interview

Columniste Celia Ledoux brak met Brussel, maar keerde terug

© Saskia Vanderstichele
| Celia Ledoux, BRUZZ-columnist.

Tweeënhalf jaar geleden nam ze met een druk becommentarieerde column afscheid van Brussel. Drie maanden na ‘Bye bye Brussel’ keerde ze al op haar stappen terug. Vandaag is het weer koek en ei tussen Celia Ledoux en de hoofdstad. De columniste blijft oog hebben voor de twee kanten van de medaille en antwoordt op drie vragen over haar relatie met Brussel.

U schreef dat het gedaan was tussen u en Brussel. Waarom bent u van gedachte veranderd?
Celia Ledoux: Ik voel nog altijd grotendeels hetzelfde. ‘Bye bye Brussel’ was een liefdesbrief, waarin ik de schoonheid van de stad bezongen heb, maar ook het onvervulde potentieel. Op dat moment vond ik dat ik genoeg gegeven had. Ik was al zo lang een geëngageerde Brusselaar geweest.

De brief was mede ingegeven door een persoonlijke kwestie. Mijn ex-man ging toen het ziekenhuis in met een longembolie en dubbele longontsteking. De specialisten van het Erasmusziekenhuis zeiden dat zijn ziekte meer dan waarschijnlijk aan luchtvervuiling te wijten was. Ik was toen hoogzwanger. Maandenlang zweefde hij tussen leven en dood.

Het blijft me tot op de dag van vandaag choqueren: Brussel overtreedt de Europese fijnstofnormen geregeld, en de meetstations meten niet eens op de drukste plekken. Brussel vergast de Brusselaar, de zwakste het eerst. Ik vind het geweldig dat daar burgerprotest tegen ontstaat, zoals Filter Café Filtré, dat stug doorgaat met zijn acties voor minder auto’s in de stad. Een verbod op dieselwagens alleen zal het probleem niet oplossen.U keerde terug naar Vlaanderen, maar dat was geen succes.
Ledoux: Tja, ik kwam in het gat van Pluto terecht. De naam van die kleine gemeente doet er niet toe, ik had snel door dat ik er niet thuishoorde. Ik miste Brussel en besefte dat ik Brusselaar was.

Celia Ledoux foto BRUZZ ACTUA 1619
© Saskia Vanderstichele
| Celia Ledoux.

Wat miste u vooral?
Ledoux: De rijkdom van een stad is niet in enkele zinnen te vatten. Misschien in de eerste plaats de Brusselaars zelf. Brussel is met zijn gat in de boter gevallen met veel van zijn inwoners. Er zijn zo veel geëngageerde burgers die zien wat er allemaal foutloopt en de stad willen verbeteren.

Er is bereidwilligheid om elkaar te helpen. Dat zie je aan het burgerplatform voor overnachtingen in het Maximiliaanpark, maar ook als je met een buggy in de metro op stap bent. Gescheiden werelden ontmoeten elkaar hier. Iedereen is vreemdeling of onbekende, maar ook je naaste. Ook mijn eigen engagement kreeg een extra fundament na mijn terugkeer.

Wat me ook bevalt: Brussel is een stad die je moet verdienen. Je moet zelf op zoek gaan naar de verborgen parels, buiten de toeristenroute. Zoals Berlijn, waar ik ook nog gewoond heb. Brusselaars scheppen niet op over hun Alice in Wonderland-plekjes. Bruxelles est ni vu, ni connu.

Wel is er constant werk aan de winkel. De infrastructuur laat vaak te wensen over. Onlangs werd ik op de fiets aangereden. Toen ik op Twitter mijn beklag deed over het gebrek aan veiligheid voor fietsers, kwam meteen de vraag waar het ongeluk had plaatsgevonden. De verantwoordelijkheid hangt immers af van welke weg het is. Maar de plek maakt geen fuck uit. Het is overal zo in Brussel.

En dan de aanleg van de voetgangerszone, die steeds vertraagd werd door moedwillig destructief beleid van buitenaf. Ongelooflijk verwerpelijk. Ook zou er in het gewest meer financiële solidariteit moeten zijn tussen rijke en arme gemeenten.

Celia Ledoux is schrijver en columnist. Ze schreef twee boeken over ouderschap, Mama en Slaap je al door? en een roman, Wild Vlees. Ze is geboren in Anderlecht en groeide op in de Brusselse rand, studeerde en woonde in Brussel, en woont er weer sinds 2007.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?