Koudwatervrees voor Vlaamse trams

Vlaamse trams in Brussel? Het plan roept weerstand op bij Brusselse parlementsleden. Dat bleek bij de voorstelling van het project van De Lijn in de commissie Infrastructuur.

D e Franstalige parlementsleden zijn niet tegen de uitbreiding van het vervoersaanbod in Brussel, ook niet als dat van een Vlaamse vervoersmaatschappij komt, maar ze stellen toch heel wat vragen bij de plannen.

Zoals bekend wil De Lijn drie tramlijnen naar het hart van Brussel brengen: een uit Boom, een uit Heist-op-den-Berg en een uit Ninove. Daarnaast komt er een lijn in het noorden, langs de Ring. Ook die loopt mogelijk over Brussels grondgebied. Over de vier lijnen loopt op dit moment in Vlaanderen een Milieueffectrapportage (MER).

Dat dit project vragen oproept, is niet onlogisch. Openbaar vervoer is een gewestelijke materie: elk gewest is op zijn terrein bevoegd. De MIVB in Brussel, De Lijn in Vlaanderen. Toch heeft de Vlaamse vervoersmaatschappij (net als de Waalse) altijd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geopereerd. Dat is het gevolg van een akkoord uit 1991. Daarin staat onder meer dat De Lijn de reizigers tot de grote stations mag brengen. Dat ging over bussen. Nu het over trams gaat, wordt een en ander een stuk complexer.

Dat De Lijn toch al ver gevorderd is met de plannen, heeft te maken met intens technisch overleg met de MIVB. Dat overleg is min of meer afgerond. Nu is het aan de politiek om het project te voltooien. Tegen de herfst van 2013 moeten de Vlaamse en Brusselse regering samen de knopen hebben doorgehakt. Dat wordt een goede test voor het federale bestel.

Wat is de grootste kritiek bij de Brusselse parlementsleden? Ze vinden het te veel een plan voor Vlaanderen, te weinig een voor Brussel. Uit de presentatie van Joost Swinnen van De Lijn bleek inderdaad dat De Lijn vooral de Vlaamse pendelaars snel en comfortabel naar de Noordwijk wil brengen, waar zich een groot deel van de Vlaamse administratie bevindt. Niets belet echter dat Brusselaars ook van het nieuwe Lijn-aanbod gebruikmaken, bijvoorbeeld om te gaan werken in de Rand.

Twee. De parlementsleden vragen zich af of De Lijn wel tot in het hart van de stad moet komen. Voor de Vlaamse openbaarvervoersmaatschappij is dat een conditio sine qua non. "De bereikbaarheid van de Noordwijk is cruciaal," zegt Swinnen. "We willen de reizigers maximaal één overstap laten nemen. Als ze bij de tram komen, hebben ze vaak al een bus moeten nemen." Brussels minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) benadrukte in het parlement dat er over de eindhaltes nog niets is beslist.

Drie. Hoe zit het met de haltes? Als De Lijn snel door Brussel wil, dan zal het aantal haltes beperkt moeten blijven. Dat komt de Brusselaar niet ten goede. Grouwels zei dat ook dit onderdeel zal uitmaken van het politiek akkoord. Volgens Swinnen is de vrees voorbarig, om een puur praktische reden: "We zullen van dezelfde sporen gebruikmaken als de MIVB. We kunnen trams van de MIVB niet zomaar voorbijsteken." Haltes skippen gaat dus niet.

Vier. Wie betaalt wat? Daarover is het akkoord uit 1991 duidelijk: de infrastructuur wordt betaald door het bevoegde gewest. "Brussel hoeft niet veel sporen aan te leggen," suste Joost Swinnen. "Alles ligt er, op het stuk tussen Weststation en Westland Shopping na." De MIVB heeft zelf plannen met die nieuwe sporen.

Vlaanderen zal 1,6 miljard euro investeren in de Vlaamse tramlijnen, al is het nu al zeker dat dat in een eerste fase een pak minder zal zijn. "We zullen eerst het gebied dicht bij Brussel ontsluiten," zei Swinnen.

Over een heffing voor het gebruik van de sporen zal nog gebikkeld moeten worden: het is de eerste keer sinds de gewestvorming dat twee vervoersmaatschappijen van dezelfde sporen gebruikmaken. Daarnaast is het ook zo dat de MIVB van de Vlaamse sporen gebruik kan maken. Brusselse trams zouden zo makkelijk tot Zaventem kunnen sporen. De Brusselse parlementsleden vonden dat hier nog te weinig duidelijkheid over bestaat. Bij de MIVB loopt een studie. "Zeker is dat we maximaal enkele kilometers in het hinterland zullen rijden," zei Yves Fourneau van de MIVB, "niet verder."
Tot slot moet er een akkoord worden gesloten over de tarieven en de inkomsten uit de kaartjesverkoop. Ook dat is een taak voor de politiek.

Kritische vragen op de plannen van De Lijn kwamen er vooral van MR- en FDF-parlementsleden (oppositie). Doordat de Franstalige meerderheid (PS en Ecolo) weinig weerwerk bood, leken de Franstaligen in hun geheel erg kritisch, al werd het project op zich niet afgeschoten.

Welk standpunt het parlement uiteindelijk inneemt, moet snel duidelijk worden. De commissie kondigt een resolutie met aanbevelingen voor de Brusselse regering aan. Die zal zelf in januari een advies formuleren over de voorstudie van De Lijn.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?