Jan Goossens: 'KVS is te veel een mannenproject geweest'

Jan Goossens ruilt in juni de KVS in Brussel in voor het Festival de Marseille. Als we hem spreken bevindt hij zich letterlijk halverwege, in het geplaagde Parijs. Maar ook figuurlijk zit hij nu halfweg in een druk en turbulent overgangsseizoen.

H et zijn spannende tijden voor Goossens. De afscheidnemende artistiek directeur van KVS is momenteel in Parijs met de ploeg van Coup Fatal – de Belgisch-Congolese KVS-productie waarvoor de werkingsmiddelen jaren geleden bij elkaar geschraapt moesten worden, maar die KVS nu als internationaal succes extra financiële ademruimte verschaft. Wel moest een van de Congolese muzikanten zopas halsoverkop terug naar Kinshasa, waar zijn vrouw en kind overleden tijdens een zware storm die hun huis vernielde. Ook moest tijdens de recente Brusselse herneming van Coup Fatal een voorstelling worden afgelast door de terreurdreiging. Kort na de aanslagen in Parijs was er dan ook nog de aanslag in Bamako, de stad waar Goossens’ Malinese echtgenote op dat moment verbleef met hun nu negen maanden oude dochter. Maar bij de pakken blijven zitten is geen optie voor Goossens, die halverwege 2016 definitief de TGV neemt om het Festival de Marseille te gaan leiden.

In welke zin was 2015 voor u een jaar van verandering?
Jan Goossens: “Het was een overgangsjaar. Enerzijds ben ik nog veel in Brussel omdat ik eraan houd de rit helemaal uit te doen. We hebben hard gewerkt aan het programma van dit seizoen waarin veel jonge makers zitten. Tegelijk zijn de tekenen van verandering al zichtbaar, want ook Michaël De Cock loopt al geregeld binnen om zijn komst voor te bereiden, terwijl ik ook al bezig ben met mijn eerste festival in Marseille, dat een tiental dagen na mijn officiële afscheid van KVS plaatsheeft. Die timing heb je niet in de hand, maar liever dat dan niets om handen te hebben.”

U heeft in KVS een aantal trajecten uitgezet die niet per se afgelopen zijn. De toenadering tot die jonge makers is er daar één van. Toch is uw opvolger niet uit de huidige werking van KVS gekomen.
Goossens: “Ik ben daar niet meer op die manier mee bezig. Ik ben niet betrokken geweest bij mijn opvolging. De keuze is gemaakt door de Raad van Bestuur en het is ook legitiem dat die zo’n dossier naar zich toehaalt en beslist daar niet over te dialogeren met een afscheidnemende directie. Ik heb ook geen enkel slecht gevoel bij Michaël De Cock. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat hij gaat doen en ik ga daar zeker niet als een oude knorpot of schoonmoeder commentaar op zitten geven.”
“Ik denk wel dat de Brusselse culturele wereld zijn voordeel kan doen met deze talentvolle generatie. Ons KVS-traject zou er zelfs anders hebben uitgezien mocht die uitzonderlijke generatie tien jaar geleden al zijn opgestaan. Maar Brussel is meer dan de KVS alleen, en ik geloof voldoende in de koppigheid en energie van jonge gasten als Thomas Bellinck, Jozef Wouters of Gökhan Girginol om er gerust in te zijn dat zij hun plaats zullen vinden.”

Uw periode bij KVS begon in de Bottelarij in de Delaunoystraat die een paar weken geleden nog het decor was van huiszoekingen in het kader van de terreurdreiging. Zou u de KVS naar daar verplaatsen mocht dat kunnen, om cultuur in Brussel ook eens wat te decentraliseren?
Goossens: “Moet cultuur in Brussel decentraliseren? Zeker en vast. Kan de KVS daar een grotere rol in spelen? Waarschijnlijk wel. We hebben het ook af en toe gedaan, maar dat vraagt natuurlijk een grote inspanning. Nu er over Molenbeek weer de meest onwaarschijnlijke clichés de ronde doen zou ik er best wel weer een satelliet willen vestigen mocht ik hier nog langer blijven. Maar ik zou er de centrale positie van de schouwburg niet voor willen inruilen. Om te kunnen decentraliseren moet je ook in een centrum zitten.”

Hoe zal het Festival de Marseille er wat dat betreft uitzien?
Goossens: “Het heeft geen eigen infrastructuur en geen grote vaste ploeg. Daar wilde ik ook graag even van weg om wat mobieler te kunnen zijn. Maar ook in Marseille speelt een gelijkaardige discussie. Er is een grote fysieke en mentale afstand tussen de grote culturele infrastructuren in het centrum, die nodig zijn voor de grote voorstellingen die ik wil maken, en de Quartier Nord en de andere buitenwijken waar ik ook naartoe wil trekken. Het Festival de Marseille moet een speler zijn in het circuit van Europese festivals dat de fascinerende internationale makers van deze tijd toont, maar dat mag niet losstaan van de lokale realiteit. Ik hoop dat het festival op korte termijn de mensen ook bouwstenen kan bieden om de stad beter te leren kennen. Culturele projecten kunnen de komende jaren erg belangrijk zijn in de strijd tegen segregatie in steden. Er heerst bij veel mensen een groot analfabetisme als het erom gaat de eigen stad op een fatsoenlijke manier te kunnen lezen.”

Wat zijn de opvallende gelijkenissen en verschillen tussen Brussel en Marseille?
Goossens: “Marseille is ook een heel gemengde stad, maar de métissage is er echt tot in het centrum doorgedrongen. Het is een stad die verbonden is met heel veel regio’s in de wereld waar vandaag heel veel over wordt gepraat. Zowel door middel van de bevolking als door middel van de boten die je elke dag richting Algiers of Tunis ziet vertrekken. De band met Noord-Afrika en het Midden-Oosten dringt zich in alle heftigheid aan je op.”
“Ik denk dat de stad ook armer is dan Brussel, en ze ligt duidelijk op een andere plek in Europa. Als je alleen aan Europa denkt, voel je dat je meer in de marge zit. Maar als je de horizon verruimt naar Afrika en het Midden-Oosten dan zit je opnieuw in een centrum dat mij vandaag meer interesseert dan het pure machtscentrum dat Brussel is.”

Uw banden met Afrika waren wellicht een troef bij uw kandidaatstelling in Marseille. Hoe staat het met uw geloof in de emancipatorische kracht van kunst en cultuur op het zwarte continent?
Goossens: “Ik zie hoopvolle maar ook ontmoedigende ontwikkelingen. Ik geloof rotsvast in de rol die artiesten en culturele projecten kunnen spelen in de ontwikkeling van een stad en bij het bouwen van bruggen. Daar zijn ook vandaag straffe voorbeelden van te geven. Ik was begin november mede-curator van het festival Dream City in de oude medina van Tunis - een stad die recent hard getroffen is door terroristische aanslagen en ander onheil. Wat zo’n festival daar op gang kan brengen bij de mensen is uniek en geeft mij energie.”
“Op een gelijkaardige manier heeft KVS met Connexion Kin ook stappen gezet in een bepaald deel van Kinshasa. Alleen is Kinshasa een grotere stad dan Tunis, met veel grotere problemen. De uitdaging daar is om onze werking ook een leven te geven na, en los van de KVS.”

Toen de Congolese muzikant Tout Puissant Kimvuka zijn bezoek aan België deze zomer aangreep om te vluchten, toonde u begrip voor zijn ingrijpende keuze, maar wees u ook op het gevaar van de brain drain uit Afrika, die overigens ook in het debat over de huidige vluchtelingenstroom onderbelicht blijft.
Goossens: “Dat is iets waar ik heel veel over nadenk. De culturele investeringen die je in Afrika doet, mogen niet alleen investeringen zijn in individuen, maar moeten ook bijdragen aan een energie en zelfs een economie die de individuele trajecten overstijgt, en artiesten een reden geeft en in staat stelt om ter plekke te blijven en lokaal dingen te ontwikkelen. In een zwakke staat als Congo merk je dat dat heel moeilijk is. Ik veroordeel de artiesten niet die uiteindelijk toch voor migratie of de diaspora kiezen, want ik weet hoe hard het leven in Kinshasa kan zijn. Maar als er op tijd en stond niet voldoende mensen terugkeren, wordt het een moeilijk verhaal.”

Welke ontmoetingen of artistieke projecten hebben u dit jaar persoonlijk beïnvloed?
Goossens: “De belangrijkste ontmoeting was natuurlijk die met mijn dochter die nu al een zeer intrigerende persoonlijkheid aan het worden is. Zo’n nieuwsgierige en vitale vertegenwoordiger van de nieuwe generatie in je leven hebben doet ongelooflijk veel deugd.”
“Op cultureel vlak waren veel voorstellingen die ik de afgelopen jaren de moeite waard vond het werk van vrouwen: Bouchra Ouizguen, Marlene Monteiro Freitas, Meg Stuart, Eszter Salamon… In Marseille hoop ik daar meer gevolg aan te kunnen geven, want dat was in Brussel toch een deficit: KVS is te veel een mannenproject geweest. Nog een fantastische culturele ontmoeting met een vrouw was trouwens die met (Nobelprijs Literatuur, red.) Toni Morrison bij een voorstelling van Peter Sellars in New York in maart. De bende twintigjarige streetdancers uit Brooklyn met wie Sellars had gewerkt, omringde haar in haar rolstoel als een intellectuele rockster van tachtig.”

En gelooft de vader van de kleine dochter dat de goede krachten op aarde het zullen winnen van de kwade?
Goossens: “Rationele argumenten heb ik daar niet voor, maar het is een act of faith en een morele plicht. Ik vind het leven nog altijd fantastisch om te leven en de wereld een ongelooflijk fascinerende en hoopvolle plek. Ik sta nog iedere morgen op met veel goesting om dingen in beweging te zetten. Een andere houding is voor mij geen optie.”

BDW-kerstinterviews 2015

Stadskrant Brussel Deze Week sluit het jaar af met zes kerstinterviews met Samira Laakel wiens dochter naar Syrië trok, CD&V-politicus Steven Vanackere, journaliste Hilde Sabbe, afscheidnemend artistiek directeur van de KVS Jan Goossens, Passa Porta-directeur Ilke Froyen en ex-dakloze Hugo Van Schuylenbergh. 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

BRUZZ Magazine
deze week
deze week
  • Ever Meulen: de man die Louis Vuitton naar Brussel bracht
  • Coyotes: Les acteurs lumineux de la nouvelle série Noire
  • Ian Dykmans: a fable in photos
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement