column

Celia schiet met scherp: Park 58

Week na week hapten de bulldozers van het gebouw om ’s avonds als trouwe zwanen te worden gestald. Toen stond alleen de wenteltoren er nog. Alsof zelfs AG Insurance scrupules voelde om dat iconische stukje tegen de grond te gooien. De Parking 58 was bijna verdwenen.

Progressieve mobiliteitsexperts juichten op sociale media. De symbolische afbraak van een parkeertoren! Brusselaars, die gaven schoorvoetend hun gemis toe. Het bijzonderste aan dat gebouw waren niet de warme herinneringen, maar hoe verdeeld die waren. Enerzijds: de benedenverdieping en het gebouw. De GB waar daklozen drank kochten, personeelsleden het donkerste in de mens zagen en klanten navenant bedienden. Het ministerie waar mijn moeder een tijd werkte tussen stapels vergeten dossiers van oude mensjes die ietsje meer steun per maand wilden. Een gebouw dat de ambtenaren haatten.

Op de benedenverdieping stopten bussen tussen beroete straten. Hier werd ik voor het eerst nageroepen en obsceniteiten toegesist in Brussel. Amper elf, en ik miste de woorden voor het gevoel tussen angst, schaamte en schok over wat die mannen zo terloops vanzelfsprekend vonden. Het stratenblok rond de 58 was altijd onleefbaar. Half-failliete winkeltjes, een hotelblok rond de oude stadstoren gebouwd, gelukkig de kitchy en honkvaste Sun Wah. Elke Brusselaar heeft zijn onprettige herinneringen aan dat tochtgat van vier straten.

Celia Ledoux, BRUZZ-columniste

Maar er was het dak. Een van de meest Brusselse plekken die er bestonden. Vrij toegankelijk, understated, verre van mooi, toch zo geliefd. Van exclusief feestje over studentendrinkplek tot een van de goedkoopste en meest romantische plekken voor een date: bijna elke Brusselaar had hier over zijn stad uitgekeken.

Van kathedraal naar basiliek, Zuidfoorreuzenrad tot Atomium zocht je over de heuvels naar plekken die belangrijk waren voor jou. Die waren er altijd. En de Parking 58 was daarmee een plek die veel mensen bijna tot tranen toe ontroerde, ook mij nu tijdens het schrijven.
Het gerucht gaat dat er een neoninetiesblok komt waar de parking stond. Dat is natuurlijk, beste Brusselaars, nonsens en een doodzonde.

Elk gebouw op die plek zal ingesloten en claustrofobisch voelen en nooit de buurt prettiger maken. De plek zal nooit doen wat de stad nodig heeft, nooit meer dan een verplichte passage worden als Brussel zich hier niet visionair toont. Want de énige meerwaarde van dit blok ligt in zijn oppervlakte. In zijn ruimte.

Wat er nodig is, is simpelweg het geweldige en vanzelfsprekende Brusselgevoel van dat dak naar de grond brengen. Een park, een plein: Park 58. Een verbinding van Sint-Katelijne en Kaaien met de oplevende voetgangerszone. Een zeldzame ademruimte in Brussel-Stad waar kinderen kunnen spelen en mensen kunnen stilstaan. Een opwaardering, als het dan toch in economische termen moet.

Het zou een daad van zeldzame menselijke stadsplanning in Brussel zijn, van adem en toekomstvisie. Kom, beleidsmakers, geef ons dat Park. Activisten: zet het alstublieft bovenaan uw protestlijstje. Ik weet het: het is op de valreep. Maar in Brussel is het nooit te laat om geschiedenis te schrijven.

COLUMN Celia schiet met scherp

Een keer per week zet Celia Ledoux de stad in haar blootje in haar column.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?