1 jaar corona

Het iPad-afscheid: 'Hij stierf alleen, we konden zelfs zijn hand niet vasthouden'

Mirte Bliki, sociaal verpleegkundige.© Ivan Put

Tijdens de eerste lockdown moest sociaal verpleegkundige Mirte Bliki (27) familiebezoek weigeren voor opgenomen patiënten in het UZ Brussel. Toen ze vorige maand zelf geen afscheid mocht nemen van haar grootvader, stond ze plots aan de andere kant. “Zijn hele leven heeft hij voor ons gezorgd, maar zijn laatste twee weken moest hij alleen doorbrengen. Hartverscheurend.”

De impact van de overlijdens door het coronavirus

Sinds het begin van de pandemie stierven 22.077 Belgen aan Covid-19, onder 2.771 Brusselaars, zo blijkt uit de cijfers van Sciensano tot maandag 1 maart. In Brussel was 49 procent van alle overledenen bewoner van een wzc. Het aantal Covid-19-sterfgevallen onder de rusthuisbewoners daalt, wellicht als gevolg van de vaccinaties

Als schakel tussen artsen en familie van opgenomen Covidpatiënten, biedt Mirte Bliki familie niet alleen steun, maar moet ze ook slecht nieuws brengen. Hoe menselijk ze dat ook probeert aan te pakken, Covid-19 maakt zelfs dat einde vaak eenzaam en kil. Zeker in het begin toen nog weinig geweten was over het virus en bezoek simpelweg verboden was. “Als ik bedenk hoeveel mensen in de eerste lockdown in hun eentje gestorven zijn, krijg ik het koud.” Ze herinnert zich een Covidpatiënt die maandenlang in coma lag, zijn vrouw en dochter mochten hem niet bezoeken. “Zelfs toen hij uit zijn coma ontwaakte, was hij alleen.”

Tijdens die eerste golf beantwoordde ze de telefoons van ongeruste familieleden van Covidpatiënten. “De normale lijn was onbemand, alle artsen en verpleegkundigen waren naar de bedden geroepen. Omdat ze helemaal ingepakt zaten in beschermend materiaal, móchten ze zelfs geen telefoon opnemen.” Vaak kon ze enkel de schaarse info doorgeven die genoteerd was in het medisch verslag. “Soms kon ik niet meer zeggen dan dat een patiënt stabiel was.”

De ene familie had daar meer begrip voor dan de andere. Eén keer liep het uit de hand toen ze een gezin moest vertellen dat hun vader stervende was. En nee, het speet haar ten zeerste, maar ze mochten hem niet bezoeken. Wat later kreeg ze telefoon van het onthaal. Tien familieleden eisten daar hun vader te mogen zien. “Ik heb hen ter plaatse de maatregel verder toegelicht. De vader sprak geen Frans of Engels, normaal tolkten zijn kinderen, ze voelden zich machteloos. Sommigen waren zo agressief dat de security tussenbeide is moeten komen. Ontzettend schrijnend, want eigenlijk wisten die mensen zich geen raad met hun verdriet.”

Uit die eerste periode zijn lessen geleerd. Vandaag maken videogesprekken via smartphone of iPad toch nog enig contact mogelijk, de familie wordt ook structureler op de hoogte gehouden, zegt Bliki. “Familie weet nu dat ze 's ochtends een telefoontje kunnen verwachten, 's middags een videogesprek via whatsapp en daarna nog een telefoon van de dokter. Het helpt om te weten waar je aan toe bent.”
Als de patiënt palliatief is, mag de familie vandaag wél afscheid nemen, met respect voor erg strikte regels. Iedereen moet een pak aan, een FFP2-mondmasker, een bril en handschoenen. “Knuffelen mag nog steeds niet, een hand geven kan eventueel. En alleen familie in de eerste lijn mag op bezoek: de partner en de kinderen. Kleinkinderen niet.”

Hoe bikkelhard dat in werkelijkheid blijft, ervaart Bliki zelf aan den lijve als haar grootvader en peter op 24 januari onverwacht wordt opgenomen in het ziekenhuis in Dendermonde. Haar peter is haar grote held, zijn boerderij haar tweede thuis. Opvang hadden kleinkinderen zoals zij nooit nodig, bij hem waren ze altijd welkom. Maar nu heeft haar grootvader een darmontsteking, Bliki's tante brengt hem naar het ziekenhuis.

Aan de ingang wordt ze staande gehouden. Sorry, ze mag niet verder. Covidregels. Als verpleegkundige ként ze alle regels, maar ze vond het verschrikkelijk. “Je moet iemand loslaten, maar je hebt geen idee voor hoelang.” Bliki weet: dat kan voor maanden zijn. Zij en haar familie bellen het ziekenhuis. Meermaals. 's Middags hebben ze nog geen nieuws.

Mirte Bliki, sociaal verpleegkundige in het UZ Brussel
© Ivan Put
| Mirte Bliki, sociaal verpleegkundige in het UZ Brussel, met het herdenkingskaartje van haar grootvader.

Laatste gesprek

's Avonds horen ze dat hij in isolatie moet, maar de coronatest blijkt gelukkig negatief. Hun grootvader zelf krijgen ze niet aan de lijn. De geriatrieafdeling heeft geen gewone telefoons meer naast het bed en een gsm heeft haar 83-jarige grootvader niet. “Je weet dat hij daar ligt, maar je kan niet eens vragen hoe het gaat.”

Bliki neemt contact op met de sociale dienst. Of er echt geen whatsappgesprek mogelijk is. Het kan. Zijn vrouw en dochters mogen bellen, maar slechts drie keer per week. Na anderhalve week krijgen ze bericht dat hij weer naar huis mag. Oef. Maar voor het zover is, maakt hij plots koorts. Hij test positief, vermoedelijk besmet door een uitbraak op de afdeling geriatrie zelf.
Bij dat nieuws schiet Bliki volledig in paniek. “Ik kende die verhalen, ik was zo bang dat hij zou sterven. Mijn peter lag daar helemaal alleen, hij had niemand. Ook al heb ik begrip voor alle Covidregels, het enige dat je op dat moment wil, is ter plaatse gaan kijken hoe hij het écht stelt.”

Onmogelijk. “Dus schreef ik hem een lange brief en voegde foto's toe. Van hem en zijn vrouw, van zijn dochters, van al zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen. Zodat hij toch iemand zag op zijn kamer.” Als hij wordt overgebracht naar de Covidafdeling mag ze hem eindelijk bellen. Het is dan twee weken geleden dat ze hem heeft gezien, erg lang voor hen. “Ik ben de psychologe daar nog altijd dankbaar voor.”

Heeft hij goed gegeten? Wat heeft hij op tv gezien? “Ik sprak hem moed in, hoopte dat alles goed zou komen.” Wanneer Bliki's moeder en grootmoeder de dagen nadien informeren naar zijn toestand, luidt het dat hij “stabiel” is. “Maar dat kan zoveel betekenen. Als hij drie liter zuurstof nodig heeft en dat blijft drie liter, is hij stabiel, maar dat is niet goed, he.”
Het is inderdaad niet goed. Enkele dagen later belt het ziekenhuis of zijn vrouw snel kan langskomen. “We wisten meteen: dit is slecht nieuws. Zijn bloedwaarden waren niet goed, hij had meer en meer zuurstof nodig.” Omdat hij maar twee kinderen had, mag zowel Bliki's moeder als haar tante meekomen. “Er mogen maximaal twee mensen afscheid nemen. Je moet dus ook nog eens kiezen wie dat laatste moment gegund is.”

Kleinkinderen mogen sowieso niet op bezoek, hoe hecht hun band ook is. Ze mogen hem wel nog videobellen met een iPad. Tien minuten voor vier kleinkinderen.
Vreemd om enkel tegen een hoofd op een scherm te praten, maar ik was blij om zijn gezicht te zien. Hij was erg helder, hij leek niet ziek. Omdat ik wist dat dit waarschijnlijk ons laatste gesprek was, heb ik hem gezegd dat ik hem graag zag. Hij antwoordde dat die zotte Covid hem nu toch wel goed te pakken had.”

De volgende ochtend is hij dood. “Hij is alleen gestorven. Bij hem waken, mocht niet. Het enige waar ik blij om ben, is dat het zo snel gegaan is.” Niet weten hoe hij die laatste uren doorbracht, valt haar zwaar. “Hij weet dat wij hem doodgraag zagen, maar normaal zouden wij allemaal aan zijn bed hebben gezeten. Om beurt zouden we zijn hand hebben vastgehouden. Hij die altijd voor Jan en alleman klaarstond, bracht zijn laatste weken, uren helemaal alleen door.”

Een pijnlijk contrast met zijn rijk gevulde, warme leven dat ook in de misviering voelbaar was. “Hij kende iedereen in het dorp. Normaal zou de kerk afgeladen vol hebben gezeten, nu waren we met twaalf. Zelfs zijn broers en zussen mochten niet komen, terwijl hij ze mee heeft opgevoed. Toen hun ouders jong stierven, heeft hij ervoor gezorgd dat ze niet in een weeshuis terecht­kwamen. Het is toch onvoorstelbaar dat zelfs zij geen afscheid van hem mochten nemen?”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?