nu een gewestweg of een gemeenteweg is.

Toen we het regeerakkoord door­namen, lazen we 37 keer het woord ‘vrouw’. Dat moet een Belgisch record zijn. Zit u daar voor iets tussen?
Van den Brandt: (lacht) Werken via vrouwen - zeker via moeders – is vaak een heel krachtig instrument om aan een leefbare stad te bouwen. Ik denk dat wij de verschillen tussen mannen en vrouwen soms onderschatten.

Er is bijvoorbeeld sprake van een gendergerichte aanpak van de mobiliteit. Hoe kan die eruitzien?
Van den Brandt: Als we onze mobiliteit op een andere manier willen organiseren, moeten we ook goed begrijpen hoe mensen zich verplaatsen. Er is bijvoorbeeld een genderverschil op het vlak van het veiligheidsgevoel in het openbaar vervoer. We merken ook dat vrouwen minder fietsen dan mannen. We moeten zien hoe dat komt. Vrouwen nemen bijvoorbeeld nog altijd meer zorgtaken op zich. Wat betekent dat voor wie de kinderen naar school brengt?

De Brusselse kilometerheffing waarover we enkele weken geleden berichtten, leidde tot een eerste politieke stormpje. Ondertussen is er een Waals regeerakkoord dat nergens rept over de kilometerheffing. De kans op een akkoord met de andere gewesten lijkt toch klein?
Van den Brandt: Ik ben optimistisch. De Waalse onderhandelaars hebben gezegd dat ze met Brussel in dialoog willen gaan. Ik wacht nog op de vorming van een Vlaamse regering. Zo lang er geen nee is, hoop ik dat we aan een ja kunnen werken. Als Vlaanderen of Wallonië toch weigeren, wil ik weten wat hun alternatief is voor die lange files.

Elke Van den Brandt (Groen)
© Saskia Vanderstichele
| Elke Van den Brandt (Groen.)

In het hoofdstuk mobiliteit van het regeerakkoord gaat het ook over een ‘vernieuwde benadering van het grootstedelijk kader’. Wil u de metropolitane gemeenschap reanimeren?
Van den Brandt: We moeten tot realisaties komen, bijvoorbeeld met het eengemaakte ticket voor TEC, De Lijn, MIVB en de NMBS. Als we al die vervoersmodi in één systeem met één app integreren, dan overstijgt dat liefst de grenzen van Brussel. Brussel is geen eiland.Het treinaanbod binnen Brussel is trouwens ook sterk onderbenut.

Het aandeel verplaatsingen met de trein binnen Brussel is één procent, terwijl je veel kleine stations hebt in Brussel. Je kan van Jette naar Schuman in acht minuten, maar veel mensen weten dat niet. De frequentie moet hoger, zodat je om de tien minuten een trein hebt. Daarvoor kijk ik naar de federale overheid. Of het GEN-netwerk: er liggen veel sporen, zet er treinen op en benut ze.

Is het huidige project van de verbreding of herinrichting van de Ring rond Brussel voldoende?
Van den Brandt: Absoluut niet. Het bevat heel wat extra rijvakken. We zijn niet tegen werken aan de Ring, maar verbreden is geen optie, omdat we weten dat we dan nog meer auto’s naar Brussel zullen aantrekken. We moeten op alternatieven inzetten.

Als we twintig procent van de mensen die nu met de auto naar Brussel komen kunnen overtuigen om op een andere manier te komen, heb je al geen files meer. Dat is haalbaar. In tachtig procent van de auto’s die ’s ochtends in de file staan, zit iemand alleen. De Ring verbreden om files op te lossen, dat is even zinvol als je riem wat losser maken om overgewicht tegen te gaan. Daar val je niet van af.

Er is heel wat ambitie op mobiliteitsvlak, maar u hebt een administratie die helemaal op haar tandvlees zit. We informeerden nog eens: er staan vandaag ruim honderd vacatures open. Zo kunt u die stad op mensenmaat toch niet realiseren?
Van den Brandt: We hebben niet de luxe om te zeggen dat het helaas niet zal lukken. We moeten ervoor zorgen dat we voldoende mensen hebben om onze ambities waar te maken.

Elke Van den Brandt BRUZZ ACTUA 1676
© Saskia Vanderstichele
| Elke Van den Brandt: "Men heeft mij al een paar keer vergeleken met Ada Colau. Zij voert een krachtdadig en heel zichtbaar beleid als burgemeester in Barcelona, maar wel met veel zin voor samenwerking."

Dat was ook de bedoeling van de vorige regering.
Van den Brandt: Er staat nu duidelijk in het regeerakkoord dat we mensen en middelen willen vrijmaken. Dat dragen we met de hele regering. Sommige zaken kunnen ook vrij snel, zoals de invoering van circulatieplannen. Kijk maar naar Gent, waar Filip Watteeuw zo’n plan heeft ingevoerd met achttien procent minder luchtvervuiling als gevolg. We werken nu het mobiliteitsplan Good Move af op gewestniveau, om daarna wijk per wijk circulatieplannen op te stellen. In de wijken moet het verkeer rustig, met een zone 30 waarin er ruimte is voor voetgangers en fietsers.

Strikt genomen zijn die circulatieplannen gemeentebevoegdheden. U kunt de gemeentes niet verplichten.
Van den Brandt: We zullen in Brussel moeten samenwerken. De gemeenten die ik al heb bezocht zijn ook vragende partij om antwoorden te bieden. Ook de gemeentebesturen, die het beste willen voor hun bewoners, voelen de druk. Dat is de kracht van het mobiliteitsplan Good Move: dat is niet het plan van een minister of van een overheid, maar van heel veel inwoners, pendelaars, de bedrijfswereld. Er is een enorm draagvlak voor.

Er moet een zone 30 komen in alle woonwijken tegen 2021. Dat vraagt toch grote investeringen als je het goed wil doen? In infrastructuur vooral, maar ook in handhaving. Lukt dat wel allemaal op tijd?
Van den Brandt: We draaien de huidige logica om. De zone 30 wordt de regel en gemeenten kunnen van 50 kilometer per uur een uitzondering maken. Dat kan in relatief korte tijd. Het deel waarbij je wijken anders inricht, zullen we dan weer wijk per wijk aanpakken. Daarvoor moeten we met gemeenten samenwerken. Het Good Move-plan werkt met mazen, wijken die logische entiteiten zijn, soms over gemeentegrenzen heen. Die hertekenen zal een traject van meerdere jaren zijn. Maar we moeten dat wel in gang zetten, zodat mensen kunnen zien wat het zal worden.

Is er wel geld genoeg voor de infrastructuuringrepen voor die zone 30?
Van den Brandt: We zijn nu begonnen aan de begrotingsbesprekingen. Iedereen weet dat we in Brussel creatief zullen moeten zijn om de nodige middelen te vinden. We zullen keuzes moeten maken.

Elke Van den Brandt (Groen)

Uw voorganger Pascal Smet stond erg positief tegenover de komst van een hele rits deelstep- en deelfietsaanbieders. Zet u dat beleid gewoon voort?
Van den Brandt: Elektrische deelfietsen of -steps kunnen een antwoord bieden, bijvoorbeeld voor de laatste kilometer. Tegelijk moet je de overlast beperken. Veel gemeenten hebben ook al aangegeven dat de nieuwe ordonnantie over deelsteps niet ver genoeg gaat.

Daarnaast moeten we er ook voor zorgen dat je ze over heel Brussel kan aanbieden, want aan deze kant (aan het Elisabethpark in Koekelberg, red.) zie je geen steps of deelfietsen. We zullen met de betrokkenen rond de tafel zitten over de huidige problemen. Maar dat aanbod van deelsteps en –fietsen moet wél over heel Brussel beschikbaar zijn. Minder mobiliteitsaanbod in bepaalde wijken, dat kan niet.

Het parkeerbeleid was de voorbije jaren geen onverdeeld succes. Dat beleid wou de autodruk oorspronkelijk verminderen, door parkeerplaatsen te schrappen en de tarieven te verhogen naarmate je het centrum nadert. Later verwaterde de ambitie.

Brussel-Stad verlaagde de tarieven in de Vijfhoek zelfs naar één euro per uur. Wat gaat u doen?
Van den Brandt: Het regeerakkoord omvat een harmonisering van de tarieven, zodat ze leesbaarder worden voor de Brusselaar. Daarnaast hebben we ook als principe dat parkeren buiten de openbare weg aantrekkelijker moet zijn dan op de openbare weg.

Daarmee verlaag je de autodruk toch nog niet?
Van den Brandt: Toch wel. Als je de auto’s uit de straat krijgt, kan je op die plek bijvoorbeeld een fietspad of een extra breed voetpad aanleggen en het aangezicht van een wijk veranderen. En het kan, want er is nog enorm veel onbenutte parkeerruimte, onder meer in bedrijven.

Moet het parkeeragentschap niet gewoon een tarief van vijf euro per uur opleggen in het centrum?
Van den Brandt: Als je het parkeren ondergronds aantrekkelijker wil maken, dan moet je inderdaad je prijzen aanpassen. En prijzen in de Vijfhoek zullen anders moeten zijn dan in Evere. We ontwikkelen daar nu een gewestelijke visie op, maar het is nog te vroeg om te zeggen hoe duur het op welke plek zal zijn.

U draagt participatie hoog in het vaandel, terwijl Pascal Smet vooral vooruit wou. Loopt u niet het risico dat dossiers zo veel trager vorderen en uiteindelijk niet uitgevoerd raken?
Van den Brandt: Je moet met dat risico rekening houden. Maar in je eentje beslissingen nemen, gaat niet per se sneller, hoor. De kracht van participatie is net dat je met tien mensen die een probleem aanpakken een betere oplossing vindt, die ook een draagvlak heeft. Daar ben ik heilig van overtuigd. Als je nu ziet dat er telkens beroepen zijn tegen projecten, dan vertraagt dat de boel ook. Natuurlijk moet je opletten dat je niet in die overlegfase blijft steken. Ik geloof in participatie maar wil ook dat de zaken vooruitgaan!

De vorige regering worstelde wat met transparantie en besloot pas na lang aandringen om een verslag en agenda van de ministerraad te publiceren. In het nieuwe regeerakkoord gaat het geregeld over transparantie. Maar deze ochtend was het laatste verslag alweer van 9 juli. Heeft de regering een probleem met woorden en daden?
Van den Brandt: Deze regering is pas bezig, maar het is iets dat we echt zullen uitvoeren. De agenda en het verslag van de ministerraad online plaatsen is een evidentie.

De voorbije jaren kwamen er heel wat nieuwe en autovrije pleinen bij. Alleen zijn die opvallend vaak kaal. Denk maar aan het Sint-Gillisvoorplein, het Spiegelplein of het Flageyplein. Hoe ziet u dat als Groen-politica en nieuwe minister van Openbare Werken?
Van den Brandt: (enthousiast) Kijk, ik ben heel blij dat die pleinen aangepakt zijn. Maar ik wil tegelijk een trendbreuk in de manier waarop die ruimtes ingevuld worden. Er ontbreekt op heel veel van die pleinen groen. Soms zal het zoeken zijn naar oplossingen. Op bepaalde plekken kunnen bomen komen, terwijl elders een grasstrook misschien het hoogst haalbare is.

Natuur in de stad helpt om te ontspannen, verlaagt de temperaturen tijdens hittegolven, buffert water, waardoor je overstromingen vermijdt. Bij elke heraanleg die we doen, zullen we moeten kijken dat we zoveel mogelijk groen binnenbrengen in die ruimte.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?