Benjamin Verdonck, raper-verzamelaar

© Lara Gasparotto
| "Ik heb altijd een liefde gehad voor dingen die gebruikt zijn.En dat nog eerder uit esthetische dan uit ideologische overwegingen."

Benjamin Verdonck maakt aan het begin van het jaar zijn inventaris. In Aren toont hij objecten uit zijn atelier en ventileert hij losse ideeën uit zijn schriftjes die apart nooit een kunstwerk werden, maar samen nu dus wel.

Antwerpenaar Benjamin Verdonck is de theatermaker en beeldend kunstenaar die ooit een vogelnest bouwde in het Anspach-gebouw, die regelmatig Hart boven Hard-manifestaties opluistert, en die recent nog in het Kaaitheater te zien was met We don’t speak to be understood en Liedje voor Gigi. Zijn nieuwe stuk is een compositie van gedroomde voorstellingen of net-niet-kunstwerken. Met als adagium een uitspraak van Pier Paolo Pasolini: “Waarom een werk maken als het al zo mooi is ervan te dromen?”

Misschien kan je eerst zeggen hoe we het woordje ‘aren’ moeten lezen.

Benjamin Verdonck: Aren zijn de vruchten van een graanplant zoals tarwe, maar ‘aren lezen’ was vroeger ook een gunst aan de armen, die achter de maaier aan mochten lopen om de achtergelaten aren op te rapen zodat ze daarvan alsnog een brood konden bakken. Dat was mijn uitgangspunt toen ik door mijn atelier wandelde: de objecten en ideeën oprapen die nog geen werk zijn of nooit een werk zijn geworden.

De zaken inventariseren die in de loop der jaren van tafel zijn gevallen omdat ik plots met iets anders bezig was en die uiteindelijk op het schap zijn beland. Ik wilde kijken hoe ik die naast elkaar kon plaatsen om er alsnog iets mee te doen.

Dan heb je het over objecten, maar ook over ideeënschetsen voor kunstwerken en teksten.

Verdonck: Uit de notitieboeken die ik had van vorige voorstellingen ben ik inderdaad ongebruikte ideeën beginnen oplijsten. Een deel van die ideeën bleek nog altijd een bedenkelijk statuut te hebben, omdat het niet zulke goede ideeën zijn, of omdat ik in de loop van de tijd anders naar de dingen ben beginnen kijken. Maar een ander deel van de ideeën had wel nog de potentie om iets te zijn. Ik wilde die ideeën herwaarderen, maar dan door ze gewoon te verwoorden, door ze louter in het woord en in de verbeelding van de toeschouwers te laten bestaan, zonder ze uit te voeren en te materialiseren.

En naast de ideeën lag in mijn atelier ook nog een hoop objecten, die nog niet ‘geactiveerd waren’. Die zijn meestal deel van de verschillende verzamelingen die ik aanleg. Ik raap regelmatig dingen op. Dat kunnen stokjes zijn, of balletjes of elastiekjes. Die inventariseer ik, zodat ik nog altijd weet waar en wanneer ik ze heb gevonden en waar ik op dat moment aan dacht. Meestal gaat het om heel onbelangrijke momenten. Dus niet de dag van mijn trouw of nieuwjaar onder de Eiffeltoren, maar dagen dat ik onderweg ben naar mijn atelier of op de stoep sta voor het hotel van de stad waar ik op tour ben.

Op die manier heb ik ondertussen een soort dagboek van banale momenten die je normaal zou vergeten. En de voorwerpen zitten allemaal in doosjes, maar er is eigenlijk nog nooit iets mee gedaan. Het tonen van die objecten is dus het ontsluiten van de aren die in mijn atelier rondzwerven. Dat doe ik in het eerste deel van het stuk. De opsomming van ideeën in het tweede.

1646 benjamin verdonck - aren
© Lara Gasparotto
| Benjamin Verdonck

Ik las ook dat je verzamelingen van rattenvallen en lekke voetballen hebt.

Verdonck: De rattenvallen zijn eigenlijk een verzameling van mijn vader, die een bricoleur was en op een gegeven moment verschillende modellen rattenvallen heeft gemaakt. Hij heeft daar nooit één rat mee gevangen. Uiteindelijk zijn ze niet in het stuk beland, net zo min als de lekke voetballen.

Het gaat meer om kleine dingen die ik nog nooit getoond heb. Een ensemble van zes houtjes, een verzameling ronde voorwerpen die ik vond in een hoekje op het strand… Ik heb ook een verzameling van de briefjes van zieners en gebedsgenezers die je soms in je brievenbus vindt. Die zijn grappig, want ze heten allemaal anders maar beloven allemaal hetzelfde: liefde, geld en het einde van al je problemen.

Een andere collectie bevat briefjes van mensen die hun kat kwijt zijn. Het zijn er zoveel dat ze een algemene metafoor worden voor gemis, maar ze zijn ook zo uiteenlopend dat je eraan kan zien wie goed met zijn computer kan omgaan om zo’n briefje te maken, wie minder goed kan spellen, en wie er veel tijd en moeite steekt in het fotograferen van zijn kat. Je kan veel lezen in al die voorwerpen, en tot mijn grote plezier bleek dat tijdens de première gisteren ook leesbaar voor het publiek.

Zo’n recuperatie van gevonden voorwerpen krijgt automatisch een ecologische ondertoon.

Verdonck: Je ziet erin wat je wilt natuurlijk, maar ik heb het stuk wel zo geconstrueerd dat die ondertoon er zeker in zit. Het is geen pamflet, maar een van de beweegredenen was wel om uit te zoeken hoe ik de catastrofe kan verbeelden en erover kan spreken op een manier die past in het theater. In veel van de opgesomde ideeën, en in het feit dat ik ze niet materialiseer, zit een poging om me met mijn werk tot dat ecologische drama te verhouden.

En uit de collecties spreekt ook een manier om zorg te dragen voor de dingen. Die objecten zijn allemaal heel klein en fragiel, maar worden tot in het absurde netjes in doosjes bewaard. Dat kan je ook lezen als een metafoor.

“Dingen zijn belangrijk voor je,” concludeert auteur Pieter Van Bogaert na zijn bezoek aan jou voor zijn boek Grand Tour 2020, dat gesprekken met twintig Europese kunstenaars bevat. Kan je ze gewoonweg niet laten liggen of zie je overal poëzie in?

Verdonck: Ik spreek in dat verband altijd over ‘envie’ en ‘besoin’. Het is om te beginnen een natuurlijke liefde. Anderen verzamelen graag kunstboeken of postzegels. Ik heb altijd een liefde gehad voor dingen die gebruikt zijn. Liever een tafel van Spullenhulp dan een nieuwe. En dat nog eerder uit esthetische dan uit ideologische overwegingen. Ik kan enorm genieten van een verroest ringetje op straat. Ik vind dat mooier dan iets uit een winkel.

Als je dan merkt dat je waarde hecht aan zaken waar andere mensen geen waarde meer aan hechten, dan groeit de nood om daar als kunstenaar over na te denken en mee aan de slag te gaan. Zo merk je dat je die verzamelingen als metafoor kan gebruiken. Mijn verzameling rondellen gaat over tijd, vergetelheid en bijhouden. De lekke voetballen herbergen op een bepaalde manier ook de energie waarmee er zodanig lang gevoetbald is tot ze uiteindelijk kapotgingen.

Ik heb ook een verzameling ongebruikte maar vervallen consumptiebonnen. Zo’n drankbonnetje van een festival uit 2003 heeft ooit een effectieve waarde gehad, werd daarna waardeloos, maar krijgt in een collectie opnieuw een andere waarde.

Wat is de waarde van een werk? Is iets waardevol omdat het gemaakt is uit een bepaald materiaal of omdat het de signatuur van iemand draagt? Dat is het soort vragen dat je je dan kan stellen.

> Benjamin Verdonck: Aren
31/1 > 2/2, 20.30, Kaaistudio's

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?