Karel Anthierens over 40 jaar journalistiek: ‘Ik moet het nog altijd lezen op papier'

Karel Anthierens werkte op zeventien redacties. Hij begon als freelancer en startte in 1958 bij Humo: “Ik zag hoe dingen op de redactie beter konden,” zegt hij daarover.© Saskia Vanderstichele

Het gedrukte BRUZZ-magazine werd in 1997 uit de grond gestampt door Karel Anthierens. Het was het laatste kunstje van de nu 86-jarige bladenmaker, na eerdere avonturen bij onder meer Humo, Knack, Panorama en Het Laatste Nieuws. Hij beschrijft ze in het boek Gedane zaken. Zo kort als kan, zo lang als moet.

Karel Anthierens is niet de man van het voorplan. Vorig jaar was hij nog te porren voor een bijdrage in een VRT-documentaire over zijn jongere broer Johan, maar veel gekker moet het niet worden. Waarom in kranten en weekbladen staan als je ze ook zelf kan maken? Elk dag opnieuw, veertig jaar lang.

De nalatenschap van Karel Anthierens is indrukwekkend, zijn impressies heeft hij nu eindelijk verwoord. In het boek Gedane zaken bespreekt hij beknopt de zeventien (!) kranten- en weekbladredacties die hij als journalist, redactiechef, hoofdredacteur of algemeen directeur aanzwengelde. Journalisten, fotografen en tekenaars – van Johan Daisne over Piet Piryns, Guy Mortier, Walter De Bock, Brigitte Raskin, Mark Coenegracht, Jo Van Damme, Raf Sauviller, Danny Ilegems, Joël De Ceulaer en Erik Van Looy, tot Benoît, Zak, Erik Meynen en Kamagurka – ervoeren zijn doortastende leiderschap. Anthierens stond voor verantwoordelijkheidszin, vertrouwen, ongecensureerde bijsturingen en de vakkennis dat de inhoud nooit losstaat van taal, beeld en lay-out.

Elektronische vijand

Gedane zaken is een zoete inval die lang op zich heeft laten wachten. Er was een verplichte tussenstop van twee maanden in het Sint-Lukas ziekenhuis voor nodig. “Mijn zoon installeerde daar een computer in mijn kamer. Ik ben beginnen te schrijven. De ene herinnering bracht de andere mee. Van De Periscoop in 1957, tot Brussel deze Week (nu BRUZZ, red.) in 1997.”

Anthierens deed al die jaren anderen schrijven, maar lust er ook zelf pap van. “Ik vind mezelf geen schrijver, maar ik schrijf wel graag. Op dit ogenblik een brief van vijf vellen aan mijn broer die negentig is. Hij zal wel moeten wachten tot ik alles goed nagelezen heb (grijnst).” Taalzaken verleiden hem nog steeds tot puntige lezersbrieven. De nieuwe editie van het woordenboek Van Dale is al geleverd.

In Gedane zaken beschrijft Anthierens hoe hij als kind in korte broek al met broer Johan (1937-2000) een eerste krantje van vier A4'tjes in elkaar draaide aan de keukentafel. “Toen vond ik nog dat ik goed kon schrijven – mijn schoolopstellen waren altijd prima – en dat Johan er niets van bakte. Hij kon wel mooi tekenen, dus moest hij maar illustreren. Later is dan gebleken dat Johan veel beter kon schrijven. Maar de dt-regels heeft hij nooit begrepen. Voor de grammatica bleef hij op mij rekenen.”

Studies werden snel ingeruild voor baantjes als freelancejournalist. “Ik schreef in de jaren vijftig voor De Post, de voorganger van Panorama, maar op den duur bijna uitsluitend voor Humoradio (vanaf 1958 Humo, red.), waar mijn broer Jef (1925-1999) hoofdredacteur was. Jef was een geweldige mentor, maar organisatie was niet zijn grote talent. Ik zag hoe dingen op de redactie beter konden. Toen mij werd voorgesteld vast in dienst te komen, heb ik me daar op toegelegd.”

Zo lag Anthierens mee aan de basis van het succes van het blad dat het aandurfde om over popmuziek en televisie te schrijven. “De rubriek TTT die nu nog altijd in Humo staat, is toen ontstaan. Die titel – het nu lichtjes belachelijk aandoende Tieners Toppers Treffers – hadden we overgenomen uit een Scandinavisch popblad. We waren net op tijd voor de Beatles en toen dat allemaal goed liep, heb ik de tv-pagina's georganiseerd.” Broer Jefs idee om over televisie te berichten, was revolutionair en maakte Humo toonaangevend. “Geschreven pers zweeg over televisie omdat ze er doodsbang voor was. Jef was vóór en maakte van Humoradio het eerste blad dat collaboreerde met de elektronische vijand.”

Van Roeselare tot Jerevan

Anthierens maakt onderscheid tussen redacties waar hij kon werken, zoals die van Humo en Panorama, en redacties waar hem het werken belet werd, zoals die van Het Volk. “Daar was alles georganiseerd en uitgestippeld door een reclamebureau én een onderzoeksbureau. Ik werd als hoofdredacteur verplicht om vijf uur 's middags, wanneer de redactie juist op stoom kwam, een vergadering bij te wonen over de kleur van het briefpapier. Journalisten moesten er ook een psychologische test afleggen. Alsof ik zonder inmenging van al die betweters niet wist wat mijn journalisten waard waren.”

1794 Karel Anthierens
© Saskia Vanderstichele
| Karel Anthierens: “Ik moet het nog altijd lezen op papier. Van al de rest begrijp ik weinig. Ik ben er uitgestapt voor de digitale evolutie is losgebarsten.”

Ook dat is een constante in de loopbaan van Anthierens: journalistiek talent vinden en ontplooien. Door het veel vrijheid te geven, maar ook door het vriendelijk een aantal vuistregels in de maag te splitsen. Een krantenstuk is bijvoorbeeld best zo kort als kan, en zo lang als moet.

Toen dat nog niet vanzelfsprekend was, had Anthierens al oog voor vrouwelijk journalistiek talent. “Toen ik als algemeen hoofdredacteur van Dupuis ook Mimo onder mijn hoede had, heb ik gevochten om de redactrices van dat vrouwenblad aan een volwaardig journalistenstatuut te helpen. Ingrid De Bie die later naar Humo ging, was echt goed. Samen met de voorzitter van de vrouwenraad Lily Boeykens organiseerde Mimo de eerste Vrouwendag in de Passage 44 in 1972, met Simone de Beauvoir als eregast.”

Wat later vertrok Anthierens voor tien jaar naar Knack en hielp de redactie aan een eerste journaliste: Rosanne Germonprez. Al ging dat niet zonder slag of sloot. “Moeder Trees De Nolf (van de uitgeversfamilie van Roularta in Roeselare, red.) maakte haar contract tijdens mijn vakantie weer ongedaan. Ze wilde liever geen vrouwen op een redactie, omdat ze te vaak zwanger waren: 'da kopt en da kopt en da kopt,' zei ze. In de drukkerij werkten nochtans wel veel vrouwen.”

De samenwerking met de legendarische Knack-hoofdredacteur Frans Verleyen verliep niet optimaal. “Directeur Rik De Nolf had hem niet geraadpleegd over mijn aanwerving, waardoor mijn relatie met Verleyen altijd een beetje moeilijk is geweest. Niet dat hij vijandig deed. Maar het zinde hem niet als hij weer eens dagenlang verdween om vogels te spotten of 'boven de boomgrens' op reis te gaan, en hij bij terugkeer moest vaststellen dat we onze zaken nog altijd netjes op orde hadden.”

Vogels spotten deed Anthierens alleen tijdens een merkwaardige professionele uitstap naar het Armeense Jerevan. “Op vraag van een organisatie voor gepensioneerden heb ik daar even een tijdschrift voor landbouwers geleid. Ik sprak of las de taal niet, maar slaagde er wel in om de bladschikking te verbeteren, met kortere koppen en de introductie van tussentitels. Het krantje had maar één computer en geen enkele foto als illustratie, tenzij de tekening van een kuikentje dat bij de titel stond. Mijn voorstel dat tekeningetje ook gespiegeld aan de andere kant van de titel toe te voegen, vonden ze geniaal.

Boudewijn en Pfaff

De kwaliteit van de vormgeving en de illustraties is een dada van Anthierens. Hij zocht naar de beste foto's in het aanbod van de agentschappen en onderhield ook levenslange relaties met een fotograaf als Herman Selleslags, of vormgever Luk Guillaume die de eerste lay-out voor Brussel Deze Week maakte. De liefde voor perscartoons leidde tot de oprichting van Press Cartoon België. “Tegenwoordig zijn perscartoons vooral grapjes geworden,” betreurt hij. “Zonde. Cartoons dienen niet in de eerste plaats om mee te lachen. Het horen getekende kritieken of columns te zijn. Of ligt het aan mij? Dat ik een dagje ouder ben geworden, kan natuurlijk moeilijk ontkend worden (lacht).”

Gedane zaken verhaalt ook over het mislukken van het satirische weekblad De Zwijger, over hoe Anthierens met rugpijn op audiëntie ging bij de notoire rugpatiënt koning Boudewijn, hoe Musti het Belgische antwoord werd op Nijntje, en hoe een serie over doelman Pfaff niet het succes kende van de latere tv-serie.
Uiteraard is er veel veranderd sinds Anthierens de bazen van Dupuis ervan moest overtuigen om voor elke journalist een schrijfmachine te kopen. 'Comment ça? Est-ce qu'ils tapent tous en même temps?'

Met podcasts, pushberichten en de digital-firststrategie is hij niet meer mee. “Ik moet het nog altijd lezen op papier. Van al de rest begrijp ik weinig. Ik ben er uitgestapt voor de digitale evolutie is losgebarsten.”

Anthierens onderbrak wel zijn brugpensioen voor de oprichting van dit Brusselse weekblad. “Dat project voor een stadkrant werd me in de schoot geworpen door Paul Corthouts van het kabinet Brusselse Aangelegenheden van Brigitte Grouwels. Ze zagen dat het bestaande Deze Week in Brussel nogal ongeïnspireerd en onzorgvuldig was. Met Dirk Verstockt werd mij meteen een uitstekende kracht op een zilveren schoteltje aangeboden. Met een aantal nieuwe mensen hebben we er Brussel Deze Week van gemaakt. Dat was een heel tijdelijke, maar leuke opdracht, en ik vind BRUZZ nog altijd uitstekend.”

Gedane Zaken. Hink-stap door de Vlaamse pers. (105 p.) kan worden besteld door storting van 15 euro op bankrekening BE 36 0010 4793 7981 van de auteur. Vergeet niet uw eigen adres te vermelden.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?