Pocketpark Wolvengracht: sjacheren met dure grond

© Ivan Put

Het zogenaamde ‘pocketpark’ op de hoek van de Leopoldstraat en de Wolvengracht staat op een bouwgrond ter waarde van 600.000 euro. De Vlaamse gemeenschap heeft ook de speeltuigen die er op staan mee gefinancierd. De Stad Brussel weet nog niet of het de speeltuin wil overkopen.

Dat blijkt uit een antwoord van Vlaams Brusselminister Sven Gatz (Open VLD) aan parlementslid Karl Vanlouwe (N-VA) in de commissie Brussel van het Vlaams parlement op 24/2. Het dossier van het pocketpark ligt gevoelig omdat het Brusselse stadsbestuur en het Brussels gewest jarenlang draalden om op die plek – eigendom van de Vlaamse gemeenschap – een bouwvergunning toe te kennen aan het aanpalende Vlaams-Nederlands huis deBuren. Die culturele instelling wilde er uitbreiden, maar de Brusselse administraties zagen dat niet zitten. Het is een politiek goed bewaard geheim dat de stad Brussel een probleem heeft met een te grote Vlaamse aanwezigheid in het stadscentrum. Als gevolg daarvan was het perceel jarenlang een stadskanker. Tot Vlaanderen in 2013 besloot om er een speeltuin van te maken en die aan Brussel te schenken.

Uit het antwoord van Gatz blijkt dat de bouwgrond waarop de minispeeltuin staat 595.000 euro waard is. De Vlaamse gemeenschap heeft de Stad Brussel daarbovenop ook nog eens voor 46.000 euro betoelaagd voor de aanleg van het parkje en de aankoop van speeltuigen. Het stadsbestuur staat in voor het onderhoud en is eigenaar van de speeltuigen.

Gatz zegt dat hij wil overwegen om de speeltuin te verkopen aan de Stad Brussel, op voorwaarde dat het een speeltuin blijft. De Stad Brussel is echter geen vragende partij voor een aankoop en vindt de huidige situatie goed. “We hebben nog geen formele vraag gekregen van de Vlaamse Gemeenschap om het park over te kopen,” klinkt het op het kabinet van Brussels schepen van Stedenbouw Geoffroy Coomans de Brachène (MR).

Volgens Sven Gatz zouden er echter gesprekken lopen met het stadsbestuur om de speeltuin op die plek te behouden “op voorwaarde dat de prijs die men daarvoor zou bieden correct is.” Wat dus een verkoop impliceert. Gatz wil te allen prijze vermijden dat de stad Brussel de grond onder de waarde kan aankopen om er een bouwproject neer te zetten.

Het perceel waarop het park staat is onderdeel van twee gronden van de Vlaamse Gemeenschap. Op het tweede deel staat het bouwvallige Café Dada. Dat werd twee jaar geleden te koop aangeboden door de Vlaamse gemeenschap, maar heeft nog geen koper gevonden, zo blijkt uit het antwoord van Gatz. “We bekijken wat de economische waarde van een verbreed deel van het overblijvende pand of de overblijvende stukken grond zou zijn.”

Daarkom
Karl Vanlouwe van Gatz’ coalitiepartner N-VA vindt het spijtig dat de Vlaamse gemeenschap niet beter met het geld is omgegaan. “Ik vraag me af of er een evenwicht is tussen wat de Vlaamse gemeenschap als verbintenis op zich heeft genomen en wat de Stad Brussel als verbintenis op zich heeft genomen. Het pocket park ligt op een waardevol terrein dat min of meer gratis ter beschikking wordt gesteld.”

Gatz zelf is ook niet erg opgezet met de gang van zaken. In de commissie verklaarde hij namelijk dat “het een dossier is van een voorganger met wiens uitwaaierende dossiers ik nog regelmatig word geconfronteerd.” Daarmee doelt de Vlaamse Brusselminister op zijn socialistische voorgangers Pascal Smet en Bert Anciaux. Tussen de lijnen door is dat antwoord ook een sneer naar het mislukte Vlaams-Marokkaans huis Daarkom, op een boogscheut van het pocketpark.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Oproep: Lees of reageer je wel eens op online comments, op nieuwssites of social media? Wil jij bijdragen aan een constructief online debat? Doe dan nu mee met het RHETORiC-onderzoek en ontvang een waardebon. Meer info en inschrijven.

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?