Ik ben de goedbedoelende, maar daarom niet minder levensbedreigende, tirannie van ouderliefde en purperen hei ontvlucht. Op zoek naar ontvoogding ging ik zo ver ik durfde te gaan. Verder dan Gent of Antwerpen. Naar het einde van de wereld. Het buitenland. Brussel dus.

Zoals velen hier ben ik een immigrant. Uit 'Limbabwe'. 'De Limburg'.

Limburgs heeft naar men zegt een andere grammatica en syntaxis dan het Nederlands. Is dus in wezen een andere taal. De facto is Limburg wel degelijk een ander land.

Ik ben de goedbedoelende, maar daarom niet minder levensbedreigende, tirannie van ouderliefde en purperen hei ontvlucht. Een psychologische vluchteling als het ware. Op zoek naar ontvoogding ging ik zo ver ik durfde te gaan. Verder dan Gent of Antwerpen. Naar het einde van de wereld. het buitenland. Brussel dus.

Verstond de taal en gewoonten nauwelijks. Studeerde architectuur aan de hogeschool Sint-Lukas te Schaarbeek, maar durfde niet buiten komen. Van school naar mijn studentenkamer, met zo nodig een ommetje langs bakker en buurtwinkel. Mijn wereld, op maat van een dorpeling, was een voorschot groot. Allal Achtatou, een ongeletterde Berber die hier al 30 jaar in putfunderingen het ijzer vlechtte en ik werden vrienden. Wij kwamen immers uit hetzelfde dorp. Met enkel de Middellandse zee er tussen. Maar voor de rest...

De berg en de muis
Gaandeweg is het gebeterd. Stadslucht heeft mij inderdaad bevrijd. Het hoofdschudden van mijn vader, en mijn moeders wanhoop bewezen dat ik op de juiste weg was. De verwachting dat ik als architect de heimat verder zou fermetteren heb ik nooit ingelost. De verhoopte terugkeer bleef uit. En met mij is het nooit meer goed gekomen. Integendeel. Ik ben acteur geworden en woon hier ondertussen al 30 Jaar. Allal ben ik uit het oog verloren, maar heb nooit onze vriendschap verloochend. De stad heb ik niet écht meer nodig. Ze zit nu in mijn hoofd.

Gisteren keerde ik dan toch terug 'naar huis'. Daarmee bedoel ik het huis van mijn moeder en vader. Ze zijn er slecht aan toe. Vandaar. Geen zorgen meer over hun zoon, dat niet. Maar over het eigen lichamelijke falen. Ik gun hun nog vele jaren. Maar in het dorp waar zij geboren zijn, zullen ze sterven. Al is dat dorp ondertussen verbrusseld. Vlaanderen wordt voorstad van. En als de muis niet naar de berg wil....

De weg naar huis die ik ontelbare keren heb afgelegd lag als vanouds bezaaid met herinneringen. Hoe dichter op huis aan, hoe meer. Al heb ik met de jaren minder en minder reden om terug te keren. Mijn herinneringen sterven immers uit, worden verbouwd, waaien weg in de wind, verwateren. Klampen zich nog even manmoedig vast aan dees of geen. Bestaan straks alleen nog in mijn hoofd.

Maar mijn ouders leven nog. Het ouderlijk huis staat er nog. Wij eten nog samen aan de keukentafel en zijn dan terug vader, moeder en zoon. Odysseus komt nog thuis en schuift aan voor een boterham met stroop. Maar ooit.

Zwischenmensch
Ik reed een rondje rond het dorp. Maakte inventaris van wat er nog was, en wat niet meer. Ik bezocht er Piet-de-bakker. De man is ondertussen 80. En al lang bakker af. Mammie-van-de-bakker is al dood. Dus hij is alleen. Maar we hebben hetzelfde dorp gekend. Enkel een zee van tijd tussen ons. Maar voor de rest... Voor mij werd hij terug de bakker, en ik weer het kind dat, na het kopen van het brood, voor hem een pakje Richmond filter ging kopen bij Bertje.

Piet-de-bakker, inwijkeling uit Zonhoven, woonde al 30 jaar in de Kerkstraat in Neeroeteren, stond voor zijn bakkerij in de lentezon, waarop mijn grootvader, zijn buurman, hem vroeg: ' En Piet, beste het noe al gewoen in Neerooteren?' Na 30 jaar was Piet voor mijn grootvader nog altijd een Allal Achtatou.

Ook ik voel me in Brussel nog steeds een vreemde. Een 'Zwischenmensch' zoals Chaïm Potok dat zegt. In Brussel kom ik nog steeds van Limburg. In mijn geboortedorp ben ik die van Brussel. En nog steeds zeg ik, ik ga 'naar huis', als ik naar Limburg trek.

Alvorens de terugweg aan te vatten stopte ik voor de snoep- annex tabakswinkel van Bertje, de kleinzoon, en kocht een zak suikergoed. Een ritueel waar ik me niet van kan ontdoen. Onderweg naar vrouw en kinderen stelde ik me de vraag: Wil ik in Brussel oud worden? Sterven? Is Brussel dan thuis genoeg als ik straks niet meer 'naar huis' kan of hoef? Als er geen ander thuis meer is. Is Brussel dan thuis genoeg? Of zal ik zoals Piet-de-bakker voor elk ander een inwijkeling blijven. Zal ik mij als Allal Achtatou altijd een inwijkeling blijven voelen? Un sale Flamand. Waarom kan ik deze stad niet omarmen? Waarom omarmt deze stad mij niet? Waarom wil ik een dorpsgevoel van samenhorigheid laten sporen met de anonimiteit van de grootstad?

Of zal dat aan mijn kinderen zijn? Ben ik dan de tussengeneratie? En nog niet voldoende geïntegreerd. Zullen zij zich thuis voelen en omarmd weten? Zullen zij ooit zeggen: Ik ga 'naar huis', naar ma en pa in Brussel. Zullen zij deze stad onvoorwaardelijk in hun hart sluiten? Zullen ook zij het ooit nodig vinden en weggaan om terug thuis te kunnen komen?

Ik hoop het.

Kris Cuppens (48) is acteur en theatermaker en woont in Schaarbeek. Dit is de eerste aflevering van zijn tweewekelijkse column voor brusselnieuws.be.

Kris Cuppens

Kris Cuppens (48) is acteur en theatermaker en woont in Schaarbeek. Voor brusselnieuws.be schrijft hij een tweewekelijkse column.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Column , Kris Cuppens

Lees ook

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni