Bart de Smedt neemt afscheid van GC Het Huys: 'Hebben Ukkel op de culturele kaart gezet'

Na net geen 36 jaar aan het roer van het voormalig Candelaershuys, waaruit nieuw gemeenschapscentrum het Huys ontstond, duikt Bart de Smedt zijn verdiend pensioen in. Maar niet zonder even achterom te kijken. "Ons publiek weerspiegelt nu op een veel juistere manier de diversiteit van Brussel.”

Wie zijn paspoort bekijkt, kan even opschrikken: de Smedt mag dan klinken als een geboren en getogen Brusselaar, zijn roots liggen in het West-Vlaamse Tielt. “Ik ben er wel geboren, maar enkel en alleen vanwege mijn moeders keuze voor traditie”, verklaart hij snel. “Mijn ouders woonden op dat moment al in Etterbeek. Van jongs af aan liep ik dus in Brussel en Ukkel rond, wat er ook op mijn pas mag staan.” (lacht)

Hoe belandde je bij het Huys?

"In mijn jonge jaren zocht ik al snel het verenigingsleven op: ik was kind aan huis in jeugdhuis ‘t Uilekot. Dat kreeg ik ook met de paplepel mee van mijn ouders. Onze thuis was vaak het decor voor vergaderingen en het verplichte pintje nadien.”

"Ik was geloof ik begin de dertig toen toenmalig voorzitter Jean-Luc Vanraes me zei: ‘Jij moet hier dat spel doen draaien, doen léven.’ Het Candelaershuys was net erkend als cultureel centrum, maar had nogal een stoffig en saai imago. Verenigingen kwamen er samen om urenlang te vergaderden; het was geen plek waar de jeugd heen wou. Als groot muziekfan besloot ik meteen samen te werken met enkele jeugdclubs om een concertreeks op te starten."

"Zo hebben we de voorbije jaren alle grote namen van de Belgische rock uitgenodigd. Bedenk je wel dat het toenmalige Candelaershuys een herenhuis was: de woonkamer vormde onze concertzaal, waar Soul Sister, The Scabs, Raymond van ‘t Groenewoud de revue passeerden. Van die beperking hebben we toen een troef gemaakt. Dat muzikale en culturele is onze identiteit geworden. Zoveel jaar later komen de grote Belgische namen van nu langs in het Huys: Zwangere Guy met Stikstof, Brihang..."

Je maakt expliciet het onderscheid tussen het Candelaershuys en het Huys.

"Dat moet ook. We verhuisden in 2018 niet enkel fysiek naar een nieuw gebouw in een andere buurt, maar ook mentaal. Het Candelaershuys zat wat op een dood spoor: het klassieke verenigingsleven ging achteruit. Met het bestuur raapten we op dat moment de moed bijeen om onszelf in vraag te stellen."

"Via een externe consultant lieten we het grote publiek met voorstellen komen en gaven we zo onze werking deels uit handen. Het Huys betekende op die manier een verse start: ons culturele DNA is gebleven, maar het is een nieuw centrum, met een nieuwe missie en nieuwe doelstellingen."

Wat houdt die nieuwe missie in?

"Het Huys wil een open huis zijn. Het Candelaershuys had letterlijk een gietijzeren deur; het kostte je heel wat moeite die te openen. Ook figuurlijk: het was een thuisbasis voor de Vlaamse gemeenschap: cru gezegd moest je Vlaams zijn en deel uitmaken van het verenigingsleven om de deur open te krijgen. Een keer je binnen was, sloot je de deur achter je en bleef je binnen met gelijkgezinden."

"Maar Ukkel is als gemeente heel wat geëvolueerd, en het was hoog tijd dat het gemeenschapscentrum daarin meeging. In het Huys hebben we een automatische schuifdeur die opent wanneer er simpelweg iemand voorbij wandelt. We bouwden een vrijwilligersnetwerk op en gaan continu in op voorstellen van mensen uit de buurt. Zo kwam er de Cinéclub van Ophem en een pingpongclub waar jonge en oude buurtbewoners van verschillende nationaliteiten een potje komen spelen."

"Het publiek van het Huys weerspiegelt op een veel juistere manier de diversiteit van Brussel en de buurt. Omdat we naast culturele, nu ook sociale verbinding brengen tussen mensen en gemeenschappen."

Hoe hielden jullie dat vol tijdens de ketting aan coronalockdowns?

"Dat was ontzettend moeilijk. Toen we in mei 2018 openden, kende Het Huys een groot succes. Twee jaar lang hebben we er gezwoegd aan nieuwe ideeën en activiteiten met het bestuur, de vrijwilligers en buurtorganisaties. Dat wil ik benadrukken: het is altijd een teamspel geweest. Met z’n allen hebben we Ukkel en het gemeenschapscentrum op de culturele kaart gezet. Op het moment dat we goed vertrokken waren, moest alles dicht."

"Heel wat activiteiten zijn zo drie tot vier keer opgeschoven. Ik hoop dat de doorslag die we een jaar en half geleden kenden, nu stilletjes aan terug kan komen. Maar dat denk ik wel: je merkt dat mensen uit de buurt wel nog wat voorzichtig zijn om samen te komen, maar er ook veel nood aan hebben."

Met welke wensen voor je opvolgers wil je uitzwaaien?

"Alle succes van de wereld. Dat wens ik alle gemeenschapscentra eigenlijk toe: hun hoofdtaak is de het leven in de stad draaglijker en aangenamer te maken. Ik geloof er ook in dat ze daar verder in zullen slagen, want het zijn instellingen die de polsslag van de buurt goed aanvoelen."

"Wat Het Huys betreft, zal ik altijd fan van het eerste uur blijven en dus nooit ver weg zijn. Zonder me te willen opdringen en schoonmoeder te spelen: ze weten me wel te vinden als ze me nodig hebben. (lacht) Concreet wens ik dat er nog veel muziek mag klinken, om daarna na te praten met een Elvis: ons zelf gebrouwen huisbier."

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?