Deze doorzetters liepen alle edities van de 20 km

© 20km van Brussel

Geen betere promotie voor de 20 km door Brussel dan de volhouders sinds de eerste editie, al veertig jaar op rij. Vandaag zijn de loyale doordouwers nog met 48: 21 uit het Brussels Gewest, 14 uit Wallonië, 11 uit Vlaanderen, 1 uit Nederland en 1 uit Zwitserland. De voorbije winter stierven drie deelnemers van het eerste uur. Niemand beter dan deze 48 diehards om te getuigen van de sfeer van het evenement.

Organisator Carine Verstraeten ziet het zo: “Elk van die mensen heeft zijn levensverhaal, gelinkt aan dit jaarlijks weerkerend evenement. Sommige hebben gezondheidsproblemen gekend, maar staan er nog. Anderen hebben de fakkel al gedeeld, met hun kind en kleinkind; drie generaties die samen participeren dus. Die 48 zijn voor ons als organisator de ware ‘ambassadeurs’ van de 20 km.” BRUZZ luisterde naar de motivatie van enkele doorzetters: een bejaarde Marollien, een Vlaamse Molenbekenaar en een juwelier uit Zwitserland.

20km Eugene MARIN MARTIN 2 BRUZZ ACTUA 1658
© Martin
| Eugène Marin Martin

Pure folklore

Eugène Marin Martin (1943) uit de Sistervatstraat, hartje Marollen, liep voor het eerst mee na een weddenschap onder cafévrienden. “Ik was 35 jaar en onvoorbereid, twee dagen voor die bewuste zondagloop. Tot mijn dertigste had ik wel rotsklimmen beoefend - zoals de rotsen van Freyr in Dinant - en wat speleologie, maar lopen, nooit. Ik kon me niet voorstellen wat het zou zijn, maar nam de uitdaging aan. Bij de aankomst was ik zo goed als dood. Het heeft vijftien dagen geduurd om van alle pijnen af te raken. Ik kwam als voorlaatste over de eindmeet. De naam van de laatste staat in een herdenkingspublicatie. Verdorie, had ik het geweten, ik was hem niet gepasseerd in de laatste helling voor het Atomium.”

Sinds die eerste editie is Eugène, die jaren als ‘comprimeur’ van pillen in een farmabedrijf bij de Hoogstraat werkte, verknocht aan wandelen. “Ik wou die eerste, loodzware inspanning te boven komen en sloeg aan het stappen. Eerst tien kilometer, dan twintig en dertig. Tot 100 km in 24 uur deed ik in mijn beste jaren. Wandelen werd een virus. Tot vorig jaar stapte ik elke week een dag 42 km, nu is dat 30 km in een dag. Ik neem de trein naar Waterloo, Stavelot en Malmédy of zo, en doe mijn toertje. Terug thuis, ruik ik de stank van de stad. Als ik niet ga wandelen, voel ik me slecht.”

Waarom hij de 20 km door Brussel stapt en niet loopt, willen we weten. “Ik ben astmalijder, sneller gaat niet. Ik stap de 20 km gemiddeld in drie uur en twintig minuten uit (de maximale aankomsttijd is vier uur, red.). Ik begrijp niet waarom, met uitzondering van de atleten vooraan, mensen zo hard aanzetten in de lange bergaf na de start. Een kilometer na het vertrek, met het magnifieke vergezicht op de massa in de Wetstraat, zie ik het gebeuren: ze haken al af, en staan aan de kant te hijgen. De 20 km is geen sportwedstrijd, het is folklore. Wie gewonnen heeft, is van geen enkele tel: hij is gewoon de eerste die aankomt. Met lede ogen zie ik bijna iedereen van mijn generatie stoppen met deelname. Terwijl de oudste deelnemer ooit 93 jaar was, ik heb nog wat rek.”

Of hij wat speciaals heeft meegemaakt, in die veertig jaar? “Vreemde dingen soms, zoals een editie toen het pijpenstelen begon te regenen net toen het kanonschot van de start afging. Een hele tocht pletsende regen en precies toen ik aankwam, stopte het. Of die keer dat we er een spelletje van maakten om precies na drie uur binnen te zijn. Ik was er al na 2 uur en 58 minuten stappen en heb toen twee minuten stilstaand gewacht op het laatste stukje voor de Jubelparkboog. En dat terwijl we toch elke editie onderweg een pintje drinken in Bosvoorde.”

Liever Médoc

Ook verzekeringsmakelaar Eddy Vancoppenolle (1957) ging tussen pot en pint in Strombeek-Bever de weddenschap aan voor die eerste 20 km door Brussel. “Samen met twee maten hebben we daags voordien in Café Trudy beslist dat we zouden meelopen, ongetraind. Alle drie hebben we afgezien. Ik ben altijd waterpolospeler gebleven, maar lopen is wat anders, al besefte ik toen dat het voor mijn conditie niet slecht was. Ik zou me wat ‘forceren’ om te lopen. Ik probeer nu een keer per week te lopen, gewoon het groene Molenbeek in, een lus van Scheutbos richting Dilbeek de Ring over. Vanaf april train ik dan tweemaal weeks voor de 20 km. Solo. Ik denk van de 48 deelnemers van het eerste uur wellicht de enige te zijn die nooit in een wandel- of loopclub heeft gezeten.”

20km Vancoppenolle BRUZZ ACTUA 1658
© Vancoppenolle
| Eddy Vancoppenolle

“Mijn beste tijd ooit? Dat is al twintig jaar geleden: 1u24, en ik woog toen honderd kilo (nu weegt hij 92 kilo, voor 1m83, red.). Maar doorgaans is mijn tijd 1u50 à 1u55. Een keer liep ik licht geblesseerd mee, om die editie toch maar niet te missen. Het vernieuwde systeem van vertrektijden in blokken voor de 40.000 lopers, vind ik een optimale formule. Sinds zes jaar heb ik de microbe doorgegeven aan mijn dochter Kim, die samen met haar vriend meeloopt. Zo ben ik niet alleen. Bovendien sponsort de Generali, mijn werkgever, de inschrijving. Dat is mooi meegenomen. Voor mij gaat het om de fysieke uitdaging, meer dan om de ambiance. Voor ‘echt dolle sfeer’ doe ik sinds zestien jaar ook mee aan de Marathon des chateaux du Médoc (langs vijftig wijngaarden rond Bordeaux, red.). Op die septemberloop staan 22 posten waar je wijn kan proeven. Ik stop er overal.”

20km Marc Bodart Loopt BRUZZ ACTUA 1658
© Marc Bodart
| Marc Badart

Eigen affiche

Marc Badart (1956) runt een juwelierszaak in Genève, maar hij is opgegroeid in Brussel. “Ik herinner me die eerste keer als was het gisteren. In mijn schooltijd in Saint-Boniface (Elsene) heb ik de smaak van het lopen te pakken gekregen. Ik speelde al hockey op gras en tennis, maar mijn lesgever, Jean-Pierre Favresse, stelde loopploegen samen. Hij enthousiasmeerde ons om op woensdagnamiddag met hem looptrainingen te volgen. Zo heb ik behalve de liefde voor hockey ook die voor lopen verworven."

"Toen ik las dat naar aanleiding van 150 jaar België van het Heizelplateau naar het Jubelpark werd gelopen, zag ik het wel zitten om mee te doen. Die eerste keer stond ik daar in mijn tenniskleren. Het was verschrikkelijk zwaar, maar ik schreef me toch maar weer in het jaar erna. Eerst zou ik vijf keer meelopen, dan werden het tien beurten en toen wou ik twintig edities halen. En kijk nu. Die veertig jaar vloog vanzelf voorbij, met 1u20 als beste tijd. Nu draai ik altijd rond de 1u45-1u50."

"Elk jaar schrijf ik de volgende loopdatum in mijn agenda, en zonder het goed te beseffen ben ik dan telkens weer van de partij. Ook al woon ik sinds vijftien jaar in Zwitserland, ik zak af naar Brussel. Voor deze veertigste editie heb ik ‘reclame’ gemaakt in de Stade de Genève. Ik heb een weekend georganiseerd: hotel, restaurants, vluchten, all in (zie affiche). Maar liefst 38 sportieve vrienden vergezellen me. De jongste is dertig, de oudste zeventig. Zondagavond na de 20 km dineren we met alle Zwitsers Chez Léon, évidemment mosselen-­friet.”

Interview met Carine Verstraeten

"De 20 kilometer door Brussel is een verhaal van een team. Van veertigduizend deelnemers ook, met elk hun inzet en gevoel. Samen is dit in veertig jaar tot een onbeschrijfelijke beleving gegroeid." Het zijn woorden van Carine ridder Verstraeten, al veertig jaar de bezielster van de 20 km.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?