Union-supporters in hart en ziel: 'Er is geen mooier stadion in BelgIë'

Union-supporters Bernard (66) en Lisa (29.)© Ivan Put

Na 48 jaar zal vanaf augustus opnieuw het iconische “Bruxelles ma ville, je t'aime, je porte ton emblème” van de tribunes rollen in de hoogste voetbalklasse. De promotie van Union betekent ook de terugkeer van Belgiës gezelligste supporters. Bernard (66) was er vijf decennia geleden al bij. Lisa (29) debuteert op het hoogste niveau. “Union, dat beleef je met volle overgave.”

Lisa behoort tot de nieuwe generatie supporters. Zes jaar geleden zag ze Union voor het eerst voetballen op de Heizel. “Het leek er leeg, maar de fans waren zo overweldigend luid. Ik had er al vaker de Rode Duivels gezien in een uitverkocht stadion, maar het contrast kon niet groter zijn,” vertelt Lisa. Haar vriend Kjel deed haar een eerste abonnement cadeau. Sindsdien mist het Schaarbeekse koppel zelden een thuismatch. “Als ik er een mis, knaagt dat. Alsof ik mijn engagement ten aanzien van de spelers niet nakom.”

Voor en na de match is ze met een frisse pint te vinden bij 'Chez Katy' tegenover het Marienstadion. Lisa groeide op in een voetbalgezin, maar vond bij Union pas echt haar plek. “Iedereen voelt zich hier thuis. Het publiek is dan ook zo divers,” legt de onderwijzeres uit. En de sfeer is er altijd gemoedelijk. “Voetbal is in het sfeervak van Union altijd iets plezierigs. Er is veel humor en vijandigheid bestaat hier niet. Ook niet naar de tegenstander. En de steun voor de eigen ploeg is onvoorwaardelijk. Union, dat beleef je met volle overgave.”

Union-supporter Lisa (29)
© Ivan Put
| Union-supporter Lisa (29.)

Die toewijding vindt ze vooral in muziek. Praten doet Lisa tijdens een match amper. Maar ze zingt wel mee uit volle borst. “De teksten zijn fantastisch. En dat je negentig minuten lang samen zingt, creëert een magisch samenhorigheidsgevoel met mensen die je normaal nooit zou spreken.” Haar liefde voor Union overstijgt de aimabele supporters. “Er daalt een onsterfelijk aura neer op deze club. Iedereen is trots op onze geschiedenis. De 'Union 60' (in de jaren 1930 bleef Union zestig wedstrijden lang ongeslagen in de Belgische eerste klasse, een record, red.) heb ik nooit meegemaakt. Maar je merkt dat het iets bijzonders was. Zoiets neem je mee in je bewondering,” vertelt ze met aandoenlijke pretoogjes.

In de sneeuw of regen, na een lange verplaatsing of op de Heizel. Lisa ziet het als haar taak om erbij te zijn in het Dudenpark. Dat hoort bij het supporter zijn. Uitgerekend in een historisch seizoen weerhoudt corona haar daarvan. “Bij elke wedstrijd van Union kleedden we ons blauw en geel. Ons huis hangt vol met sjaals.” Maar helemaal verbonden voelde de twintiger zich niet. “We winnen match na match, spelen tegen RWDM en pakken de titel. Dat beleef je allemaal vanuit de zetel. Absurd vind ik het, zeker als je bedenkt wat voor een zot jaar het had kunnen zijn.”

Union-supporter Lisa (29)

Daags na de titelmatch kon Lisa het niet laten naar het gemeentehuis van Sint-Gillis af te zakken. Samen met een honderdtal andere fans vierde ze het succes van Union. “Het was een kort, maar krachtig feest. Dat geeft me veel energie voor volgend seizoen,” aldus de Schaarbeekse. “Ik hoop dat we kunnen voortgaan op ons elan, maar ik zal al tevreden zijn als we opnieuw samen kunnen zijn om onze spelers aan te vuren met onze gezangen. Meer moet dat niet zijn.”

Union-supporter Bernard (66)
© Ivan Put
| Union-supporter Bernard (66.)

Als ketje ontdekte Bernard zijn voetbalhart in het Fallonstadion. “Mijn vader was grote fan van White Star. Elke match gingen we kijken,” vertelt hij. Maar de Woluwenaren verloren in de jaren 1960 veel. En zwaar. Dat stak de piepjonge Bernard tegen. “Ik was het kotsbeu. Om papa te plagen, riep mijn oom dat België slechts één goede ploeg telde: Union Saint-Gilloise. Dat maakte zo'n indruk op mij dat ik eensklaps Unionist ben geworden. Nochtans, nonkel André wist niets van voetbal.” (Lacht)

Het zou nog jaren duren voor Bernard zijn opwachting maakte in het Dudenpark. In 1965 zag hij l'USG voor het eerst aan het werk. “Daar heb ik lang voor moeten zagen. Ik had zelfs ruzie gemaakt met mijn vader, want die dag speelde ook Racing White (opvolger van White Star, red.). Maar ik kreeg mijn zin,” vertelt de Brusselaar geamuseerd. Union versloeg Seraing als tweedeklasser met 4-0. “Ik stond met open mond te kijken en was definitief verknocht aan deze club.”

In 1973 verdween het stamnummer 10 uit de hoogste klasse. Voorgoed, dacht Bernard. Maar ook in derde en zelfs vierde klasse bleef hij trouw op post. “Ik dacht er niet aan te veranderen van team. Je suis chez moi ici,” zegt hij resoluut. “Dit is een formidabele club. Nooit zijn er incidenten. We applaudisseren zelfs voor de tegenstander. Ook als we 3-0 achter staan, zingen de supporters uit volle borst. En dan deze plek. Is er in België een mooier stadion? Ik dacht het niet.”

Union-supporter Bernard (66)

Bernards passie voor voetbal mondde uit in een lange carrière als sportjournalist. Beroepshalve volgde hij de topclubs, maar de gepensioneerde verslaggever had een voorliefde voor Brusselse ploegen. “Ik ga ook naar RWDM, Anderlecht en zelfs Crossing kijken,” aldus Bernard. “Maar dat is zorgeloos. Als Union voetbalt, ben ik gespannen. Een uur voor aftrap zit ik al klaar. Veel Union-fans malen er niet om, maar ik zit in zak en as als we verliezen.”

Toch leefde Bernard ontspannen toe naar de kampioenenmatch tegen RWDM. “Ik wilde vooral winnen van de rivaal, want die 3-1 in Molenbeek doet nog steeds pijn,” vertelt hij geprikkeld. Maar de marge was te riant om échte titelstress te voelen. “Ik had wel nooit gedacht dit nog mee te maken.” Een historisch moment, dat geen memorabel feest kende. “Maar voor hetzelfde geld leggen ze het seizoen halverwege stil en heb je geen promovendus. Dat was pas een drama geweest.”

De staantribune ruilde Bernard intussen voor een zitplek. De plannen om de beschermde hoofdtribune te verlaten, stuiten hem tegen de borst. “Het Marienstadion behoort tot ons DNA. Vijftig jaar terug zat hier 15.000 man. Waarom kan dat nu niet? Union zal nooit meer dan 20.000 toeschouwers lokken,” meent hij. “En als we buiten Brussel spelen, kom ik niet meer. Dat begrijpen de Britse investeerders ook wel. Zij hebben een voetbalhart. Ik geloof dat ze onze traditie zullen beschermen.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?