Reportage

‘Wil je de toekomst van de stad kennen, kijk dan naar de trottoirs’

Kris Hendrickx
© BRUZZ
30/11/2023
© Bart Dewaele | Isabelle Baraud-Serfaty: “Er is een slag om de stoep bezig.”

We wandelen er elke dag over, maar staan er amper bij stil. Rara, wat is het? Een trottoir, tiens! Isabelle Baraud-Serfaty schreef met Trottoirs! een boek over geschiedenis en toekomst van het voetpad. BRUZZ maakte met haar een wandeling door de stad, en die leidt van Pompeï tot de Brusselse piétonnier. “Er is een slag om de stoep bezig.”

Kijk, merkwaardig toch?” Isabelle Baraud-Serfaty wijst naar de Muggenstraat, een steegje naast het Fontainasplein, waar we anders gewoon voorbijgewandeld waren. “Zie je al die paaltjes op de stoep? Ze moeten voetgangers beschermen tegen parkerende auto's, maar ze nemen wel een kwart van een smal trottoir in. Waarom zetten ze die paaltjes niet dichter bij de straat?”

Even daarvoor hebben we de wandeling afgetrapt aan de Beurs om vervolgens via de Anspachlaan – met nieuw aangelegd maar lokaal al zwaar gehavend wegdek – naar het Fontainasplein te wandelen. In de piétonnier zijn de typische verhoogde trottoirs verdwenen, maar daar treurt de Franse auteur niet meteen om. “Er blijven nog steeds zijstroken, die vooral voor voetgangers gereserveerd zijn. Als je een straat al op een niveau brengt, lijkt het me belangrijk dat je nog steeds een afbakening hebt met een strook die echt voor voetgangers is.”

“Het is merkwaardig hoe weinig mensen zich echt in het trottoir verdiept hebben. Zelfs stadsplanners hebben het zelden over de stoep”

Isabelle Baraud-Serfaty, auteur en experte in stadseconomie

1868 Trottoir 14

Op het Fontainasplein ziet onze medewandelaar dan weer iets dat haar erg bevalt. “Een bordje dat aangeeft hoelang je richting andere stadsdelen wandelt. Het kan onbenullig lijken, maar het heeft wel effect. We denken vaak dat plekken te ver zijn om naartoe te wandelen, terwijl dat helemaal niet zo is.”

BRUZZ heeft Baraud-Serfaty uitgenodigd voor een wandeling naar aanleiding van haar boek Trottoirs! Une approche économique, historique et flâneuse, dat in mei verscheen en dat ze kwam voorstellen op een studiedag van Arau en Walk.brussels over, jawel, trottoirs. Het werk van de experte in stadseconomie is vooral een beschrijvend boek geworden, dat zich buigt over de geschiedenis van de stoep, haar snel groeiende groep van gebruikers, de conflicten die daarmee gepaard gaan en de economische dimensie van het stedelijke voetpad. Het geheel is nog eens gelardeerd met literaire citaten, waarin het trottoir een rol speelt.

1868 Trottoir 10
© Bart Dewaele | Paaltjes op de stoep moeten voetgangers beschermen tegen parkerende auto’s, maar ze nemen wel een kwart van een smal trottoir in.

Faire le trottoir

“Het moet het eerste boek in tweehonderd jaar zijn dat volledig over het trottoir gaat,” glimlacht de auteur. “Het is merkwaardig hoe weinig mensen zich er echt in verdiept hebben. Zelfs stadsplanners hebben het zelden over de stoep.” In het Frans zit de negatieve connotatie van het woord trottoir daar voor iets tussen, vermoedt de auteur. Faire le trottoir, dat is immers tippelen. “Je ziet dat ook in de Franse vertaling van de stedenbouwklassieker The Death and Live of Great American Cities van Jane Jacobs. Het trottoir speelt er een cruciale rol, maar 'sidewalk' wordt er vertaald door 'rue'…”

Baraud-Serfaty duikt in haar boek de stoepgeschiedenis in en leert ons bijvoorbeeld hoe ook het voetpad zijn donkere middeleeuwen kende. Aarden straten zonder stoep maar mét uitwerpselen waren toen de regel. Tot een stuk in de negentiende eeuw waren de Parijse straten bijvoorbeeld zo vies dat burgers van stand de straat overstaken met de hulp van een décrotteur, een straatveger die uitwerpselen verzamelde. De décrotteur hielp de oversteker in kwestie dan om via een mobiel houten loopbrugje de overzijde te bereiken. Hun devies: 'Passez-­payez', een soort péage voor voetgangers zeg maar.

De eeuwen zonder stoep kwamen na een oudheid waarin het trottoir wel degelijk ingeburgerd was, zeker in Romeinse steden. Denk maar aan de indrukwekkende trottoirs van dertig centimeter hoog die vandaag nog steeds te bewandelen zijn in Pompeï. De renaissance van het trottoir wordt pas ingeluid met de grote Londense brand in 1666, die een groot deel van de stad verwoestte. Bij de heraanleg verscheen het voetpad weer, om vervolgens langzaam de weg naar het continent te vinden.

Hutsepot

In Brussel? Daar verschijnen de eerste trottoirs vanaf het eind van de achttiende eeuw, en verspreiden ze zich langzaam over de stad in de loop van de negentiende eeuw. Een knorrig citaat van de Franse dichter Charles Baudelaire herinnert eraan dat het een traag proces betrof. “Weinig trottoirs [hier] of bijzonder vaak onderbroken (een gevolg van de extreme individuele vrijheid). Verschrikkelijk wegdek. Geen leven op straat.” (Pauvre Belgique!, 1964)

1868 Trottoir 1
© Bart Dewaele | Stadsexperte Baraud-Serfaty (rechts op de foto) op stap met BRUZZ: "We denken vaak dat plekken te ver zijn om naartoe te wandelen, terwijl dat helemaal niet zo is.”

Wie anderhalve eeuw later door de kleine straten van het Brusselse centrum slentert, kan nog altijd een verre echo van Baudelaire horen. Onderbroken trottoirs, die zijn er niet echt meer. Maar de centrumstoepen liggen er wel bij als een hutsepot van verschillende ondergronden. Nu eens betontegels zoals op de schoolspeelplaats, dan weer chique natuurstenen en maar al te vaak ook kasseien. Die laatste zijn soms glad, soms hobbelig, vaak stabiel, maar geregeld ook losliggend en verwaarloosd. Geregeld herkennen we de Indische Kandla-kasseien, die in het verleden al met kinderarbeid werden geassocieerd.

Tijdens de wandeling zal de auteur steeds weer wijzen op de recente functies die het trottoir er heeft bijgekregen. Wachtplaats voor een maaltijdkoerier. Parkeerplek voor een cargofiets. Trottoirterras van een café. De onvermijdelijke deelsteps. Plantgrond voor klimplanten die steeds vaker op Brusselse gevels verschijnen. In haar boek voegt ze nog een hele rist nieuwe en vaak opmerkelijke functies toe, gaande van een automaat met pingpongmateriaal tot een luchtzuiveraar in Barcelona. “Als je de toekomst van de stad wil kennen, moet je naar de trottoirs kijken,” weet onze mede­flaneur. “Dat is de plek waar nieuwe trends zichtbaar worden.”

1868 Trottoir 9
© Bart Dewaele | Isabelle Baraud-Serfaty: “Dat je vuiniszakken hier gewoon op het trottoir mag zetten blijft me verwonderen. Andere steden kiezen steeds vaker voor ondergrondse containers met een kleine bovengrondse voetafdruk.”

Maar evengoed stoten we op oude functies met een grote stoepimpact. Een heel interieur aan grof vuil tegen een gevel of een zelfbewuste stapel vuilniszakken, die Baraud-Serfaty spontaan doet stoppen. “Dat je die hier zomaar op het trottoir mag zetten, het blijft me verwonderen. Andere steden kiezen steeds vaker voor ondergrondse containers met een kleine bovengrondse voetafdruk.”

Voor de auteur is het duidelijk: er is een bataille du trottoir bezig, waarbij nieuwe trends in sneltempo in conflict komen met andere functies. Het meest frappante voorbeeld daarvan is misschien nog het mikadospel van deelsteps dat her en der de weg van voetgangers verspert.
En terwijl er nieuwe gebruikers en objecten bijkomen op het trottoir, blijft ook de basisfunctie in Brussel aan belang toenemen. De rol van het stappen groeit immers, in die mate dat de benenwagen sinds kort het belangrijkste vervoermiddel is geworden. De auto is daarmee van zijn troon. “Het logische gevolg? Dat het beleid nu massaal trottoirs gaat verbreden en er extra goed op toeziet dat er zo weinig mogelijk obstakels op de stoep komen,” vindt Baraud-Serfaty. “De overheid moet die gemeenschappelijke ruimte die het trottoir is beter reguleren, anders krijg je wildgroei. In Angelsaksische landen is daar een hele discipline rond ontstaan, het zogenoemde curb management, dat vaak ook de parkeerstrook bestrijkt.”

Alvast wat de deelsteps betreft, komt er actie van het Brusselse beleid. Parkeren op de stoep kan op steeds minder plaatsen. De Stad creëerde net 450 verplichte 'dropzones' op haar grondgebied. Meestal bevinden die zich naast de stoep, maar soms ook erop. In dat laatste geval volgt op sociale media al snel protest van strijdlustige voetgangers, die niet zomaar de aftocht willen blazen in la bataille du trottoir.

Au revoir, trottoir?

Het trottoir als glazen bol voor de toekomst van de stad, het is best wel een leuk beeld. Maar het zou ook weleens kunnen dat de straat van de toekomst er een is … zonder trottoir, toch in autoluwe of autovrije gebieden. Beleidsmakers kiezen immers steeds vaker voor een inrichting op één niveau, waarbij de stoep ofwel helemaal verdwijnt ofwel herleid wordt tot louter een visuele afbakening.

1868 Trottoir 2
© Bart Dewaele | Eenheid in de centrumstoepen is er niet. Het is een amalgaam van verschillende ondergronden: van betontegels tot chique natuurstenen en kasseien.

De Moutstraat en de Anspachlaan in het centrum zijn voorbeelden van straten waar trottoirs alleen nog visueel bestaan, terwijl er in Nieuwstraat zelfs geen spoor meer is van een stoep. “Rond het hypercentrum en ook in de Marollen zie je nu een soort olievlek van straten op één niveau ontstaan,” zegt Christophe Loir op de studiedag die aan onze wandeling voorafgaat. Loir is professor geschiedenis aan de ULB en lid van de Koninklijke Commissie Monumenten en Landschappen (KCML).
De trend naar één niveau veroorzaakt al eens bitse discussies. Voorstanders wijzen op het comfort dat één enkel niveau biedt, onder meer – maar niet enkel – voor rolstoelgebruikers en wie met een kinder­wagen onderweg is. Een aanleg op één niveau heeft daarnaast ook het voordeel van de leesbaarheid. Zo'n straat spreekt de voetganger als het ware uitnodigend toe: “Wandel op mij.”

1868 Trottoir 4
© Bart Dewaele

Liefhebbers van erfgoed kunnen het verdwijnen van trottoirs in een historisch stadsbeeld dan weer moeilijk verteren. “Het grootste deel van de Brusselse binnenstad ontstond in de negentiende eeuw, op een moment dat trottoirs veralgemeend werden,” zegt Loir. “Die stoepen communiceren vaak ook met de huizen, door materiaalkeuzes en versieringen. Ze horen er dus doorgaans bij. Bij de voetgangerszone op de Anspachlaan bijvoorbeeld is dat allemaal tenietgedaan. Dat is een project voor een nieuw wegdek, niet voor een echt stadslandschap. Een onecologisch project bovendien, omdat je een volledige tabula rasa uitvoert en alle materialen uitwisselt. Materialen die dan nog eens stuk gaan, terwijl ze er nog maar net liggen.”

De professor fulmineert tijdens zijn lezing ook tegen wat hij een gebrek aan kennis noemt bij Brusselse politici. “Er heerst een vooroordeel dat autoluw meteen ook betekent dat de straat op één niveau moet. Maar ook waar weinig auto's rijden heeft een trottoir zin. De allerkwetsbaarsten zijn er immers beter beschermd dan op het midden van de straat, waar je toch nog andere weggebruikers hebt.”

1868 Trottoir 20
© Bart Dewaele | Isabelle Baraud-Serfaty: “De overheid moet die gemeenschappelijke ruimte die het trottoir is beter reguleren, anders krijg je wildgroei."

Voetgangers liepen vroeger gewoon op straat, en dat was ook toegestaan, benadrukt Loir. “Als het nodig was, konden ze dan uitwijken naar de stoep. Het is pas in de jaren 1930 dat het verboden werd om als voetganger gewoon op straat te wandelen.”
Dat het belang van stappen opnieuw is toegenomen, is voor professor Loir dan ook een uitgelezen kans voor het historische erfgoed. “De historische stad is net gebouwd voor de voetganger én als shared space.”

We stappen ondertussen met Isabelle Baraud-Serfaty terug richting Beursplein, waar de jaarlijkse kerstmarkt volop in opbouw is. We beginnen te letten op ijzeren opschriften die vertellen over de wereld onder het trottoir: Proximus, Vivaqua-­voorouder BIWM … We merken oude modderschrapers aan de gevels op en nieuwe stickers op de signalisatie­palen. Dat we wat anders en aandachtiger naar trottoirs kijken sinds we haar boek lazen, geven we toe. De auteur glimlacht. “Als het dat effect bereikt, ben ik al tevreden.”

Isabelle Baraud-Serfaty. Trottoirs! Une approche économique, historique et flâneuse, Editions Apogée, 2023

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel, Stedenbouw, Mobiliteit, trottoir, voetpad, voetganger, piétonnier, voetgangerszone, Isabelle Baraud-Serfaty

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie