interview

Huytebroeck: 'Aan luchtvervuiling wou ik meer doen'

© Ivan Put

“De PS wou tijdens mijn ambtstermijnen ook al groenestroomcertificaten voor de verbrandingsoven invoeren,” zegt Evelyne Huytebroeck (Ecolo), die tien jaar lang minister van Leefmilieu was in Brussel. Ze analyseert het milieubeleid in de eerste twee jaar van de regering-Vervoort, van de lage-emissiezones en wijkcontracten tot de groenestroomcertificaten. “Met de 100 miljoen euro die naar de verbrandingsoven gaat, kunnen drie biogascentrales gebouwd worden.”

Steden en regio’s zijn ambitieuzer dan landen als het op de strijd tegen klimaatverandering aan komt,” oordeelt voormalig Brussels milieuminister Evelyne Huytebroeck (Ecolo). Huytebroeck, nu Brussels parlementslid en gemeenteraadslid in Vorst, is net een paar uur terug uit Nantes. Daar vertegenwoordigde ze de European Green Party op een vergadering van plaatselijke en regionale besturen, ter voorbereiding van de klimaattop in het Marokkaanse Marrakech eind dit jaar.

“Vorig jaar hebben we voor de eerste keer echt gewogen op de klimaattop in Parijs,” zegt Huytebroeck (58). Als voorbeeld van een stad met een klimaat-drive haalt ze het Deense Frederikshaven aan, een klein stadje dat tegen 2030 volledig op hernieuwbare energie wil draaien.

De Brusselse regering heeft groenestroomcertificaten toegekend aan de verbrandingsoven in Neder-Over-Heembeek. Die kosten de Brusselaars voortaan tien miljoen euro per jaar. Milieuminister Céline Fremault (CDH) zweeg als vermoord en minister van Financiën Guy Vanhengel (Open VLD) zei dat de toekenning niet voor herhaling vatbaar is. Als milieuminister bent u er destijds wel in geslaagd om die vermaledijde certificaten tegen te houden.
Evelyne Huytebroeck
: Tien jaar lang heb ik moeten vechten tegen de PS om de groenestroomcertificaten voor de verbrandingsoven tegen te houden, maar we hebben nooit toegegeven. Het is begonnen in 2005 met toenmalig staatssecretaris voor Openbare Netheid Emir Kir (PS). Die speelde het spel hard: hij blokkeerde permanent groene dossiers. Maar we hadden en hebben goede redenen om tegen groene certificaten voor de verbrandingsoven te zijn.
Eén: die verbrandingsoven was toen al oud en is nu nog tien jaar ouder: 35 jaar. Men heeft ons om de oren geslagen met argumenten dat er in Vlaanderen en Nederland wel verbrandingsovens met groenestroomcertificaten zijn. Wij hebben kunnen aantonen dat die Vlaamse en Nederlandse verbrandingsovens recenter waren en aan de vereiste criteria beantwoordden, wat niet het geval is voor de Brusselse.
Ten tweede zijn er quota voor groenestroomcertificaten. Ik heb gewaarschuwd voor een verzadiging van de markt: als je veel certificaten geeft aan de verbrandingsoven, schieten er weinig of geen meer over voor particulieren en voor hernieuwbare energie.
Na Kir is zijn partijgenoot Rachid Madrane staatssecretaris geworden (in 2012, red.) en het eerste wat hij me zei, was: ‘Ik wil groenestroomcertificaten voor de verbrandingsoven.’ Ik heb opnieuw nee gezegd en nog eens mijn houding toegelicht: op middellange termijn moeten we af van de verbrandingsoven, en die uitstap moeten we nu al voorbereiden.
Toen de groenen in 2014 geen deel meer uitmaakten van de meerderheid, werden onmiddellijk groenestroomcertificaten ingevoerd om de financiering van de verbrandingsoven rond te maken. Huidig milieuminister Céline Fremault heeft snel toegegeven aan de PS. Als u me nu zegt dat de Nederlandstaligen zich beginnen te mengen in de discussie, dan verheugt me dat. Toen ik minister was, was dat alvast niet het geval.
Voor ons is certificaten voor een oude verbrandingsoven weigeren een princiepskwestie. Die weigering ligt overigens volledig in lijn met de Europese richtlijnen die stellen dat er moet geïnvesteerd worden in hernieuwbare energie, recyclage en een biogascentrale. Met de 100 miljoen euro die naar de verbrandingsoven gaat, kunnen drie biogascentrales gebouwd worden.
Maar er is meer: om certificaten aan de verbrandingsoven toe te kennen, hebben ze het aantal moeten verhogen. Ik ben bang dat de Brusselaar hiervoor gaat opdraaien. Ook het advies van Brugel, de Brusselse regulator voor de energiemarkt, en de sociale partners in de Brusselse Sociaal-Economische Raad was negatief.

Een andere ‘groene’ beslissing die teruggedraaid wordt, is de bepaling uit het Brussels Wetboek voor Lucht, Klimaat en Energiebeheersing die stipuleert dat er vanaf 2015 geen dieselbussen meer mochten worden aangekocht. De MIVB zegt dat de techniek nog niet ver genoeg staat om voor andere bussen dan diesel te kiezen.
Huytebroeck
: Waarom is het mogelijk in andere steden en niet in Brussel? Dat de techniek niet ver genoeg staat, is geen argument. We hadden het over Nantes. Daar rijden bussen op gas. Toen we het daar aan de regeringstafel over hadden, wierp men mij voor de voeten dat gasbussen kunnen ontploffen. Komaan zeg.
Wij hadden het principe van de stand still ingevoerd: geen stappen achteruit doen. De nieuwe regering heeft de offerte voor de dieselbussen al in december 2014 gelanceerd. Mijn collega Arnaud Pinxteren heeft de regering erop gewezen dat ze het advies moest vragen van de Raad van State. Die heeft zich vorige week uitgesproken, maar niet over de grond van de zaak. We zullen zien wat er gebeurt.
Wat ik ook heel erg vind, is het afvoeren van de voorbeeldgebouwen. Iemand van het kabinet van de burgemeester van New York is me er op de vergadering in Nantes nog tekst en uitleg over komen vragen. Eerst en vooral is er de naamsverandering: het zijn niet langer ‘voorbeeldgebouwen’, maar ‘Brusselse gebouwen’, wat natuurlijk een zeer breed en bijgevolg inhoudsloos concept is. Ze vallen niet langer onder de bevoegdheid van de minister van Leefmilieu, maar van de minister-president.
Ik weet best dat de voorbeeldgebouwen een globaal concept zijn dat ook met architectuur te maken heeft, maar het waren eerst en vooral duurzame gebouwen. Dat concept wordt nu overboord gegooid.

Wat de groenen blijkbaar niet konden en Fremault wel realiseert, zijn de lage-emissiezones.
Huytebroeck
: Onze mening is geëvolueerd. Tijdens de eerste deelname aan de regering waren we niet overtuigd. We twijfelden of een paar lage-emissiewijken wel iets zouden uithalen en of je niet beter het hele gewest zou omdopen. We hebben om die reden toen een studie laten uitvoeren. Het heeft een hele tijd geduurd voor die rond was.
We hebben er uiteindelijk voor gekozen om andere maatregelen te promoten. Om een lage-emissiezone in te voeren, is ook het akkoord van de minister van Mobiliteit nodig. Fremault zal moeten samenwerken met Pascal Smet, zoals ik met Brigitte Grouwels.
Ik heb er geen moeite mee om toe te geven dat ik niet alles gerealiseerd heb. Het is maar één van de vele nodige maatregelen. Een lage-emissiezone lost niet alle mobiliteits- en luchtvervuilingsproblemen op.

Op welke verwezenlijking als minister bent u het meest trots?
Huytebroeck
: Mijn beleid op het vlak van energie. In tien jaar tijd hebben we het verschil gemaakt. Energiepolitiek is niet alleen leefmilieu, het is ook sociaal-economisch. Ik heb een globale politiek gevoerd. Je moet eerst de burger informeren, dan aansporen om zijn gedrag te wijzigen en ten slotte moet je diezelfde burger helpen.
Ik ben bijvoorbeeld nog altijd trots op het premiesysteem dat we op touw gezet hebben. Hoewel we de verplichte passiefbouw hebben ingevoerd, is dat nog altijd nodig (bij renovaties bijvoorbeeld, red.). We hebben vooral gefocust op performante energieprestaties en verlaging van de energieconsumptie.
Ik heb de privésector, de Confederatie Bouw en beroepsscholen rond de tafel gebracht, omdat we werkgelegenheid in Brussel konden creëren. We hadden en hebben Brusselaars hard nodig om te isoleren en om passiefgebouwen op te trekken.
In sociale woningen moest er geïsoleerd worden of zuinige verwarmingsketels geïnstalleerd. De bewoners voelen de maatregel misschien niet aan als milieupolitiek, maar als een besparing in hun portemonnee. Dat geeft niet. We hebben de sociale sector en de OCMW’s er heel erg bij betrokken.
Deze regering werkt onvoldoende over de beleidsdomeinen heen. Dat is jammer. En er is weinig overleg met de bevolking, alles gebeurt top-down. Als je niet met de burgers werkt, zoals ik gedaan heb in de duurzame wijkcontracten, dan boek je geen resultaat. Ook bij de wijkcontracten is het woord ‘duurzaam’ geschrapt.

Op welke terreinen hebt u te weinig kunnen wegen als minister?
Huytebroeck
: “Wat energie betreft, had ik alles in handen, maar op het vlak van luchtvervuiling niet. Daar heb ik te weinig aan kunnen doen. De aanpak is complex. Je moet met heel veel partners samenwerken: met de federale regering voor de fiscaliteit en om de voordelen voor de bedrijfswagens af te schaffen, en met de Vlaamse regering die tegelijk de Ring wil uitbreiden. Anders kom je niet ver: luchtvervuiling kent geen grenzen. Ik heb trouwens nog geen zwaar verzet van Pascal Smet tegen de verbreding van de Ring mogen noteren.
We kregen het verwijt tegen de metro te zijn. A priori zijn we dat niet, maar als er dringend een en ander moet veranderen en het budget is beperkt, dan moet je niet kiezen voor een metro die er over tien jaar nog niet zal zijn. Dan moet je voluit gaan voor de uitbouw van het Gewestelijk Expressnet (GEN) en het versterken van het bovengrondse net. Je moet efficiënt en vlug zijn. Dat is een frustratie als je milieuminister bent, maar niet bevoegd bent voor Verkeer.
Op internationale bijeenkomsten hoor je dat mobiliteit de zwarte vlek blijft in Brussel. In sommige steden worden veel radicalere maatregelen genomen. Mijn eerste politieke strijd in 1985-1986 was protest tegen de Leopold II-tunnel die er alleen kwam voor de pendelaar – het Brussels Gewest bestond nog niet – en waarvoor we vandaag een zware tol moeten betalen. We moeten de vraag stellen of we op een dag geen tunnels moeten sluiten.

Minister van Mobiliteit Pascal Smet zegt dat.
Huytebroeck
: Zoveel te beter, maar er is meer nodig. Waarom geen stadstol, zoals in andere grote steden? Je moet minder plaats durven te geven aan de auto bij iedere herinrichting van de openbare ruimte. Dat is geen populaire beslissing. Maar de tijd dringt.

Over EVELYNE HUYTEBROECK

  • 1958: geboren in Brussel
  • 1982: lid van Ecolo
  • 2002-2003: samen met Marc Hordies en Philippe Defeyt politiek secretaris van Ecolo
  • 2003-2004: samen met Jean-Michel Javaux partijvoorzitter van Ecolo
  • 2004 tot 2014: minister van Milieu, Energie, Waterbeheer, Groene ruimtes, Natuurbehoud en Stadsvernieuwing in de Brusselse regering
  • 2009-2014: minister van Jeugd en Jeugdzorg in de Franse Gemeenschapsregering
  • 2014-2016: Brussels parlementslid en gemeenteraadslid in Vorst

Luchtkwaliteit

De Brusselse luchtkwaliteit is niet meer uit de actualiteit weg te branden. Het Gewest is al meermaals door Europa op het matje geroepen, maar de concentratie stikstofdioxide is recent weer gestegen.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?