reportage

Op stap na de avondklok: hoe de stilte de stad verovert

Al meer dan vier maanden moet het openbare leven ’s nachts stilvallen door de avondklok, een maatregel die ons land alleen in oorlogstijden gekend heeft. Al vier maanden mag niemand nog naar buiten in Brussel tussen 22 uur en 6 uur, zonder geldige reden. Na het Overlegcomité van vrijdag is de avondklok alleen in Brussel nog zo streng. In de rest van het land geldt ze tussen middernacht en 5 uur. Wij trokken na 22 uur door het centrum. “Een vrij leven is dit niet.”

Donderdagavond, Centraal Station. Het is een komen en gaan van veelal gehaaste mensen. De avondklok, die in Brussel precies vier maanden op 22 uur staat, gaat binnen een kwartier in. Een vijftal mensen staat te wachten aan de bushalte. “Ik heb net gedaan met werken. Ik werk in een hotel in de buurt waar we daklozen opvangen”, vertelt Martin. Of de avondklok hem stoort? “Voor mijn werk maakt het niet veel uit, maar zoals voor iedereen is het niet fijn voor je privéleven. Ik woon alleen en morgen werk ik niet. Ik had dan graag nog wat langer buiten geweest met vrienden.” Een halflege bus 29 houdt halt, twee minuten later staat er niemand meer aan de bushalte.

We doorkruisen een leeg Europakruispunt en trekken richting Grote Markt. Er is zo goed als niemand op straat. Waar normaal altijd taxi’s op post staan naast Novotel, voor de Grasmarkt, blijven de parkeerplaatsen leeg. “Wij werken in een horecazaak en bereiden afhaalmaaltijden voor, maar om eerlijk te zijn was er sinds 21 uur niets meer te doen”, vertelt Lily met haar collega Lenora in de arm, net na 22 uur. “Ik vind dat een avondklok om 22 uur wel nog meevalt. Ik ben Française en bij ons gaat de avondklok in om 18 uur”, zegt Lenora verder. “Maar na het werk kunnen we geen activiteiten meer doen. We moeten steeds recht naar huis lopen. Een vrij leven is dit niet.”

Geopend café

De Grote Markt is helemaal leeg. Er staat een politiecombi naast het stadhuis en verder is er niemand. Het is dan ook muisstil, tot twee jongeren rond kwart over tien het plein betreden. “Merde, is het al 22 uur?”, zegt Hugo. “We komen net terug van een apéro. Dat doen we wel vaker, maar steeds in eigen bubbel”, gaat zijn vriend Guillaume verder. “Het is de eerste keer dat we te laat zijn. Gelukkig wonen we vlakbij, dus hoeven we ons niet te haasten.”

De straten rond de Grote Markt lijken verlaten, er is haast niemand. In een straatje naast de Beurs rommelt een dakloze vrouw door een hoop karton voor de Falstaff, om haar slaapplaats klaar te maken. “Qu’est-ce que tu regardes?”, zegt ze boos. We stappen verder en staan in het midden van het Beursplein. Niet-essentiële verplaatsingen zijn nu al een halfuur verboden, maar helemaal is het leven uiteindelijk toch nog niet stilgevallen.

In de McDonald’s geeft het personeel de vloer nog een poetsbeurt en om de vijf minuten loopt of fietst iemand - het zijn vaak nog maaltijdkoeriers - voorbij. Om de hoek vinden we zelfs een café met licht aan en open deuren. Terwijl twee mannen aan de toog hangen in Café Archipel, wordt een vrachtwagen volgeladen met filmmateriaal. “We draaien hier een reclamespot voor Jupiler”, verklaart iemand van de filmcrew.

20210225-DSC04610
Khanzada, werkt in metrohalte De Brouckère: 'Rond dit uur rijden alleen lege metro’s nog voorbij'

Lege metro's en bussen

Wie we nog tegenkomen in de voetgangerszone, komt terug van het werk of is nog aan het werken, zoals Khanzada, die voor de ingang van metrohalte De Brouckère staat te wachten met zijn bouwhelm op. “Ik werk in de metro. Het is heel kalm en daardoor is het fijn werken”, glimlacht de man met Afghaanse roots. “Rond dit uur rijden alleen lege metro’s nog voorbij.” Hetzelfde geldt ook bovengronds: bussen rijden regelmatig voorbij en lijken de enige geluidsbron op straat te zijn, maar ze zijn leeg.

We wandelen verder, richting het Sint-Katelijneplein. Het is nu 23 uur en het duurt steeds langer voor we iemand tegenkomen. Er is amper beweging op straat en het minste geluid valt op. Voor de Sint-Katelijnekerk spurt een muis voor onze voeten richting de kelder van een restaurant. In de verte horen we af en toe het geluid van een auto die over kasseien rijdt, dichterbij horen we het gezoem van een luchtafvoersysteem in een restaurant. Aan metrostation Sint-Katelijne lijken de doldraaiende roltrappen een hels kabaal te veroorzaken, nu het zo stil is.

De avondwandeling gaat verder richting kanaal. We nemen de Antoine Dansaertstraat, waar het zo stil is dat je bijna kan horen wat de mensen thuis nog doen. “Een gebrek aan respect voor de rechtsstaat”, horen we iemand zeggen vanuit een appartement met de ramen wijd open. Een Nederlandse talkshow. De televisie staat luid, het lijkt een discussie over de coronamaatregelen bij onze noorderburen te zijn. Zou het ook over de avondklok gaan?

Lege straten

Eenmaal aan het kanaal is het opnieuw muisstil. Op tien minuten tijd wordt die stilte slechts drie keer kort doorbroken. Een tram met twee mensen aan boord rijdt voorbij. Dan een auto, even later horen we het gekraak van een remmende fiets. Verder horen we alleen de wind boven het kanaal waaien en het gezoem van een reclamebord aan een Villo-station.

Via de Kaaienwijk stappen we terug richting centrum. We komen niemand tegen tot we rond iets na middernacht voor de KVS staan. Thomas, een Fransman, is even verrast wanneer we hem aanspreken. “Ik ben het gewoon om ’s nachts te werken, want ik zit in de bouwsector. Ik kom net terug van de werf van de Leopold II-tunnel”, zegt hij. Voor hem is de avondklok niet altijd even gemakkelijk, maar er zijn maatregelen die hij nog lastiger vindt. “Zo goed als alles is dicht, ook overdag. Naar toilet gaan of ergens naar binnen gaan om iets te eten wanneer het buiten koud is, zulke zaken zijn nu moeilijker geworden. Bovendien zijn de meeste hotels dicht. Dat is niet onbelangrijk voor ons, omdat we met veel buitenlandse arbeiders werken.”

Thomas zet zijn looppas verder door de Lakensestraat richting centrum, wij zoeken de Kleine Ring op. Die oogt even verlaten als de Antwerpsepoort, waar anders in precoronatijden op elke hoek wel een groepje sekswerkers staat. “Hé, wat sta jij daar te fotograferen?”, roept iemand. We zijn dan toch niet alleen. Amin, een Tunesiër met zijn Deliveroo-tas nog op zijn rug, komt dichterbij. “Vermoeiend werk hoor, fietskoerier zijn. Ik ben hier nog maar zes maanden. In Tunesië werkte ik op een cruiseschip, maar door corona is alles stilgevallen”, vertelt hij met een glimlach. Hij werpt een blik op de lege Kleine Ring en zucht. “Wat een vreemd zicht, hoe zal Brussel dit overleven? Wanneer is dit coronagedoe voorbij?”

Fluitconcert

Onze tocht gaat verder richting Nieuwstraat, na een controle door de politie net voor Rogier. “Wat doe je zo laat nog op straat? Een reportage over de avondklok? Ah, bon. Soyez prudent!” In de Nieuwstraat is er niemand, of zo lijkt het toch even. Achter werfpanelen liggen enkele Roma te slapen tussen kinderwagens. Maar het is doodstil, zo stil dat je de druppels uit een lekkende leiding van ver hoort vallen.

We dwalen nog even rond door het centrum. Via een leeg Muntplein en opnieuw een lege Grote Markt, bereiken we uiteindelijk de Kunstberg. Een politiewagen patrouilleert even door het parkje naast het standbeeld van Albert I en verdwijnt minder dan een minuut later opnieuw via de Keizerslaan. Er is niemand. Het enige wat we nu nog kunnen horen, zijn de kleine geluidjes die anders verloren gaan in de chaos van de stad. De wind die door de bomen waait, en het fluitconcert van een eenzame merel, die over de hele Kunstberg te horen is. Het lijkt alsof de stad in slaap is gevallen.

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?