reportage

In Heembeek zorgen ze voor de ouderen: ‘Deze epidemie toont hoe belangrijk buurtzorg is’

Conny Roekens van het lokaal dienstencentrum ADO Icarus in Heembeek wil ook in de tweede golf ouderen die nog thuis wonen niet in de steek laten. © Saskia Vanderstichele

“Wij laten onze ouderen niet aan hun lot over.” Dat dacht Conny Roekens van het lokaal dienstencentrum ADO Icarus in Heembeek, toen ons land in maart in lockdown ging. Ook in de tweede golf wil ze ouderen die nog thuis wonen niet in de steek laten. “Een vrouw die haar buren niet kende, heb ik in contact gebracht met haar Afrikaanse buurman. Hij doet nu boodschappen voor haar. Buurtzorg is zo belangrijk.”

Ik zie me nog zitten vijf jaar geleden met een bierkaartje, in het lokale parochiezaaltje,” vertelt Conny Roekens. “Wachtend op de eerste Heembekenaren voor wie een lokaal dienstencentrum dat buurtgericht werkt van pas zou kunnen komen.” Roekens is coördinator van het lokaal dienstencentrum ADO Icarus in Heembeek. Vandaag heeft het onderdak in het gebouw-Lendrik en is het uitgegroeid tot een van de best draaiende lokale dienstencentra van Brussel. Het bereikt zeshonderd ouderen en mensen met een beperking uit Heembeek en omstreken. Roekens is de enige betaalde kracht in de voorziening, die gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en Vlaanderen. Gelukkig kan ze een beroep doen op een zorgvuldig opgebouwd netwerk van dertig buurtvrijwilligers tussen de 55 en 90 jaar.

Het dienstencentrum draaide goed, maar toen kwamen 2020 en het coronavirus, en half maart de lockdown. Nu, zeven maanden later, is de tweede golf een feit. We willen van Roekens weten hoe de ouderen deze ongeziene periode beleven. Twee woorden komen altijd terug: angst en eenzaamheid. “En dat is net wat wij al jaren proberen te bestrijden” zegt Roekens.

Het is in deze coronacrisis niet anders dan bij veel maatschappelijke kwesties: dit virus zet alles op scherp en haalt problemen die al langer sluimeren naar boven. In maart was het alle hens aan dek. Roekens: “Voor die dertig vrijwilligers, die ook meestal al met pensioen zijn, is de hulp aan de zorgbehoevende senioren vaak een manier om zich nuttig te maken. Daarom hebben we heel snel de vrijwilligers samengebracht. Het was het laatste warme moment voor de lockdown. Het eerste wat ze zeiden was: 'we gaan de senioren toch niet aan hun lot overlaten. Zeker nu niet.'”
“We hebben de bijna zeshonderd telefoonnummers onder de vrijwilligers verdeeld. Een keer per week werden al die ouderen opgebeld. Als er een tijdje geen antwoord kwam, ging er iemand langs. We hebben op die manier vijf Covidgevallen kunnen ontdekken. Bij één iemand was het een heel ernstig geval.”

Dat rondbellen was maar een van de vele acties die het lokaal dienstencentrum ondernam. Toen het sociaal restaurant dichtging, zette Roekens, samen met haar man, een vrijwilliger en een beenhouwer uit Heembeek een eigen kookteam op. Een paar keer per week werd er gekookt, en kregen de ouderen de maaltijden aan huis gebracht.
Ook zette het lokaal dienstencentrum boodschappentandems op. Dertig vrijwilligers vormden een tandem met ouderen en deden voor hen boodschappen. Daar bleef het niet bij: zevenduizend mondmaskers werden gefabriceerd en verdeeld over de vrijwilligers, buurtbewoners, rusthuizen, artsen ...

1728 Eenzamen Connie Roekens Ado Icarus02
© Saskia Vanderstichele
| Cecile is 86 en afkomstig uit Luxemburg. Het huis verelaten in deze coronatijden dat doet ze niet. Daarvoor is ze te angstig.

Het ging hard, maar de eerste golf was achter de rug. En net dan werd het ook voor Roekens te veel. Ze trok zich het lot van de mensen te veel aan en zat er zelf even door. Vandaag vliegt ze er weer in. “We weten nu wat er op ons afkomt. We hebben het al eens meegemaakt. De veerkracht die we hebben gevonden sinds de lockdown, laten we ons niet afpakken.”

Conny Roekens, dienstencentrum ADO Icarus

Ondanks die herwonnen veerkracht was het een moeilijke periode. Roekens herinnert zich schrijnende gevallen. Er is het verhaal van de hoogbejaarde Charlotte*, die met Covid in het ziekenhuis belandde. “Ze heeft negen weken moeten vechten, maar heeft het gehaald,” zegt Roekens. Dat was op zich geen evidentie, want Charlotte werd 'te oud' bevonden om naar Intensieve Zorgen te worden gebracht. “Ziekenhuizen ontkennen dat, maar het is wel degelijk gebeurd in de eerste golf,” zegt Roekens. “Het heeft ons doen nadenken. Heel wat senioren hebben geen levenseindeplan, zodat hun lot in handen van de artsen ligt. Wou Charlotte de rest van haar leven nog met een beademingstoestel rondlopen? Die vragen beantwoord je beter vooraf en dat kan met een negatieve wilsbeschikking. We organiseren hier nu gespreks­namiddagen over, met de LEIF-­specialisten (LEIF staat voor LevensEinde InformatieForum, red.).”

1728 Eenzamen Connie Roekens Ado Icarus03
© Saskia Vanderstichele
| André (65) is psychiatrisch patiënt en woont zelfstandig. Conny Roekens bezoekt hem. “Ik ben blij dat ik heb kunnen praten,” zegt André.

De angst voor het ziekenhuis, zelfs voor de ambulance, die komt altijd terug in de gesprekken die Roekens en de vrijwilligers met de senioren voeren. “De grootste vrees die de alleenstaande senioren hebben is om te vallen, geen hulp te kunnen inroepen en zo moederziel alleen te moeten sterven. Tegelijk willen ze niet naar het ziekenhuis, omdat ze vrezen daar besmet te worden. Wat hen ook beangstigt, is het beeld dat ze uit de media hebben opgepikt dat ze niet meer verzorgd zullen worden, omdat ze te oud zijn en de ziekenhuizen te vol.”
Het lokaal dienstencentrum ontfermt zich ook over de senioren die te zorgbehoevend zijn om nog alleen te wonen. “We brengen ze in contact met een van de vier woonzorgcentra hier in de buurt. We laten hen kiezen. Waar is de koffie het lekkerst, vraag ik dan bij wijze van boutade. Maar we krijgen nu veel afmeldingen. Haal me van de wachtlijst, horen we dan.”

Geen koffiebijeenkomst meer

“Kom,” zegt Roekens. “We gaan even op bezoek bij Isabelle.” Roekens neemt de bolderkar waar een plooistoel in zit. Even verder komen we bij Isabelle aan. Ze zit in een rolstoel. Ze heeft een spierziekte, maar kan dankzij twee begeleiders alleen wonen. Roekens maakt een praatje. De plooistoel maakt een gesprek op gelijke hoogte mogelijk. “Ik leef van dag tot dag,” zegt Isabelle. “Dat doe ik al lang. Deze periode valt al bij al nog mee. Ik zie nog wel mensen. Mijn twee begeleiders, de kine die langskomt, de verpleger twee keer per dag.”

Toch is het een domper als Roekens haar vertelt dat het lokaal dienstencentrum weldra opnieuw deels de werking moet terugschroeven: instructies van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Code geel, code rood, whatever. De koffiebijeenkomsten, waar Isabelle naar uitkijkt, mogen niet meer plaatsvinden. Een bezoekje brengen mag nog wel.
“Voor Isabelle is deze periode nog draaglijk,” zegt Roekens. “Zij heeft vaste begeleiders die ze dagelijks ziet. Maar een oudere die thuishulp vraagt, ziet telkens wisselend personeel. En vaak zijn het mensen met een diverse achtergrond. Veel ouderen vinden dat niet prettig en doen er dan geen meer beroep op. Het gaat ook om de taal. We hebben hier in Heembeek nog van die 'koppige Vlamingen' die erop staan om Nederlands te kunnen spreken. Dat is in een Brusselse zorgcontext niet altijd even makkelijk.”

1728 Eenzamen Connie Roekens Ado Icarus01
© Saskia Vanderstichele
| Connie Roekens van dienstencentrum Ado Icarus op pad.

Breiclub

“Heb je weer een coronasjaal gebreid?” vraagt Roekens als we terug in het centrum zijn. Het zaaltje heeft zich intussen gevuld met zes vrouwen op leeftijd die aan het breien zijn. Ze hebben zakken vol gebreid. Sjaals, mutsen, en mini-breisels in de meest diverse kleuren. Ze waren bedoeld voor de kerstmarkt, om te verkopen voor het goede doel, maar Roekens kan niet beloven dat die dit jaar zal plaatsvinden.

Ze moet nog een andere pijnlijke boodschap brengen: de breiclub moet dicht voor onbepaalde tijd. Er valt een stilte. De sfeer was jolig, en blijft dat deels ook. De senioren blijken erom te kunnen lachen. Maken een grap. Sommigen hadden het wel verwacht.

1728 Eenzamen breiend 2
© Saskia Vanderstichele
| De breiclub moet dicht. “Ik ga hier voor de deur elke dinsdag in het bushokje komen breien,” reageert een van hen. “Komen jullie dan ook?”

Maar de grimmigheid slaat wel toe als ze de komende weken en maanden voor zich zien. “Het wordt koud en donker, en we zullen niemand meer mogen zien. Dit soort bijeenkomsten hier in het dienstencentrum houdt ons recht. Wat ga ik al die dagen doen?” klinkt het.

Ook de breiende vrouwen zagen de televisiebeelden van de feestende jongeren. “Wij moeten hier nu voor opdraaien. Waarom gaven ze geen hogere boetes?” vragen ze. “Of waarom laten we ze niet eens werken op een Covidafdeling?” Een van hen gooit haar breinaalden neer. “Ik ga hier voor de deur elke dinsdag in het bushokje komen breien. Komen jullie dan ook?”
Roekens: “Veel senioren leven heel gestructureerd. Er is bijvoorbeeld die man voor wie een van de vrijwilligers boodschappen deed. Die had een plannetje gemaakt van de supermarkt, met alle rekken en met welke van zijn producten waar te vinden zijn.”

“Ook hun dagen zijn mooi opgedeeld: op maandag is er dansles, op dinsdag breien ze, dan kunnen we in het sociaal restaurant terecht. Dat valt nu in een klap weg. En dan doe je je ronde, bel je aan. Zie je ze angstig door de brievenbus kijken. Doen ze open, vaak nog in hun nachtkledij en weten ze niet welke dag het is.”

Deze epidemie toont hoe belangrijk buurtzorg is, zegt Roekens. “Mensen vinden hun weg niet naar de zorg die helemaal versplinterd is in Brussel en ze leven in een grootstad waar ze niemand kennen. Dan is de babbel met de beenhouwer of de apotheker erg belangrijk.”

De Stad Brussel heeft de laatste jaren heel veel gebouwd in Heembeek. Maar dat heeft nog geen dicht sociaal weefsel opgeleverd. Roekens: “Ik ontmoette een oudere vrouw die in een groot blok woont en haar buren niet kende. Ze had nog nooit een woord met hen gewisseld. Ik heb haar in contact gebracht met haar Afrikaanse buurman. Die doet nu de boodschappen. Dus het kan.”
“Ik heb het al zo bedacht: als de Stad Brussel nu eens voor elk blok van driehonderd appartementen, één appartement voorbehoudt voor een netwerker. Iemand die mensen samenbrengt. De winst zou énorm zijn. We zouden vandaag allemaal minder moe zijn.”

*Charlotte is een schuilnaam

Mikis Dormaels, maatschappelijk werker bij Elde: ‘Er is eenzaamheid, en eenzaamheid’

1728 Eenzame Mikis Dormaels
© FC
| Mikis Dormaels, maatschappelijk werker bij Elde.

Met de organisatie Elder heeft Brussel een goed uitgebouwde psychische zorgverlening op maat van ouderen. “Niet alle ouderen voelen zich eenzaam.”

“We moeten opletten met het cliché,” zegt Mikis Dormaels maatschappelijk werker bij Elder, een deelwerking van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Brussel. “Het is een misvatting dat ouderen in de grootstad per defi nitie eenzaam zijn. Niet iedereen die een hoge leeftijd heeft bereikt, is eenzaam, en eenzaamheid komt niet alleen bij ouderen voor. Al lopen ze wel een hoger risico.” “Wij onderscheiden twee soorten eenzaamheid: sociale eenzaamheid en emotionele eenzaamheid. Sociale eenzaamheid is minder contacten hebben dan je zelf wenst.

Emotionele eenzaamheid is het gemis van een contact waarmee je over je eigen emoties kan praten. We stellen vast dat iedereen die alleen komt te staan, daar op een andere manier mee omgaat. Het kan dus best zijn dat iemand die erg geïsoleerd is, zich toch niet eenzaam voelt.” Elder werkt buurtgericht en preventief, organiseert praatgroepen, maar gaat ook bij de mensen thuis op bezoek. De organisatie geeft tips aan ouderen om hun oude dag goed door te komen. Dormaels: “We helpen ze een doel te bepalen, zich zinvol bezig te houden. Hun eigen netwerk van vrienden en kennissen in kaart te brengen en zo mogelijk dat te vergroten. Humor is ook heel belangrijk om deze periode door te komen. We laten de senioren zelf nadenken over wat ze nodig hebben om zich goed te voelen.” De grootstad heeft als paradox dat er veel sociale contacten mogelijk zijn, maar dat die juist door de veelheid soms moeilijker zijn. “In een dorp zwaai je weleens naar iemand. Omdat het de zoon of dochter is van iemand die je kent. Dat is in een grootstad toch wel anders. Vandaar dat initiatieven als het lokaal dienstencentrum in Heembeek zo belangrijk zijn.”

Levensverhaal

Een bijzondere aanpak van Elder is de zogenoemde narratieve zorg. “Dat doen we nu al tien jaar. We gaan in verschillende sessies het gesprek aan met de oudere en tekenen het levensverhaal op. Dat levert een interessant beeld op. Je ziet dat de belangrijke dingen soms in een hoekje zitten. Je leert ook hoe mensen zich uit de slag hebben getrokken als ze iets ergs hebben meegemaakt.” “De bedoeling is de identiteit weer op te bouwen. Die is vaak ondergesneeuwd na een verlies. Het verlies van de partner, of van een huis als iemand naar het rusthuis moet. We hebben heel goeie ervaringen met die aanpak. Het gaat om mensen voor wie het verleden vele malen groter is dan hun toekomst. Maar bij die toekomst zit ook de dood. Als je je levensverhaal op orde hebt, zo toont onderzoek aan, ga je ook op een betere manier sterven.” SVG

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?