Lydia Deveen-De Pauw: 'Ik heb tijdens de oorlog gezien wat nationalisme aanricht'

Lydia Deveen-De Pauw: “Ik heb als vrouw geluk gehad in mijn leven.” © Bart Dewaele

“Ik heb als vrouw geluk gehad in mijn leven,” zegt Lydia Deveen-De Pauw (90). “Mijn overgrootouders waren al feministen en atheïsten, ik heb nooit anders gekend. Mijn grootvader Louis Deveen is geboren in de negentiende eeuw en al niet gedoopt.”

Brussel als vrijzinnige stad

Door de aanwezigheid van onder meer de ULB en de VUB krijgt Brussel vaak het label van vrijzinnige stad opgeplakt. Is dat terecht?

Lydia Deveen-De Pauw stamt uit een atheïstische familie. Ze studeerde,  
samen met haar toekomstige man Frans De Pauw, aan de ULB. Later werd ze hoogleraar kunstgeschiedenis aan de VUB.

Samen met Filip Moeykens en Henk Van hellem schetst zij een beeld van Brussel als vrijzinnige stad.

Maar toch: aan de katholieke moraal is ook zij niet ontsnapt. Aan één ongewoon pijnlijke gebeurtenis wil Deveen niet voorbijgaan: ze verloor haar eerste zoontje, dat stierf aan een hersenvliesontsteking toen hij zes maanden oud was. “Toen durfde een katholiek gebleven tante van mijn echtgenoot Frans te zeggen: ‘Hadden jullie hem laten dopen, dan was hij misschien in leven gebleven.’”

Deveen is nooit lid geweest van een vrijmetselaarsloge en dat is haar wel kwalijk genomen: “Ik had en heb niets tegen de loge, maar ik had gewoon geen tijd, zeker niet om werkstukken voor te bereiden. Bovendien kon er toch niet getwijfeld worden aan mijn atheïsme?

Mijn vader en mijn grootvader waren bij de Franstalige loge – de loge is heel lang Franstalig geweest – mijn moeder was bij de eerste gemengde Nederlandstalige loge van Brussel. Mijn vader is later wel naar de Nederlandstalige loge overgestapt.”

Leerlingen in het gemeenschapsonderwijs kunnen nu kiezen tussen verschillende soorten godsdienst of zedenleer, maar toen Deveen kind was, was er alleen godsdienst.

Lydia Deveen-De Pauw
© Bart Dewaele
| Lydia Deveen-De Pauw: “Er was een pastoor die lessen godsdienst kwam geven en mijn ouders tevergeefs probeerde te overhalen om hun dochter ook godsdienst te laten volgen, zoals bijna alle kinderen, maar daar kon geen sprake van zijn."

“Er was een pastoor die lessen godsdienst kwam geven en mijn ouders tevergeefs probeerde te overhalen om hun dochter ook godsdienst te laten volgen, zoals bijna alle kinderen, maar daar kon geen sprake van zijn. Er was nog geen alternatief, wij hadden gewoon studie.

Later in het atheneum kregen de kinderen die geen godsdienst volgden lessen over Socrates en andere Griekse filosofen. Er was nog geen niet-confessionele zedenleer.”

Gallicismen

Deveens vader Emanuel en moeder Léa Van Houdt waren allebei leerkracht: haar vader in een gemeenteschool in Schaarbeek, haar moeder in de Rijksmiddelbare meisjesschool. Ze gaven beiden les in het Frans, maar ze waren Vlaamsgezind.

Deveen: “Thuis werd Nederlands gesproken, tenzij er over de school gesproken werd, dan was het in het Frans te doen. Maar het was een Nederlands doorspekt met gallicismen, mijn latere echtgenoot Frans De Pauw (eveneens hoogleraar rechten aan de VUB, red.) heeft de gallicismen uit mijn Nederlands gehaald.

Maar dialect was bij ons thuis taboe, ik ken ook geen Brussels, al begrijp ik het wel natuurlijk. Eén van mijn overgrootvaders was Emanuel Hiel, de dichter die een borstbeeld met muze heeft op het Poggeplein in Schaarbeek. Hij was van dezelfde generatie als Guido Gezelle die bij ons thuis weggezet werd als dat ‘paterke dat alleen in het dialect kan dichten’.”

Lydia Deveen-De Pauw
© Bart Dewaele
| Lydia Deveen-De Pauw: "Mijn vriendin Mariette Thielemans die les volgde in het atheneum in Molenbeek net zoals ik, was een zeer goede leerlinge, maar ze is moeten thuis blijven om in de stoffenwinkel van haar ouders te helpen, terwijl haar broer Toots alle kansen kreeg.”

Toen de kleine Lydia naar het eerste leerjaar moest, waren er in Schaarbeek nog geen ‘Vlaamse klassen’, de eerste twee jaar van het lager onderwijs volgde ze in het Frans: “Ik heb leren rekenen, lezen en schrijven in het Frans. Als ik bijvoorbeeld trappen tel, doe ik dat spontaan in het Frans.

Maar mijn Frans is verouderd, ik krijg weleens te horen dat het klinkt als het Frans uit de negentiende eeuw. Ik gebruik ook nog de inversie: ‘As-tu lu ce livre?’ terwijl ik voortdurend op de RTBf hoor: ‘Tu as lu ce livre?

Lydia Deveen-De Pauw

Toen de kleine Lydia één jaar oud was, verhuisden haar ouders naar de Jeruzalemstraat in Schaarbeek. Om de hoek stopte er een tram die rechtstreeks naar de ULB reed: “Ik durf het bijna niet te zeggen, maar dat was voor mijn moeder, die zeer ambitieus was, een reden om daar te gaan wonen. ‘Dan zal Lydia gemakkelijk in de ULB raken,’ zei ze.

Maar ook mijn grootouders langs vaderszijde waren al feministen. Mijn vader had twee oudere zussen die beide onderwijzeres waren. Mijn vader had ambitie om voor regent te studeren, maar dat mocht niet omdat zijn zussen ‘maar’ onderwijzeres waren.

Lydia Deveen-De Pauw
© Bart Dewaele
| Lydia Deveen-De Pauw: "Mijn grootvader Louis Deveen is geboren in de negentiende eeuw en al niet gedoopt.”

De enige jongen in het gezin was niet meer waard dan de twee meisjes. Onze familie was de grote uitzondering. Toen ik kind was, waren vrouwen vaak minderwaardige wezens en beschermd.

Mijn vriendin Mariette Thielemans die les volgde in het atheneum in Molenbeek net zoals ik, was een zeer goede leerlinge, maar ze is moeten thuis blijven om in de stoffenwinkel van haar ouders te helpen, terwijl haar broer Toots alle kansen kreeg.”

Politiek

Deveen komt uit een socialistische familie, alhoewel haar overgrootvader Emanuel Hiel in de gemeenteraad zat voor de liberalen: “De socialisten waren niet Vlaamsgezind genoeg.”

Lydia Deveen-De Pauw
© Bart Dewaele
| Lydia Deveen-De Pauw: “Ik had en heb niets tegen de loge, maar ik had gewoon geen tijd, zeker niet om werkstukken voor te bereiden. Bovendien kon er toch niet getwijfeld worden aan mijn atheïsme?"

En zelf is Deveen één van de oprichters van de Rode Leeuwen, de Vlaams-Brusselse socialisten die zich afscheurden van de unitaire BSP/PSB. “Binnen de unitaire socialistische partij was de voertaal het Frans. Er waren Franstaligen die vonden dat je geen socialist kon zijn als Vlaming. Guy Cudell heeft me toen nog verdedigd.

In de Agglomeratieraad was ik de enige die Nederlands sprak. Op een dag kwam de tolk naar me toe en zei: ‘Mevrouw, u spreekt goed Frans, waarom blijft u Nederlands spreken? Ik heb de man geantwoord dat dat eenvoudig was: uit principe.”

Deveen haalt een fotokopie van een foto boven van een Sinterklaasfeest met onder anderen Lydia Chagoll, de bekende filmmaakster: “We spreken nog een paar keer per jaar af, Lydia verdedigt nog altijd met hand en tand de vluchtelingen. Ze weet wat vluchten betekent.

Lydia Deveen-De Pauw

Lydia is Joods, haar vader was journalist voor een Nederlandse krant hier in Brussel. Ze is in de Jappenkampen in Nederlands-Indië opgesloten. Het nationalisme is een van haar stokpaardjes, ook ik ben in de eerste plaats anti-nationalist. Ik heb tijdens de oorlog gezien wat dat aanricht. De Internationale is niet voor niets het lied van de échte socialisten.”

Vader Deveen was socialist en van begin 1941 aangesloten bij de weerstand, het Front de l’Indépendance. “Vrienden van mijn vader zegden: ‘Het is dom van je om bij de weerstand te gaan, de Duitsers zullen toch winnen.’ Enkele vrienden van mijn vader zijn al bij het begin van de oorlog gefusilleerd.

Mijn vader was verantwoordelijk voor de sluikpers, medewerkers van mijn vader hebben de ‘valse Le Soir’ over heel Brussel verspreid. Tussen de kaft van mijn schriften en de schriften zelf staken ook valse Soirs die de leraressen er dan uithaalden.”

Professor Frans De Pauw, medestichter van de VUB en grondlegger van de Medische campus van de VUB in Jette Foto uit 2004
© PhotoNews
| Professor Frans De Pauw (1929-2006), medestichter van de VUB en grondlegger van de Medische campus van de VUB in Jette. Deze foto werd genomen in 2004.

Toen de oorlog voorbij was, waren er opeens heel veel verzetsstrijders, zegt Deveen. “De laatste drie maanden althans, want Vlamingen waren verdacht, alle Vlamingen waren verdacht van collaboratie.

Mijn schoonvader werd aangehouden omdat hij een Vlaming was, er was in Brussel een beweging tegen de Vlamingen, maar het is toch niet omdat je een Vlaming was en geen verzetsstrijder dat je Duitsgezind was? Mijn vader heeft als erkend gewapende verzetsstrijder onschuldige Vlamingen kunnen redden.”

Ook Frans De Pauw, Lydia’s echtgenoot, heeft een vooraanstaande rol gespeeld in Vlaams-Brussel, het is onder meer aan hem te danken dat het UZ Jette er gekomen is.

“Frans kreeg weinig steun van collega’s geneeskunde, ze zegden: ‘Dat krijg je nooit gedaan’,” zegt Deveen. “En dan heeft Frans steun gekregen vanuit de CVP, van minister Jos De Saeger, die oordeelde dat Brussel een Nederlandstalig ziekenhuis nodig had. Het deerde hem niet dat het verbonden was aan een vrijzinnige universiteit. Dat was heel ruimdenkend in die tijd.”

De avond valt en Quinto, de poes die ook al veertien jaar oud is, wordt jaloers en ongeduldig. Tijd om afscheid te nemen.

Vileyne gedachten

Dertig jaar puur Brusselse journalistiek heeft BRUZZ-redacteur Danny Vileyn erop zitten. Nu blikt hij om de twee weken terug op wat hem van die drie decennia is bijgebleven.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Oproep: Lees of reageer je wel eens op online comments, op nieuwssites of social media? Wil jij bijdragen aan een constructief online debat? Doe dan nu mee met het RHETORiC-onderzoek en ontvang een waardebon. Meer info en inschrijven.

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?