Samira Laakel schreef een boek over haar dochter die naar Syrië vertrok

2015 is het jaar waarin haar dochter veroordeeld werd in het grootste terrorismeproces ooit in ons land. Hoewel Samira Laakels wereld stil is blijven staan sinds 20 mei 2013, de dag waarop Nora Verhoeven vertrok naar Syrië, heeft ze het afgelopen jaar de kracht gehad om een boek te schrijven.

Een exemplaar te pakken krijgen van Le bonheur est parti avec toi is geen sinecure. Het boek waarin Samira Laakel het persoonlijke en intieme relaas doet over haar leed als moeder van een Syriëstrijder, verschijnt eind oktober. De aanslagen in Parijs op 13 november, gepleegd door teruggekeerde Syriëstrijders, zullen een stormloop veroorzaken op de beperkte oplage. “De reacties zijn positief. We hebben allemaal de neiging om te vergeten dat achter elke Syriëstrijder een familie schuilt, en die lijdt elke dag,” zegt Samira bij een koffie in een bar rond het gemeentehuis van Schaarbeek.

Laakels boek is beklemmend. Laakel vertelt over doodsangsten, over lijdzaam toezien hoe zelfs een deel van de familie Nora veroordeelt tot taboeonderwerp, als was ze een besmettelijk kwaad. Over hoe Nora’s grootmoeder het niet meer kan opbrengen om langs te komen in de gezinswoning. Er zit een noodkreet in vervat: heb begrip voor de jongeren, en luister naar hen. Het boek maakt Nora weer tot een doodgewoon meisje, en niet het “monster dat de media van haar heeft willen maken.”

Nora Verhoeven vertrekt op zondag 20 mei 2013 naar Syrië. Ze volgt haar vriend Tarik Taketloune, met wie ze daarvoor in het geheim een islamitisch huwelijk afsluit en die twee weken na Nora’s aankomst zal sneuvelen. Nora’s jongere broer Ilias komt later die dag, huilend, thuis met het nieuws. “‘Mama, er doen in Vilvoorde geruchten de ronde dat Nora vertrokken is’. Ik greep onmiddellijk mijn gsm, maar ik hoorde aan de beltoon dat ze zich niet meer op Belgische bodem bevond. Ik wist dat de Samira van gisteren niet meer dezelfde zou zijn als die van vandaag.”

Het lijkt alsof u met Nora wil communiceren via het boek. Weet zij dat u een boek heeft geschreven?
Samira Laakel: “Neen. Ik heb het haar wel laten weten. Ik stuur elke dag berichten, maar ik kan zien dat die voorlopig ongelezen blijven. Ze moet weten dat we haar missen tot ze terug in ons midden is, en dat we klaarstaan om te helpen.”

Nora is tweeënhalf jaar geleden vertrokken. In al die tijd is er wel contact geweest. Wat zeg je tegen je dochter als je, zoals u beschrijft in uw boek, zo’n vertrek nooit kunt aanvaarden?
Laakel: “Aan de telefoon of in berichten kan je veel niet kwijt. Een contact duurt vaak slechts vijf à tien minuten. De verbinding is slecht.”
“Toen we voor het eerst konden skypen, zag ik dat ze zich gedroeg als een robot. Ze nam harde woorden in de mond. ‘Ween niet,’ zei ze. Ze vertoonde geen emotie. Het had niets van doen met de dochter die ik ken. Ze kan niet vrij spreken.”
“Er zijn vragen waar ze geen antwoord op geeft, zoals waar precies ze zich bevindt. Ik hoor van andere ouders van Syriëstrijders dat onze kinderen dezelfde woorden in de mond nemen. Dat is voor mij het bewijs dat Nora een slachtoffer is van een sekte, gemanipuleerd is, eerder dan een terroriste.”

Krijgt u via het weinige contact hoogte van wat Nora er dagelijks doet?
Laakel: “Ze hebben mij gezegd dat ze kinderen en mensen in nood helpt. Ze heeft mij ook uitgelegd dat dat haar doel was in een afscheidsbrief. Het was altijd haar droom om weeskinderen te helpen.”

Weet u of ze meestrijdt?
Laakel: “Ik ben er rotsvast van overtuigd dat Nora geen wapens opneemt.”

Ze is wel veroordeeld op het terrorismeproces rond Sharia4Belgium. Ze kreeg vijf jaar cel. U zegt in uw boek: ‘Geloof ze niet wanneer ze zeggen dat Nora een jihadiste is.’ Ook al strijdt ze ginder niet actief mee, maakt haar vertrek naar Syrië haar niet op zijn minst medeplichtig?
Laakel: “Ik kan haar vertrek, noch het feit dat ze een terroriste genoemd wordt, niet aanvaarden. Omdat ik tot op vandaag niets heb ontdekt dat erop wijst dat Nora uit vrije wil is vertrokken. Ze maakte plannen, had zich ingeschreven voor een opleiding bij Actiris. Medeplichtigheid zou inhouden dat ze vrijwillig handelt. Ik heb in haar kamer briefjes gevonden met bevelen op.”
“Het enige dat ik weet, is dat ik haar achttien jaar heb opgevoed, en dat de plannen om naar Syrië te gaan op heel korte tijd zijn gesmeed. Op een gegeven moment zei ze me dat ze aan sport wilde doen, en ze vond een zaal in Vilvoorde. Wat trok haar daar aan? Ze heeft er de jongen ontmoet op wie ze verliefd werd, en later is ze hem gevolgd naar Syrië.”

Wellicht een tot vervelens toe gestelde vraag: heeft u helemaal niets opgemerkt?
Laakel: “Dat is heel vreemd, en weinigen geloven het. Maar Nora gedroeg zich in ons bijzijn volkomen normaal. Het is pas nadien dat je signalen interpreteert. Ze at minder, alsof ze zich voorbereidde op een leven in schaarste. Ze liet haar make-up onaangeroerd. Vaak staarde ze mij aan. Ik dacht dat ze het deed om me te plagen, maar ze wilde wellicht onze gelaatstrekken op haar netvlies branden.”

Hebt u een verklaring waarom Nora vatbaar was voor radicaal gedachtengoed?
Laakel: “Het was een kokette dame die hield van mode. Maar sinds haar dertiende liet ze soms vallen dat ze zich nutteloos voelde. Ik begreep er weinig van en stelde haar gerust dat haar leven pas begon, en dat ze zich op zovele manieren zou kunnen nuttig maken, dat ze haar weg wel zou vinden.”
“Op een gegeven moment richtte ze zich tot het geloof, maar omdat ik zelf moslima ben, zag ik daar geen graten in. Toen ze zich wilde sluieren, vond ik dat wel een probleem. Maar ik accepteerde haar keuze. Later zei ze dat ze zich niet geaccepteerd voelde op school omwille van de sluier. Maar wie heeft haar dat ingeprent? Ik geloof dat rekruteerders speuren naar zwakke plekken bij jongeren.”

Nora heeft zich gewend tot een radicale interpretatie van de islam. Raakt het u in de beleving van de islam? Bent u kwaad op uw geloof?
Laakel: “Ik definieerde me nooit volgens mijn religie. Ik beleefde mijn geloof in mijn privésfeer.”
“Ik kan niet zeggen dat ik kwaad ben, noch dat ik me meer tot mijn geloof heb gewend. Ik zoek eerder mijn taal op. Mijn ouders waren arbeidsmigranten uit Marokko, en ik spreek weinig Arabisch, maar ik richt me meer op mijn wortels dan vroeger. Het doet me denken aan waar Nora is.”

Hebt u schrik dat uw andere kinderen ook zullen radicaliseren?
Laakel: “Ik heb uiteraard schrik, maar mijn ogen zijn geopend. Mijn kinderen worden geviseerd door de politie. De politie zegt dat we altijd gelinkt zullen zijn aan terrorisme, door mijn dochter. Als mijn jongste zoon een stommiteit uithaalt, wordt hij veel zwaarder gestraft dan een ander. Als mijn oudste dochter om geheel eigen redenen een sluier draagt, wordt ze geviseerd. Alstublieft, houd de zaken uiteen!”

Hebt u schrik dat Nora ooit terugkomt uit Syrië om zich op te blazen?
Laakel: “Neen. Er wordt veel over haar gezegd: dat ze mee strijdt, dat ze een been heeft verloren. Hoe weet men dat zeker? Men wil er een verhaal rond breien, maar ik mis bewijzen.”

Een antiterreurmaatregel van premier Charles Michel (MR) is de vrijheidsberoving van Syriëstrijders. Iedereen die terugkeert, vliegt in de cel. Hoe komt dat aan bij ouders?
Laakel: “Ik ben het er mee eens dat er een straf volgt voor wie iets heeft misdaan. Maar geef de jongeren de kans om terug te keren. Het is aartsmoeilijk om eruit te stappen, zeker voor meisjes die zich niet vrij kunnen bewegen. Als je de boodschap geeft dat ze niet kunnen terugkeren, zeg je eigenlijk: ‘Sterf maar ginder. We moeten u niet meer.’”
“Toen Nora vertrokken is, ben ik hulp gaan vragen bij de politie, bij Buitenlandse Zaken. Ik kreeg telkens de boodschap: ‘We kunnen niets voor u doen. Ze is meerderjarig.’ Ik vond het shockerend om te weten te komen dat mijn dochter al een tijd gevolgd werd door de politiediensten. Ze hadden haar vertrek kunnen vermijden, want ze wisten dat ze naar Syrië zou vertrekken.”

U bent, net zoals Dimitri Bontinck, de vader van de teruggekeerde Syriëstrijder Jejoen, tot in Syrië geweest.
Laakel: “Ik ben tot aan de grens geraakt. De drang om die over te steken, was onbeschrijfelijk. Ik wilde de lucht inademen die mijn dochter ademde, het landschap zien dat zij zag, de beknotte vrijheid als vrouw aan de lijve ervaren.”
“Ik heb slechts vier stappen in Syrië gezet. Soldaten schreeuwden me toe dat ik er weg moest komen, dat het veel te gevaarlijk was. Ik heb een briefje in de wind gegooid, vanuit het idee dat Nora er misschien wel langs zou komen en de boodschap zou lezen. Je doet gekke dingen uit wanhoop.”

BDW-kerstinterviews 2015

Stadskrant Brussel Deze Week sluit het jaar af met zes kerstinterviews met Samira Laakel wiens dochter naar Syrië trok, CD&V-politicus Steven Vanackere, journaliste Hilde Sabbe, afscheidnemend artistiek directeur van de KVS Jan Goossens, Passa Porta-directeur Ilke Froyen en ex-dakloze Hugo Van Schuylenbergh. 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?