Enfant terrible: Sami Van den Eede, portier van de Fuse

© Saskia Vanderstichele
| Sami Van den Eede

Sami Van den Eede is al portier van de technotempel Fuse sinds de opening in 1994. Ovderdag werkt hij als bewakingsagent in Brussel. Hij is de zoon van een Belgische vader en Rwandese moeder en woont met zijn vrouw in Gent.

Enfant Terrible Sami van den Eede
© Saskia Vanderstichele
| Sami Van den Eede.

In de beginjaren van de Fuse ging het er ruig aan toe. De buurt was toen nog gevaarlijker. Er was bijna elke dag iets aan de hand. Sommige Albanese of Marokkaanse gasten hadden messen, boksijzers of pepperspray bij zich. Er braken geregeld gevechten uit, in de straat werden auto’s gestolen en er werd openlijk cocaïne gebruikt. Ik ben geregeld bedreigd. Ik had al honderd keer dood moeten zijn (stilte). Zonder kogelvrij vest en kruisbeschermer ging ik niet aan het werk. Ik was constant gestresseerd. En zeggen dat de club toen nog bijna elke dag open was.

Nu heeft de Fuse een goeie reputatie. In het seizoen komen er elke zaterdag meer dan duizend bezoekers over de vloer: mensen uit heel België, maar ook veel toeristen. De sfeer is gemoedelijk. Iedereen amuseert zich. Ik sta, samen met een of meerdere collega’s, aan de deur en hou contact met het personeel binnen via walkietalkies en een controlepaneel met knoppen.

Stewards houden een oogje in het zeil om nachtlawaai of andere overlast te vermijden. De politie schakelen we in bij vechtpartijen en diefstallen. Drugs? Dat is de kwaal van elke dancing. Als we mensen met pillen betrappen, vernietigen we hun voorraad. Dealers geven we aan.

Sami van den Eede aan The Fuse.

Als portier bepaal ik wie binnen mag en wie niet. Ik kijk eerst naar het uiterlijk en de kleding. Dan stel ik vragen. Als mensen agressief reageren en geen respect tonen, weiger ik de toegang. Dat zijn mogelijke boelmakers. Ook wie duidelijk onder invloed is, komt er niet in. Ik geef hen dan de raad om een pizza te gaan eten of een koffie te drinken om te ontnuchteren.

Ik mag klanten fouilleren en naar hun identiteitskaart vragen om hun leeftijd te controleren. De minimumleeftijd ligt op achttien jaar. Ik probeer vriendelijk te zijn en te helpen. Soms leen ik mijn gsm als iemand een dringend telefoontje moet plegen. Nee, ik vraag nooit om een fooi. Dat is zelfs verboden in België.

Een goede buitenwipper straalt gezag uit. Je moet altijd alert zijn, zodat je kunt anticiperen op problemen. Je moet geduld hebben en kunnen luisteren. Kalm blijven is de boodschap. Je moet fysiek je mannetje kunnen staan, maar je hoeft zeker geen bodybuilder te zijn. Integendeel, dat kan net agressie uitlokken. Ik hou mezelf fit door aan sport te doen. Ik begin de dag met vijftig keer pompen. Ik ben ook nooit ziek. Een portier bij de Fuse kan maar beter meertalig zijn en bereid zijn om lange werkdagen te kloppen. Want de club blijft minstens tot zeven uur ’s morgens open.

Ik ben blij dat ik een spannende job heb en altijd omringd ben door jonge mensen. Dat houdt mij ook jong. In een ver verleden ben ik nog bediende bij het OCMW en huisschilder geweest, maar dat lag mij minder. Een nadeel: doordat ik ’s nachts werkte, in weekends en op feestdagen, heb ik geen familieleven gehad. Momenteel werk ik nog twee nachten per week voor de Fuse. Twee dagen sta ik voor een winkel. Mijn aanwezigheid zorgt ervoor dat er minder gestolen wordt. Als ik stop met werken, zou ik weer willen reizen met mijn gezin.

Ik ken Brussel intussen beter dan Gent, want ik heb er vijfentwintig jaar lang gewerkt. De stad is in één woord kosmopolitisch. Veel drukker dan de rustige buurt waar ik woon. Ik zie geen oorlog meer op straat, maar ik zou mijn auto hier nog altijd niet open laten staan. Soms word ik hartelijk begroet door mensen die ik jaren geleden de deur gewezen heb (lacht).

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?