Agressie op containerpark: 'Eenmaal dreigde iemand met geweer terug te komen'

Al dagenlang sluimert het verzet bij de medewerkers van containerparken, die steeds vaker het slachtoffer zijn van verbale en fysieke agressie. Een nieuwe scheldpartij op maandag leidde tot de sluiting van twee gewestelijke Recyparken. De vakbonden klagen het veelvuldige gescheld en geduw van klanten aan. Maar wat maak je zoal mee als arbeider op een containerpark?

Containerpark Humaniteit in Vorst was als enige maandag en dinsdag de hele dag open, maar daar wou niemand spreken over de huidige staking en omstandigheden. Volgens Net Brussel is dat omdat zij eigenlijk van andere diensten komen en er dezer dagen enkel werken om de staking op te vangen. Ondanks de vriendelijke werknemers was de sfeer er toch lichtelijk gespannen.

Containerparken die wel open waren, zijn de gemeentelijke, zoals die in Sint-Joost. Dat zijn kleine containerparken bedoeld voor de inwoners van de gemeente. Daar mogen ze twee kubieke meter afval gratis afgeven.

'Spanning loopt al eens op'

“Dit is natuurlijk anders dan een groot containerpark op gewestelijk niveau, maar ook hier zijn er af en toe problemen,” zegt Mario Pichal*, die er al meer dan 25 jaar werkt. “Hier kan men gratis komen, dus er zijn wel mensen van andere gemeenten die hier proberen binnen te raken. Die moet ik dan resoluut wegsturen. Dan beginnen ze wel eens moeilijk te doen of hun stem te verheffen. Dan laat ik mij niet doen en dan verhef ik mijn stem ook. Zo lopen de spanningen al eens op.”

Volgens hem zullen er altijd wel zulke mensen zijn en is de manier waarop je ermee omgaat belangrijk. “Ik probeer dat rustig te doen en niet te strikt met de regels te zijn. Als jij toegeeft, dan geven zij ook makkelijker toe. In de gewestelijke containerparken moeten ze natuurlijk veel strikter zijn, daar moet je betalen.”

Het contrast is ook wel duidelijk. In Sint-Joost gaat het om een kleine parking tussen huizen met enkele containers. In Vorst daarentegen ligt het containerpark in een industriezone met een check-in en controle door een veiligheidsagent van Securitas.

Toch heeft ook Pichal meer dan voldoende verhalen van lastige klanten. “Er wordt regelmatig al eens geduwd of gezegd: ‘Ik weet u wel te vinden’. Dan antwoord ik gewoon, kom maar, dit is mijn adres.”

'Soms sta je machteloos'

“Je moet elkaar soms ook wel wat bijstaan. Wij zijn hier met drie, allemaal ouder dan 50. Als er spanningen zijn, dan kom ik er geregeld wel eens bijstaan. Zo heb je toch wat overwicht. Ik weet natuurlijk niet hoe ze dat in de gewestelijke containerparken doen, maar daar zijn ze met meer werknemers. Collegialiteit is heel belangrijk.”

En als dat niet werkt, dan kan je nog altijd de politie bellen, zegt Pichal. “Soms kan je weinig tot niets doen. Zo kwam er iemand met een volle camionette binnengereden. Hij begon maar uit te laden. Veel meer dan de toegelaten twee kubieke meter. Dan sta je machteloos, want als je hem wil tegenhouden dan is er een grote kans op fysiek geweld. Ik bel dan de politie, maar die zijn hier natuurlijk niet direct. Ik hou de nummerplaat bij, maar veel gebeurt er eigenlijk niet.”

“Eenmaal, enkele jaren geleden, was er iemand die dreigde met een geweer terug te komen. Zoiets gaat heel wat bruggen te ver en leuk is dat zeker niet. Ik belde de politie en die wachtte enkele uren bij mij, maar hij is nooit teruggekeerd.”

Toch ziet hij geen heil in het idee van een identiteitscontrole bij de ingang. “Politie kan je toch nooit dat werk laten doen en als je het door andere mensen laat doen, dan hebben zij niet dezelfde bevoegdheden. Ik zie niet hoe dit kan helpen.”

Wat de oplossing dan wel is, daar heeft hij zelf ook niet meteen een oplossing voor.

“Eén of twee extra kubieke meter, dat laat ik wel toe, maar met een camion moeten ze hier niet afkomen.”

Het komt er dus ook op neer dat je soms een beetje voeling moet hebben met wie er komt, zegt Pichal. “Het zou eigenlijk niet mogen dat je de regels moet buigen om geen last te hebben.”

Pichal wil zeker niet de boodschap brengen dat het probleem op gewestelijk niveau zou liggen. Hij benadrukt dat het eerder zijn eigen manier is om in een kleinere, gemeentelijke situatie de boel te ontmijnen. Daar krijgt hij dan ook wel iets voor terug, zegt hij. “Hier komen ook regelmatig mensen met cake of warme thee langs. Niet om meer afval te kunnen afgeven, maar gewoon omdat ze ons zo goed kennen.”

* Mario Pichal is een schuilnaam.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?