interview

‘Deze crisis zal er ons aan herinneren dat een gezond leven de start is van alles’

Dieter Goemaere van Gibbis, de koepel van de vzw ziekenhuizen en zorginstellingen in Brussel.© Saskia Vanderstichele

De coronacrisis komt er net op een moment dat het hele ziekenhuislandschap in volle hervorming is. En dat betekent, zoals wel vaker: besparen. De coronacrisis hakt er dus extra hard in bij de ziekenhuizen. “Elke euro die je stopt in de gezondheidszorg is een investering in een kwaliteitsvol leven,” zegt Dieter Goemaere van Gibbis, de koepel van de vzw-ziekenhuizen en zorginstellingen in Brussel.

Goemaere is chief economist en directeur algemene ziekenhuizen bij Gibbis. Hij was zelf ook zes jaar financieel directeur van een Brussels privéziekenhuis. Het is, op het moment dat we Goemaere spreken, alle hens aan dek om de Brusselse ziekenhuizen voor te bereiden op de verwachte piek. Maar in de achtergrond is Goemaere al volop bezig om post-Corona voor te bereiden. En dat zal vooral veel cijferen worden en kijken hoe de ziekenhuizen er na de crisis weer bovenop kunnen geraken. Want de situatie van de Brusselse ziekenhuizen wás al niet rooskleurig.

“Het volstaat om het Maha-rapport erbij te nemen, dat Belfius heeft gemaakt,” zegt Goemaere. “De ziekenhuizen in ons land hebben een courant resultaat van 0,2 procent van de omzet. In Brussel ligt dat soms hoger, maar sommige ziekenhuizen draaien op verlies.

Dat wil vooral zeggen dat er nog nauwelijks investeringscapaciteit is. Terwijl de gezondheidszorg juist razendsnel evolueert. En bij het verplegend personeel was de werkdruk al heel hoog. Dat was, voor alle duidelijkheid, de situatie vóór de uitbraak van Covid-19.”

Dieter Goemaere van Gibbis, de koepel van de vzw ziekenhuizen en zorginstellingen in Brussel

Hoe is de situatie op dit moment?

Dieter Goemaere: De ziekenhuizen bereiden zich voor op de grote rush. Dat verloopt relatief goed. Alle niet-dringende consultaties en operaties zijn uitgesteld. Dat heeft grote gevolgen voor de organisatie. Tegelijk wordt de capaciteit voor intensieve zorgen uitgebreid. We hebben in andere landen gezien hoe een tekort aan intensive care een levensgevaarlijke bottleneck kan veroorzaken. Er wordt nu hard gewerkt aan een uitbreiding van het aantal bedden voor intensieve zorgen.

De ziekenhuizen staan klaar om grote groepen Covid 19-patiënten op te vangen, al is het natuurlijk altijd de vraag hoe snel die toename van patiënten zal zijn. Om de spoeddiensten te ontlasten zijn in Brussel ook een vijftiental voorposten opgezet voor de triage van de patiënten. Daarvoor is een samenwerking opgezet met de huisartsen, die heel positief is ontvangen.

Een groot probleem is het materiaal om de intensieve zorgen te kunnen toedienen. Hoe staat het daarmee?

Goemaere: Het meest acute probleem zijn, zoals bekend, de maskers. Dat is een mondiaal probleem, want de vraag is groot in alle landen. Gelukkig is de productie in China weer op gang gekomen.

Daarnaast zijn er ook schorten nodig, handschoenen et cetera. Voor de beademingstoestellen zou de globale capaciteit in Brussel in principe moeten volstaan. Een toestel kan ook meerdere patiënten beademen. Maar voor de geneesmiddelen om patiënten in beademing te brengen, dreigen er dan weer tekorten. Het is dus permanent opvolgen.

We horen intussen verhalen over duikmaskers uit Decathlon-winkels die worden omgetoverd tot maskers voor intensieve zorgen ...

Goemaere: Als er schaarste is, moet er creatief worden nagedacht. In het Saint-Lucziekenhuis bijvoorbeeld ontwikkelen ze een procedé om stof op de FFP2-maskers te binden, waardoor die zes tot zeven dagen gebruikt kunnen worden in plaats van acht uur.

In de ziekenhuizen zijn hygiënisten aanwezig die de nodige testen doen om te zien of die innovatieve oplossingen veilig genoeg zijn. We willen vooral niet dat het zorgend personeel ziek wordt. Ze zijn hard nodig.

Dieter Goemaere van Gibbis, de koepel van de vzw ziekenhuizen en zorginstellingen in Brussel
© Saskia Vanderstichele
| Dieter Goemaere: "Er is nog nauwelijks investeringscapaciteit, terwijl de gezondheidszorg juist razendsnel evolueert."

Meer intensieve zorgen betekent ook meer personeel. Stellen zich daar problemen?

Goemaere: Voldoende handen rond elke patiënt is al lang een bekommernis van de ziekenhuizen. Al lang voor de huidige crisis vroegen overwerkte verplegers en verpleegsters, daarin gesteund door de werkgevers, terecht om meer handen aan het bed. Gelukkig was hier al voor de crisis een initiatief genomen.

Zo heeft de Kamer in november vorig jaar de oprichting van een zorgpersoneelfonds goedgekeurd (na een amendement van de PVDA en SP.A, red.), goed voor 400 miljoen euro. We vragen nu dat dit fonds niet zomaar gebruikt zou worden om de coronacrisis te financieren. Het fonds moet ook daarna structureel blijven bestaan, want de nood aan meer verpleging was al groot en blijft dat ook.

Daarnaast is er ook een probleem om voldoende verplegend personeel te vinden. Het is een knelpuntberoep. We hopen dat, als er meer handen rond elke patiënt aanwezig zullen zijn dankzij het zorgpersoneelsfonds, het beroep ook aantrekkelijker zal worden.

Hoe is dat tekort aan verplegend personeel ontstaan, nog los van de pandemie?

Goemaere: Ik zou dat vanuit een positief verhaal willen opbouwen. Als we naar de European health Consumer Index kijken, dan staat België op de vijfde plaats. Dat is uitstekend. We vertrekken dus van een goede kwalitatieve gezondheidszorg en een meer dan behoorlijke tenlasteneming. Daartegenover zijn er, voor België, een hele reeks uitdagingen.

Er zijn de chronisch zieken, maar er is ook de vergrijzing. Ook Brussel, met een eerder jonge bevolking, ontsnapt daar niet aan. We zien hier een grotere concentratie van tachtigplussers.

Die uitdagingen moeten we dan bekijken in een nijpende financiële context. De algemene ziekenhuizen in België draaien momenteel een courant resultaat van 0,2 procent (de ‘winst’ op de omzet, red.). Brussel is daar geen uitzondering in. Dat komt omdat nu al ongeveer tien jaar de federale overheid de kaasschaaf toepast, waardoor de ziekenhuizen moeten besparen.

Dieter Goemaere van Gibbis, de koepel van de vzw ziekenhuizen en zorginstellingen in Brussel

Daar is ook het verzorgend personeel de dupe van.

Goemaere: Dat klopt. De werkdruk stijgt. Dat komt dan weer omdat het aantal ligdagen per patiënt daalt. De patiënt vertrekt sneller naar huis. Vroeger volstond het om een patiënt, die nog wat langer in het ziekenhuis bleef, onder toezicht te houden. Nu wisselen de patiënten sneller waardoor dezelfde zorg moet toegediend worden maar in een kortere periode. Dat verhoogt de druk op de zorgverstrekkers.

Een daling van de ligtijd is toch een goede zaak?

Goemaere: Zeker. Het is beter dat de patiënt sneller naar huis kan, met thuisverpleging bijvoorbeeld. Maar dat verandert niets aan het feit dat het voor zorgverstrekkers in het ziekenhuis drukker is geworden.

De overheid wil tegelijk ook besparen door de medische overconsumptie aan banden leggen. Ziekenhuizen hebben er vandaag belang bij om veel onderzoeken uit te voeren. Want dat is geld in het laatje. Maar het is de belastingbetaler die ervoor opdraait.

Goemaere: De medische overconsumptie tegengaan is inderdaad broodnodig. We werken daar constructief aan mee. Maar die hervorming kost tijd. Het risico is namelijk dat die hervorming het bestaande financiële evenwicht van de ziekenhuizen in gevaar brengt. Een concreet voorbeeld: de federale regering bespaart in 2020 niet op ziekenhuizen. Daar zijn we blij om. Maar intussen is er wel een besparing op geneesmiddelen. Die besparing voelen de ziekenhuizen direct, want ze vormen een deel van de inkomsten.

Dieter Goemaere van Gibbis, de koepel van de vzw ziekenhuizen en zorginstellingen in Brussel
© Saskia Vanderstichele
| Dieter Goemaere: "De federale overheid past nu al ongeveer tien jaar de kaasschaaf toe, waardoor de ziekenhuizen moeten besparen."

De Belgische gezondheidszorg doet er vandaag alles aan om de coronapandemie te bedwingen, maar later zullen de rekeningen gemaakt worden. Voor de ziekenhuizen en artsen moet dit financieel diep snijden, want de inkomsten uit de gewone opnames, vallen grotendeels weg.

Goemaere: Het is héél disruptief. De helft van de ziekenhuisactiviteiten valt van de ene dag op de andere weg. Het gaat bijvoorbeeld over de consultaties, niet-dringende hartoperaties, heupprotheses, et cetera. De ziekenhuizen realiseren minder ligdagen, de honoraria voor de artsen vallen weg, die voor een deel de ziekenhuizen financieren.

Maar het geldt net zo goed voor de ziekenhuiscafetaria, die vandaag gesloten is. Of de parkeerinkomsten. Op korte termijn krijgen de ziekenhuizen te maken met een enorme daling van de inkomsten, en dat in een context van een fragiel financieel evenwicht.

De federale overheid heeft daar prompt op gereageerd door één miljard euro thesaurie te injecteren in de ziekenhuizen. Dat houdt de ziekenhuizen voorlopig boven water. We zijn ook in overleg met de banken om te kijken hoe zij mee de ziekenhuizen kunnen ondersteunen.

Er duikt intussen ook een pijnlijke ethische discussie op. Als er onvoldoende beademingstoestellen blijken te zijn in de ziekenhuizen, dan zal er, in de toevloed aan patiënten, gekozen moeten worden. Hoe gaan de Brusselse ziekenhuizen hiermee om?

Goemaere: Er is een algemene richtlijn hierover opgesteld door de Belgian Society of Intensive care medicine die in alle ziekenhuizen wordt toegepast en die speciaal voor deze crisis is opgesteld is (ouderdom op zich wordt niet in rekening gebracht, maar wel de latere levenskwaliteit, de fragiliteit, red.). De patiënten in alle ziekenhuizen worden dus op gelijke voet behandeld. Maar laten we vooral hopen dat die situatie zich niet voordoet.

Heeft deze crisis een impact op de toekomstige Brusselse gezondheidszorg?

Goemaere: Dat denk ik wel. Vooral omdat het ons eraan herinnert dat een gezond leven de start is van alles. Elke euro die je stopt in de gezondheidszorg zijn niet louter kosten voor de overheid, maar ook een investering in een kwaliteitsvol leven. Ik denk dat deze crisis ons hier met de neus op de feiten drukt.

De crisis toont tegelijk ook aan dat de hele keten van de gezondheidszorg een rol speelt: van de huisartsen tot de hypergespecialiseerde zorg. In vergelijking met andere landen waar de crisis veel harder woedt dan vandaag bij ons, doen we het momenteel (het interview is dinsdag afgenomen, red.) niet zo slecht. Onze gezondheidszorg heeft goed gereageerd op de crisis. Onze capaciteit aan intensieve bedden is helemaal niet zo slecht. En we hebben ze op heel korte termijn kunnen uitbreiden. Dit is een belangrijke takeaway voor na de crisis.

De crisis leert ons zeker ook hoe belangrijk strategische voorraden van medisch materiaal en farmaceutische producten zijn. Ook zal er meer gekeken moeten worden naar lokale productiecapaciteit, zodat we in tijden van crisis minder afhankelijk zijn van andere landen.

Misschien is het jammer dat we een crisis nodig hebben om dit aan te tonen, maar het zal sowieso zijn sporen nalaten. Bij de patiënten, bij de zorgverstrekkers en bij de bevolking. Neem nu het applaus voor de zorg. Het is een hart onder de riem, maar het verandert ook de blik van mensen op de gezondheidszorg. Voor veel gezonde mensen zijn de ziekenhuizen ver van hun bed. Het is iets dat je niet nodig hebt, tot de dag dat je die zorg wel nodig hebt. Dat zal na deze crisis ongetwijfeld anders zijn.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?