Nog geen enkele praktijktest op Brusselse huurmarkt uitgevoerd

Praktijktests zijn effectief om discriminatie op de huurmarkt tegen te gaan, blijkt uit nieuw onderzoek van de VUB. Dat klinkt als goed nieuws voor Brussel, waar zulke praktijktesten al bijna een jaar zijn toegelaten. Toch is nog geen enkel immokantoor of huisbaas gecontroleerd.

In Vlaanderen woedt het debat over het invoeren van praktijktesten op de huur en -arbeidsmarkt volop. Dat dergelijke praktijktesten op de huurmarkt alvast nuttig zijn om discriminatie op te sporen, blijkt uit onderzoek van professor sociologie Pieter-Paul Verhaeghe aan de VUB, die de situatie in Gent bekeek. Waar in 2015 nog 26 procent van de makelaars een kandidaat-huurder met een buitenlandse naam niet uitnodigde voor een bezoek, was dat in 2019 gezakt tot 14 procent. De wetenschap dat er een sanctie kan volgen, helpt dus wel degelijk om minder te discrimineren.

In Brussel staat al sinds september 2019 het licht op groen voor praktijktesten op de huurmarkt. Daarbij controleert een inspecteur een immokantoor of een huisbaas die een pand wil verhuren. De inspecteur verstuurt een vraag van twee fictieve kandidaturen die nagenoeg overeenstemmen, alleen de naam of een andere parameter zoals leeftijd of geslacht is anders. Als het immokantoor de kandidaat met Belgische naam wel uitnodigt voor een bezoek, maar die met pakweg een Turkse naam niet, is er sprake van discriminatie. Dan kan er een boete volgen en een proces-verbaal. Een andere optie is om als ‘mystery client’ te bellen naar het immokantoor met een discriminerende vraag om te controleren of de makelaar akkoord gaat, maar dat mag in Brussel niet.

0 testen

Navraag bij het kabinet van staatssecretaris voor Huisvesting en Gelijke Kansen Nawal Ben Hamou (PS) leert echter dat er nog geen enkele praktijktest is uitgevoerd, sinds de wet van kracht werd op 1 september vorig jaar. “Tot nu toe hebben we slechts twee zaken geopend,” zegt haar woordvoerster Annaïk de Voghel. “Een eerste keer op initiatief van Unia, maar daarvoor was geen test mogelijk omdat het pand al gehuurd was op het moment dat de waarschuwing werd ontvangen. Die zaak is nu gesloten. Een tweede zaak loopt nog, maar daar is geen test mogelijk omdat er geen klacht is ingediend.”

Precies daar zit het grote probleem, vindt Verhaeghe. “Je moet niet wachten tot er een klacht komt, want dan vind je maar het topje van de ijsberg,” zegt de VUB-professor. In zijn eigen onderzoek vond Verhaeghe vorig jaar nog dat personen met een andere etnische achtergrond bij een vijfde van de Brusselse makelaars werden gediscrimineerd. “Dat is omdat wij proactief testen en niet wachten tot het slachtoffer zelf een melding doet.”

Veel slachtoffers zullen dat niet doen, zegt hij. “Ten eerste omdat ze het misschien niet altijd door hebben, want het kan ook zijn dat hun makelaar gewoon niet reageert. Bovendien zullen veel slachtoffers niet de moeite willen doen om discriminatie te melden. Zij willen vooral een woning vinden. Ten derde heeft niet iedereen de kennis om te weten dat je een klacht kan indienen.”

Geen meldpunt

Op de website van Brussel Huisvesting staat intussen nog altijd geen apart formulier online om discriminatie op de huurmarkt te melden. De inspectiedienst kreeg het voorbije jaar wel een tiental vragen van burgers of verenigingen over discriminatie op de huurmarkt. “Dit waren vrij algemene vragen of klachten, niet gericht op specifieke feiten met een identificeerbare dader,” zegt woordvoerster De Voghel.

De Gewestelijke Huisvestingsinspectie telt een dertigtal medewerkers die behalve op discriminatie vooral controleren op de veiligheid van woningen en op huurfraude. Er werd vorig jaar aangekondigd dat minstens vijf inspecteurs het team zouden versterken om de praktijktests uit te voeren. “De aanwervingsprocedure is nu bezig,” zegt De Voghel daarover.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?