reportage

Begijnhofkerk wordt House of Compassion: 'Ik wil niet vechten voor stenen'

Daniël Alliët (links) en Evert Wouters: “De Begijnhofkerk wordt een thematische kerk die alleen werkt rond gerechtigheid en mededogen.” © Kevin Van den Panhuyzen

Sinds priester Daniël Alliët vorig jaar met pensioen ging, heeft de Begijnhofkerk geen pastoor meer. Toch is dat voorlopig nog niet het einde van de kerk die de voorbije dertig jaar gekenmerkt werd door het engagement voor sans-papiers en de aller­armsten in de samenleving. De kerk huisvest nu een nieuw project dat een stem aan de stemlozen wil geven. “Als het christendom iets kan betekenen, is het dit: wij moeten de ogen openen.”

Op het vredige Begijnhofplein kijkt een handvol toeristen op naar de barokke gevel van de gelijknamige kerk. De prachtige façade van de Begijnhofkerk geeft het niet meteen prijs, maar wie binnenstapt, merkt al gauw dat deze kerk anders is. Dat is in grote mate te danken aan de jarenlange inzet van de bekende Brusselse priester Daniël Alliët. Hij opende de deuren van de kerk voor mensen zonder papieren en daklozen. En ook na zijn pensioen drukt Alliët nog steeds zijn stempel op de Begijnhofkerk.

De achttiende-eeuwse preekstoel staat er nog en ook het altaar is onaangeraakt, maar de mis wordt hier sinds Alliëts pensioen niet meer gevierd. Toch is dit duidelijk niet het einde van de sociaal bewogen Begijnhofkerk. De kerk gaat verder als House of Compassion, een nieuw project.

“Ik heb altijd gezegd dat de kerk voor meer moet dienen dan enkele kerkgangers wanneer ik vertrek,” begint Daniël Alliët zijn verhaal. “Dit wordt een thematische kerk, de House of Compassion. We waren hier al mee bezig: mensen zonder papieren - de slavernij van vandaag - en daklozen. Ook milieu zal erbij komen. Het blijft een kerk, maar een thematische kerk die alleen werkt rond gerechtigheid en mededogen, en waarin de stad weerklinkt op een moderne manier.”

In 2014 werd Alliët bijna uit zijn kerk gestoten door toenmalig aartsbisschop André Léonard. Een charismatische Franse priester moest het begijnhof nieuw leven inblazen en meer kerkgangers aantrekken. Alliët, een West-Vlaming die al meer dan dertig jaar in Molenbeek woont met sans-papiers en daklozen, mocht uiteindelijk nog enkele jaartjes blijven.

“Eigenlijk was het embryootje voor dit project daaruit gegroeid. De armen moesten van Leonard plaatsmaken voor de mooie liturgie. We waren blij dat we mochten blijven, maar parochies zijn er te veel. Eerlijk gezegd, ik zat toen zelfs met een gewetensvraag: mag ik vechten voor die kerk? Ik wil niet vechten voor stenen.”

Daniël Alliët in de Begijnhofkerk, nu House of Compassion
© Kevin Van den Panhuyzen-BRUZZ
| Daniël Alliët in de Begijnhofkerk, nu House of Compassion: “Het mag niet herleid worden tot compassie. Met een Brusselse armoedevereniging waren we begonnen met het uitdelen van brood. Een ongelooflijk succes, maar het ging aan het doel voorbij: armen het woord geven."

“Ik was 74 toen ik aan de mensen zei: als jullie willen dat dat hier voortgaat, zal hier meer moeten gebeuren. Het zal ruimer moeten worden. Toen kwam er concurrentie, onder meer van de Stad Brussel.

Die trok naar de bisschop, met mijn pensioen in het achterhoofd, om te vragen of ze er geen museum van kon maken, want het is zo een mooie plek en zo een mooi gebouw. Henry Kissinger (Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken in de jaren zeventig, red.) zei dat de olie te belangrijk is om aan de Arabieren te laten, de ondergrond van Congo was te belangrijk voor de Congolezen en deze kerk was te mooi voor de armen. Ik heb de mensen toen wakker geschud.

Ik zou geen opvolger krijgen, dat was duidelijk. Een groep heeft dan de krijtlijnen van dit project uitgeschreven. De romp is er nu. Er zal altijd iets zijn met tentoonstellingen. Iedere eerste zaterdag zal er een thematische viering plaatsvinden, met daarna een maaltijd. Die wordt wellicht gemaakt door Collectactif (een vereniging van sans-papiers die tegen voedselverspilling strijdt, red.).”

De nood aan zo'n huis is volgens de oud-priester groot, maar het gaat volgens hem niet louter om medelijden. House of Compassion vertaalt Alliët als het Huis van Mededogen en Gerechtigheid.

“Het mag niet herleid worden tot compassie. Met Pigment (een Brusselse armoedevereniging, red.) waren we begonnen met het uitdelen van brood. Een ongelooflijk succes, maar het ging aan het doel voorbij: armen het woord geven.

Met die ene maaltijd per maand die we hier zullen houden, zullen we de honger in Brussel niet stillen. We willen wel dat het een symbool wordt, waarmee we willen zeggen dat iedereen meetelt. De nood is zo groot als je je ogen durft te openen. We kennen de armoedecijfers. Mededogen is goed, maar we moeten kijken naar de oorzaken. Als het christendom iets van betekenis kan hebben, is het dat. Wij moeten die ogen openen.”

Evert Wouters, projectcoördinator House of Compassion

Boerenzoon

In september vorig jaar gaf huidig aartsbisschop Jozef De Kesel uiteindelijk de toestemming om met dit project van start te gaan. Drie jaar lang mag de Begijnhofkerk deze nieuwe formule uitproberen.

House of Compassion ging intussen een partnerschap aan met Museum Dr. Guislain, het Gentse museum over de geschiedenis van de psychiatrie, dat de rechterzijbeuk krijgt. Daar zal het museum gedurende de proef­periode van het project twee tot drie tentoonstellingen per jaar mogen houden.

House of Compassion wordt gefinancierd met een fondsenwerving. In twee tot drie maanden tijd zamelden Alliët en co iets meer dan 200.000 euro in. “Men zou het bijna niet geloven, maar zo hebben we wel bewezen dat dit project gedragen wordt door een groep.” En met de toestemming van De Kesel kon House of Compassion ook een projectcoördinator aanstellen: de 24-jarige Evert Wouters uit het Brabantse Haacht.

“We hebben met hem meteen een sprong gemaakt van 76 naar 24,” lacht Alliët trots. “De hoofdboodschap van het christelijke handelen is niet vereren, maar christelijk zijn. Daarvoor zijn we op zoek naar nieuwe manieren - we moeten creatief zijn - en ik ben maar een boerenzoon die de dingen ziet. Hiervoor hebben we de jeugd nodig.”

Daniël Alliët en Evert Wouters in de Begijnhofkerk, nu House of Compassion
© Kevin Van den Panhuyzen-BRUZZ
| Daniël Alliët en Evert Wouters in de Begijnhofkerk, nu House of Compassion: "Als het christendom iets van betekenis kan hebben, is het dat. Wij moeten die ogen openen.”

Is hij uw opvolger?
Daniel Alliët: In zekere zin wel. Hij is de eindverantwoordelijke van dit project. Er waren acht kandidaten en hij is het geworden. Het belangrijkste is dat je voldoende bezield moet zijn door de zaak, anders moet je er niet aan beginnen. Hij heeft bezieling en ook wat ervaring. Via zijn stage heeft hij als jongere het arme Brussel leren kennen.

Evert Wouters: Aan de Erasmus­hogeschool heb ik sociaal werk gestudeerd en ik heb altijd stage gelopen in Brussel. Eerst bij vzw Cosmos, waar ik erg actief was op het terrein, en daarna bij Unia. Daar heb ik heel veel geleerd, over antidiscriminatie in de brede zin.

In Brussel kan je gediscrimineerd worden op basis van je naam wanneer je bijvoorbeeld belt omdat je interesse hebt in een huurwoning. Dat was voor mij een eyeopener.Vervolgens heb ik internationale politiek gestudeerd in Gent. Daar heb ik situaties uit de hele wereld leren kennen die ook terugkomen in dit project, de slavernij vandaag in Libië bijvoorbeeld. Of kijk naar sans-papiers. Het is voor mij interessant om te weten te komen waarom zij überhaupt hun land verlaten hebben, waarom ze hier terechtgekomen zijn en waarom zij het hier moeilijk hebben.

Hebt u een band met de Kerk?
Wouters: Ik ben katholiek opgevoed, dat wel. Ik ben gedoopt en heb mijn eerste en mijn plechtige communie gedaan. Verder zit ik nog in de Chiro en ik had ook een aparte studentenjob - bij een begrafenisondernemer - die er een zekere link mee heeft. Ergens spreekt de Kerk me nog altijd aan.

Daniël Alliët in de Begijnhofkerk, nu House of Compassion

Was dat een voorwaarde voor deze job?
Alliët: Je moet niet superkatholiek zijn, maar je moet je wel kunnen identificeren met de kern van het christendom. Hij werd beoordeeld als voldoende, maar we hebben hem niet gevraagd hoeveel keer hij de laatste jaren naar de mis is gegaan (lacht).

Wouters: Voor mijn tweede gesprek hier moest ik een tekst lezen over de rol van het christen zijn, over hoe we kunnen vermijden dat een kerk die tot niets meer dient, er niet voor iedereen is. Daar kon ik me helemaal in vinden.

Daniël Alliët in de Begijnhofkerk, nu House of Compassion
© Kevin Van den Panhuyzen-BRUZZ
| Daniël Alliët voor de Begijnhofkerk: "Deze kerk was te mooi voor de armen. Ik heb de mensen toen wakker geschud."

Interreligieuze viering

Op 21 maart, de internationale dag tegen racisme, geven Alliët en Wouters het officiële startschot van House of Compassion, met een interreligieuze viering over racisme. Het programma voor die startdag werd ingekort, om deel te kunnen nemen aan de nationale betoging tegen racisme. Een typische kerk is dit niet.

“Het is geen klassieke kerk, maar een thematische kerk,” geeft Alliët mee. “Hier zullen bijvoorbeeld geen doopsels meer plaatsvinden. Dit is nog een kerk in de zin dat het een vereniging van christenen is, waar ze samenkomen, maar dan wel in openheid voor iedereen. Ik vermoed dat van de tien vieringen in een jaar er zeker vijf interlevensbeschouwelijk zullen zijn.

Daniël Alliët en Evert Wouters in de Begijnhofkerk, nu House of Compassion
© Kevin Van den Panhuyzen-BRUZZ
| Daniël Alliët en Evert Wouters, in zeker zin zijn opvolger, voor de Begijnhofkerk, nu House of Compassion.

Met Pasen en Kerstmis zal er misschien een christelijke viering zijn, maar de accenten zijn ontstaan tijdens een bezetting (door sans-papiers, red.). In het eerste jaar van die bezetting hadden we een kerstviering gedaan, terwijl de moslims en humanisten naar buiten gingen om er stil te zitten. Het tweede jaar was het te gek om zo door te gaan, we kenden elkaar al veertien maanden. Dan hebben we maar samen het feest van het licht gevierd. Dat is ouder dan elke godsdienst.”

“We blijven een kerk - dat steken we niet weg - maar weet je wat katholiek wil zeggen? Dat komt van katholikos, dat wil zeggen voor iedereen. Net zoals de huidige paus - we hebben toch geluk dat we nu een paus hebben die christen probeert te zijn, want ik dacht dat dat niet meer mocht - sluiten we niemand uit.”

Al blijft de Begijnhofkerk dus een christelijke kerk, toch zijn de interreligieuze elementen niet nieuw. In 2017 mocht een Koerdische artiest van kunstenhuis Globe Aroma een interreligieuze kapel inrichten in de linkervleugel van de kerk, rond het thema van de Gulden Regel: behandel anderen zoals je door hen behandeld wil worden. “Dat was een statement om te zeggen dat wie daarmee akkoord gaat, kan meedoen. Christenen die er niet mee akkoord gaan, vliegen bij wijze van spreken buiten,” lacht Alliët.

We komen in het schip, het midden van de kerk, terecht. De stoelen van weleer staan er niet meer. Die hebben plaatsgemaakt voor twee lange rijen tafels, omringd door gasverwarmers. “Recht naar het altaar zitten, dat is voor de klassieke christen,” zegt Alliët.

“Martin Luther King zei: 'Ik heb een droom, dat wij allemaal - vroegere slaven en slavendrijvers - samen aan een lange tafel zitten.' Deze tafels zijn het symbool van samenzijn. Iedereen is hier welkom. Die tafels moeten het symbool worden in plaats van het altaar. Het zijn de tafels waar in Brussel alle godsdiensten samenzitten, waar diegenen die niet meedoen in de maatschappij mogen samenzitten.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?