reportage

Het laatste snookersalon van Brussel

Victory Bar, het laatste snookersalon van Brussel.© Ivan Put

Brussel telde vroeger zeker dertig snookersalons. Daar is er nu nog maar één van over: de Victory Bar in Ukkel. Waarom wordt dit spel niet meer gespeeld? En wat zegt dat over de biljartcultuur in het algemeen? “Vroeger namen ouders hun kinderen mee op café, waar een biljart stond. Die tijd is voorbij.”

Snooker in een notendop

Snooker was slang voor een eerstejaars in het Britse leger. In koloniaal Indië bedachten Britse officieren deze variant op het gewone biljartspel, waarna snooker al snel de term werd voor een beginneling aan de snookertafel

Het spel heeft een witte, vijftien rode en zes andersgekleurde ballen. Spelers moeten met de witte een rode bal proberen te potten, waarna ze een kleur mogen kiezen. Potten ze ook deze, dan volgt weer een rode enzovoort

Zo’n serie heet een ‘break’, of het aantal punten dat een speler achtereenvolgens maakt. Een break van 100 punten heet een ‘century’, en is een hele prestatie. Het maximale aantal punten is 147, verkregen door na elke rode bal de zwarte bal, en vervolgens alle kleuren te potten

De snelste tijd waarin dit gebeurde is 5 minuten en 20 seconden, een prestatie van Ronnie ‘Rocket’ O’Sullivan, de beste speler ooit.

Snookersalons Ali Darvishpoor, uitbater Victory Bar
© Ivan Put
| Ali Darvishpoor, uitbater snookersalon Victory Bar.

Het is dinsdagavond en terwijl buiten de wereld in brand staat, telt binnen alleen het groene laken. Het zacht getik van ballen of het krijten van de keus is duidelijk te horen, want buiten wat gedempt gevloek wordt er nauwelijks gepraat - of het moet zijn dat iemand aan een buitengewone break bezig is, waarbij de opgetelde punten steeds luider door de tegenstander worden omgeroepen.

Het niveau aan de zes snooker­tafels ligt hoog, net zoals de gemiddelde leeftijd. Tot een groepje jongeren binnenkomt en naar de pooltafel achterin de lange zaal trekt. Een teken voor de uitbater om de playlist ‘Eurotrance’ op te zetten. Niets is perfect.

“Toen ik in 2000 in Brussel aankwam, waren er tientallen snookersalons,” zegt Ali Darvishpoor, de 36-jarige uitbater van het snookersalon. “Dat was toen echt in de mode.” Darvishpoor komt uit Iran en is wiskundige. In Brussel studeerde hij architectuur en economie aan de VUB, maar in 2003 kreeg hij het snookervirus te pakken. “Toen wist ik meteen: ooit wil ik een snookersalon openen. Et voilà (grijnst).”

Buiten wat met bier bevlekte tafels in een vochtige kelder in Sint-Agatha-Berchem, en drie tafels geprangd in een poolhal in Elsene, is de Victory Bar alles wat overblijft van wat ooit een echte snookerstad was. Hoe dat komt, daar heeft Darvishpoor het raden naar. “In Iran is snooker nu onder impuls van topspeler Hossein Vafaei net heel populair.

Maar België heeft Luca Brecel, en snooker is hier de hele tijd op tv te zien. Toch wordt het niet langer gespeeld. Ik denk dat dat komt omdat de jongeren tegenwoordig allemaal met hun gsm en Playstation bezig zijn. Ze komen niet meer buiten.”

Een andere mogelijke oorzaak is het prijskaartje. Want wie gaat snookeren en daarbij graag de tijd vergeet, wacht een gepeperde rekening. Een tafel kost 13 euro per uur, en ook de drank is niet gratis, al wordt er aan een snookertafel relatief weinig gedronken.

“Een glas of twee, drie om te relaxen, maar meer niet,” zegt Darvishpoor. Hij snapt dat een tafel duur is, maar zegt niet anders te kunnen. “De huur voor zo’n groot pand in Ukkel is drie keer zo hoog als in Vlaanderen,” zegt hij. “En elk jaar vervang ik de lakens van alle tafels. De snookerclub die hier speelt, vraagt dat, terecht trouwens. Maar dat kost mij 800 euro per tafel. Ik heb nu wel mijn droom vervuld, maar rijk zal ik er niet van worden.”

Terug naar af

Didier Minguet (44), bijgenaamd the crazy potter, is de beste speler van die snookerclub. Hij speelt al 24 jaar op het hoogste niveau en heeft elk jaar clubs zien verdwijnen. “Deze club was in 1982 ook de eerste van Brussel,” zegt hij, nippend van een whisky-cola. “Later kwamen er zeker dertig clubs bij. En nu zijn we terug naar af.”

Maar waarom laten de Brusselaars snooker nu massaal links liggen, terwijl het vroeger zo populair was? “Om snooker te spelen moet je ernst, geduld en tijd hebben,” legt hij uit. “En daar heeft de Vlaming meer van dan de Brusselaar en de Waal. Daarom blijven er meer snookerclubs over in Vlaanderen. Heel wat goeie spelers vertrekken ook naar daar, omdat de speelcondities er over het algemeen beter zijn. De tafels, maar vooral de prijs,” zegt hij, terwijl hij de ballen klaarlegt voor een nieuw frame.

Maar ook in Vlaanderen is het aantal clubs in vrije val. Zo’n vijftien jaar geleden waren er in heel België ongeveer 7.000 aangesloten leden. Nu nog 2.200.

Volgens Rudy Bauwens, snookercommentator bij Eurosport, heeft die neergang van het aantal clubs en salons meer te maken met de evolutie van onze cultuur dan met het snooker an sich. “Het sociale leven speelde zich dertig of veertig jaar geleden op café af. En bijna elk café had standaard een golfbiljart (ook bekend als tapbiljart, red.) of carambole staan.

Victory Bar, het laatste snookersalon van Brussel
© Ivan Put
| Victory Bar, het laatste snookersalon van Brussel.

“Als je ouders je meenamen op café, probeerde je dat ook eens, waarna je al dan niet de smaak te pakken kreeg. Toen snooker in de jaren tachtig via de BBC ook hier werd uitgezonden, is het in België zo’n enorme hype geworden omdat het voor ons geen totaal onbekende sport was,” zegt Bauwens.

“Iedereen hier had ooit in z’n leven weleens een keu vastgehad. Het gewone café was een opstapje. Na het zien van een snookermatch op tv wilden die cafégangers dat dan ook eens proberen, al waren velen teleurgesteld: op tv ziet het er veel makkelijker uit dan in het echt (lacht).”

Het snookerzaadje viel dus in vruchtbare Belgische bodem. Maar die grond is nu uitgeput. “De mensen gaan niet meer op café of toch niet meer zoals vroeger,” zegt Bauwens. “En de cafés met een biljart verdwijnen.”

Bertus Van Den Berg, voorzitter van de Koninklijke Biljartbond afdeling Brabant, beaamt. “Het aantal cafés met een carambole gaat sterk achteruit,” zegt hij. “De tafels nemen te veel plaats in, terwijl er vroeger overal een biljart stond. Zo waren er in de jaren zeventig in Vilvoorde veertig cafés, en in elk café stond een biljart. Nu zijn dat er nog twee of drie.”

Bij de golfbiljartbond klinkt hetzelfde geluid. “Als er een clublokaal sluit, komt er meestal niets in de plaats,” zegt Nick De Groote van de Belgische Golfbiljartbond. “Een bestaande club adopteert dan die leden.”

Victory Bar, het laatste snookersalon van Brussel
© Ivan Put
| Victory Bar, het laatste snookersalon van Brussel.

Kanarie

Zelfs het aantal poolhallen, ooit dé plek om indruk te maken op het andere geslacht, is in vrije val. In Brussel zijn er nog een viertal, aangevuld met her en der een tafel in een willekeurig café. In die zin is het laatste snookersalon de kanarie in de koolmijn: niet alleen het snookeren verdwijnt, maar onze hele biljartcultuur staat op het spel.

Het moeten dan vast duistere tijden zijn voor plaatsers en vernieuwers van biljarts. “Toch niet,” zegt Erik Claes, zaakvoerder van ESPA Biljarts, en zelf fervent speler.

“Maar er is iets veranderd: mijn hoofdinkomen haalde ik vroeger uit nieuwe lakens te plaatsen in speelzalen, nu verkoop ik vooral tafels op de privémarkt. Zo’n 95 procent van mijn biljarts plaats ik bij mensen thuis, waaronder een stuk of twaalf snookertafels en heel veel biljart-­eettafels. Dat zijn dan vooral pooltafels. Aan cafés verkoop ik nog nauwelijks, misschien een stuk of drie vorig jaar. Er komen geen nieuwe cafés meer bij hé. Mensen kunnen daar niet meer van leven.” Of hoe zelfs een cafésport ten prooi valt aan individualisering.

Toch denkt Claes niet dat het biljartspel in het algemeen snel zal verdwijnen. “Misschien waren er vroeger wel te veel snookersalons,” zegt hij. “Met het rookverbod ging de helft failliet, maar de zalen die overblijven, draaien wel. Ook het driebanden lijkt de laatste jaren minder sterk achteruit te zijn gegaan.” En het aantal lokalen met een golfbiljart is de laatste jaren stabiel gebleven, bevestigt De Groote van de golfbiljartbond. “We hebben nu nog zo’n 350 officiële lokalen, verspreid over Vlaanderen en Brussel.”

Dat het stabiel blijft, hoopt alvast ook Ali Darvishpoor van het laatste snookersalon van Brussel. “De enige manier om snooker weer populair te maken is door jongeren aan te trekken. En die komen pas als ze al eens pool of biljart gespeeld hebben. Daarom heb ik nu een extra pooltafel achterin geplaatst (grijnst).”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?