‘Verleng voetgangerszone via vier wandelassen’

“Meer dan 30 projecten zullen een grote impact hebben op het gebruik van de voetgangerszone”, zegt het studiecentrum BCO-BSI.© Tim Gatzios

Stel een intendant aan voor de voetgangerszone en herdenk het vollédige metropolitane stadscentrum via vier wandelbare assen. Dat is de ambitieuze conclusie van het tweede rapport van het Brussels Centre Observatory over de voetgangerszone. Maar ook: “Prop die voetgangerszone niet vol activiteiten. Burgers moeten zich de ruimte kunnen toe-eigenen.”

Vier jaar lang verenigen onderzoekers aan 5 universiteiten en een 15-tal onderzoekscentra zich onder de vlag van het Brussels Centre Observatory en het Brussels Studies Institute (BCO-BSI). Ze buigen zich over het meest besproken project van Brussel: de voetgangerszone op en rond de Anspachlaan. Na een eerste jaar waarin de uitdagingen en problemen vooral op scherp werden gesteld – het rapport haalt het gebrek aan communicatie, participatie en bredere visie op het project aan - werd het tweede jaar aangewend om met concrete resultaten en voorstellen voor de dag te komen.

Mobiliteit, logistiek, luchtkwaliteit, maar ook de publieke ruimte, economische hefbomen en woningbeleid: het moet allemaal bijdragen om van deze voetgangerszone van bijna 60.000 vierkante meter een breed gedragen stadsproject te maken die het in zich heeft om hét centrum van de Brusselse metropool te worden en de stad leefbaarder te maken voor iedereen.

Handel moet eigen identiteit krijgen

Aan ambitie geen gebrek, en de resultaten zijn navenant. Acht nieuwe bijdrages moeten de voetgangerszone een nieuw elan geven. Wat de handel betreft, pleit het platform bijvoorbeeld voor aangepaste tijdsschema’s en alternatieve oplossingen voor opslag, levering en distributie. Ook moet het stadsbestuur meer steun bieden aan zaken voor dagelijkse verse producten zoals warme bakkers, groenten- en fruitwinkels en slagers. De prioriteit moet gaan naar handelszaken die het centrum een eigen identiteit kunnen geven en haar een bijzondere bestemming maakt.

In de analyse komt ook steeds terug dat er een overkoepelende visie moet komen die alle nieuwe stadsprojecten - niet minder dan 30 - op elkaar moet afstemmen. Denk aan de herinrichting van het Beursgebouw, dat volgens het studiecentrum te weinig gekend is bij zowel experten als het grote publiek en veel meer is dan het Biermuseum dat er komt. "Vooral het publieke dakterras, de openbare doorgang op het gelijkvloers en de mogelijkheid om activiteiten zoals een bloemenmarkt rondom de sokkel van het gebouw in te plannen worden hierdoor overschaduwd", klinkt het.

Maar er moet ook rekening gehouden worden met de verhuizing van het Brusselse administratief centrum naar de voormalige Parking 58, de vernieuwing van het Ilot Sacré en de Nieuwstraat, een grootschalig woon- en kantoorproject achter het UGC-complex, de renovatie van de sociale woonblokken van de Papenvest, de werken aan de Leopold II-tunnel en de vraag van bewoners voor een betere publieke ruimte in plaats van de parking op de Poincarélaan. "Slechts enkele projecten die qua schaal een belangrijke impact zullen hebben op het gebruik en de toe-eigening van de nieuwe voetgangerszone", aldus het rapport.

Vier centrale wandelassen

Maar het voorstel dat het meest tot de verbeelding spreekt en ook het grondigst is uitgewerkt, is de versterking van vier centrale wandelassen. En daarbij moet veel verder gekeken worden dan de centrale lanen en zelfs de Vijfhoek. “We moeten het volledige metropolitane stadscentrum herdenken”, legt onderzoekster Sofie Vermeulen van het BSI-BCO uit.

Concreet moeten vier verschillende assen een soort van van voetgangersnetwerk vormen, door bestaande bestaande voetgangerszones met elkaar te verbinden en de belangrijke grotere verkeersassen zoals de kleine ring (R20), daarop aan te sluiten. Vaak zijn er al goede bewandelbare stukken, maar het is vooral kwestie om de missing links op de routes weg te werken. (lees verder onder de foto)

Het volledige assenplan.
Het volledige assenplan.

De eerste as is de piétonnier zelf, die Noord en Zuid verbindt, maar waar nog veel betere verbindingen moeten gemaakt worden tussen boven- en benedenstad. De tweede as loopt van Sint-Joost via het Rijksadministratief Centrum en het Martelarenplein, door de Brouckère naar Graaf van Vlaanderen. Een derde voetgangersas loopt van Naamsepoort helemaal tot de Vlaamsepoort. En tenslotte gaat de vierde as helemaal van het Stefaniaplein tot aan het Weststation.

“Op die laatste as liggen bijvoorbeeld heel veel scholen. Wij willen hen ook betrekken door een ontwikkelingsnetwerk op te bouwen. Daarbij zouden scholen ook meewerken in een programma van stadslandbouw om zo eigen en kwalitatief eten aan te bieden aan de leerlingen”, klinkt het bij Vermeulen. Die as zou als pilootproject kunnen dienen voor de andere assen, maar elke as heefrt ook een eigen, specifiek programma waar aan gewerkt kan worden. “Bij de as Sint-Joost tot Graaf van Vlaanderen, willen we bijvoorbeeld vooral de breuklijnen tussen de Kleine Ring, het stadscentrum en de nieuwe wijk op Thurn & Taxis wegwerken.”

Eén visie met nieuw bestuur

Al de bovenstaande ideeën passen in één visie op de stad, onderstreept het studiecentrum. In die visie zit de mobiliteitstransitie naar een autoluwe stad, een duidelijke huisvestingspolitiek – waarbij de Stad haar openbare eigendommen beter inzet om zo ook betaalbare woningen te faciliteren – en een logistiek systeem dat het metropolitane karakter van de stad verzoent met de noden op een lokaal niveau. Om dat allemaal ook in de praktijk te kunnen realiseren, moet er ook een nieuwe, “lichte” vorm van bestuur opgericht worden, met aan het hoofd een intendant die over alles waakt.

“Maar het allerbelangrijkste is de activatie van de publieke ruimte”, besluit Vermeulen. En dan doelt ze niet op commerciële mega-evenementen. “De meeste voetgangerszones in Europa worden volgepropt met activiteiten. Dat zien we nu ook gebeuren in Brussel, met onder meer Winterpret, de Memorial, en allerlei sportevenementen. Maar je moet de overlast voor bewoners net tot een minimum beperken. Je kan dat doen door bijvoorbeeld, in samenspraak met alle bewoners en culturele spelers, een programma op te stellen voor een heel jaar.”

Dat moet de bewoners de ruimte geven om zich de publieke ruimte ook écht toe te eigenen. “We kunnen wel mooie plannen maken voor een heraanleg, maar de burgers en bewoners moeten zich daar in kunnen vinden. Een volgeplande ruimte werkt niet – er moet kunnen vertoefd worden. De meeste voetgangerszones worden toeristische winkelcentra in open lucht. Brussel kan een pionier worden om het anders te doen."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?