column

Beeldspraak: een cocktail van scheppingsdrang en vernielzucht

© PhotoNews
| De bouw van de Martinitoren op het Rogierplein in 1957.

Elke week voorziet Michaël Bellon een oude persfoto van een nieuw onderschrift. Deze week: de bouw van de Martinitoren op het Rogierplein in 1957.

Waar nu de Rogiertoren staat, en vroeger een van Brussels Noordstations, was tussendoor het Internationaal Rogiercentrum te vinden, in de volksmond Martinitoren genoemd, naar de sponsorende prefaperitiefcocktail. Dat is een beetje alsof er vandaag plannen zouden zijn voor een Apérolspits aan de Ninoofsepoort. Al roept Martini iets meer retroglamour op.

Ik associeer de toren bijvoorbeeld met een anekdote van Jan Mulder, die er na een Europese thuiswedstrijd met Anderlecht ooit de delegatie van Real Madrid ontving in de exclusieve rooftopbar, die toen ongetwijfeld nog niet zo werd genoemd. Bij die delegatie was ook de legendarische Real-voorzitter Santiago Bernabéu, een illustere man die je eigenlijk niet met het alledaagse Brussel in verband wil brengen, opdat de mythische bijklank van zijn naam niet zou vervliegen in het tochtgat dat het Rogierplein uiteindelijk toch is.

De Martinitoren herbergde onder meer kantoren, Théâtre National, en een interieur van Jules Wabbes, maar op deze foto was hij nog in volle opbouw. Zo te zien werd er tijdens de werken ook een soort meetlat tegenaan gebouwd die het aantal verdiepingen bijhield. Dat kwam uiteindelijk uit op negenentwintig.

Ik moest aan de foto denken toen ik voor het interview vooraan in deze krant met Pascal Verbeken sprak. Die koos voor de kaft van zijn nieuwe boek Brutopia een foto die Dolf Kruger maakte van het Atomium in aanbouw. Een mooiere, maar erg gelijkaardige foto.

michael bellon

Net als het Atomium moest de Martinitoren klaar zijn in 1958, en op beide beelden zie je niet alleen de opbouw van de gebouwen, maar ligt ook al de afbraak besloten die zo karakteristiek is voor de Brutopieën die Verbeken in zijn boek beschrijft. Uiteindelijk was het Atomium zowat het enige monument van Expo 58 dat overeind bleef, maar de Martinitoren werd inderdaad in 2004 alweer afgebroken.

Toch zie ik persoonlijk het glas Martini altijd eerder halfvol dan halfleeg. Lopend langs de werven van de stad denk ik nog altijd: even doorbijten en dan is het af. Mooier of beter dan wat er voorheen stond, zal het misschien niet worden, maar het vooruitzicht dat er weer eens iets proper afgewerkt zal zijn, rechtvaardigt enige voorpret.

En al die stoute projectontwikkelaars zijn uiteindelijk ook maar als kinderen die met Lego een zo hoog mogelijke toren proberen te maken. Wie zich verveelt, legt op een bepaald moment de ene steen op de andere. Zulks deed ook de prehistorische mens al in Stonehenge en Genesis. Dat is eerder logisch dan fallisch. Keeping low doesn’t make no sense, zongen de Pixies al in hun ballade over de ultieme torenarchitect Alec Eiffel.

Anderzijds is het inderdaad een waanidee dat de stad op een dag af zou zijn. Voor elke beëindigde werf zijn er alweer twee nieuwe opgestart. Zo houdt de almachtige Bob de Bouwer ons tot in de eeuwigheid aan het lijntje. Zelfs Bruegels Toren van Babel verruïneerde al terwijl hij hem schilderde, en Bruxellisation is een ander woord voor afbraak en vernietiging. Wellicht oppert Verbeken in zijn boek dus niet voor niets dat destructie het wezen van de stad is. Dan is scheppingsdrang eigenlijk gemaskeerde vernielzucht - of zelfs doodsdrift - en bouwen we de Legotoren vooral om het genot hem op de grond te zien kletteren.

Plots vraag ik mij af of wij er misschien veel te makkelijk van uitgaan dat het zaad zijn energie prijsgeeft om de plant te laten groeien, terwijl eigenlijk het omgekeerde het geval is: de opdrachtgevers van architect Jacques Cuisinier lieten niet zozeer de Martini- en de Brusiliatoren verrijzen, zij fungeerden onbewust als instrument om op die plekken het voormalige Noordstation en het Schaarbeekse Sportpaleis weg te vegen. En nu je het zegt: het Santiago Bernabéustadion gaat straks ook op de schop, en het verval van Mulders Anderlecht is onmiskenbaar. 

Column: Beeldspraak

Elke week voorziet Michaël Bellon een oude persfoto van een nieuw onderschrift in zijn column Beeldspraak.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?