reportage

100 jaar tuinwijken: ‘Bezoekers wanen zich soms in de Efteling’

De Brusselse tuinwijken bestaan 100 jaar.© Ivan Put
Bekijk ook de afspeellijst: woensdag 4 mei 2022
Updated: 04-05-2022 - 13:06

Tijd voor een spetterend feestje in de Brusselse tuinwijken, want ze werden precies honderd jaar geleden gebouwd, als goedkope, maar kwaliteitsvolle woningen voor arbeiders. Een eeuw later zijn de bewoners veranderd, maar er hangt nog wel iets van de sfeer van vroeger. “Iedereen kent hier iedereen, als in een grote familie.”

Wie de locatie van de tuinwijken in Brussel op de kaart bekijkt, ziet het meteen: ze liggen allemaal weg van het centrum, in zones aan de rand die vroeger aansloten op het platteland. De uniformiteit van de huizen valt iedereen die door de wijken loopt op, al is er grote diversiteit tussen de tuinwijken onderling. Soms zijn alle woningen opgetrokken in kubistische stijl, andere wijken lijken wel dorpjes op het Britse platteland met straten vol pittoreske cottages.

“De Brusselse tuinwijken, die gebaseerd zijn op een Brits model, waren in de vroege jaren 1920 een antwoord op de wooncrisis na de Eerste Wereldoorlog,” zegt Yaron Pesztat, curator moderne architectuur bij architectuurcentrum CIVA. “Het was de bedoeling om met goedkope materialen en gestandaardiseerde constructies kwaliteitsvolle huisvesting te bekomen voor arbeiders, die massaal van het platteland naar de stad getrokken waren. Om hun levensomstandigheden te verbeteren, was er veel aandacht voor groen in de tuinwijken.”

1798 TUINWIJK Watermaal Bosvoorde 3
© Ivan Put
| Tuinwijk Le Logis/Floréal in Watermaal-Bosvoorde.

Behalve een groene stempel, dragen de tuinwijken ook een rode, stelt Pesztat. “Men sprak van een rode gordel rond de stad, omdat dit initiatief gedragen werd door de socialistische partij.” De huizen in de tuinwijken hoorden bij de eerste sociale woningen in België en er werd volop geëxperimenteerd met collectieve woonvormen, gemeenschapsprojecten en gedeelde ruimtes.
Hoewel veel woningen in de tuinwijken in latere jaren zijn verkocht aan privé-eigenaars, tellen de meeste nog steeds voornamelijk woningen in publiek beheer. De tuinwijken zijn dus nog altijd een plek van sociale huisvesting.

In de afgelopen decennia werden er tientallen miljoenen geïnvesteerd in de renovatie van de tuinwijken, en er lopen momenteel nog verschillende projecten, zodat ze in het algemeen in redelijk goede staat zijn. Een zorgenkind is de Moderne Wijk (Cité Moderne) in Sint-Agatha-­Berchem, waar veel woningen een opknapbeurt nodig hebben. Binnenkort worden 45 verouderde huizen omgevormd tot 30 ruimere woningen, en er loopt een studie voor de toekomstige renovatie van 173 woningen.

Ook komt er een nieuwe tuinwijk bij, in Sint-Pieters-Woluwe. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) begint binnenkort met de bouw van de tuinwijk Witte Vrouwen, naast het Zoniënwoud. Die zal bestaan uit tweehonderd passiefwoningen, collectieve voorzieningen zoals een kinderdagverblijf en een buurthuis, en meer dan vier hectare groene ruimten. Het project is volgens de BGHM “een eigentijdse herinterpretatie van het tuinwijkconcept”, met grote aandacht voor duurzaamheid.

Tuinwijken Le Logis/Floréal in Watermaal-Bosvoorde met de in de lente bloeiende Japanse kerselaars
© Ivan Put
| Tuinwijk Le Logis in Watermaal-Bosvoorde met de bloeiende Japanse kerselaars.

Le Logis-Floréal: de bekendste

Le Logis-Floréal in Watermaal-­Bosvoorde


In Le Logis is het houtwerk groen geschilderd en dragen de meeste straten dierennamen, terwijl je in Floréal geel geschilderd houtwerk ziet en door straten met bloemennamen wandelt.

Noblesse oblige: voor ons eerste bezoek trekken we naar Le Logis-Floréal, een van de mooiste en wellicht de bekendste Brusselse tuinwijk. De schoonheid zit hem onder meer in de rijen Japanse kerselaars, die nu volop in bloei staan, en de op cottages geïnspireerde huizen. Maar toen Fathia Achoughi hier in 2012 in haar sociale woning trok, was dit voor haar allesbehalve een idyllische omgeving. In haar gezellige woonkamer, waar ze voor ons de tafel heeft gevuld met Marokkaanse lekkernijen, getuigt ze over haar moeilijke start in de wijk. Dat is een ervaring die ze deelt met haar goede vriendin Mina El Rhachi, die ook aanschuift voor het gesprek. “Dit huis is me toegewezen toen we niet langer in ons vorige appartement in Anderlecht konden blijven,” steekt Achoughi van wal.

Dat appartement lag op de derde verdieping en er was geen lift, wat door de beperking van een van Achoughi's kinderen erg problematisch was. Maar de verhuizing naar Watermaal-Bosvoorde leidde ook tot veel problemen. “Het huis was in slechte staat, er moesten stevige aanpassingen gebeuren voor de beperking van mijn dochter, een van onze buren maakte ons het leven zuur … Het eerste jaar was een ware nachtmerrie.”

Ook kreeg Achoughi te maken met racistische opmerkingen. “Iemand riep dat we hier niet in Marrakesh waren, een andere keer werd ik uitgescholden voor terrorist. Er wordt veel over sociale cohesie gesproken, omdat dat mooi klinkt, maar we zijn daar helaas nog ver vanaf.” Anderzijds vertelt Achoughi ook dat ze veel steun krijgt van buren en hoe passanten tussenbeide kwamen tijdens racistische incidenten.

1798 TUINWIJK Watermaal Bosvoorde Minain Fadija 4
© Ivan Put
| Fathia Achoughi (59) en Mina El Rhachi (52) wonen in Le Logis-Floréal.

En er is de nauwe vriendschap met Mina El Rhachi, die al langer in de wijk woont en erg actief is in het gemeenschapsleven. Ze richtte onder meer Moments de femmes op, een vzw die vrouwen in de wijk bij elkaar brengt en helpt, en lanceerde het idee voor het lokale radiostation Cherry Radio. “Toen ik hier aankwam, voelde ik me ook verloren,” zegt El Rhachi. “Een van mijn kinderen was toen maar zes maanden oud en ik had geen idee waar ik terechtkon voor medische zorg indien nodig. We proberen er nu op toe te zien dat nieuwkomers in de tuinwijk beter hun weg vinden.”
Een ander probleem, zo zegt El Rhachi, is dat verschillende bewoners die al lang in de wijk wonen, nieuwkomers hun wil willen opleggen. “Er zijn vrouwen die hun kinderen niet in de tuin laten spelen uit angst voor klachten van een buur.” Wat beide vriendinnen wel sterk waarderen, is de rust en het groen in de tuinwijk. El Rhachi: “Ik heb eens van iemand gehoord dat ze angstig werd van de stilte in de straten, maar ik vond de rust hier vanaf het begin fantastisch.”

Tuinwijk Diongre in Sint-Jans-Molenbeek.
© Ivan Put
| Tuinwijk Diongre in Sint-Jans-Molenbeek.

Diongre: speelse oase van rust

Diongre in Molenbeek

Ieder huis is gelijkaardig, maar ook uniek, met onder meer verschillende pictogrammen boven de deuren, bijvoorbeeld van een spel of sterrenbeeld.

1797 TUINWIJK Molenbeek Annelies Beuls 5
© Ivan Put
| Annelies Beuls en haar man genoten tijdens de lockdown extra van de gezelligheid in Diongre: “We zaten dikwijls met velen buiten, op bankjes aan onze huisjes.”

De tuinwijk Diongre in Molenbeek is een oase van rust, die doet denken aan een Begijnhof, met kleine huizen langs een kasseistraat. “Bezoekers wanen zich soms in De Efteling of in het Smurfendorp,” lacht Annelies Beuls (39), die hier vijftien jaar geleden met haar partner Mark een huis kocht. De tuinwijk heeft iets speels, met huisgevels die elk een symbool dragen. Sommige dragen het symbool van een spel, zoals domino, andere van sterrenbeelden. Na enig getwijfel wordt geconcludeerd dat het huis van Beuls het sterrenbeeld Maagd op de gevel draagt. We praten verder op haar terras, waar een bijzonder tuig staat. Daarmee doet ze aan luchtacrobatie.

Terwijl Beuls meteen viel voor de tuinwijk, was haar man eerst minder happig. “De aanblik deed me denken aan negatieve aspecten van bepaalde sociale woonwijken elders, en ik was niet zeker of ik me hier thuis zou voelen. Maar heel snel bleek dat het hier geweldig gezellig is,” vertelt hij. Die gezelligheid bleef ondanks alles ook overeind tijdens de lockdowns. “We zaten dikwijls met velen buiten, op bankjes aan onze huisjes, zodat we op veilige afstand toch contact konden houden. Het voelt als genieten van de voordelen van het dorpsleven, in de stad,” zegt Beuls.

Ook de luchtkwaliteit lijkt die van in een dorp. “Donkergroen volgens CurieuzenAir, het beste resultaat in Molenbeek.” Niet dat alles perfect is, uiteraard. “We zien de laatste jaren steeds meer auto's opduiken in de wijk, wat toch wel problemen oplevert.” Voor we de drukte van de stad weer induiken, haalt Beuls nog een anekdote boven. “Blijkbaar woonde hiphoppionier DJ Daddy K tijdens zijn jeugd in ons huis. En iets verderop in de tuinwijk woonde Marka!”

1797 Tuinwijk Sint-Agatha-Berchem 2
© Ivan Put
| De Cité Moderne in Sint-Agatha-Berchem werd gebouwd in kubistische stijl, maar veel huizen hebben intussen een opknapbeurt nodig.

Moderne Wijk: vergaan kubisme

Moderne Wijk (Cité Moderne) in Sint-Agatha-Berchem

Architect Victor Bourgeois was ervan overtuigd dat sociale huisvesting tot vernieuwing in de architectuur kon leiden. De modernistische vormgeving van de Moderne Wijk leverde hem internationale erkenning op.

In de Moderne Wijk (Cité Moderne), met woningen in kubistische stijl, lopen we binnen bij Simona Montorfano (52). De sfeer in deze buurt verschilt sterk van die in de andere, met verschillende verlaten huizen, waarbij de ramen met houten planken zijn dichtgetimmerd. Veel bewoonde huizen bevinden zich ook in slechte staat, zo vertelt Montorfano in haar eigen sociale woning.
“De huizen zijn lange tijd verwaarloosd geweest. Ik hoor van buren dat er veel problemen zijn met vochtigheid, gebroken plankenvloeren, de verwarming ... De situatie is verbeterd met de komst van (openbare vastgoedmaatschappij, red.) Comensia, een vijftal jaar geleden, maar het blijft lang wachten op herstellingen.” Zelf had ze geluk dat de vorige bewoner van haar huis veel renovaties heeft uitgevoerd. Ze was ook heel blij toen ze het huis een tiental jaar geleden toegewezen kreeg. “Na altijd op een appartement gewoond te hebben, was het een verademing om in een huis met tuintje te trekken.” Er waren wel verschillende aanpassingen nodig voor haar jongste zoon Sami (13), die een beperking heeft. Omdat de huizen beschermd erfgoed zijn, is de marge voor aanpassingen beperkt.

In het algemeen is er meer aandacht nodig voor de noden van mensen met een beperking in de tuinwijk, beklemtoont Montorfano. Daarnaast ziet ze ook een grote nood bij veel jongeren in de buurt. “Ze hebben een specifieke plek nodig waar ze zich kunnen uitleven en voor sommigen zou er begeleiding moeten zijn om hun gedrag te verbeteren. Ik krijg nu veel te maken met overlast van jongeren, bijvoorbeeld nachtlawaai of vuilnis achterlaten.”

1797 Tuinwijk Sint-Agatha-Berchem Simona Montorfano 2
© Ivan Put
| Simona Montorfano (52) heeft een dubbel gevoel over haar wijk: “Nu zijn er veel goede ideeën, maar tegelijk is er zo lang niet omgekeken naar onze buurt.”

Criminaliteit is een ander probleem. “Er zijn hier op een bepaald moment veel inbraken geweest, onze deuren zijn dan ook niet goed beveiligd. Er worden soms mensen aangevallen op straat, dat is onder meer mijn oudste zoon en een kennis uit de wijk, een tachtiger, overkomen.”

Als ik haar vraag of ze blij is met de aandacht naar aanleiding van '100 jaar tuinwijken', antwoordt Montorfano dat ze het toch wat hypocriet vindt. “Er is zo lang niet omgekeken naar onze buurt en neergekeken op ons als bewoners van sociale woningen, en nu worden er allerlei beloften gedaan. Ik heb ook getwijfeld om dit interview te doen. Maar hoewel ik enerzijds sceptisch ben, blijf ik ook optimistisch. Er zijn veel goede ideeën, en het is belangrijk om je uit te spreken.”

1797 TUINWIJK Bonair Anderlecht Patrick Vandernimmen 1
© Ivan Put
| Patrick Vandernimmen en zijn vrouw in de Anderlechtse tuinwijk Bon Air.

Goede Lucht: Klein maar fijn

Goede Lucht (Bon Air) in Anderlecht

Oorspronkelijk bedoeld voor onteigende Brusselaars die hun woning in het centrum moesten verlaten door grote bouwprojecten, heeft de tuinwijk verschillende straatnamen die het 'gezondere leven' buiten de stad promoten: Hygiënestraat, Vruchtbaarheidslaan, Geluksstraat ... 

In de kleinere tuinwijk Goede Lucht (Bon Air), in Anderlecht, storen we Patrick Vanderminnen (56) tijdens de bekerfinale tussen paars-wit en Gent. En dat terwijl hij een voetbaldier is, die na zijn periode als voetballer trainer is geweest bij het lokale team Bon Air, en nu nog actief is als scheidsrechter. Hij vertelt hij hoe altijd in Goede Lucht heeft gewoond.
“Ik ben opgegroeid in een sociale woning vlakbij, als jongste van een gezin met acht kinderen. Ik heb hier mijn vrouw leren kennen, die ook in de wijk is opgegroeid. Zo'n 25 jaar geleden hebben we dit huis gekocht. Ik ken van de huizen in de buurt niet alleen de huidige bewoners, maar van vele ook de voormalige.”

1797 TUINWIJK Bonair Anderlecht Patrick Vandernimmen 7
© Ivan Put
| Patrick Vanderminnen (56) groeide net als zijn vrouw op in de tuinwijk Bon Air.

Of het soms moeilijk is om de tuinwijk te zien veranderen, met de komst van veel nieuwkomers? Hij haalt de schouders op. “Absoluut niet, naast ons woont sinds enkele jaren een Syrisch gezin, heel toffe mensen die we niet meer zouden kunnen missen. Van andere buren hebben we de huissleutels gekregen, om voor het huis te zorgen als ze naar het buitenland zijn. Iedereen kent hier iedereen, als in een grote familie.”

Een opmerkelijk familieverhaal versterkt dat beeld. Een hele tijd waren twee van zijn broers getrouwd met twee zussen van zijn eigen vrouw. “Drie broers met drie zussen, we hebben er de televisie mee gehaald,” lacht hij. Of hij iets aan de tuinwijk zou willen veranderen, vraag ik nog. Hij zegt dat de Japanse kerselaars – ook hier in groten getale aanwezig – wel tot ongemakken leiden, maar eigenlijk: “Alles mag blijven zoals het is.”

Klik hier voor het programma

Freelancejournalist Stephanie Lemmens maakt Aan de andere kant van de Ring, een reportage over Bon Air, die binnenkort online komt.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?