Reportage

Jongeren van Foyer hielpen in Marokko na aardbevingen: 'Ik kijk nu anders naar de wereld'

Kris Hendrickx
© BRUZZ
06/12/2023
© Ivan Put/Montage: BRUZZ | Deze Brusselse jongeren en hun begeleiders van Foyer hielpen na de aardbeving Marokko.

De grote aardbeving in Marokko zorgde niet enkel voor duizenden doden en verwoeste dorpen. In Brussel kwam er ook een golf van solidariteit op gang. Tien jongeren van Foyer uit Molenbeek trokken naar een geïsoleerd bergdorp om er de handen uit de mouwen te steken. “Van mijn klagende houding ben ik even genezen.”

Vrijdag 20 oktober. Het is al donker als het busje en de vrachtwagen Tarkout bereiken, na een urenlang traject dat het reisgezelschap niet snel zal vergeten. Het ene na het andere verwoeste dorp, enorme rotsblokken die huisjes hebben platgedrukt als pannenkoeken, tenten langs de weg en de duisternis die het allemaal nog angstaanjagender maakt. “Die weg was soms in zo'n slechte staat dat de jongeren vroegen om te mogen uitstappen en te voet te mogen verder gaan,” herinnert Ayoub Ben Abdeslam zich, de jeugdwerker die de jongeren van Foyer begeleidde.

De aankomst voelt dubbel aan. De groep stapt uit in een dorp dat zes weken na de catastrofe nog steeds zijn wonden likt, maar maakt ook kennis met een bijzonder gastvrije bevolking, aardbeving of niet. “Iemand zei 'Gelukkig gebeurde dit bij ons en niet bij jullie in de stad, want wij hadden jullie niet te hulp kunnen snellen'. Om maar te zeggen hoe empathisch en collectief mensen daar ingesteld zijn.” Aan het woord is Wissal Boulahri (22), een studente uit Agadir waar we mee bellen. Wissal begeleidde de groep en vertaalde. Want de taal ter plaatse is de berbertaal Amazigh en veel dorpsbewoners spreken geen Frans of zelfs geen Marokkaans-Arabisch.

1869 Foyer aardbeving Marokko 12
© Foyer | Souleyman, Selim, Younes, Amine en Salim (vlnr.) met de plaatselijke lasser die metalen structuren voor de toiletten maakte.

Tarkout is een afgelegen bergdorp in de hoge Atlas, op 2.300 meter hoogte. Een zeventigtal gezinnen leven er grotendeels van de landbouw. In de stad gaan werken is hier geen optie, wegens geen steden in de wijde omtrek. Snel even naar de winkel gaan kan ook niet. Een wekelijks marktje in een nabijgelegen dorp is zowat alles wat er is.
Als de aarde die fatale nacht op 7 september begint te beven, slapen de inwoners. Het duurt dan ook even voor het besef doordringt. Het krakende geluid, de trillingen: dit is een aardbeving. Dan volgt de paniek. Twee bewoners zullen die nacht niet overleven, een groter aantal raakt gewond. De meeste huizen zijn op zijn minst zwaar beschadigd. De gezinnen die wél nog in hun huis durven slapen, zijn op twee handen te tellen. “Het kon nog erger,” vertelt Ayoub. “Een van de buurdorpen werd helemaal van de kaart geveegd. We hoorden dat vrijwel niemand het daar overleefde.” De aardbeving zal in de hele regio uiteindelijk circa 3.000 levens eisen, nog eens ruim 5.000 mensen raken gewond.

Benefietshow

Terwijl Marokko zijn doden telt, hebben de jongeren van Foyer in Molenbeek eigenlijk net beslist waar ze dat jaar naartoe trekken op humanitaire reis. Het wordt Senegal, een land waar ze al goede contacten hebben en van waar ze al een concrete vraag om hulp kregen. “De dag na de aardbeving hebben we het roer meteen omgegooid,” zegt Ayoub, die we samen met zes medereizigers ontmoeten in de zetel van Foyer aan de Werkhuizenstraat. “De nood in Marokko was gewoon te groot.”

1869 Foyer aardbeving Marokko 14
© Foyer | De groep maakte in harde omstandigheden kennis met een bijzonder gastvrije bevolking, hier in een van de weinige huizen die nog gebruikt kan worden. “Wij klagen steen en been als de wifi niet werkt. Zij trekken hun plan met bijna niets,” vertelt Brusselaar Younes.

Rond de tafel maken we kennis met Sumeyye (18), Emine (19), Amine (20), Younes (20), Salim (18) en Selim (22), allemaal Brusselaars met wortels in Turkije of Marokko. Samen met hun toekomstige reisgenoten gaan de jongeren de weken na de catastrofe aan de slag. Er zijn immers centen nodig voor hulpgoederen en materiaal. Daarom zet de groep een benefietfeest op poten: een maaltijd, een muziek- en dansshow, zangnummers en sportdemonstraties, soms door de jongeren: het hoort er allemaal bij. Ook de vrouwen van deelwerking Dar al Amal schieten in actie en dragen zelfgebakken koekjes bij voor verkoop. Uiteindelijk haalt de groep 7.000 euro op. De reiskosten, die betalen ze zelf.
Zeven weken later is het zover. Na een vliegreis naar Agadir gaat het met de auto naar Taroudant, waar een vrachtwagen en een minibusje wachten. Het gezelschap laadt de goederen in en gaat langs bij de lasser die ondertussen metalen structuren voor toiletten heeft voorbereid. Na een confronterende hobbelreis door de bergen bereiken ze Tarkout.

In het bergdorp wacht de Brusselse jongeren een week van hard labeur in soms moeilijke omstandigheden. Ze leggen toiletten aan en plaatsen een grote polyvalente tent die gebruikt wordt als moskee, maar ook voor evenementen of voor mensen die een dak boven hun hoofd nodig hebben. Zonnige dagen wisselen af met wind, regen en kou, die er eind oktober al lelijk kunnen huishouden. “We sliepen in tenten die we opzetten in andere tenten om toch een beetje warm te blijven,” vertelt een van de jongeren. “In gemeenschappelijke tenten werd soms een elektrische radiator geplaatst, maar veel effect had dat niet.” De meeste tentbewoners moeten het met een houtvuur buiten de tent doen. Net genoeg om even op te warmen.

De toiletten die ze zelf bouwen, gebruiken sommige Brusselaars dagenlang niet. “Het zijn van die lage wc's waarop je moet hurken. Samen met het koude weer is dat toch even wennen,” legt Ayoub uit. Schaapachtig gegrijns rond de tafel.
Op het einde van de reis laten ze ter plaatse nog een koe slachten. Het vlees schenken ze aan de dorpelingen. Vlees is er een zeldzaam goed en nog duurder dan hier.

1869 Foyer aardbeving Marokko 15
© Foyer | De meeste dorpsbewoners voelen zich nauw verbonden met de grond, en willen niet vertrekken.

Een ander Marokko

Als de jongeren iets is bijgebleven, dan is het de instelling van de dorpelingen. “Zelf komen we uit een comfortabele omgeving. We hebben een dak boven ons hoofd, voldoende eten en klagen steen en been als de wifi niet werkt,” stelt Younes. Het gezelschap gniffelt als het over de wifi gaat. “Daar trekken ze hun plan met bijna niets. De kinderen hadden één voetbal en speelden soms met twee verschillende schoenen. Toch konden ze hun vreugde niet op. Van mijn klagende houding ben ik even genezen.”

“Of neem die keer dat we naar de schooltent gingen,” vervolgt Sumeyye. “Je moet om te beginnen een lastig bergpad nemen en dan zitten al die kinderen daar zonder verwarming geconcentreerd te werken, terwijl wij al een lang gezicht trekken als het school is. Toen we ons excuseerden dat we niet meer konden doen, kregen we als antwoord: 'Wie zich niet dankbaar kan tonen voor weinig, zal zich ook nooit dankbaar kunnen tonen als hij heel veel krijgt.”

Deze Brusselse jongeren en hun begeleiders van Foyer hielpen na de aardbeving Marokko
© Ivan Put/Montage: BRUZZ | Deze Brusselse jongeren en hun begeleiders van Foyer hielpen na de aardbeving Marokko: Younes, Sumeyye en Amine staan uiterst links.

“We kwamen terecht in een heel ander land dan het Marokko dat velen van ons kennen,” bevestigt Ayoub. “De steden lijken steeds meer op Europa. Je bent er een toerist en hebt het gevoel dat mensen voortdurend munt willen slaan uit je aanwezigheid. In het dorp was het andersom. Ik herinner me dat ik een ontbrekend deel voor de tent wou kopen in een dorp in de omgeving. Toen een dorpeling uit Tarkout me daar zag, probeerde hij meteen in mijn plaats te betalen, terwijl wij extra geld hadden ingezameld.”
De reis naar Marokko kroop bij de jongeren onder de huid, merken we. “Voor het vertrek wist ik al dat ik later levens wou redden,” vertelt Emine. “Sinds een ambulancier op onze school kwam vertellen over zijn beroep boeit het me enorm. De reis heeft dat gevoel alleen maar versterkt.”

Ook Selim denkt aan een toekomst als ambulancier en is ondertussen aan zijn medische opleiding begonnen. “Op een bepaald moment kreeg een klein meisje een angstaanval in een tent. Mensen riepen me er meteen bij en ik heb proberen uitleggen wat ze precies moesten doen. Dat mensen zich al tot mij richtten terwijl ik nog maar in opleiding ben, raakte me. Het voelt als een bevestiging dat ik juist zit.”

Deze Brusselse jongeren hielpen met vzw Foyer met de heropbouw na de aardbeving Marokko
© Ivan Put | Deze jongeren van Foyer uit Molenbeek trokken met een groep van tien naar een geïsoleerd bergdorp om er de handen uit de mouwen te steken.

Amine merkte dan weer dat hij anders naar de wereld rondom hem kijkt sinds hij terug is uit Marokko. “De daklozen aan het Klein Kasteeltje zag ik bij wijze van spreken niet zitten vroeger. Nu ik zelf een week in de kou in een tent heb geleefd, let ik er veel meer op. Ik geef ze ook vaker iets. Of dat effect zal blijven, moeten we nog zien.”
De jongeren van Foyer laten het alvast niet bij die ene reis. In januari volgt nog een evenement waarop ze de thuisblijvers willen vertellen over wat ze meemaakten en over hoe ze de ingezamelde centen besteedden. De Marokkaanse ambassadeur in België zakt voor die gelegenheid wellicht ook af naar Molenbeek, vernam Ayoub.

Verworteld

Foyer is lang niet de enige organisatie die hulp biedt na de aardbeving. In heel het gewest zorgde de natuurramp voor een golf van solidariteit, vaak maar niet enkel bij Brusselaars met roots in Marokko. Sommigen kennen bewoners van het getroffen gebied, maar veel vaker is dat niet zo. De Marokkaanse migratie stamt immers vooral uit de noordelijke regio van Tanger en de noordelijke bergen. De aardbeving vond plaats in het zuiden.

In Sint-Joost zette de vzw Héritage des Femmes haar schouders onder een grote inzamelactie. Met de hulp van de gemeente bereidden ze een hulppakket van 45 ton voor. Fatima Maher ging die samen met twee medevrijwilligers persoonlijk afleveren in Marrakesh, waar de lading onder partnerorganisaties werd verdeeld. “We bieden hulp aan een tiental dorpen waar we eerder al een samenwerking mee hadden,” legt Fatima uit.

1869 Foyer aardbeving Marokko 27
© Foyer | Selim: “Dat mensen zich al tot mij richtten terwijl ik nog maar in opleiding ben, raakte me. Het voelt als een bevestiging dat ambulancier de juiste keuze is."

Fatima is blij dat ze kon helpen, maar beseft ook dat het niet genoeg is. “De mensen in de bergen kampen ondertussen niet enkel met de kou, maar ook met honger en een tekort aan water. Voor het voedsel zijn ze vooral aangewezen op de eigen landbouw, maar veel boeren hebben al hun materieel verloren. Voor drinkbaar water moeten bewoners nu vaak kilometers en kilometers wandelen. We willen daarom een nieuwe inzameling houden om voor een watervoorziening, douches en sanitair te zorgen.”

Net als Wissal merkte Fatima hoezeer de bergbewoners aan hun leefomgeving gehecht zijn. “Je kan je afvragen waarom ze niet naar de stad trekken, maar daarvoor voelen de meesten zich te zeer verbonden met de grond. Ze zijn ook bang dat ze hun landbouwgronden zullen verliezen als ze vertrekken.”

Deze keer trok Fatima niet tot in de getroffen dorpen, maar ze kent ze wel van eerdere solidaire reizen. Ze beaamt wat we al van de Foyer-jongeren hoorden: voor Brusselaars met Marokkaanse roots is het vaak een compleet nieuwe wereld. “Die bergdorpen zijn niet alleen collectiever ingesteld, vrouwen hebben er ook een andere positie. Je vindt er bijvoorbeeld vrouwelijke dorpschefs. Als we in zo'n dorp aankomen, worden we al eens met zang en dans onthaald. Dat leidt soms tot gechoqueerde reacties. 'Mannen dansen hier gewoon met vrouwen?' 'Doe mee', zeg ik dan. 'Je bent hier bij hen.'”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Sint-Jans-Molenbeek, Samenleving, aardbeving Marokko, vzw Foyer, brusselse jongeren, solidariteit

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie