'Wat voor de Joden is gedaan, moet ook voor Congo gebeuren'

Henry Bukasa groeide op in Congo onder koloniaal bewind, studeerde in Brussel en bleef hier.© Saskia Vanderstichele

Zijn België en Congo ooit echt van elkaar losgekomen? De 82-jarige Henry Bukasa groeide op in Congo onder Belgisch koloniaal bewind, kwam naar Brussel om er te studeren en bleef hier. Volgens hem zijn herstelbetalingen nodig om de fouten uit het verleden recht te zetten. Zijn dochter Claire woonde het grootste deel van haar leven in Brussel en denkt dat vooral de héle geschiedenis op school moet worden onderwezen om zo het koloniale verleden te erkennen.

Wie is Henry Bukasa?

  • Afgestudeerd aan Sint-Jan Berchmans in 1959
  • Volgt in 1953 in Leopoldstad een pre-universitair jaar
  • Studeert eerst geneeskunde in Luik, later talen in Duitsland en in 1968 rechten aan de ULB
  • Werkt van 1984 tot 1988 als advocaat in Brussel
  • 1988 tot 1990: administratief en financieel directeur Depot Centrale Medicaux Pharmaceutiques in Congo
  • In 1992 raadgever ministerie van Financiën (Mobutu)
  • Vanaf 2004 advocaat in Brussel
  • Gepensioneerd sinds 2017

Congolezen in België, voor en na de onafhankelijk-heid

Vanaf de onafhankelijkheid op 30 juni 1960 komen er jaarlijks ongeveer duizend Congolezen naar België, als diplomaat, handelaar, maar vooral als student. In 1961 woonden er 2.585 Congolezen in België, zo blijkt uit een demografi sch studie. We mogen niet vergeten dat de Congolese aanwezigheid al langer teruggaat, zegt Georgine Dibua, coördinatrice van de Brusselse vzw Bakushinta. Vorig jaar liet ze met de expositie ‘Présence Congolaise en Belgique, plus de Cent Ans’ zien dat er ook voor de onafhankelijkheid Congolezen in België waren. Zo vochten in beide wereldoorlogen Congolezen mee. Thomas Kanza studeerde in 1952 economie aan de KU Leuven. Hij haalde als eerste Congolees een diploma in een ander gebied dan theologie. Na de onafhankelijkheid kwam de migratie naar België in een stroomversnelling. De eerste generatie studenten kwam over het algemeen slechts tijdelijk. Henry Bukasa (zie interview) is een uitzondering. Veel andere studenten keerden terug naar Congo om er voor de overheid te werken. In de jaren 1980 en 1990 kwam een ander soort migratie op gang. Toen trokken Congolezen naar België omdat ze een uitweg zochten uit het repressieve beleid van president Mobutu Sese Seko. JP

De 82-jarige Henry Bukasa is gepensioneerd, maar ziet er in zijn nette pak uit alsof hij zo zijn werk als advocaat weer op kan pakken. Voor hij gaat zitten op het terras van De Markten, legt hij Le Vif en zijn smartphone op tafel. Om over Congo te praten mag je hem ‘s nachts wakker maken, zegt hij. Zijn levensverhaal en dat van Congo zijn nauw met elkaar verweven.

Bukasa wordt als Baluba geboren, een volk dat gedeeltelijk in Kasaï woont, een centraal- zuidelijke provincie. Zijn vader werkte voor de Belgische ‘Forminière’, voluit La Société internationale forestière et minière du Congo. De Belgische industriëlen Jean Jadot en Hubert Droogmans richtten dat bedrijf in 1906 op, in opdracht van Leopold II. Het bedrijf exploiteerde goud en zilvermijnen, en gewassen als katoen, palm, cacao en rubber. Bukasa’s vader werkte met diamanten. Tshikapa, de plek waar Bukasa zijn jeugd doorbracht, werd in die tijd een belangrijke stad voor de exploitatie van diamant. Hoewel de stad opbloeide, bleef er van de winst die de grondstoffen opbrachten niets over voor de Congolezen. Die kwam bijna volledig in handen van de koloniale overheid.

Toen Bukasa zes was, verhuisde hij naar Tshimbulu, waar hij opgroeide in een gezin dat deel uitmaakte van de autochtone middenklasse. Zijn vader was gemeenteraadslid en werkte als rechter. Op zijn twaalfde ging hij er naar het Sint-Jan Berchmanscollege. Die tijd noemt Bukasa de mooiste tijd van zijn leven. “Het was de eerste keer dat ik mijn ouders verliet en met andere mensen in contact kwam.” Al was het in het begin wel even wennen. “‘Jeune frère,’ zei een medeleerling. ‘Ik kan zien dat je nog nooit ergens anders hebt geleefd.’ Maar ik heb me heel snel aangepast.”

Er heerste een strikt militair regime in het katholieke internaat. De leerlingen stonden ‘s ochtends in stilte op, gingen daarna naar de mis en werkten de rest van de ochtend buiten. “We hebben ons college zelf gebouwd,” herinnert Bukasa zich. “Het was werken tot het middagmaal: we aten heel goed. Boontjes en zelfgekweekte vruchten. Na de lunch was het tijd voor schoolwerk: huiswerk maken of les volgen. Ik vond alles even leuk, ik heb een enorme honger naar kennis (lacht).”

Henry Bukasa groeide op in Congo onder koloniaal bewind, studeerde in Brussel en bleef hier.
© Saskia Vanderstichele
| Henry Bukasa groeide op in Congo onder koloniaal bewind, studeerde in Brussel en bleef hier.

Nederlands accent

Bukasa herinnert zich die tijd heel scherp. “Onze wiskundeleerkracht uit Antwerpen, François Berinkx, bracht ons bij dat je eerst moest luisteren, en dan pas vragen stellen. Nederlandse les kregen we van een leerkracht uit Tilburg, Leo Stapels. Ze wilden hem naar Vlaanderen halen, want hij was te goed. De Vlaamse leerkracht die na hem kwam, heeft tevergeefs geprobeerd om ons ons Nederlandse accent af te leren (schaterlacht).” Ook de Belgische taalstrijd werd in Congo gevoeld. “Een leerling zei dat een leerkracht ‘sale’ Frans sprak. Daar kwam gedoe van (lacht opnieuw).”

CONGO Henry Bukasa 3 PAD
© Saskia Vanderstichele
| Henry Bukasa.

Later studeerde Bukasa verder aan het Lovanium, de katholieke universiteit in Leopoldstad - vandaag Kinshasa. Hij was bij de gelukkigen. “België wilde niet te veel gediplomeerden, die zouden hun plek kunnen innemen. Alleen de beste leerlingen stroomden door.” Toen brak de onafhankelijkheid aan. “We waren de eerste generatie die gevormd was door de Belgen, om ons eigen land samen te beheren. Er waren heel veel capabele mensen. Toch zagen we hoe goed opgeleide mensen niet voor de politiek kozen. Daarvoor was de concurrentie met België te groot. Ze kozen er liever voor om in België voort te studeren.”

Ook Bukasa kwam naar ons land. In het toenmalige Leopoldstad was de spanning na de onafhankelijkheid om te snijden. De stad was verdeeld in militaire kampen, en witte en zwarte mensen werden strikt gescheiden. In België was daar geen sprake van. En met zijn reis naar België deed Bukasa ook wat natuurlijk aanvoelde. “Ik ben een Belg, geboren in Congo,” zegt hij. “Dat veronderstelt dat je dezelfde rechten hebt, maar dat is niet zo. Die zijn voor de witte Belgen gereserveerd. Congo is België over de zee, en andersom. Ik ben de grondstoffen achterna gegaan. We zijn hier thuis, we hebben voor dit land betaald.”

Aankomst in België

Zijn aankomst in België herinnert Bukasa zich nog als de dag van gisteren. “Het was 15 december 1960 toen ik van het vliegveld stapte, het was mijn eerste bezoek aan Europa. Ik werd fantastisch onthaald. We werden naar het Maison Africaine gebracht. Ik ontmoette er een meisje uit Congo met wie ik tot 6 uur ‘s ochtends heb gedanst. De volgende dag belde ik mijn Belgische peter, de directeur van een bedrijf in de diamantsector, Diamant Boart. Hij onthaalde me als een zoon.”

CONGO Henry Bukasa 1
© Saskia Vanderstichele
| Henry Bukasa ging op zijn twaalfde naar het Sint-Jan Berchmanscollege, "de mooiste tijd van zijn leven."

Bukasa studeerde rechten aan de ULB. Tijdens zijn carrrière als advocaat raakte hij gespecialiseerd in ondernemingsrecht en onderhandelde hij in zaken tussen Congo en België. In Congo komt hij nog af en toe, het Maison Africaine bezoekt hij niet vaak meer. “Ik had mijn eigen vrienden van de ULB. Veel later ben ik er met mijn kinderen nog eens geweest. Toen we thuiskwamen, hadden ze koorts. Ze zeiden dat dat kwam doordat ze te veel zwarte mensen bij elkaar hadden gezien. Ik was geschokt! (lacht dan). Vandaag gaan ze naar de manifestaties.”

Zijn kinderen – twee meisjes, drie jongens en ook vier kleinkinderen – zijn uiteindelijk de belangrijkste reden dat Bukasa in België is gebleven. Hier konden ze van het onderwijs genieten, dat in Congo volgens Bukasa kapot is gemaakt. Inmiddels zijn ze volwassenen en uitgezwermd naar Afrika en de Verenigde Staten. Hij bleef in Brussel. Grote uitspraken over de stad doet hij niet. Alleen kan hij de gedachte niet onderdrukken dat veel van de Brusselse grandeur – gebouwen als het Justitiepaleis of de hele Leopoldswijk – zijn gebouwd dankzij de winst uit Congo. “Samen een land beheren is geen slecht idee, maar het is slecht uitgevoerd door de kolonialen. Alle rijkdommen zijn weggehaald.”

Maar Bukasa neemt de Belgische staat niet alleen kwalijk dat de winst uit Congo werd weggetrokken, ook moet er een soort van herstel komen voor de velen miljoenen doden die vielen in de periode van de koloniale overheersing. Tot op de dag van vandaag zijn er gewelddadige confl icten in Congo die hun oorsprong vinden in de aanwezigheid van de Belgen. “Onze zoektocht naar vrede moet daarover gaan, nu het niet te laat is,” zegt Bukasa dan ook. “Wat voor de Joden is gedaan na de Tweede Wereldoorlog, moet ook gebeuren voor de Congolezen. Alle dossiers liggen klaar.”

Gia Abrassart (Café Congo) en Georgine Dibua (vwz Bakushinta) werkten mee aan de research voor dit artikel.

Dochter Claire Bukasa: ‘Alles begint met kennis'

Claire Bukasa, geboren in Leopoldstad, maar is daarna nooit meer in Congo geweest
© Saskia Vanderstichele
| Claire Bukasa is wel in Congo geboren, maar ging er sindsdien niet meer terug.

Claire Bukasa (55) is geboren in Leopoldstad, toen haar ouders daar tijdelijk woonden, maar daarna is ze nooit meer in Congo geweest. In tegenstelling tot haar vader, denkt ze niet dat herstelbetalingen de oplossing zijn om de relatie tussen Congo en België te verbeteren. Het zit hem vooral in het onderwijs.

“In 1997 ben ik Belg geworden. Dat maakte een aantal zaken wel makkelijker. Reizen door Europa bijvoorbeeld. Nu hoef ik geen visum aan het vragen. Corona geeft Europese burgers misschien een beetje een idee hoe het was om te reizen met een Congolees paspoort. Je moet veel meer moeite doen om de papieren in orde te krijgen.”

“Met racisme heb ik in mijn jeugd niet te maken gekregen. Ik heb heel goede herinneringen aan mijn school, waar we een gigantische volière en een aquarium hadden. De kinderen waren van alle origines. Ja, er was een jongetje dat zijn tong een keer had uitgestoken. Maar kwam dat omdat ik zwart ben, of gewoon omdat ik een beetje verlegen was als kind? Ik weet het niet.”

“Op 7 juni heb ik voor het eerst in mijn leven meegedaan aan een betoging (Black Lives Matter, red.). Ik vond het te belangrijk om er niet bij te zijn. Ik was daar met een familie uit Anderlecht die in 2015 haar zoon heeft verloren door toedoen van de politie. De meeste mensen hadden maskers op. Er waren families die getuigden. Er was een vader die vertelde dat zijn overleden zoon al twee jaar in een mortuarium ligt, omdat het onderzoek niet vlot. Het was zo pijnlijk.” “De volgende dag las ik in de Franstalige pers dat er tienduizend mensen waren, en er rellen waren uitgebroken. Iemand die in pakweg Durbuy de krant leest, weet totaal niet waar het eigenlijk om ging. Gedeeltelijk komt dat door de persberichten van Belga, die overgenomen worden door de kranten en onvoldoende de nadruk legden op de inhoud van de betoging. Een week later heb ik in De Standaard wel een mooi artikel gelezen dat ging over de overleden jongeren.”

“Je moet geen jaren gestudeerd te hebben om in te zien dat er een probleem is. Het is een kwestie van je in de schoenen van de ander te plaatsen. Het doet iets met een mens als anderen altijd denken dat iemand, bijvoorbeeld, lui is. Jongeren worden gestigmatiseerd en de politie provoceert hen. Al vinden er in omgekeerde richting ook provocaties plaats. Maar de wet is voor iedereen gemaakt, we zijn Belgen met dezelfde rechten. Toch laten de gevallen van politiegeweld zien dat dat niet altijd geldt.”

“Ik weet niet of herstelbetalingen de oplossing zijn. Het zijn niet alleen de Belgen geweest die Congo financiële schade hebben berokkend. Ook de Congolese overheid zelf heeft de winst van de grondstoffen in eigen zak gestoken. Maar zeker is dat België moet terugkijken op het koloniale verleden. Het is nu al zoveel jaar later en nog steeds lukt dat niet. Terwijl alles begint bij kennis. België moet de geschiedenis onderwijzen zoals het echt gebeurd is.”

“Ik denk er nog steeds over na om op reis te gaan naar Congo. Maar de politieke situatie moet het toelaten. Op dit moment zou ik bijvoorbeeld niet naar Kivu willen (daar woedt sinds 2004 een gewapend conflict, red.). Ik zou na mijn reis ook terugkeren naar België. Ik ben altijd blij om naar huis te komen als ik in het buitenland ben. Op reis in Mozambique vroeg iemand me waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde tot zijn verbazing ‘België’. Mijn vrienden wonen in Brussel. Ik voel me hier als een vis in het water.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?