Cultuurhuizen blijven voorlopig open, 'maar 2021 wordt groot vraagteken'

Bekijk ook de afspeellijst: vrijdag 23 oktober 2020

De nieuwe maatregelen voor de culturele sector – maximaal 200 bezoekers en 1,5 meter afstand – zijn niet de schokgolf door het landschap die aanvankelijk werd gevreesd. De meeste cultuurhuizen waren bang voor een volledige sluiting. Nu die er voorlopig niet komt moeten ze elk hun eigen rekening maken, en daarin vallen heel wat verschillen te bespeuren.

“Een collectieve zucht van opluchting”, zo beschreven zowel Tom Bonte van de AB en Barbara Van Lindt van Kaaitheater het overheersende gevoel in de online vergadering na de persconferentie vrijdagvoormiddag. “Psychologisch doet dit veel, we vreesden echt voor een totale sluiting,” zegt Bonte. Ook bij Kaaitheater was de vrees voor een lockdown groot.

“We moeten zeker een aantal aanpassingen doen,” aldus Van Lindt, “maar dat zijn we ondertussen haast gewoon”. Bij de AB, dat tot vandaag met een capaciteit van 480 draaide, worden een aantal concerten uitgesteld en opgesplitst. Onder andere het concert van Brihang op zaterdagavond wordt verschoven en opgedeeld.

Ook Pieter Van der Gheynst van koepelorganisatie Brussels Museums voelt de opluchting: “Ja ik heb de afgelopen week heel wat bezorgde telefoontjes van de verschillende Brusselse musea ontvangen.” Tijdens de persconferentie is niets gezegd over de musea, dus het is nog even afwachten op de sectorgids, maar Van der Gheynst gaat ervan uit dat zijn sector verder mag zoals tevoren. “Al maken we ons wel zorgen over de terugvallende bezoekerscijfers. De aanhoudende verschuivingen in de culturele sector en de communicatie hebben potentiële bezoekers misschien angst aangejaagd. Maar wij houden al sinds de heropening in mei heel strenge maatregelen aan, en die zijn niet verzwakt”.

Grote verschillen

Ook al is een volledige sluiting voorlopig vermeden, iedere organisatie of cultureel huis zal opnieuw de rekening voor zichzelf moeten maken: kunnen ze nog open blijven aan deze voorwaarden? Daarin valt het veld sterk uiteen: het antwoord op die vraag is immers afhankelijk van de hoeveelheid inkomsten de organisatie uit subsidies of uit de markt haalt, en van de grootte van de zalen. Zo zullen verschillende organisaties tot eigen conclusies moeten komen.

Vorst Nationaal, dat net voorzichtig aan het heropenen was, liet vrijdagvoormiddag al weten onder de huidige voorwaarden niet lang meer stand te houden: “Er is geen enkele manier waarop wij rendabel kunnen opengaan onder deze voorwaarden,” zei woordvoerster Coralie Berael daarover. “De gesubsidieerde sector gaat dit misschien nog trekken, maar wij niet”.

Éric Franssen van Cinema Palace wacht nog even af om tot conclusies te komen: “Wat er is gezegd op de persconferentie is te algemeen voor mij om al beslissingen te nemen. We zitten nu aan 50 procent bezetting van de zalen, als we terug moeten naar 30 procent zoals in juli is het nog niet duidelijk of we kunnen open blijven.”

Draaien op verlies

Maar ook onder gesubsidieerde organisaties vallen er grote verschillen te ontwarren. Ook hier speelt de zaalgrootte een rol, evenals de flexibiliteit die het gebouw toelaat: “Voor ons valt het goed te doen. We keren eigenlijk terug naar het scenario van deze zomer. We waren daar eigenlijk al naartoe aan het werken,” zegt Tom Bonte (AB). De organisatie kan het financieel trekken omdat ze reeds op voorhand had besloten om de ticketinkomsten integraal aan de artiesten door te storten, “omdat zij het meeste te lijden hebben onder deze crisis”. Zo draait de AB dus op verlies. “Voor 2020 lukt dat nog, maar 2021 wordt een groot vraagteken", aldus Bonte.

Peter de Caluwe, intendant van de Koninklijke Muntschouwburg

Een soortgelijk geluid bij Peter De Caluwé van De Munt, waar gisteren de nieuwe productie Die Tote Stadt nog in première ging. “Ja wij gaan van 50 procent bezetting naar 20 procent. Onder het vorige scenario konden we nog positief eindigen op het einde van de rit, maar nu gaan we verliezen draaien. Maar ik heb beloftes gemaakt aan mijn team en aan onze bezoekers, zij hebben veel werk gestoken in deze productie, dat gaan we nu niet opgeven.”

De generieke oplossing

Of kleinere huizen zoals de Beursschouwburg of Recyclart - waar de grootste zalen een capaciteit hebben van minder dan 200 personen - zullen kunnen open blijven voor een sterk gereduceerd publiek valt dus nog te bekijken. Beide huizen waren vandaag niet beschikbaar voor commentaar.

De “generieke oplossing”, aldus Peter De Caluwé, is voor sommigen minder werkbaar als de andere. “Maar we moeten solidair blijven. Ook al zie je bij dit soort oplossingen, net zoals je bij de restaurants en de café’s zag, dat mensen die heel erg hun best hebben gedaan niet worden beloond voor hun goede werk”.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?