1 jaar corona

De burenbubbel: vriendschap naast de deur

Door corona werden Aurélie en Kwinten hechte vrienden.© Saskia Vanderstichele

Een ingesloten stadstuin werd tijdens de pandemie het kloppende hart voor de bewoners van de Zwart Paardstraat in Molenbeek. En in Vorst groeiden de dagelijkse koffies van onder- en bovenbuur Aurélie en Kwinten uit tot een hechte vriendschap. De coronacrisis smeedde op heel wat plaatsen nieuwe, warme banden met de buren. “Dat contact heeft me behoed voor de somberte.”

De impact van sociale bubbels en knuffelcontacten

Vanaf midden maart moesten we thuisblijven en contact maximaal vermijden. Buiten komen mocht, met het gezin of maximaal één vriend, op anderhalve meter afstand. Bij de versoepeling volgde de ‘sociale bubbel’, waarbij nauwer contact mocht met vier personen, dan tien en daarna vijftien. Later werd dat beperkt tot één knuffelcontact per persoon.

In de Zwart Paardstraat werd de binnentuin het hart van de woonplek

Indra's dochter merkte het onlangs langs haar neus weg op: dat mama depressief zou zijn geworden als ze hier het voorbije Covidjaar niet had gewoond. “Ze heeft gelijk,” zegt Indra, één van de bewoners van de Zwart Paardstraat. “Als ik kook en uit het raam kijk, zie ik mijn buren aan het fornuis. Als ik 's nachts wakker word en elders brandt ook licht, voel ik me niet alleen. En soms roept een overbuur van de overkant of ik kan helpen om de splinter uit de vinger van haar zoon te halen.”

1743 Buren tijdens corona
© Saskia Vanderstichele

Langs de straatkant blijft een groot deel van de twee woonblokken waarin zeven gezinnen en een architectenbureau huizen aan het zicht onttrokken. Pas als je binnen bent, zie je een binnentuin, waar de meeste ramen op uitkijken. Sinds de coronacrisis groeide de tuin uit tot het hart van deze woonplek. Er werden banden gesmeed die nog moeilijk stuk kunnen.

Het begon allemaal met theatermaakster An die door de pandemie plots zonder werk zat. “Het was eind maart, iedereen nam zich voor om gewoon in zijn kot te blijven. Ik verveelde mij steendood. Toen mijn verjaardag eraan kwam, dacht ik: waarom lanceer ik geen coronaproof spel voor de buren?” Geïnspireerd door het tv-programma De Mol, maakte ze filmpjes waarin ze telkens een opdracht aankondigde. De burenwhatsappgroep waarin ze normaal praktische afspraken deelden, was het perfecte platform: elk halfuur kregen de buren een opdracht. Uit te voeren op de centrale binnenkoer zodat iedereen kon meevolgen.

Het sloeg aan. Voor ze het wist, stond een buur beneden met krijt stoeptekeningen te maken, terwijl de anderen vanuit hun ramen het juiste antwoord op de Pictionary-­opdracht naar beneden schreeuwden. “Kijk, hier moesten we ons verkleden als superheld,” diept bewoner Nick een foto van zichzelf in supermanpak op. “En hier moesten we om ter snelst om zoveel mogelijk T-shirts aantrekken,” toont buurvrouw Kelly een andere foto. Wie won, kon een pretpakket kiezen. “Olijven, een lekker biertje of chips,” vertelt An. “Zodat iedereen in zijn eigen woonkamer kon aperitieven.”

Spannende verhalen

Het spel zette de toon voor de rest van de pandemie. Vanaf dan werden verjaardagen op de binnentuin gevierd. “Hij was net op tijd klaar geraakt, twee jaar geleden was het hier nog een jungle,” zegt Liesbeth. “Hij is zeer intensief gebruikt, planten hebben amper de kans gekregen om te groeien.”

Ze spraken meteen af: wij zijn een bubbel, het mag hier geen va-et-vient worden. “Zodat de kinderen toch samen konden spelen.” Was er iemand ziek of moest die in quarantaine, dan bleef die thuis.
De eerste avonden gingen steevast over Covid-19, al wrikte buurvrouw Liesbeth het gesprek wel open met de vraag wat voor spannends iedereen zoal beleefd had. “Ook al maakte niemand iets mee – iedereen zat binnen – tóch kwam er altijd wel een verhaal,” zegt An. “Desnoods over een muis die ze hadden zien binnenglippen in mijn appartement. Dat heeft me toch een goede week beziggehouden,” lacht Kelly. Het was toen dat Nick, die hier nog maar een jaar woont, besefte dat de andere buren elkaar ook helemaal nog niet zo goed kenden. “Tijdens die vrijdagavonden leerden we elkaars leven kennen.”

Camping

Terugblikkend op het voorbije Covid-jaar, is het dat wat haar er mentaal heeft doorgeholpen, zegt Liesbeth. Toen rond Pasen de vooropgestelde versoepelingen in het water vielen, dreigde de burn-out. “Het contact met de buren heeft mij daarvoor behoed. En mijn beslissing om een taart te bakken. Ik kook nooit, maar toen heb ik mijn eerste javanais gebakken, met streepjes en al. Eindelijk kon ik nog eens iets afwerken. Probeer dat maar eens als je thuiswerkt met een kind. Onmogelijk.”

De kinderen vonden die paasvakantie prachtig, ze toverden de binnentuin om tot hun privécamping. “Heerlijk voor hen, maar wat een kabaal voor de telewerkers,” herinnert Liesbeth zich. Maar de sfeer zat nadien zo goed dat ze het opheffen van de lockdown bijna sneu vond. “Dit was onze comfortzone geworden, plots zou iedereen weer zijn eigen leven beginnen te leiden. Ik vond het wel jammer dat die vrijdagavonden dan wegvielen.”

Ze werden minder frequent, maar ze bleven. En toen diende de tweede golf zich aan. “In november met drie donkere maanden in het vooruitzicht, vroeg ik me echt af hoe we ons hierdoor zouden slaan,” zegt Liesbeth, die het wat somber in zag. Maar kijk, nog net op tijd voor de tweede lockdown kochten ze een vuurkorf. “De beste investering ooit.” “Om beurten nodigden we coronaproof wat vrienden uit in de tuin,” glimlacht An. En zodra die met de avondklok naar huis moesten, verzamelden de buren zich druppelsgewijs rond het vuur. “Echt coronaproof: elk met een eigen glas, daar zijn we heel strikt in,” aldus Liesbeth.

En toen de herfstvakantie verlengd werd, kwam An weer met een plan. Waarom geen theaterkamp organiseren, ze zat toch thuis met weinig om handen? “Toen ik de kinderen met zwaarden zag spelen, heb ik hen the Black Horse gang genoemd. Geïnspireerd door Hoodie die Vrijbeek moest bevrijden in de Ketnetreeks, verzonnen ze hele scenario's hoe zij de stad gingen beschermen tegen de Green Cats.” Een buurmeisje ontwierp een logo voor de bende dat ze lieten drukken op gekleurde hoodies. Voor elk kind in een andere kleur. “Op vrijdagavond hebben we dan een coronaveilige voorstelling gegeven. De openingsscène? De kinderen die elk vanuit hun raam naar elkaar begonnen te roepen.”

Ook kerst vierden ze samen. “We hebben zelfs naampjes getrokken om cadeaus te geven,” glimlacht Kelly. “Het straffe is: zowat iedereen kreeg een geschenk dat hij of zij écht wou, het zat er boenk op,” herinnert Liesbeth zich. “Ik gaf een dagboek aan een van de meisjes,” zegt Lesley. “Nog diezelfde dag is ze erin beginnen te schrijven.”

De kinderen voelen zich intussen meer broer en zus dan buren. “Ze zijn erg hecht, maar ze kibbelen ook behoorlijk.” Zijn de volwassenen ook vrienden geworden? “Laten we die term er niet op plakken,” reageert Indra. Liesbeth knikt. “Inderdaad, dat creëert te veel verwachtingen of verplichtingen naar elkaar.” “Maar misschien gaat onze band wel verder dan vriendschap,” vult Indra aan als ze ziet dat An een beetje beteuterd kijkt. “Ik heb met de kinderen van de buren intussen een sterke band. Ik zorg mee voor hen.”

Ze dromen al van een post-­coronaplan: een dj-contest waarbij twee buren het vanuit de ramen in de tegenoverliggende appartementen tegen elkaar opnemen. Liesbeth ziet het al helemaal voor zich. “Met een dikke fuif hier in de binnentuin. Waar iedereen veel te dicht bij elkaar móet dansen.”

Aurélie en Kwinten werden hechte vrienden

Ze drinken samen een koffie in de zon in Aurélies appartement. Gewoonlijk gebeurt dat een verdieping hoger, bij Kwinten. “Bij hem schijnt de zon ’s morgens vroeg al binnen. Hij heeft een excellente koffi emachine, ik maar een Bialetti,” lacht Aurélie. Bijna twee jaar geleden verhuisden ze allebei naar hun eigen appartement in een mooi rijhuis in Vorst. Nieuwe eigenaars die elkaars renovatiewerken moesten verdragen.

1743 Aurelie en Quinten en overbuur Milan corona
© Saskia Vanderstichele
| Kwinten en Aurélie.

“We hadden een keer isolatietips uitgewisseld op café: hoe Kwinten zijn vloer best isoleerde en ik mijn plafond,” haalt Aurélie de herinnering op. “Vriendelijk, maar toch zakelijk,” vult Kwinten aan. “We stonden allebei nogal op onze strepen: we gingen ervoor zorgen dat we vooral niet te veel last van elkaar hadden.”

Verder bleef het bij een groet in de gang. Tot Aurélie in maart terugkeerde van een vakantie van drie weken in Mexico en ons land op slot ging. “Ik wilde zó graag over mijn reis vertellen, maar aan wie? Vrienden gingen uit schrik in quarantaine, mijn familie mocht ik niet zien.” “Ik was een gewillig slachtoffer,” lacht Kwinten. “We zijn allebei bezige bijen. Als je alleen woont en je wordt plots afgesneden van alles en iedereen is dat heel heftig. Omdat mijn werkopdrachten ook wegvielen, zat ik van de ene dag op de andere alleen achter mijn tafeltje te denken: wat moet ik nu doen?”

Stoofvlees en croissants

Veroordeeld tot een leven tussen vier muren, hoorden ze ‘s ochtends nog beter wanneer de andere opstond. “Zó goed was onze isolatie dus ook weer niet,” lacht Aurélie. “Ik sms’te dat ik te veel koffie had gemaakt, of ze ook wat wilde,” zegt Kwinten. Die ene koffie werd een dagelijkse afspraak en al snel uitgebreid met een gezamenlijke lunchpauze en een afsluiter op het balkon van Kwinten.

Regelmatige, warme momenten die ook een welkome structuur boden in de chaos waarin ze belandden. Niemand te kunnen zien, niemand te kunnen aanraken vond Aurélie vreselijk. “Ik was het gewend om veel alleen te regelen, maar heb aan het begin van de lockdown toen echt gevoeld wat eenzaamheid is.” Ze at nog amper, kon zichzelf nauwelijks motiveren om boodschappen te halen. “Op een middag stond er een kommetje soep voor mijn deur. Van Kwinten. Ik was zo ontroerd dat ik een half uur heb gehuild.”

Zij maakte stoofvlees, hij bracht een extra croissant mee van de bakker. En ’s avonds openden ze een fles. Of twee. Bevriend zouden ze sowieso zijn geraakt, maar nu ging het in sneltempo, zegt Aurélie: “Als je elkaar elke dag ziet, deel je kleinigheden, maar na een tijd ook je levensverhaal. We zaten allebei nogal in een turbulente periode toen.”

Vanaf hun balkon overschouwden ze hun wijk en de wereld en begonnen ze die spontaan te verbeteren. Ze lanceerden een actie om de sigarettenpeuken die en masse op straat werden gekieperd, aan te pakken. Ze fietsten door de straten in de wijk en meldden via de app Fix my street waar er dringend putjes gedicht moesten worden. Hij lanceerde impulsief voorstellen, zij ging er enthousiast in mee. Ze installeerden zich op een bank voor de deur en doorprikten zo voor zichzelf en al wie spontaan een babbeltje wilde slaan de somberte van die eerste periode.

“Omdat de overheid alleen oog had voor gezinnen en geen aandacht schonk aan alleenstaanden in de eerste golf, hebben we onszelf dan maar als één gezin onder één dak beschouwd,” vat Aurélie de situatie samen. Elkaars knuffelcontact werden ze evenwel niet. “De term bestond nog niet en we knuffelen ook nooit,” zegt ze. Zij is wel erg tactiel, Kwinten minder. “Maar we zijn ook zo geconditioneerd,” zegt hij. “Toen we elkaar beter leerden kennen, waren we zeer voorzichtig en hielden we heel erg afstand. We hadden er nog geen idee van hoe besmettelijk dat virus was. Die fysieke afstand is gebleven.”

Emotioneel zijn ze wél hecht. “Meer zelfs, soms lijken we zelfs bijna broer of zus,” lacht Aurélie. “Hij vindt mij veel te sociaal en ik vind dat hij soms moeilijk doet voor niets. We kibbelen zelfs, maar dat is oké.” Binnenkort verhuist Kwinten, hij gaat vlakbij samenwonen met zijn vriendin. Maar hij heeft al met haar afgesproken dat ze regelmatig bij Aurélie langskomen. “We hebben samen een unieke periode beleefd, de band blijft.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?