interview

Luckas Vander Taelen: 'Ik had een verfranste Vlaming kunnen zijn'

Luckas Vander Taelen: "Ik heb nooit hobby's gehad. Omdat mijn werk mijn hobby is."© Ivan Put

Luckas Vander Taelen neemt geen blad voor de mond. Nooit gedaan. Hij ontpopte zich zo de laatste jaren tot een opiniemaker die Brussel op een genadeloze manier fileert. “Dat ik daarmee de Brusselbashers in de kaart speel, daar trek ik me niet veel van aan. Wat fout gaat in deze stad moeten we durven te zeggen.”

Wie is Luckas Vander Taelen?

  • Geboren in Aalst (1958)
  • Historicus Werd bekend met de newwaveband Lavvi Ebbel
  • Tot 1999 reportagemaker voor Strip-Tease (RTBF) en VTM
  • Later tot 2014 afwisselend Europees Parlementslid, schepen, Vlaams Parlementslid en gemeenschapssenator voor Groen
  • Schrijver en acteur
  • Columnist bij De Tijd en Doorbraak
  • Geeft les aan het Ritcs Woont in Vorst

A La Carte

In het vernieuwde A LA CARTE nodigt Luckas Vander Taelen elke week de m/v/x uit die mee het nieuws heeft bepaald.
Elke donderdag na BRUZZ 24 en online via BRUZZ.be

Vlaamsgezind en vrijzinnig, maar ook met veel sympathie voor het ecologische en liberale gedachtegoed. Als Vander Taelen een standpunt inneemt, leidt dat bij progressief links vaak tot een ongemakkelijk gevoel. Vander Taelen is niet in een vakje te stoppen, zelfs al was hij tussen 1999 en 2014 politicus voor Groen.

Hij zal zijn kritiek nu ook rechtstreeks voor de voeten van de politici en andere beleidsmakers kunnen gooien. Vanaf donderdag is hij host van A La Carte, het praatprogramma bij BRUZZ. “We nodigen telkens één gast uit. Het zal altijd over Brussel gaan. Maar de gasten moeten daarom niet in Brussel wonen. Politici leggen we op de rooster. Maar het kunnen ook mensen zijn uit de culturele wereld. Met hen gaan we het gesprek aan over de stad.”

Hoe kijkt u naar de federale regeringsvorming?
Luckas Vander Taelen: Wat me opvalt is dat er weinig verschenen is in de Vlaamse pers over de communautaire voorstellen van Egbert Lachaert (Open VLD). Hij wil de tweetaligheid van dienst invoeren in de Brusselse gemeentebesturen, de vicegouverneur laten verdwijnen. Dat zijn geen rooskleurige vooruitzichten voor de Nederlandstalige Brusselaars.

Het is wellicht het cadeautje voor de Franstaligen. In ruil zouden ze dan, zo lijkt het, een eengemaakte politie moeten slikken.
Vander Taelen: Dat is een gevaarlijk voorstel. Politiezones fuseren en de macht van de burgemeesters laten bestaan is onzinnig. Het lijkt een heruitgave van de splitsing van BHV. De Vlamingen hebben daar zwaar op ingezet, maar voor de Vlaamse Brusselaars hebben ze niets in de wacht kunnen slepen. Eerder integendeel.

Kijk, ik ben ook voor een eengemaakte politie in Brussel, maar de tweetaligheid van dienst invoeren in Brusselse gemeenten, komt eigenlijk neer op het Nederlandstalige loket van Roger Nols (oud FDF-burgemeester van Schaarbeek, red.), waar we als Vlamingen zo tegen gevochten hebben. Je moet al een goed geïnformeerde Brusselaar zijn om dat goed aan te voelen. Ik heb niet de indruk dat er aan de federale onderhandelingstafel dat besef is.

Luckas Vander Taelen

Als we dan toch een strijd willen voeren in Brussel, dan moet het die van de hervorming van de lokale besturen zijn. Je moet de negentien gemeenten niet afschaffen. Maar ze zouden ondergeschikt moeten zijn aan de minister-president. Zoals in Parijs. Zodat de burgemeesters niet meer kunnen blokkeren. Je moet dan natuurlijk wel een minister-president hebben die op iets trekt. (Lachje)
Het is een pervers politiek systeem in Brussel dat een slagkrachtig stedelijk beleid in de weg staat: raak je in de oppositie in het Gewest, dan kan je nog altijd als burgemeester overleven. Je kan je profileren. Stokken in de wielen steken. Franstaligen weten dat ook, maar als je dat als Vlaming zegt, word je in het kamp van de nationalisten gezet.

1722 Luckas Vander Taelen 3
© Ivan Put
| Luckas Vander Taelen: nooit een blad voor de mond.

Hoe Vlaamsgezind bent u eigenlijk? Uw leefwereld is vooral Franstalig.
Vander Taelen: Klopt. Ik had een verfranste Vlaming kunnen zijn. Mijn vrouw is van Namen. Ik heb in het begin van mijn carrière in een volledig Franstalige werkomgeving gewerkt. Ik lees Le Soir elke dag. En omdat ik zelf niet bijzonder sociaal ben en mijn vrouw veel vrienden heeft, beweeg ik me dus voornamelijk in het sociale netwerk van mijn vrouw. En dat is zeer Franstalig.
Dat heeft één enorm voordeel: ik kén ze. Ik ken mijn pappenheimers. Franstaligen beseffen het soms niet, maar ze zijn heel imperialistisch. Ze komen ergens en ze spreken Frans. Ik ken ook de geschiedenis. Ik weet heel goed hoe de verfransing werkt. De verfransing in Brussel na de Tweede Wereldoorlog is indrukwekkend. Het choqueert me nog altijd.

Voor veel Vlaamse Brusselaars speelt dat toch niet meer? Ze wonen hier graag, met al die talen rondom hen …
Vander Taelen: Dat is op zich goed. Maar je mag de geschiedenis niet vergeten. Wat Vlamingen in Brussel hebben meegemaakt tussen 1950 en 1970, dat was niet om te lachen. Vandaag is er wel meer respect bij Franstaligen voor Vlamingen. Die omslag heb ik ook gezien. Maar dat wil niet zeggen dat we niet waakzaam moeten zijn.

Iets anders. Hoe ervaart u de epidemie?
Vander Taelen: Ik vond die confinement niet onaangenaam. Ik heb wel het geluk dat ik een huis met een tuintje heb (in Vorst, red.). Vandaag vind ik het veel vervelender. Het mondmasker ben ik spuugzat. En ik vrees dat we er nog een tijdje mee zitten. We zijn er nog niet mee klaar.

Maakt u dat bang?
Vander Taelen: Helemaal niet. Ik hou me ook aan de maatregelen. Maar de cijfers stijgen. Waar gaat dit naartoe? Dat vraag ik me wel af. Het is heel moeilijk om met het mondmasker op met mensen te praten, omdat er zoveel expressie verdwijnt.

We zien ook de spanning stijgen in de stad. Met agressie tegen politie en brandweer.
Vander Taelen: Covid-19 mag vooral geen excuus zijn. Tien jaar geleden werd de brandweer al bekogeld in Molenbeek. Ik schreef daar toen al over. Het is een kleine minderheid, vaak bekend bij het gerecht. Daar moet je iets mee doen. Je moet ze niet in de gevangenis stoppen, maar ze coachen en van heel dichtbij volgen. Voortdurend verantwoording vragen. De ouders erbij betrekken. Als je dat niet doet, is het dweilen met de kraan open. Jammer genoeg heeft Brussel dat nog steeds niet begrepen.

Een groot deel van de geschiedenis wordt door minderheden geschreven. Ten goede of ten kwade. De nazi's waren een kleine minderheid. De Franse revolutie ging uit van een minderheid. Hier zijn het enkele rotte appels die de Brusselse wijken verzieken. Dat is al jaren zo, en als hier niet ingegrepen wordt, is dat de komende jaren net hetzelfde.

U hamert al lang op die spijker. Ondertussen gaat die kritiek erin als zoete koek in Vlaanderen. Het bevestigt vaak het negatieve imago dat Brussel al heeft. Stoort u dat niet?
Vander Taelen: (Haalt de schouders op) Als je als Nederlandstalige schrijft over het disfunctioneren van Brussel, dan zien Franstaligen dat meteen als Brusselbashing. Als je het als Brusselse overheid jaren nalaat om op te treden tegen rodeorijders en als er een journaliste van De Standaard wordt doodgereden, dan is dat niet de fout van de columnist, hé. Ik wil daarover kunnen blijven schrijven.

U bent politicus geweest en journalist. Hoe kan u het meest wegen op het beleid?
Vander Taelen: Als politicus moet je aan de uitvoerende kant zitten. Als schepen in Vorst heb ik veel meer kunnen doen dan als lid van het Vlaams Parlement. Het is niet spectaculair, maar ik heb in Vorst in mijn driejarige mandaat wel een school kunnen ontdubbelen, en een bibliotheek in een nieuw gebouw kunnen onderbrengen.
Maar dan nog moet je als politicus je kans grijpen. Neem nu burgemeester Philippe Close. Die gaat naar de Marollen als het daar in brand staat. Zo hoort het. Minister-­president Vervoort was nergens te bespeuren toen Adil in Anderlecht stierf na een politieachtervolging. Of neem nu de pandemie. Vervoort heeft veel te lang gewacht met maatregelen.

U wordt begin volgend jaar 63, u bent intussen grootvader, u geeft les en blijft publiceren. Nu gaat u een talkshow hosten. Vond u het geen tijd om het kalmer aan te doen?
Vander Taelen: Ik heb nooit hobby's gehad. Omdat mijn werk mijn hobby is. Als ik nu weer als journalist op de televisie mensen ga ondervragen, dan is dat gewoon omdat ik dat graag doe. Dat is mijn voornaamste drive.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?