Sans-papiers: 'Zal ik na de coronacrisis mijn familie nog kunnen onderhouden?'

Maria werkt als huishoudhulp: “Mijn werkgevers hebben me ontslagen vanwege de coronacrisis. Ze hebben me niet eens gevraagd waar ik nu van ga leven.”© Chloé Thome

Hulporganisaties luiden de alarmbel over de toestroom van een nieuw publiek. Mensen, zeggen ze, die het tot nu toe zelf wisten te rooien. Nu iedereen verplicht thuis zit, valt ook het schaduwcircuit van de economie stil. De sans-papiers die het normaal draaiende houden, treden schoorvoetend uit die schaduw: “Ik ben plots ontslagen. Zal ik na de coronacrisis mijn familie in de Filipijnen nog kunnen onderhouden?”

De toekomst is nu helemaal onzeker,” zegt Hamza * (37), die vijftien jaar geleden vanuit Marokko met een studentenvisum naar België kwam en hier nu zonder papieren woont. Om rond te komen, werkt Hamza normaal gezien in de schoonmaak, als privéleraar Frans en wiskunde, en als vertaler.

“Elke dag al was het knokken. Nu zijn alle lessen en schoonmaakklussen gestopt. Vermits ik geen contract heb, word ik niet betaald als ik niet werk. Ik denk erover om de eigenaar van het appartement waarin ik woon de situatie uit te leggen en om uitstel van betaling te vragen. Ik hoop dat hij daar begrip voor zal hebben.”

Totaal onverwacht zitten sans-papiers door de pandemie van de ene dag op de andere zonder inkomen, zegt Magali Verdier.

Zij werkt als consulente voor de Mouvement Ouvrier Chrétien (MOC), de Franstalige tegenhanger van Beweging.net, waar ze Brusselse sans-papiers begeleidt die strijden voor een verblijfsvergunning op basis van het werk dat ze doen.

Sinds midden maart zijn er vrijwel geen markten meer waar mensen zonder papieren koopwaar kunnen sjouwen, geen cafés of restaurants die afwassers kunnen gebruiken. De bouw ligt grotendeels stil, en gezinnen besparen op de poetshulp of babysitter nu de ouders zelf verplicht thuiszitten.

Voor sans-papiers, die sowieso al van de hand in de tand leven, veroorzaakt het wegvallen van hun inkomen een enorme stress, beschrijft Verdier. “Ze weten niet hoe ze de huur moeten betalen. De Brusselse regering heeft een tijdelijke stop op uitzettingen opgelegd, maar dat geldt natuurlijk alleen voor legale huurders met een contract.”

Betrouwbare cijfers over het aantal Brusselaars zonder wettige verblijfspapieren zijn er niet. De laatste grote studie uit 2008 schat hun aantal, voor heel België, ergens tussen de 88.000 en 132.000.

“De coronacrisis heeft de al bestaande ongelijkheden nog scherper gesteld,” zegt Verdier. “Sans-papiers kunnen nergens aanspraak op maken. Vaak wonen ze in krotten die door huisjes­melkers duur worden verhuurd. Zelfs al krijgen ze uitstel van betaling, de schuld verdwijnt niet. De huur zal achteraf moeten worden betaald, terwijl hun inkomsten zijn gekelderd.”

“Iedereen voelt zich geïsoleerd,” zegt Verdier. “Dat is voor mensen zonder papieren niet anders. Maar zij hebben fundamentelere zorgen: waar kan ik eten vinden?”

Zo moet dagopvang Le Clos in Sint-Gillis sinds het begin van de coronacrisis elke dag mensen die aanschuiven voor een warme maaltijd teleurstellen, hoewel er dubbel zoveel wordt klaargemaakt. Sinds de corona-epidemie delen de vrijwilligers de maaltijden gratis uit voor de deur, op het nu lege Sint-Gillisvoorplein.

Daarbij zien ze veel mensen langskomen die geen deel uitmaken van hun gebruikelijke publiek, zegt Chloé Thôme, de woordvoerster van L'Ilot, de vzw die het dagcentrum runt.

Mensen hebben honger

“We delen nu vijftig ontbijten uit, en tachtig middagmaaltijden. Maar er is niet genoeg voor iedereen,” zegt Thôme. “Dat creëert conflicten. De afgelopen dagen hebben de vrijwilligers een paar keer de politie moeten bellen om de spanningen in de wachtrij onder controle te krijgen. De mensen hebben honger.”

“Het is moeilijk om een etiket op de nieuwkomers te plakken, omdat het praatje dat we anders altijd maken nu niet meer kan,” zegt Thôme. “Er zijn veel meer vrouwen dan anders, mogelijk prostituees of huishoudhulpen die hun job kwijt zijn. Sommige mannen hebben verweerde handen en spreken Pools, dat houdt misschien ook verband met clandestiene arbeid in de bouw.”

Hardmaken waar de nieuwelingen vandaan komen, kan Thôme niet, benadrukt ze. “Maar wij vrezen dat de groep zal blijven groeien.”

En terwijl de vraag naar voedselhulp stijgt, slinkt het aanbod. “98 procent van onze maaltijden bestaat uit onverkochte voorraden van lokale winkels,” zegt Thôme. “Sinds de hamsteraars zijn die er bijna niet meer – we konden één krat ophalen, in plaats van veertig. De voorraden van restaurants die toch de deuren moesten sluiten hebben ons de laatste twee weken gered. Maar ik weet niet hoe lang dat blijft duren.”

1703 Ilot3
© Chloe Thome
| Dagopvangcentrum Le Clos, dat zich richt op daklozen, deelt gratis maaltijden uit op het SintGillisvoorplein. “Daar komen mensen op af die geen deel uitmaken van ons normale publiek.”

Ook andere organisaties luiden de alarmbel over de toenemende noden. Sekswerkersvereniging Utsopi deelt voedselpakketten uit in de Noordwijk, vooral aan Nigeriaanse en Ghanese vrouwen, maar ook aan andere vrouwen zonder verblijfsvergunning.

“Ze moeten hoge huurprijzen betalen voor hun vitrines, ook al verdienen ze niets meer,” zegt woordvoerster Nora Wautier.

“We zullen dat ook in de Alhambrawijk doen voor onder anderen de homo- en transprostitués die op straat staan, omdat de hotels waarin ze wonen en werken gesloten zijn. Andere sekswerkers in nood kunnen contact met ons opnemen, dan bekijken we hoe we hen kunnen helpen met het geld dat we momenteel inzamelen.”

Samenlevingsopbouw Brussel, een steunpunt voor mensen zonder wettig verblijf, organiseert sinds 13 maart op verschillende locaties in Brussel voedselbedelingen. “Voor vijf- à zeshonderd mensen die het voordien niet nodig hadden, die normaal gezien hun plan trekken.”

Bij Fairwork Belgium, de vroegere Organisatie voor Clandestiene Arbeidsmigranten (Or.c.a) stond afgelopen week de telefoon (en mailbox) roodgloeiend. In normale omstandigheden verdedigt de organisatie de migranten bij niet-uitbetaalde lonen of niet-erkende arbeidsongevallen, nu moest ze vaak doorverwijzen naar voedselhulp.

“Het was het einde van de maand, en dus moesten mensen de huur zien te betalen,” zegt Jan Knockaert van Fairwork Belgium.

Maria, Filipijnse huishoudhulp
© Chloé Thome
| Maria werkt als huishoudhulp: “Mijn werkgevers hebben me ontslagen vanwege de coronacrisis. Ze hebben me niet eens gevraagd waar ik nu van ga leven.”

“De overheid heeft hier ook een verantwoordelijkheid,” vindt Knockaert. “Mensen zonder wettig verblijf zijn jarenlang getolereerd om werk te verrichten in het informele circuit. En nu vallen ze in crisistijden zonder inkomen. Het zwartwerk valt weg, net als de prostitutie. Bedelen levert niets meer op, omdat er geen kat meer op straat is. Als ze niemand hebben op wie ze kunnen rekenen om zichzelf en hun kinderen eten en een onderdak te geven, wenkt de criminaliteit.”

Daar komen de angst voor het virus en de veelvuldige politiecontroles nog eens bovenop. “Sans-­papiers wonen vaak dicht op elkaar in haveloze panden waar ze kans hebben om het coronavirus op te lopen,” zegt Magali Verdier van de MOC. Maar ze hebben enkel recht op dringende medische zorg.

En alleen zij die over een medische kaart beschikken, krijgen die noodhulp terugbetaald door het OCMW. “Veel sans-papiers hebben die kaart niet,” zegt Verdier. “Nu de meeste gemeentediensten gesloten zijn, is het bijna onmogelijk geworden om die te bemachtigen. Ze kunnen het zich niet permitteren om ziek te worden.”

Hamza maakt deel uit van het Collectif des Travailleurs Sans Papiers, dat pleit voor een regularisatie voor mensen zonder wettig verblijf die werken in knelpunt­beroepen. Hij verwijst naar het voorbeeld van Portugal, dat op 31 maart besliste om sans-papiers en asielzoekers in het land tijdelijk volledige burgerrechten te geven, tot de coronacrisis is bezworen. “Daarmee krijgen ze een volledige toegang tot de gezondheidszorg. In Frankrijk heeft een parlementslid al hetzelfde voorstel gedaan.”

“In deze tijd van nood vonden wij als collectief trouwens dat we ook moeten helpen. Dus helpen we met voedselbedelingen voor de mensen die in de grootste nood zitten, en hebben we geïnvesteerd in een naaimachine, zodat sommige leden mondmaskertjes kunnen stikken. We zitten allemaal in hetzelfde bad tijdens deze pandemie.”

Verdier werkt meestal met vrouwen zonder papieren. En signaleert nog een bijkomend probleem: “Zij kunnen nauwelijks geld sturen naar wie voor hun kinderen of ouders zorgt, wat weer tot extra stress leidt.”

Veel gezinnen in het Brusselse hebben van de ene dag op de andere hun clandestiene werkster ontslagen, zegt Verdier. “Het is een situatie zoals die van de dienstmeisjes hier in de negentiende eeuw.”
Maria * (39), een Filipijnse huishoudhulp die negen jaar geleden legaal door een diplomatengezin naar België werd gehaald, is er een van.

“Ik kreeg een normaal salaris, maar na een paar jaar veranderde de Belgische wetgeving en verloor ik mijn verblijfsvergunning. Ik vond een gezin dat me in het zwart wou aannemen, en daar werk ik nu al bijna vijf jaar. Na een tijdje zeiden ze me dat ze me geen 10 euro per uur meer konden betalen.

Omdat ik financieel insta voor zowel mijn ouders als mijn man en twee tienerdochters in de Filipijnen, aanvaardde ik dat. Ik heb het geld nodig. Mijn loon daalde naar minder dan 7 euro per uur.”

Deel van de familie

Maar toen kwam het coronavirus. “Begin maart wilde mijn werkgeefster nog dat ik in kwam wonen, omdat ze zich zorgen maakte dat ik de tram nam. Daarna sloeg haar houding helemaal om. Ze voelen de impact van de crisis ook, en hebben me daarom abrupt ontslagen.”

“Ze hebben me niet eens gevraagd waar ik nu van ga leven, terwijl hun zoontje van vier door mij is opgevoed. Als ik aan hem denk, doet het pijn. Ik voelde me deel van de familie, maar ze hebben me van de ene dag op de andere aan de kant geschoven.”

Maria deelt in Sint-Lambrechts-­Woluwe een appartement – en slaapkamer – met drie andere vrouwen en betaalt daar maandelijks 250 euro huur voor. Het Rode Kruis gaf de vrouwen voedselpakketten, en een onlinecollecte van sympathisanten zal hopelijk genoeg opbrengen om deze en volgende maand de huishuur te betalen.

“Maar hoe kan ik mijn familie nog financieel steunen? Het meeste maak ik me zorgen over de toekomst. Zal er hie r nog een plaats voor ons zijn, als iedereen geraakt wordt door een economische crisis?”

Ook Hamza maakt zich zorgen over zijn toekomst post-corona. “Het zal moeilijk worden om werk te vinden. Ook mensen die geregulariseerd zijn, zullen werk zoeken als de economie weer heropstart.”

(*) Maria en Hamza zijn schuilnamen

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?