Clerfayt: 'Eén uitspraak rond religieuze symbolen onvoldoende voor een algemene regel'

© Ivan Put
| Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag.

Een algemene regel met betrekking tot het dragen van religieuze of levensbeschouwelijke symbolen kan niet worden gebaseerd op een enkele rechterlijke beslissing in eerste aanleg, meent de Brusselse minister van Werk, Bernard Clerfayt.

De gewestregering denkt erover na om in beroep te gaan tegen een arrest van de Brusselse arbeidsrechtbank. Die rechtbank veroordeelde op 3 mei de MIVB voor het niet in dienst nemen van een ​​vrouw met hoofddoek.

De vrouw was volgens de rechtbank het slachtoffer van dubbele discriminatie: rechtstreeks op basis van van godsdienst, en indirect op basis van geslacht.

Verdeelde coalitie

De coalitiepartners zijn verdeeld over de kwestie. Défi, een fervent voorvechter van het secularisme, is van mening dat de MIVB in beroep moet gaan, terwijl Ecolo van mening is dat deze beslissing een precedent moet scheppen en een beroep niet steunt.

"De regering is in gesprek met de MIVB over deze kwestie", verklaarde minister Clerfayt op de set van LN24. "Een beslissing in eerste aanleg maakt het niet mogelijk om een ​​precedent te scheppen. Een algemene regel verdient een beroepsprocedure. Wij zijn van mening dat een enkele rechterlijke beslissing geen regel vormt. Het is aan de politiek om te beslissen", zei hij.

Minister Clerfayt herhaalde het standpunt van zijn partij. Volgens hem moet er een "gematigdheid" zijn in het hoofd van de medewerkers van de openbare dienst. "Het is een kwestie van mate: tot welk niveau zal ik mijn eigen identiteit blootleggen zonder rekening te houden met die van het publiek dat ik bedien? Het is een kwestie van identiteit, het moet met veel terughoudendheid gebeuren", merkte hij op.

Emancipatie

Gevraagd in La Libre en op de ether van La Première, herhaalde de co-voorzitter van Ecolo, Rajae Maouane, ook het standpunt van de groenen. Zij willen het dragen van overtuigingstekens in openbare bedrijven mogelijk maken, behalve voor gezagsposities.

“De vraag is niet zozeer wat de man of de vrouw draagt, maar eerder wat de vooruitgang is in de strijd die vrouwen voeren. Hier steekt men echter stokken in de wielen aan al diegenen die willen werken en zich emanciperen. Er zijn al genoeg obstakels voor een vrouw, laten we er niet meer aan toevoegen", onderstreepte ze.

Rajae Maouane wilde echter niet verder ingaan op de beslissing om al dan niet in beroep te gaan tegen het vonnis van 3 mei. "Het debat vindt plaats binnen de MIVB en ik zal de MIVB laten werken", zei ze.

Radicaal versus spiritueel

Het debat beperkt zich niet tot de Brusselse gewestelijke meerderheid. Het speelt zich ook af in de oppositie. Dit weekend vond ook de voorzitter van de CDH, Maxime Prévot, het gepast om het standpunt van de centristen te uiten naar aanleiding van een verklaring van Georges Dallemagne, zaterdag in het programma "Le Grand Oral" op La Première. In de ogen van de federale afgevaardigde "houdt de sluier ook een radicale politieke eis in, een die ons samenlevingsmodel verwerpt, onze waarden niet wil en ze bestrijdt".

"Het vrijelijk dragen van een sluier is geen teken van radicalisering", zegt Maxime Prévot. "Het gedwongen dragen van een sluier zal altijd worden veroordeeld, het vrijwillig dragen zal altijd worden gerespecteerd. Voor de CDH is het vrijwillig dragen van een hoofddoek een beleving van de spiritualiteit. Wat er in de hoofden van vrouwen schuilt, is belangrijker dan wat er op staat."

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?