Oekraïne-coördinator Peter Michiels: ‘Wallonië moet zijn deel van het werk doen'

AD
© BRUZZ
21/11/2022

De opvang van Oekraïense vluchtelingen in Brussel loopt deels spaak omdat Wallonië niet zijn deel van het werk doet. Dat zegt Peter Michiels, de Oekraïne-coördinator. De kwestie werd aangekaart bij premier Alexander De Croo (Open VLD).

Noodopvangcentrum Ariane in Sint-Lambrechts-Woluwe is intussen al maanden volledig verzadigd. Dat komt enerzijds omdat de dossiers vertraging oplopen door een aanhoudend personeelstekort bij Fedasil, maar anderzijds ook omdat Oekraïners er langer blijven dan voorzien. De doorstroom vanuit Brussel naar het Vlaamse en vooral ook het Waalse Gewest, loopt immers niet zoals gepland. Nieuwkomers die zich willen aanmelden bij Ariane, worden daardoor pertinent geweigerd.

'Ketting is verstoord'

"Het basisprobleem is dat de klassieke ketting verstoord is", verduidlijkt Oekraïne-coördinator Peter Michiels. De eerste schakel in die ketting is het moment waarop Oekraïners hun statuut voor tijdelijke bescherming ontvangen. “Vroeger kregen ze dat aan de Heizel, intussen aan het Eurostation, aan het Zuidstation”, zegt Michiels. “Wat daarna gebeurt, hangt ervan af of de persoon in kwestie een plek heeft om naartoe te gaan. De meerderheid van Oekraïners die in België toekomt, weet al waar zij naartoe gaan. Zij die geen opvang vinden, worden naar Ariane doorverwezen.”

De bedoeling was dat Oekraïners twee tot drie dagen in Ariane zouden verblijven. “De periode die nodig is om hun dossier in orde te maken en hen door te verwijzen naar een OCMW, zodat ze uiteindelijk kunnen doorstromen naar het Vlaamse of het Waalse Gewest”, aldus Michiels.

Verdeelsleutel

Maar die doorstroming blijkt niet vanzelfsprekend. Volgens de gewestelijke verdeelsleutel moet Brussel 10 procent van alle Oekraïners opvangen, Wallonië 30 procent en Vlaanderen 60 procent. “Vlaanderen zit momenteel op 59,7 procent. Zij aanvaarden Oekraïners, al letten ze heel erg op om die grens van 60 procent zéker niet te overschrijden", zegt Michiels. "Maar het fundamentele probleem zit bij onze collega's van het Waalse Gewest: zij zitten momenteel aan een percentage van 21%. Brussel zit bijgevolg aan 19,3%, bijna dubbele van wat van ons verwacht wordt."

Volgens de Oekraïne-coördinator is de zaak zodanig aan het escaleren, dat de Vlaamse en Brusselse minister-presidenten intussen een brief hebben opgesteld aan de eerste minister Alexander De Croo (Open VLD). “Daarin ijveren ze om die doorstroming weer op gang te trekken. Ook onze Waalse collega’s moeten Oekraïners die toekomen in Ariane opvangen, zodat er weer plaatsen vrijkomen in het noodopvangcentrum en Fedasil haar functie van tijdelijke opvang kan opnemen.”

‘Theoretische reserves’

In oktober waren er volgens Michiels 300 gewestelijke opvangplaatsen in het Brussels Gewest, tegen eind oktober zouden dat er 500 zijn. Intussen zijn we eind november, maar tot op heden is er niets aan dat cijfer veranderd. Volgens Michiels zijn er momenteel nog steeds 300 gewestelijke reserveplaatsen, waarvan er nog enkele tientallen vrij zijn om Oekraïners op te vangen. Tegen het einde van dit jaar zouder er daar nog eens 200 bijkomen.

“Eigenlijk zijn dat theoretische reserves”, zegt Michiels. "Een gedeelte van de vleugel in het Ariane-gebouw waar momenteel Fedasil inzit, zou na verbouwingen ook een gewestelijke vleugel kunnen worden. Die deal is bijna beklonken tussen de Brusselse en de federale regering. Een ander deel van het Ariane-gebouw dat wij normaal zouden aanpakken, wordt naar de federale regering doorgeschoven. Er zijn dus voortdurend ‘theoretische reserven’ die erbij komen of net wegvallen omdat ze elders voor gebruikt worden."

In die buffer waren volgens Michiels ook 350 plaatsen in een gebouw in de Paleizenstraat in Schaarbeek meegerekend. "Dat gebouw wordt momenteel bezet door 600 mensen dus uiteraard kunnen daar momenteel geen werken gebeuren", legt hij uit.

Wat met de nooddorpen?

In september kondigde de Brusselse regering ook het eerste nooddorp voor Oekraïners aan in Anderlecht. Er zouden 30 modules op de site van Mijlemeers komen, vlakbij Erasmus. “Eind 2022 moeten de eerste Oekraïners in het Brussels Gewest opgevangen worden in een van de vijf nooddorpen in het Gewest”, klonk het toen bij voormalig Oekraïne-coördinator Pierre Verbeeren.

De kans dat die vijf dorpen er tegen het eind van dit jaar komen, lijkt eerder klein. Volgens Michiels zijn ze namelijk geen goede oplossing voor de hoofdstad.

"We hebben ons destijds geëngageerd voor die woonmodules, en ze komen er ook, maar we hebben vastgesteld dat die modules geen ideale maatregel zijn voor Brussel. Ze kosten meer geld en ook meer moeite dan het aanpassen van bestaande gebouwen. Wij kijken momenteel dus vooral naar oude kantoren, rusthuizen, hotels... In zo’n gebouwen ligt al water en elektriciteit, die werken zijn veel minder omvattend”, aldus Michiels.

Momenteel zijn er volgens de Oekraïne-coördinator werken aan de gang in verschillende gebouwen, met telkens 50 tot 100 plaatsen. Tegen het einde van dit jaar zullen er op die manier 200 extra plaatsen bijkomen in Brussel. De eerste woonmodules die klaar zullen zijn, zullen zich in Molenbeek bevinden, maar een precieze einddatum kan de coördinator nog niet geven.

Hotelkamers

Daarnaast overweegt de Brusselse regering ook om, indien de situatie nog zou verslechteren, in overleg met hotels tijdelijk hotelkamers te huren. “Maar ook dit zal pas werken als de doorstroom eenmaal weer op gang komt. Het heeft geen zin om mensen een week of twee op hotel te plaatsen en hen daarna de straat op te sturen”, zegt Michiels.

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie