Brusselse hoerenbuurt draait stuk slechter dan Antwerpse

© Saskia Vanderstichele

De raamprostitutie in Brussel stelt qua omzet veel minder voor dan die in Antwerpen. En de bars en carrés van Sint-Joost draaien beduidend slechter dan die van Schaarbeek. Tot die opvallende conclusies kwam KU Leuven-professor Stef Adriaenssens, die onlangs onderzoek deed naar het economisch belang van prostitutie.

P rostitutie maakt deel uit van de informele overlevingseconomie, een thema dat economisch socioloog Adriaenssens al geruime tijd bestudeert en waarover hij vrijdag op de Nacht van de Kennis een voordracht houdt. Het is het stuk van de economie dat niet door de overheid gereguleerd en opgevolgd wordt en dat dus ook niet beschermd wordt.

Adriaenssens: “Het gaat om mensen met weinig kansen. Ze geraken niet in de officiële economie, bijvoorbeeld omdat ze niet de nodige papieren hebben. Of ze kunnen in de officiële economie geen job vinden. Ze belanden dan in de prostitutie of in confectieateliers, ze zetten een straathandeltje op of gaan bedelen.”

Vanwaar uw belangstelling voor dit stuk van de economie?
Stef Adriaenssens: “Weinig onderzoekers hebben tot hiertoe een poging ondernomen om hierover data te verzamelen. Er bestaat dus nauwelijks betrouwbaar onderzoek."

"Desondanks lijkt iedereen specialist. Mensen denken bijvoorbeeld precies te weten hoe de wereld van de bedelarij werkt, ze hebben hele duidelijke, strakke ideeën over het bestaan van bedelbendes. Het is fijn om af en toe een steen om te draaien waarmee zo’n mythe onderuit gehaald wordt.”

Onlangs hebt u een rapport over prostitutie uitgebracht, in opdracht van de Nationale Bank nog wel.
Adriaenssens: “Inderdaad, Europa wil dat ook de illegale en informele transacties opgenomen worden in het bruto binnenlands product (bbp). Daarom vroeg de Nationale Bank ons om het economische belang van prostitutie te definiëren. Wij hebben ervoor gekozen om één onderdeel te meten, de raamprostitutie. Die is immers direct observeerbaar. Over de andere onderdelen, zoals de zeker in Brussel sterk groeiende internetprostitutie, hebben we dus geen directe gegevens verzameld.”

Hoe gingen jullie te werk?
Adriaenssens: “We zijn metingen gaan doen in verschillende prostitutiebuurten, in Antwerpen, Gent, Luik en ook in Brussel, met name in de Schaarbeekse Aarschotstraat en rond de Planten- en Linnéstraat in Sint-Joost.”

“Met een boekje op straat het aantal transacties staan turven bleek geen goed idee. We kregen hele agressieve reacties. Daarom hebben we ook met een verborgen camera gewerkt. In Brussel zat die in een geparkeerde bestelwagen. De beelden hebben we na gebruik natuurlijk onmiddellijk gewist.”

De Brusselse hoerenbuurt verschilt duidelijk van het Antwerpse Schipperskwartier, zo blijkt.
Adriaenssens: “Inderdaad. Het zijn twee tegenpolen. De Amerikaanse onderzoeker Ron Weitzer had dat in 2013 ook al vastgesteld. Brussel is een beetje de far west in vergelijking met Antwerpen. In Brussel is de hoerenbuurt weinig gereguleerd en behoorlijk groot. Ze strekt zich uit over twee gemeenten, die elk hun eigen koers varen. Burgemeester Emir Kir wil de prostitutie in Sint-Joost aan banden leggen maar krijgt al meteen kritiek vanuit Schaarbeek.”

“In het Antwerpse Schipperskwartier heeft men in het midden van de jaren 1990 her en der carrés oftewel ramen gesloten en alles geconcentreerd op een extreem kleine oppervlakte rond de nieuwe Villa Tinto. Er zijn wellicht evenveel carrés overgebleven maar ze liggen in drie stukjes straat, op vijf minuten ben je erdoorheen. Ook is er een stevig veiligheidsbeleid, er loopt veel politie rond en er is een politiekantoor midden in de wijk.”

Hoe vertaalt die verschillende aanpak zich economisch?
Adriaenssens: “In Antwerpen ligt het aantal transacties veel hoger. Daar kwamen we aan 915.000 geschatte transacties tegen 620.000 in Brussel. De omzet is bijna het dubbele: 62 miljoen euro tegen 34 miljoen in Brussel. De reden is, denk ik, dat mensen zich in het Antwerpse Schipperskwartier veiliger voelen om naar een prostituee te gaan. Ook is de buurt er veel minder arm en onaantrekkelijk.”

“In elk geval kun je besluiten dat een strakke regelgeving de prostitutie niet noodzakelijk doet dalen.”

Ook binnen Brussel is er een duidelijk verschil: Schaarbeek versus Sint-Joost.
Adriaenssens: “Ja, de Aarschotstraat in Schaarbeek is de grotere en duurdere buurt. Daar werken hoofdzakelijk meisjes uit Centraal-Europa. In de Planten- en Linnéstraat in Sint-Joost zitten oudere Belgische dames en zwarte meisjes. Die verdienen een stuk minder, gemiddeld 42 euro per keer, tegen 62 euro in de Aarschotstraat."

"De prostitutie is nu eenmaal een vleesmarkt. Hoe ouder, hoe minder je kunt verdienen. Ook huidskleur speelt een rol. Zwarte prostituees moeten werken aan veel lagere prijzen.”

Is het dan ook drukker in het goedkopere deel?
Adriaenssens: “Integendeel. In de Aarschotstraat schatten we dat er dubbel zoveel transacties plaatsvinden dan in Sint-Joost. In Sint-Joost wordt minder gewerkt. De ramen zijn er minder vaak bezet, slechts een kwart van de tijd, tegen 42 procent in de Aarschotstraat." 

"Dat heeft ermee te maken dat een carré, of beter gezegd een stoel in een raam, in de Aarschotstraat veel duurder is, zo’n 150 tot 200 euro voor twaalf uur. Dan kun je je niet permitteren om veel afwezig te zijn."

"Als je op zondagochtend rondrijdt in de Aarschotstraat is het volle bak, in Sint-Joost is het dan opmerkelijk rustig. De omzet in Schaarbeek is dan ook veel hoger: 26 miljoen euro, tegen acht miljoen in Sint-Joost. Je kan dus zeggen dat er in Sint-Joost veel panden zijn voor een relatief kleine prostitutie-economie.”

Hebt u ook een kwalitatief onderzoek gedaan, bijvoorbeeld naar de klanten?
Adriaenssens: “Niet echt. We weten intussen wel dat een hele kleine groep mannen een heel groot aantal transacties voor haar rekening neemt. De meesten lopen daar dan ook helemaal op hun gemak rond. Jongens die met hun vader of voor een vrijgezellenavond naar de hoeren gaan, zijn echt een minderheid.”

Prostitutie blijft een heikel punt voor Brusselse burgemeesters. In Sint-Joost wil burgemeester Kir de raamprostitutie inperken, zijn collega Clerfayt van Schaarbeek verzet zich tegen meer carrés op zijn grondgebied, burgemeester Mayeur van Stad-Brussel wil de tippelaarsters weg uit de Alhambrabuurt.

Heeft u een boodschap voor hen?
Adriaenssens: “De overheid moet eerst investeren in informatie. Er is nood aan data, monitoring en opvolging van maatregelen. Politici doen vaak heel lang niks en schieten dan zonder veel nadenken in actie na een incident of als ze druk voelen van de kiezer. Dan denken ze vaak niet verder dan: ik wil dit hier weg'."

"Ze vergeten rekening te houden met de onbedoelde effecten. Als je de tippelaarsters verjaagt uit de Alhambrawijk, duiken ze drie straten verder op. Idem voor Sint-Joost: als je ramen sluit, moet je weten wat je achteraf met die panden wil doen.”

-------------

NACHTJE NADENKEN OVER BRUSSEL
Stef Adriaenssens houdt zijn voordracht over de ondergrondse overlevingseconomie in Brussel vrijdag op de Nacht van de Kennis over Brussel. Die heeft dit jaar als thema ‘De wereld in Brussel. Brussel in de wereld’. Ongetwijfeld zal dus de terreurdreiging in de stad aan bod komen. Voor deze vierde editie heeft het Brussels Studies Institute opnieuw een twaalftal onderzoekers verzameld. De voordrachten worden afgewisseld met korte debatten en muzikale intermezzo’s. Friedl’ Lesage (Radio 1) en Béatrice Delvaux (Le Soir) presenteren. 

Nacht van de Kennis, 27/11 vanaf 19u, Kaaitheater, www.bsi-brussels.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook