portret

Afscheid van 'Mademoiselle Andrée', de Brusselse die honderden Joodse kinderen redde

Andrée Geulen in de documentaire "Mademoiselle Andrée"© VRT

Elsene verloor afgelopen woensdag één van haar meest nobele ereburgers. Op honderdjarige leeftijd overleed verzetstrijdster Andrée Geulen-Herscovici. Wie was de vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog honderden Joodse kinderen een schuilplaats bezorgde? Een portret van 'Mademoiselle Andrée'.

Andrée Geulen werd geboren op 6 september 1921 in Brussel als dochter van boekhandelaars. Andrée vertoonde van jongs af aan een sterk karakter. “Ze was een gedreven kind, onbevreesd zelfs. Mijn moeder heeft altijd sterk in haar schoenen gestaan,” vertelt Catherine Herscovici, de dochter van Andrée Geulen. Haar gedrevenheid als kind bleek alvast een voorproefje van wat Mademoiselle Andrée in haar verdere leven zou verwezenlijken.

Geulen startte haar carrière als interim leerkracht in het Gatti de Gamond Instituut in Brussel-Stad, toen België al bezet werd door de nazi's. “Ze had een groot hart voor kinderen, geen wonder dat ze onderwijzeres is geworden,” voegt haar dochter daaraan toe. Ze was amper 17 jaar toen de oorlog uitbrak in 1939.

Joodse kinderen

De jonge leerkracht van intussen 20 jaar oud merkt dat er iets vreemds aan de hand is met de Joodse kinderen in haar klas. Een deel van haar leerlingen wandelde binnen met een gele ster, sommigen komen na verloop van tijd zelfs niet meer opdagen en blijken opgepakt door de Gestapo (de geheime staatspolitie, red.). “Ik vond het afschuwelijk om die verstandige, moedige kinderen opeens met een ster te zien rondlopen. Ze probeerden het te verstoppen achter hun boekentas, verschrikkelijk!” vertelde Geulen zelf in in 1998 in een interview met de VRT.

Het JVC

De razzia’s van het Pinksterweekend 1943 in Brussel zullen een keerpunt worden in haar leven. Geulen kan de wreedheid van de nazi’s niet aanzien en besluit de Joodse families in het internaat te waarschuwen en helpt hen schuilen. Kinderen deporteren was voor haar de gruwelijkst mogelijke daad, deze jongeren beschermen werd haar nieuw levensdoel.

Ze leerde Ida Sterno kennen, een joodse sociale assistente en lid van het Joodsch Verdedigingscomiteit (JVC). Het JVC was een geheime clandestiene verzetsorganisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog hulp bood aan onderdrukte Joden. De harde kern bestond uit twaalf vrouwen, onder wie Sterno en later Geulen zelf.

Andrée Geulen en Ida Sterno
© Suzanne Vromen
| Andrée Geulen (rechts) samen met Ida Sterno

Sterno was op zoek naar een medewerkers die ‘arisch’ getypeerd waren. “Ze zochten een niet-Joodse, en ik was een kleine onopvallende, blonde jonge vrouw. Niet iets dat je zou verwachten van een JVC-lid,” aldus Geulen.

Gevaarlijkste taak

Geulen sluit zich aan bij het JVC, bij de afdeling ‘kinderen’. De Marollen, in hartje Brussel, zal haar actieterrein worden. Haar taak is om de kinderen van Joodse families veilig onder te brengen bij katholieke pleeggezinnen, internaten of tehuizen. “Ze was een kleine schakel in een ketting van een achttal vrouwen, maar als niet-Joodse werd ze ingezet voor de meest zichtbare en daardoor gevaarlijkste taak. Ze moest kinderen weghalen bij hun ouders om hen naar een schuilplaats te brengen,” aldus haar dochter.

Mademoiselle Andrée en de andere vrouwen voerden een constante race tegen de klok om de Gestapo voor te zijn.

De vijf schriften

Doorheen haar jaren als verzetsstrijder, bleef haar manier van werken ongewijzigd. Ze ontving in eerste instantie een boodschap van de ouders, die hun kind in veiligheid wilden brengen. Vervolgens kwam Geulen bij de ouders thuis om het kind te escorteren. “De kinderen moesten hun koffers klaarmaken en ik kwam ze zo spoedig mogelijk halen.”

De locatie waar de kinderen werden ondergebracht, hield het JVC bij via een ingenieus systeem. Het JVC werkte met vijf schriftjes. Daarin werden de namen van de kinderen genoteerd. Ze kregen daarnaast elk een code toegewezen. Ouderlijke adressen, schuilnamen, onderduikadressen en de locatie waar elk kind was ondergedoken, werden allemaal verspreid over de vijf schriftjes. De schriften zelf werden nooit alle vijf tezamen gehouden. Mochten de nazi’s ooit een boekje vinden, waren ze niets met die informatie, want enkel door de vijf boeken samen te leggen kon de code gekraakt worden.

Om hen te beschermen moest Déedée alle kinderen met een typische Hebreeuwse naam een nieuwe identiteit geven. "Onderweg naar de schuilplaats vertelde Andrée dat ik een nieuwe naam zou krijgen, en dat ik niet meer mocht zeggen dat ik Joods was. Ik begreep niet waarom ik opeens iemand anders was? Ik ging voortaan door het leven als Annie, een katholiek meisje,” vertelt Suzanne Didkewicz, één van de ondergedoken kinderen.

Vluchten van de Gestapo

Nadat ze honderden kinderen al in veiligheid had gebracht, besluit Geulen in 1943 te verhuizen naar het internaat waar ze lesgaf. In dit gebouw schuilen op dat moment twaalf Joodse kinderen. Op een nacht in mei vallen de Duitsers de school binnen en arresteren ze alle aanwezigen. Andrée kan ontsnappen, maar de rest zal naar de verschillende concentratiekampen gedeporteerd worden.

Andrée Geulen
© Kazerne Dossin, Fonds Geulen
| Andrée Geulen in de Nieuwstraat

Deze gebeurtenis zal haar niet klein krijgen. Samen met Ida Sterno beslist ze onder een valse naam een huis te huren in Elsene. In deze woning zullen de twee vrouwen hun reddingsacties verderzetten. Maar in mei 1944 eindigt hun samenwonen brutaal. Ida Sterno wordt opgepakt door de Gestapo en wordt gedeporteerd naar de Dossin Kazerne in Mechelen. Geulen is op dat moment niet aanwezig in de woning.

In een gewaagde heldendaad zal Geulen later via de achterdeur hun (ex)woning in Elsene infiltreren om de vijf schriftjes te recupereren, die de twee vrouwen onder de vloerbedekking hadden verstopt.

Hechte band

Andrée reisde regelmatig af naar de verschillende pleeggezinnen om te zien hoe het met de kinderen ging. Zij bracht tijd met hen door, vertelde over hun ouders en gaf brieven af. “Het was voor haar belangrijk om te weten hoe het met de kinderen ging, twee jaar lang reisde ze heel België door om zeker te zijn dat ze veilig waren,” aldus Catherine.

Wanneer België in september 1944 wordt bevrijd door de geallieerden, brengt Andrée alle ondergedoken kinderen terug samen met familie, soms duurt het jaren voor de reünie tot stand komt. Tijdens de oorlog zal ze persoonlijk meer dan driehonderd Joodse kinderen helpen schuilen. In totaal zijn door het JVC meer dan 2.104 kinderen uit de handen van de Gestapo gebleven.

Christos Doulkeridis (Ecolo), burgemeester van Elsene, bij de inhuldiging van de muurschildering ter ere van het ziekenhuis- en verzorgend personeel aan het ziekenhuis van Etterbeek Elsene op 6 juli 2020

In 2022 zal burgemeester van Elsene Christos Doulkeridis (Ecolo) Andrée Geulen benoemen tot ereburger van Elsene, uit erkentelijkheid voor de uitzonderlijke moed die ze aan de dag legde tijdens de Tweede Wereldoorlog. “Haar leven lang is de nu honderdjarige Andrée Geulen-Herscovici blijven getuigen, telkens weer, om te voorkomen dat het opnieuw zou gebeuren met andere kinderen, met andere godsdiensten, om het racisme van vandaag te bestrijden, zoals ze het racisme van toen bestreed,” verklaarde de burgemeester.   

Andrée Geulen overleed op 1 juni op 100-jarige leeftijd. Ze zal voor altijd herinnerd worden als één van de nobelste en dapperste Brusselaars. Ze was de laatste nog levende Brusselse 'Rechtvaardige onder de Volkeren', de veelal onbekende helden uit de Tweede Wereldoorlog die onlangs in het Brussels parlement met een gedenkplaat zijn bedankt. “Voor velen blijft ze Mademoiselle Andrée, de moeder van zo veel Joodse kinderen,” besluit haar dochter.

Woensdag vindt om 14.30 uur in het crematorium van Ukkel een afscheidsplechtigheid plaats. 

Andrée Geulen oud
© VRT
| Andrée Geulen in de documentaire "Mademoiselle Andrée"

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?