Fotografenkoppel Bastin & Evrard: 'Nonchalance heeft de stad verprutst'

Het fotografenkoppel Bastin & Evrard.© Saskia Vanderstichele

Enkele weken terug werden de deurbellen van het Solvay­huis gestolen. Het Elsense koppel Christine Bastin en Jacques Evrard kan dan redding brengen: uit hun duizenden inventarisfoto's kunnen ze meer dan één beeld opdiepen om de originele art-nouveaupareltjes te bekijken.

Hun levenswandel begon ruim veertig jaar terug. “We zijn begonnen met boeken bij uitgeverij Mardaga, dé enige architectuurspe­cialist,” zegt Jacques Evrard.

Industria was het eerste boek dat het industrieel erfgoed in de kijker zette. Daarvoor maakten we de foto's voor het boek Cogels-Osylei, omdat de wijk Zurenborg in Berchem bedreigd was. Architectuurcriticus Geert Bekaert wou er een lans voor breken. Zo werden we fotografiespecialisten in patrimonium.”

Voor hun jongste, en 43ste boek samen, Never again. Gardens of peace over oorlogsbegraafplaatsen en hun landschapsarchitectuur, namen ze tweeduizend foto's.

Fotografe Christine Bastin kreeg architectuur met de paplepel mee, als kind van de modernistische architect Roger Bastin (1915-1980), die aangesteld was om de oorlogsschade - vooral aan kerken en patrimonium in Wallonië - te herstellen. Zij werd aangeworven om illustraties te maken voor de Commissie van Monumenten en Landschappen.

“Archeologen maakten wel foto's, maar het ontbrak aan correcte, perfect beelden, uit verschillende hoeken getrokken,” zegt Bastin. Haar man, Jacques Evrard, deelde eenzelfde passie als assistent van graficus Lucien De Roeck (1915-2012) in La Cambre.

Bastin Evrard BRUZZ ACTUA 1695
© Saskia Vanderstichele
| Jacques Evrard en Christine Bastin.

Bastin: “Mijn eerste boek was Bruxelles, les gens (1972), een sociologisch werk over de Brusselaars, met commentaar van schrijver/­fotograaf Jacques Meuris. In die tijd gaven fotografen zelf geen boeken uit. Ik ontmoette een uitgever die postkaarten maakte, en hij bleek geïnteresseerd.”

Evrard treedt haar bij: “Nadat Christine de Inventaire voor de federale Commissie van Monumenten en Landschappen begonnen is, hebben we samen ons eerste boek gemaakt. Het project bestond erin om de (dorps)landschappen van de hele provincie Luxemburg in te blikken. We hadden in de jaren 1970 een zeer multidisciplinaire ploeg nodig om die zeer precieze beeld­inventarissen van Luxemburg te doen, van geografen en kunsthistorici tot fotografen, tot dertig man toe.

Het was een gekkenwerk. Het duurde jaren. Het panoramabeeld bestond nog niet (laat collages van foto's zien die een heel landschap tonen), we puzzelden en berekenden dat ter plaatse. We vertrokken van de Ferrarikaarten (gedetailleerde topografische kaarten, uit 1771 tot 1778, red.) om alles correct in beeld te brengen. Daaruit bleek dat er eertijds grote bezorgdheid voor het landschap was bij de aanleg van dorpen.”

“Als je nu naar die plekken teruggaat, valt de totale stedenbouwkundige anarchie op,” zegt Evrard. “Die boeken dienden als voorbeeld voor de gemeenten en ontwikkelaars om verder te breien op die landelijke schoonheid. Maar het is duidelijk dat die inventarisboeken niet gelezen zijn, en dat er bij latere stedenbouwkundige ontwikkeling geen rekening mee werd gehouden.”

Art nouveau

Bastin toont in het boek Industria (1986) de foto's over Thurn & Taxis. “We maakten de foto's bij de teksten van erfgoedspecialist Adriaan Linters (medestichter van de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie, red.). Kijk eens hoe Thurn & Taxis er toen bij stond. De site werkte nog. Met ons fototoestel in de hand vielen ons ook dingen op, die we signaleerden aan wie met erfgoed bezig was. En niemand die dacht aan herstel of herbestemming. Wat een prachtige architectuur, en zo lang duurde de verkommering.”

Het Museum voor Moderne Kunst (KMSKB), lichtput op het Museumplein, vroeger en nu. Gebruik de centrale schuifregelaar om het verschil goed te zien.

Bij de vraag hoe de uitgever zich aan een dure publicatie wou wagen, gaan hun ogen nog meer fonkelen. “Grote bedrijven gaven een tijd lang chique kunstboeken uit als relatie­geschenk. In een tweedehandsboekenzaak had ik een oude publicatie van Franco Borsi zien staan en ik tipte een van de bazen van computerbedrijf Bull om over art nouveau te publiceren.

De edities van Borsi waren uitgeput, en er werd 10.000 frank (nu 250 euro, red.) voor gevraagd. Omdat wij het onderwerp meester zijn, kunnen we beter zelf een boek uitgeven, dacht ik. We spraken architect Jos Vandenbreeden en Hortamuseum-conservator Françoise Aubry aan voor de teksten.

Die man van Bull hapte toe voor de financiering. We moesten alleen nog een uitgeverij vinden. We trokken naar Gembloux, waar Racine gevestigd was en werden afgewezen. Zelfs met de sponsor die alles zou betalen, geloofden ze niet in het project. Maar soit, Bull wou het boek, en Lannoo/Racine drukte. Wat bleek, ze verkochten alles uit en mochten verschillende heruitgaven drukken, tot 30.000 exemplaren voor bijna 3.000 frank per stuk. Zo volgden series fotoboeken over Art deco en modernisme, 19de eeuwse architectuur en Hedendaagse architectuur.”

“Al viel het grote publiek niet voor alle fotoboeken,” geeft Evrard toe, het begon vrij plots met art nouveau. “Een van de eerste belangrijke restauraties van een art-nouveaupand was het Stripmuseum. Christine heeft er foto's gemaakt. Het was een heel secuur werk, dat weinig fotografen hadden kunnen doen. We werkten enkel met contactafdrukken op groot formaat en een technische camera, een dure affaire.

Het is dat soort publicaties, over art nouveau en art deco, dat de ogen heeft geopend. Aan waardering voor hedendaagsere architectuur zijn weinigen toe. Het metrostation Alma (1982) van Lucien Kroll staat in de wereld bekend als de best gekende parel van een hedendaagse Belgische architect. Japanners komen er speciaal voor naar Sint-Lambrechts-­Woluwe. Parijs hield er een expo over (Bozar ook, red.). Wie waardeert in Brussel het gebouw? We hebben mee actie moeten voeren om de afbraak te voorkomen. Gelukkig is het nu beschermd.”

Hoe kan de aandacht niet gefocust zijn op conservatie van architectuurparels? Evrard: “Omdat er immobiliënbelangen zijn die druk zetten op de politiek. De bouwgrond is te kostbaar. Trouwens wie kent de architecten bij naam, die achter de vele letterwoordondernemingen staan die meedingen op het vastgoedterrein?

Thurn & Taxis, voor en na de renovatiewerken. Gebruik de centrale schuifregelaar om het verschil goed te zien.

Zag u de toestand van het Museum voor Moderne Kunst, en hoe het wordt aangepakt architectonisch? De lichtput op het Museumplein (1967-1984, door architect Roger Bastin, vader van Christine, red.) vervult zijn originele functie van daglichtvoorziening naar de kelderniveaus niet meer.”

Ze laten twee versies van locatiefoto's zien, van de beginjaren en nu. “Zie het verschil eens, een echt vuil boeltje buiten en binnen een verduistering vanjewelste, waar buitenlandse architecten ons op aanspreken,” zucht Evrard.

”De lichtput zou zelfs overdekt worden. De federale overheid houdt niet eens rekening met het menselijke aspect van zo'n ingreep, nu al klaagden suppoosten dat ze de hele dag in een donkere ruimte moeten zitten. Wie houdt daar rekening mee? Het imago van Brussel brokkelt dermate af, dat we ons schamen tegenover buitenlandse architecten. Deze stad kent een nooit eerder geziene laissez-aller.”

Bastin Evrard 2 BRUZZ ACTUA 1695
© Saskia Vanderstichele
| Jacques Evrard en Christine Bastin.

“U gelooft toch niet dat het museum Kanal over twintig jaar af zal zijn?” verheft Evrard zijn stem. “Geen Brusselse politicus die al cijfers heeft getoond van wat het Centre Pompidou zal vragen voor zijn betalende uitleencollecties.”

Sculpturen in de Kruidtuin, vroeger en nu. Gebruik de centrale schuifregelaar om het verschil goed te zien.

“De inventarissen van dertig en veertig jaar terug zijn vandaag gouden referenties voor Monumenten en Landschappen,” zegt Bastin. “Neem nu het Solvayhuis van Horta. De twee art-nouveaudeurbellen zijn sinds enkele weken verdwenen, duidelijk afgetrokken. Hetzelfde is eerder gebeurd bij het Hortamuseum.

Bastin evrard Boek BRUZ ACTUA 1695
© Mercator

Gelukkig hebben we al die bellen in detail gefotografeerd. De restauratie is gebeurd vertrekkend van onze foto's, want er waren geen andere foto's. Hetzelfde met de klink van het toilet in het Hortamuseum, non-stop moest Françoise Aubry daar kopieën van plaatsen. Ook voor de luifel aan de voorgevel van het Stockletpaleis: op een dag reed een vrachtwagen de hele luifel stuk. Voor de schade-­aangifte van de verzekeringspolis kan je geen tekening of foto van 1919 voorleggen. Onze publicaties en ons fotoarchief hebben dus al veel betekend.”

Never again. Gardens of peace. A landscape and architectural history of war cemeteries. Fotografie: Christine Bastin en Jacques Evrard. Tekste: Michel Racine. Uitgeverij Mercatorfonds, 224 blz., 34,95, ook in Franse versie.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Oproep: Lees of reageer je wel eens op online comments, op nieuwssites of social media? Wil jij bijdragen aan een constructief online debat? Doe dan nu mee met het RHETORiC-onderzoek en ontvang een waardebon. Meer info en inschrijven.

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?