Bronks een beetje wees

Slechte punten voor de nieuwe regering: de maatregel om mensen voortaan tot hun 67ste te laten werken komt voor Oda Van Neygen te laat. De vrouw die 35 jaar lang zorgde voor jeugdtheater in Brussel, en bijna 25 jaar aan het roer stond van Bronks, gaat eind deze maand onherroepelijk met pensioen.

H oewel ze tot het laatste uur professioneel zal blijven, toont Oda Van Neygen zich tijdens het relaas over haar loopbaan geregeld emotioneel. Ze klinkt ook nog zo vitaal dat ze na Bronks duidelijk nog niet op haar lauweren zal gaan rusten. Al laat ze na het gesprek wel even vallen dat theater in haar nieuwe leven nog slechts een beperkte rol zal spelen. Tenslotte heeft ze ooit ook lang geleefd zonder. Zo blijkt als ik haar bij het begin van ons gesprek vraag naar haar jeugdjaren, en naar de mogelijke oorsprong van haar pioniersrol in het Vlaamse jeugdtheater. Veel plaats voor kunst was er immers niet in een huishouden met twaalf kinderen. Vader was een strenge onderwijzer en boeken dienden alleen om te studeren. Uiteindelijk waren het enkele creatieve leerkrachten en familieleden, de scouts, enkele stiekeme cinemabezoekjes, en het inspirerende film-, muziek- en theatervolkje uit onder meer de Beursschouwburg dat net zoals zij graag café Arduinkaai frequenteerde, die het theater langzaam dichterbij brachten.

Oda Van Neygen: “De Beursschouwburg toonde in de Workshop in Schaarbeek interessante theatervoorstellingen zoals de vroege regies van Franz Marijnen, maar ook voorstellingen uit het buitenland. Als dat theater was dan leek me dat wel fantastisch. In 1976 ben ik als vrijwilliger het archief van de Beursschouwburg beginnen ordenen. Daardoor had ik al veel gelezen over het kindertheater in Nederland toen ik in 1977 door de Beursschouwburg werd aangenomen, en met Jari De Meulemeester mee op prospectie mocht. Op dat moment liet Beursschouwburgdirecteur Frans Van Langendonck gewoon de voorstellingen voor volwassenen van Yvonne Lex, Arca of het Mechels Miniatuurtheater (MMT) aan de scholieren zien. Ik begeleidde die scholen wel, maar ik had niets met die voorstellingen. Alleen het poppentheater vond ik wel goed. Maar langzamerhand mocht ik zelf jeugdtheatervoorstellingen aanbrengen. Omdat ik er zoveel ontdekte, introduceerden we in 1980 de slogan ‘Elke zondag kinderdag’, met een aanbod uit verschillende disciplines. En dat werkte. Het publiek kwam erop af, en de gezelschappen uit Nederland bleven op den duur ook op maandag en dinsdag voor schoolvoorstellingen.”

Het Vlaamse aanbod aan kindertheater was toen nog zeer beperkt. Van Neygen: “Je had het Koninklijk Jeugdtheater (KJT) in Antwerpen dat vooral brave sprookjes bracht, de kindermusicals van het Speeltheater van Eva Bal in Gent, het animatietheater van Stekelbees, of het poppentheater van Taptoe. Ik haalde de grote poppenspeler Jozef van den Berg uit Nederland naar hier, die altijd een kinderversie van zijn voorstelling voor volwassenen maakte. Leerkrachten zeiden soms nog: ‘mevrouw, wat u toont is veel te moeilijk voor die kinderen.’ Maar toen ik de speldocenten van Eva Bal nagesprekken liet doen in de klassen, bleek dat de kinderen alles hadden begrepen, ze kenden de hele verhaallijn en konden zelfs citeren zoals ze dat nu nog altijd vaak doen.

Voor de middelbare scholieren programmeerde Van Neygen in de plaats van MMT nieuwe theatermakers als Blauwe Maandag Cie, Lucas Vandervorst, Jan Decorte en tg Stan. En zij deden zelf de inleiding. Van Neygen begon ook met een filmprogramma voor scholen en richtte mee de belangenvereniging Omikron op die later opging in het Vlaams Theaterinstituut. Maar uiteindelijk kwam aan het verhaal van steeds meer doen met heel weinig middelen toch een einde.

Zwanger
Van Neygen: “Na het overlijden van Dirk Vercruysse, de zeer bezielende artistieke leider van de Beursschouwburg, volgden een paar nieuwe directeurs elkaar op, en uiteindelijk maakte Paul Corthouts tabula rasa en ik moest eruit. Dat was een complete schok, want mijn werking bloeide. Ik was kwaad, heb even geweend, heb nog pogingen ondernomen om de beslissing ongedaan te laten maken, maar toen dat niet lukte ben ik meteen beginnen te lobbyen om verder te kunnen. Met een dikke buik, want ik was toen vier maanden zwanger. Ik kreeg wat geld om iemand voor de zakelijke leiding, de promotie en de omkadering te kunnen aantrekken. Van het Centrum voor Amateurkunsten mocht ik de zaal in Anderlecht een jaar gratis gebruiken, en ik kreeg een ongemeubileerd bureau in Elsene. In december 1991 is Bronks opgericht. Maar als ik het nu zou moeten overdoen zou ik er niet aan beginnen want het was waanzin en het heeft heel veel gevergd.”

Vanaf 1993 kon Bronks een klooster in de Brialmontstraat huren. Theatermaker Paul Peyskens werd de eerste regisseur. Van hem kwam ook de naam ‘Bronks’, die staat voor ‘BRussel ONderwijs KunSt’. De Nederlander Ad van Iersel maakte de eerste kleutervoorstellingen. Uit het volwassenentheater en de toneelopleidingen kwamen artiesten als Dimitri Leue, Pascale Platel, Raven Ruëll, Benjamin Verdonck, Olympique Dramatique, Steven Van Herreweghe en vele anderen al vroeg in hun carrière bij Bronks terecht.

Theaterboot
Tot aan het podiumkunstendecreet in 1999 bleven de subsidies altijd heel beperkt, terwijl de extra speelplek in het Paleis voor Schone Kunsten toch een gebrekkige oplossing bleef voor de geringe capaciteit in de Brialmontstraat.

“We bleven dus ook permanent op zoek naar een vaste locatie. Onze festivals in het Hof van Grimbergen, De Markten of de Bottelarij waren romantisch en plezant maar ook heel arbeidsintensief. Bij mijn ontslag uit de Beursschouwburg had de VGC onmiddellijk gezegd dat er een huis voor kinder-, jeugd- en jongerentheater zou komen. Maar de VGC beschikt over weinig middelen, en de Vlaamse gemeenschap had haar middelen al aan andere Brusselse cultuurhuizen gespendeerd. Talloze leegstaande gebouwen hebben we bezocht. Op een bepaald moment wilden we zelf de Antwerpse theaterboot De Ark naar Brussel halen, maar hij kon niet onder de Van Praetbrug. De plannen van architecte Martine de Maeseneer voor het Imelda-instituut aan de Moutstraat werden tot twee keer toe afgekeurd door Monumenten en Landschappen. Even wilde Bert Anciaux ons nog terug naar de Beursschouwburg laten gaan, maar uiteindelijk zitten we sinds 2009 in dit nieuwe gebouw van Martine, en iedereen die hier komt vindt het fantastisch.”

Op café
En wat is het dan volgens haar dat jeugdtheater een kind kan bijbrengen? Van Neygen: “Voor mij draait het niet per se om jeugdtheater. Ik vind wel dat een kind met zoveel mogelijk kunstvormen in aanraking moet komen. Maar als jeugdtheatervoorstellingen vanuit een noodzaak van de makers gecreëerd zijn, dan raken ze altijd ook aan de leefwereld van kinderen. Hun fantasie, leergierigheid en openheid is zeer groot. Theater spreekt hun creativiteit en zintuigen aan, zeker als ze zelf ook eens op een podium mogen staan. Mondiger zijn de Vlaamse kinderen al geworden – in sommige gevallen zelfs wat opgefokt of babbelziek – maar die openheid en leergierigheid zal altijd blijven. Tijdens nagesprekken ben ik vaak het gelukkigst. Kinderen zien dikwijls veel meer dan volwassenen denken, en zelfs meer dan volwassenen zelf zien.”

In verband met dat laatste verdedigt Van Neygen ook nog vol vuur de recentste Bronks-productie WIJ/ZIJ waarin regisseur Carly Wijs demonstreerde hoe je zelfs over de gijzeling in Beslan een uitstekende jeugdvoorstelling kan maken. Gelukkig heeft ze ook al plannen voor de toekomst.
Van Neygen
: “Vorig jaar ben ik ook ernstig ziek geweest en heb ik Veerle Kerckhoven en Marij De Nys (haar opvolgsters voor de artistieke leiding) nog beter leren kennen toen ze bij mij thuis kwamen om bepaalde zaken te regelen. Ik kan alles met het volste vertrouwen aan hen en de rest van de ploeg overlaten. Ik heb het al moeilijk gehad met het feit dat ik alles nu moet loslaten, maar ik had me ook altijd voorgenomen dat ik op mijn 65ste zou stoppen en ik begin er aan te wennen. Ik ga fotograferen, orde brengen in het enorm archief dat al van de Beursschouwburg en van Bronks naar het AMVB is overgeheveld, meer met de familie bezig zijn en terug wat meer op café gaan. Maar niet te zat (lacht).”

www.bronks.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • Brandweercommandant Tanguy du Bus de Warnaffe: ‘Wij zijn de boksbal’
  • Kan geuze zonder Zenne? Het microbiologische mirakel van lambiek en geuze verklaard
  • De Lege Doos: het verbod op plastic zakjes
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Ladj Ly: cineast tussen Cannes en banlieue
  • Aya Nakamura: protest songs for the internet generation
  • Re/defining masculinities: radiographie du "post-mec"
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement