column

Beeldspraak: boksen, meer blabla, minder boemboem

© PhotoNews
| Bokswedstrijd in het sportpaleis van Brussel, Karel Sys tegen Gustave Roth in 1937.

Elke week verzint Michaël Bellon een nieuw onderschrift bij een oude persfoto. Deze week: Karel Sys tegen Gustave Roth tijdens een bokswedstrijd in het sportpaleis van Brussel in 1937.

In het archief zitten heel wat mooie foto’s van oude bokswedstrijden. Waaronder dit Rorschachtige beeld met symmetrische lijnen en spiegelende spieren. Een mooi clair-obscuurtje met sterren aan de hemel. Je zou er een kerstkaartje van kunnen drukken. Wreed op ’t aangezicht van alle mensen.

Boksen krijgt nogal snel een artistiek aura. Schilder Sam Dillemans heeft er hele reeksen aan gewijd. Jan Hoet opende zijn museum voor actuele kunst met een smak van een boksgala. En Jan Van den Berghe schreef een dik boek over kunst en de uppercut. Want lichaamscultuur is ook cultuur. Zowel kunstenaars als boksers tasten dansend en met inzet van lijf en leden af hoe ze je vol kunnen raken. Ondertussen contrasteert het raffinement van de enen op interessante wijze met de razernij van de anderen.

Voorts heeft boksen nog wel wat troeven. Zo is het in ieder geval dapperder en diervriendelijker dan stieren- of hanengevechten. Een klap voor je kop houdt je ook wakker, en heeft het voordeel van de duidelijkheid: je voelt plots dat je leeft, en dat de puncher tegenover je dat niet per se een pluspunt vindt.

michael bellon

Alleen jammer van de gekloven kaken, de ontwrichte wenkbrauwen, en de nood aan dementiepreventie na geleden hersentrauma’s. Delfine Persoon is dan wel stoer, wanneer ze na een onverdiende nederlaag met een verbouwd gezicht op televisie moet verschijnen, ziet dat er best mensonterend uit.

Logisch dus dat de schadevergoeding voor de zelfverminking van topboksers hoger ligt dan voor andere sportlui die ons hun leven offeren. Ook de wet van vraag en aanbod speelt bij het bepalen van het prijzengeld. Blind geweld in het openbaar wordt immers schaarser. Hooligans oefenen het alleen nog uit in verlaten bossen, verborgen martelkamers, Brusselse betogingen of huiselijke kring. Steeds zeldzamer zijn de mensen die publieke discussies proberen te vermijden door het gebruik van hun vuisten.

Die evolutie is wellicht niet meer te stoppen. De voorhoede van het mensdom maakt haast om straks het kwetsbare lichaam van zich af te werpen. Wie niet sterk is, zegt slim te zijn. Boksmatch, boksring, zwaar­gewicht, schijngevecht, slag in het gezicht, kaakslag, genadeslag, een vuist maken, onder de gordel slaan, tegen de grond gaan, knock-out, winnen op punten … Noem een uitdrukking uit het boksen en ze wordt bijna alleen nog in overdrachtelijke betekenis gebruikt, omdat de letterlijke nauwelijks nog bestaat.

Toch is de mensheid de bokshandschoenen nog niet zó lang ontgroeid. De dag dat enkele moraalfilosofen ons de tip gaven om een ander niet aan te doen wat we zelf niet graag worden aangedaan, ligt nog niet ver achter ons.

Bijgevolg is de angst voor de terugkeer van de vuist en het recht van de sterkste reëel. En navoelbaar in de huiver die je bij het bekijken van een boksmatch kan ervaren. Dat iemand die je recht in het gezicht aankijkt toch zou besluiten erop te slaan, accepteren we nog maar moeilijk. Solidariteit met streken en milieus waar zulks nog wel schijnt te gebeuren, kalft dan ook snel af.

Op deze donkere foto zie je nog iets van de primitieve oerknal waaruit samen met een straaltje bloed ook meteen een straaltje licht is ontsnapt. Ze toont hoe de verlichte mens met de bokssport als gecontroleerde re-enactment van de rumble in the jungle, in the heart of darkness van de beschaving, zijn brute omgangsvormen sublimeerde.

Column: Beeldspraak

Elke week voorziet Michaël Bellon een oude persfoto van een nieuw onderschrift in zijn column Beeldspraak.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?