ZOOM Gemeentehuis Watermaal Bosvoorde BRUZZ ACTUA 1668

| Vooral bij de aanwerving van contractuelen blijkt tweetaligheid problematisch.

Analyse

Slechts 9 procent Nederlandstalige aanwervingen bij lokale besturen

Danny Vileyn
© BRUZZ
26/06/2019

Van de meer dan drieduizend aanwervingsdossiers van gemeenten en OCMW’s die in 2018 op het bureau van vicegouverneur Jozef Ostyn belandden, betroffen er maar 276 of 9 procent een Nederlandstalige. Het vermoeden bestaat dan ook dat in een aantal lokale besturen de ondergrens van 25 procent Nederlandstalig personeel niet gehaald wordt. Een dossier voor de onderhandelaars voor een nieuwe Brusselse regering?

Als een gemeente of OCMW een personeelslid in dienst neemt dat aan de tweetaligheidsvereiste moet voldoen, moet de gemeente of OCMW het dossier naar de vicegouverneur sturen ter goedkeuring. Als het dossier niet aan de vereisten voldoet, heeft de vicegouverneur twee mogelijkheden: tolereren of schorsen.

Na de schorsing van de vicegouverneur kan het lokaal bestuur het personeelslid ontslaan of in dienst houden. Als de gemeente of OCMW het personeelslid in dienst houdt, kunnen de bevoegde collegeleden de geschorste beslissing vernietigen. Er is de vicegouverneur voor het jaar 2018 geen enkele vernietiging bekend.

Uit de cijfers die de vicegouverneur heeft gepubliceerd, blijkt dat de toepassing van de taalwetgeving bij aanwerving in gemeenten en OCMW’s wel degelijk een probleem blijft, al zijn er wel verschillen tussen gemeenten en OCMW’s, en statutairen en contractuelen.

Van alle dossiers die de vicegouverneur in 2018 heeft behandeld waren er maar 21,6 procent integraal in orde met de taalwetgeving

Maar vooraf nog dit: alhoewel lokale besturen wettelijk verplicht zijn om hun beslissingen aan de vicegouverneur te bezorgen, zijn er nog altijd besturen die dat niet doen: in 2016 stuurde het OCMW van de Stad Brussel geen beslissingen meer door en het jaar erna was dat ook het geval voor Elsene, Vorst en Sint-Lambrechts-Woluwe. Na tussenkomst van de collegeleden Pascal Smet (SP.A) en Céline Fremault (CDH) komen Brussel en Vorst hun verplichtingen na, Elsene en Sint-Lambrechts-Woluwe blijven halsstarrig weigeren. In 2018 was ook het OCMW van Koekelberg een slechte leerling.

Trucjes om schorsing te vermijden

Van de 3.113 dossiers die de vicegouverneur in 2018 heeft behandeld - sommige personen komen meerdere keren voor in één jaar tijd - waren er maar 673 of 21,6 procent integraal in orde met de taalwetgeving. Dat is een stijging in vergelijking met 2017, maar nog altijd onder het gemiddelde van de voorgaande jaren. Dat is zeer laag, maar een uitsplitsing ‘nuanceert’ het cijfer.

Gaat het om statutaire benoemingen, dan was 76,3 procent in orde. Bij de contractuelen maar 9,8 procent. De vicegouverneur tolereerde in 641 dossiers dat het personeelslid niet over het wettelijk vereiste taalbrevet beschikte, omdat het over contracten van zeer korte duur ging, zoals vervangingscontracten.

Al is de vicegouverneur wel op zijn hoede: soms is er een opeenvolging van contracten van korte duur om schorsing te vermijden. En dan tolereert hij niet langer.

Signaalfunctie

Hiertegenover staat dat er ook gemeenten zijn die de bewijzen van taalkennis die personeelsleden na de aanwerving behaald hebben aan de vicegouverneur bezorgen: in 2018 was dat het geval voor 54 dossiers. Ook werden er nog achttien attesten van voor 2018 toegestuurd. “Bovendien is het zo dat steeds meer lokale administraties met mijn diensten in contact treden om de correcte informatiedoorstroming te verzekeren,” zegt Ostyn.

“Mensen ervaren ook minder druk om een Selorattest te behalen, omdat weinigen er nog van uitgaan dat ze een heel leven voor de overheid zullen werken"

Jozef Ostyn, toetst benoemingen in Brusselse besturen af aan de taalwet

Soms krijgt Ostyn de vraag of hij het niet frustrerend vindt om jaar na jaar een taalrapport met tekortkomingen op te stellen: “Wij hebben een signaalfunctie. Er zijn leiding­gevenden die me vertellen dat het jaarlijkse taalrapport een stimulans is om vooralsnog deel te nemen aan de taalexamens van Selor. Ook wijzen op het bestaan van taal­premies kan een stimulans zijn. Maar het werk moet vooraf gebeuren, in de scholen, bij de arbeidsmiddelingsdiensten enzovoort.” De vicegouverneur komt pas aan het einde van de rit.

“Mensen ervaren ook minder druk om een Selorattest te behalen, omdat weinigen er nog van uitgaan dat ze een heel leven voor de overheid zullen werken. Een reden te meer om mensen te stimuleren. De finaliteit van de vicegouverneur is niet personeelsleden schorsen, maar wel goede tweetalige dienstverlening voor de Brusselaars. Lokale besturen staan immers in voor een essentiële dienstverlening aan de bevolking,” zegt Ostyn.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Politiek , lokale besturen , tweetaligheid , OCMW

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni